Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 8 september 2011

Chemo (2009), documentaire van Pawel Lozinski


Ontroerende beelden van menselijk leed, ongeacht rang of stand.

De Poolse documentaire Chemia speelt zich af in een dagafdeling van een ziekenhuis in een buitenwijk van Warschau. We zien close-ups van mensen die dicht naast elkaar op bedden liggen en enkele uren chemotherapie krijgen. Af en toe onderbreekt Lozinski zijn beelden van de gezichten met een blik uit het raam, naar een boom vol in het blad of nog maar een paar blaadjes, alsof hij wil zeggen dat de natuur het lot van ons mensen toont.

Het is wrang om ergens midden in het leven met de eindigheid geconfronteerd te worden. Lozinski filmt mensen van allerlei slag, rijk en arm, jong en oud, man en vrouw, zelfs een  zwangere en een vrouw met een heel jong kind thuis hebben, zoals Kasia.
De meesten ondergaan de chemotherapie gelaten, maar voor sommigen is het geen pretje. Een vrouw klaagt dat ze het niet vol houdt, een oudere man zegt dat de therapie voor de sterkeren is. Een jongen, die aan de voetballer Ronaldo doet denken, vanwege zijn kale kop natuurlijk, maar ook door de grote onschuldige ogen, staart peinzend om zich heen (zie foto).

De patiënten praten wat af, met degene die naast hen ligt of met een relatie die meegekomen is, geen enkel onderwerp is taboe, maar ook de gewone dagelijkse praktijk gaat door. Af en toe horen we het geluid van een vliegtuig, dat de wereld pijnlijk nabij brengt.

Het is moeilijk de patiënten uit elkaar te halen. Ze hebben veelal geen naam en evenmin haren. De meeste vrouwen dragen een hoofddoek. Lozinski heeft allerlei fragmenten aan elkaar gelast. Ik probeer ze, zo goed en kwaad als dat gaat, aan elkaar te lijmen.

De jonge Kasia laat een fotootje van haar zoontje van vijf maanden aan haar buurvrouw zien. Die is meteen vertederd en vertelt over haar groentewinkel. Ze probeert onder de mensen te blijven, ook al stellen die vragen over haar andere kapsel.

Een man zit achter het bed van zijn vrouw te puzzelen. Hij zegt dat men moet ergens dood aan gaan en dat ze van de ziekte moet houden. Zijn vrouw vindt de ziekte echter een ongewenst kind en verzet zich ertegen. De man kijkt naar buiten. Het is mei. ‘Alles bloeit,’ zegt hij. ‘Je moet naar de kapper,’ antwoordt zijn vrouw.

Ronaldo wil zijn haar terug. Hij kijkt naar de slang en zegt tegen zijn moeder dat ie loopt. Hij vraagt zich af hoe zijn medeleerlingen zullen reageren als hij het hen vertelt. Hij wil toch liever internationale betrekkingen dan politicologie studeren, maar weet niet wat hij moet als hij niet wordt toegelaten. Na negen keer is de behandeling klaar. Hij hoopt dat hij er vanaf is.

Een vrouw heeft het warm en doet haar hoofddoek af. Ze vindt het niet erg dat ze geen pruik heeft. Later moet ze huilen omdat ze het niet langer volhoudt. Ze zegt dat haar man haar ziekte tegen de familie mooier voorstelt dan het is. Haar buurvrouw heeft soms te doen met haar man. Soms is zijn geduld op en soms ook het hare. Ook de vrouw die het warm had bekent dat ze soms onaardig tegen haar man doet.

‘Waarom heb je zo’n donkere slang?’ vraagt een bootsman aan zijn buurvrouw. ‘Is dat voor straf?’ Haar antwoord gaat over de soort medicatie die ze toegediend krijgt. Ze zegt dat het een rotgriep is die ze moet uitzieken. De bootsman zou weer willen varen.

Een vrouw is bang voor de chemo. Ze wist niet eens dat ze kanker had. Ze krijgt morfine, maar gelooft meer in gebed.

Een man was sprakeloos na de diagnose van de arts. Hij zou willen dat een mens een zekere levensduur gegarandeerd kreeg.

Een vrouw vraagt zich af hoe ze het aan haar 80 jarige moeder moet vertellen.

Een vrouw zou haar zoons nog willen zien trouwen.

Een man van 48 denkt dat hij geen 75 wordt zoals zijn buurman. Hij was eerder ziekenbroeder op een ambulance en heeft veel mensen het leven gered. Nu heeft hij vakantie voor de rest van zijn leven, al komt ook daar een eind aan.

Een man met een bril zegt dat niemand tegen deze ziekte op kan. Dat het hem verzwakt. Hij weet niet of hij zijn bed moet opmaken als hij voor een paar uur eruit gaat.

Een man beveelt gevouwen koolbladeren aan, een vrouw zegt dat de dokter haar rode wijn heeft aangeraden.

Een jongeman met zaadbalkanker ligt naast een jonge vrouw met Hodgskin, die een jongetje van een half jaar heeft. De verloofde van de jongeman belt. ‘Ik kom zo bij je,’ zegt hij. ‘Mijn verloofde maakt zich wel zorgen,’ zegt hij tegen zijn buurvrouw, ‘maar er is niets veranderd.’ Tussen hen bedoelt hij. Ze praten over trouwen.

Een vader heeft tijdens de reparatie van een versnellingsbak een blauwe vinger opgelopen. ‘Je moet beter voor jezelf zorgen,’ zegt zijn zieke zoon.

‘Is het al klaar?’ vraag een jonge vrouw aan haar vriend, die zijn hoofd schudt. ‘Mijn God, ik ben moe,’ zucht ze.   

Een juf met een melanoom zegt dat ze op school merkten dat ze was afgevallen. Een jongetje moest huilen, een ander ventje uit een gebroken gezin is snel overstuur. Ze vraagt aan haar buurvrouw, een opgenomen zuster, hoe dit mogelijk is. De zuster noemt het lijden een mysterie, dat moeilijk te bevatten is. 

De man met de bril zegt tegen de juf dat het leven de moeite waard is omdat het steeds anders is. Alleen het licht al en de stand van de maan.

De man die het moeilijk vindt om op bed te liggen heeft gezelschap van zijn zoon. De man droomde dat de uitslag goed was en dat hij veel energie had. ‘Zonder behandeling was je er niet meer geweest,’ zegt de zoon.

Een man vindt dat het land een zweep nodig heeft, een vrouw had vroeger werk en kan zonder werk niet leven.

‘Hij loopt weer,’ zegt een man tegen de verpleegster, die hem op het hart drukt dat hij moet bellen als zijn arm weer rood wordt.

Een zoon legt zijn vader uit over zijn laseronderzoek. De vader hoopt dat hij het eindresultaat nog mag meemaken. De studie van zijn zoon maakt het voor hem gemakkelijker om te vechten. ‘Ik ben volwassen,’ zegt de zoon. ‘Vermijd stress, pa.’ ‘Ik voel me als een kale tak,’ antwoordt de man. ‘Ik ben een ander tot last. Het is niet prettig om hulp te moeten vragen.’ ‘Vroeger was ik jou tot last,’ zegt de zoon.

De jonge vrouw die nog moet bevallen zegt tegen haar vriend dat het kind in haar buik schopt. Ze praten over diens toekomstige naam. De vrouw spreekt over een mogelijke borstafzetting. De prothese moet mooier zijn dan de borst. Ze vraagt zich vertwijfeld af hoe ze zich daarmee zal voelen. 

Een vrouw met een sterke wil krijgt toch steeds nieuwe gezwellen. Ze zegt tegen een jonge vrouw dat ze nog niet klaar is voor de dood. Ze zou in de achtertuin begraven willen worden, dicht bij haar naasten.

De kanker is toch uitgezaaid, zegt een vrouw. Ze huilt en krijgt een zakdoekje aangereikt. ‘Volgens de exorcist is het mooi aan gene zijde,’ zegt ze.

Een vrouw zegt over haar wanhoop, dat ze wel eens een pilletje teveel wilde slikken. Voor het doorsnijden van haar polsen was ze te laf. Haar kind woont in IJsland. Ze denkt niet meer aan zelfdoding.

Tenslotte zit de therapie erop. ‘Mijn benen zijn wat gezwollen,’ zegt de vader tegen zijn zoon. ‘Wil je je colbert aan,’ vraagt die. De man knikt en zijn zoon helpt hem erin. Ook de bootsman vertrekt. Iedereen gaat door dezelfde gang. De man met de bril wordt begeleid door zijn zoon. Een oudere vrouw gaat alleen. Het is indrukwekkend leed, dat dwars door alle rangen en standen trekt en allen aan elkaar gelijk maakt.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen