Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 10 oktober 2010

Op het matje, een kort verhaal

Rinkelend met zijn autosleutels loopt Alfons over het schoolpad naar de parkeerplaats. Overal langs de kant zitten groepjes leerlingen, maar een erehaag kun je het niet noemen.

Het is nog te mooi weer om te gaan schaatsen, maar dat is zo afgesproken met de ijsbaan, die sinds het dak erop zit eerder open gaat. Hopelijk hebben de bruggers hun schaatsen bij zich. Anders moeten ze die ter plekke lenen en krijgt hij weer gezeur over geld, net als in het vorige seizoen. Hij moet denken aan Sharon, die vanmorgen in de handballes ook weer zo zeurde. Hij hoort haar jammerklacht nog in de oren. ‘Ik heb helemaal geen zin in een spelles. We zouden vandaag toch met de trampoline?’ Hij kan het haar niet kwalijk nemen. Pubers zeuren nu eenmaal, maar lastig is het wel. Vooral als hij de juiste toon niet kan vinden. Dan trekt ze andere leerlingen met zich mee. Zou de stoere Jacco sinds kort verkering met haar hebben? De tranen van woede stonden in zijn ogen, toen Alfons hem dreigend toesprak en tenslotte de les uitstuurde. ‘Ik wil je niet meer zien vandaag,’ had hij gezegd. Hij is nu eenmaal de leraar. Als hij niet paal en perk stelt aan hun driftmatige wensen, dan wordt het steeds erger. Sharon had gelijk. Het was alleen een kwestie van gewijzigde organisatie vanwege de vroege start van het schaatsseizoen. Dat moet ze maar begrijpen.

‘Zo Alfons, jij treft het maar weer,’ zegt zijn collega Frans die een zware boekentas uit de kofferbak van zijn oude Seat tilt.

‘Het juiste beroep gekozen,’ bromt Alfons. Hij kijkt de kromlopende man na, terwijl hij de automatische vergrendeling verbreekt en de klik hoort als van een kluis die open gaat. Niet iedereen is geboren met een atletisch lijf. Dan ben je ook veroordeeld tot een saai bestaan, denkt hij terwijl hij zijn BMW op de flank klopt.

Voordat Alfons de wagen start, trekt hij een cd met de beste rocknummers aller tijden uit het hoesje. Harde muziek helpt om meer mens te worden. Op de klok ziet hij dat hij nog een half uur heeft. De schaatslessen beginnen later om de leerlingen de tijd te geven om naar de ijsbaan te fietsen en zich om te kleden. Hij kan nog wel even langs huis. Even dollen met de hond en horen hoe Wieske het er vanmorgen in het ziekenhuis vanaf heeft gebracht, maar dat zal wel goed gegaan zijn anders had hij wel wat gehoord.

Terwijl hij meebrult met de knalharde muziek uit de luidsprekers, scheurt hij een kort stukje naar achteren. Het is alsof hij over een blikje rijdt. Die verdomde leerlingen ruimen ook nooit hun rotzooi op. Dat kan hem een band kosten, vreest hij. Als hij naar voren gaat merkt hij dat dat inderdaad het geval is. Als een aangeschoten waterkanon hangt de auto scheef naar rechts. Alfons stapt uit en inspecteert de schade. Twee banden zelfs. Zijn ogen zoeken de boosdoener, maar het blikje is onvindbaar. Dan inspecteert hij de banden nader. Er is duidelijk in gestoken. Verdomme. Als het één band was dan kon hij die verwisselen. Hij krijgt het er warm van. Hij strijkt over zijn bezwete voorhoofd. Hij ziet de leerlingen al tot ergernis van de ijsmeester op de ijsvloer rondhangen en achter elkaar aan rennen. Bruggers weten nog helemaal niet hoe het hoort. Hij moet opbellen. Maar misschien kan hij een auto lenen. Hij kijkt naar de Seat van zijn collega Frans. En dan op de terugweg bij Kwikfit een wiel meenemen. Zijn gedachten draaien overuren. Zijn Rolex heeft veel functies maar geen oplossing voor zijn probleem. Wie heeft hem deze streek geleverd? Is Jacco meteen nadat hij hem uit de les verwijderd heeft, woest naar buiten gegaan om de banden lek te prikken? Voor zoiets ziet hij de woesteling wel aan. Ook vorig jaar blonk hij uit in vernielzucht. In de vergadering was men opgelucht dat Jacco tenminste geen geweld tegen personen gebruikte. Maar dit gaat te ver. Alfons doet een greep in zijn zak. Zal hij Wiesje bellen en vragen of zij langs Kwikfit kan gaan? De reservesleutels zitten in de onderste la van de bureaukast. Denkt hij tenminste. De eerste zoemer. Als hij nog iemand wil aanschieten moet hij snel zijn. Maar in geen geval de conciërge die meteen van alles doorbrieft. Hij stopt het mobieltje terug in zijn binnenzak en haast zich langs groepjes leerlingen die langzaam overeind komen.

‘Wel even de plastic rommel opruimen,’ zegt hij in het voorbijgaan, omdat ze dat laatst nog collectief in de openingsvergadering hadden afgesproken. Daar loopt Johan, zijn steun en toeverlaat in bange tijden. Hij klimt juist met lenige tred de trap op naar boven.

‘Johan?’

‘Alfons, zeg het eens.’

‘Kan ik je auto een middagje lenen? Ik heb een lekke band en ik moet naar de ijsbaan.’

‘Dat zou anders wel kunnen, maar ik ben vanmorgen juist met de fiets. Met dit mooie weer…maar ik moet gaan. Vervelend nou, misschien Schoever,’ roept Johan nog terwijl hij zich met grote passen verwijdert.

Radeloos kijkt Alfons om zich heen. Overal slaan klasdeuren dicht. Dan toch maar Schoever. Met grote passen loopt hij door de gang. Vanuit zijn ooghoek ziet hij dat de conciërge hem in de gaten houdt, maar hij kijkt staalhard voor zich uit. Opeens ziet hij Jacco uit het toiletblok komen. Hij knijpt in zijn vuisten.

‘Ben je bij meneer Schroever geweest?’ vraagt hij schor.

Jacco knikt zonder een spier op zijn gezicht te vertrekken.

‘En wat zei die?’

‘Dat ik de rest van het uur moest gaan prikken.’

‘En dat heb je gedaan?’

Jacco loopt met een knikje langs hem heen.

Alfons gaat de hoek om en ziet Schoever al door het raam achter zijn bureau driftig op zijn toetsenbord tikken. Zelfs op de gang is zijn geratel hoorbaar. Alfons klopt op de deur.

‘Binnen,’ klinkt het stroef.

Terwijl Alfons de kamer betreedt heeft hij het idee dat hijzelf op het matje wordt geroepen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen