Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 17 september 2011

Recensie: De rustelozen (2011), ) Olga Tokarczuk


Een nomade met een detoxificatiesyndroom.

Op de achterflap blikt de Poolse ons met grote vriendelijke ogen aan. Ze kijkt als een reisleidster die ons wil verleiden met haar mee te gaan, de hort op. Reizen is een mooiere manier van leven dan thuisblijven. Volgens haar ben je jezelf even kwijt als je reist. De rustelozen is een verzameling verhalen, die, onder de noemer van reispsychologie - ook wel reispsychotheologie genoemd - , worden afgewisseld met reisimpressies. Zo beschrijft zij het leven op luchthavens, die steden op zich geworden zijn. De grondlegster van deze nieuwe tak van wetenschap is zelf nogal stellig over haar vakgebied: ‘In de reispsychologie zegt men dat de indruk van gelijkenissen tussen twee plaatsen recht evenredig is met de afstand tussen de twee.’ Dit boek is daarmee van een heel andere soort dan de romans die Olga Tokarczuk eerder schreef. Oer en andere tijden (1998) en De laatste verhalen (2008) kenden een respectievelijk een magische en een psychologische inslag.

Tokarczuk verdeelt mensen onder in sedentairen en nomaden. De eersten hebben een cyclisch -, de laatsten een lineair tijdsbesef, waardoor ze meer vooruit zien. Reizigers in de zin van pelgrims kennen de verwarrende ‘ik weet niet waar ik ben’ fase, die via de ‘ik weet waar ik ben’ fase in de ‘het maakt niet uit waar ik ben’ fase overgaat. Kenmerkend voor hen is dat zij graag in hun eentje reizen en bij een ontmoeting met een soortgenoot elkaar drie geijkte vragen stellen: waar kom je nu vandaan, waar ga je naartoe en waar kom je oorspronkelijk vandaan.

Het is een levensgevaarlijke veronderstelling dat wij standvastig zijn en dat onze reacties voorspelbaar zijn, zegt Tokarczuk, die zelf ook graag alleen gaat. Na haar studie psychologie wilde ze niet op kantoor werken, maar gaan schrijven. In dat kader verbleef ze een half jaar in Amsterdam, weet ik. Ze kent de Nederlandse gewoonten. Ze heeft hier geleerd om binnen te gluren in de niet door gordijnen afgeschermde verlichte huiskamers en ongetwijfeld heeft ze hier ook genoeg materiaal gezien om het Volhardend Detoxificatiesyndroom te bevredigen, waaraan zij - of ieder geval de ik in deze roman - zegt te lijden. Door dit syndroom is ze belust op fouten en fiasco’s van de schepping. In het verleden zijn genoeg mismaaksels van de natuur in potten gestopt en in musea te kijk gesteld. Een deel van de verhalen gaat ook over dit onderwerp.  

Behalve over de reizen ook van ene dokter Blau, die droomde over een collectie van echte vagina’s en verzoeken per brief aan de keizer van Oostenrijk over het opzetten van een zwarte hoveling, schrijft ze over de anatoom Philip Verheyen, die op jonge leeftijd zijn onderbeen verloor. Tijdens het tekenen van het menselijk lichaam had hij die in een pot voor zich op tafel staan. Hij was de ontdekker van de achillespees en leed aan fantoompijn. Zijn vriend Van Vorssen bemachtigde kaartjes voor een voorstelling van een secsie uitgevoerd door de beroemde Ruysch, die organen verzamelde. Een deel daarvan werd verkocht aan tsaar Peter de Grote. Mooi beschreven wordt de zware zeetocht naar Rusland met Charlotte, de dochter van Ruysch, die de potten klaarmaakte.  

Gelukkig zijn er ook andersoortige verhalen, waarvan sommige meerdere keren in het boek terugkomen. Een van de mooiste is die over de Pool Kunicki, die vrouw en driejarig kind kwijtraakt op het Kroatische eilandje Vis. De spanning loopt hoog op. Vrouw en kind worden tenslotte gevonden, maar Kunicki wil zich niet met haar verzoenen. Hij bekijkt foto’s van de inhoud van de toilettas van zijn vrouw, die hij op Vis maakte en stuit op het woord Kairos. In een ander verhaal geeft een professor in Griekenhand lezingen aan touristen, onder andere over de mytische figuur Kairos, maar hoe een en ander met elkaar in verband houdt met het gezin van Kunicki bleef mij duister.

Mooi is ook het verhaal over een schranspartij op Aswoensdag met zeeman Eryk, die ooit in de gevangenis Moby Dick las en daar nog veelvuldig uit citeert. Hij bestuurt een veerpont, maar wordt hetzelfde rechte traject zat en koerst op een dag met het pont naar open zee.

Het titelverhaal is aangrijpend. Anoeschka verlaat haar gezin en gaat zwerven. Een andere zwerfster, een ingepakte vrouw die bij het station staat, roept haar op om te gaan. ‘Hij die halt houdt versteent, hij die eventjes stil blijft staan wordt als een insect opgespeld, zijn hart wordt doorboord door een houten naald, zijn handen en voeten zullen worden geperforeerd en vastgenageld aan de drempel en de balken van het plafond.’ In dit verhaal is weer eens het magische geluid van Tokarczuk hoorbaar.  

Tijdens het lezen van deze drukdoenerige roman van meer dan vierhonderd bladzijden vroeg ik me af of Tokarczuk misschien verschillende verhalen had klaar liggen en op het idee kwam om die samen te brengen onder de noemer reispsychologie. Ik vond dat als thema te vrijblijvend en had liever een bundel met losse verhalen gezien. Daarvoor kan Olga Tokarczuk goed genoeg schrijven.










Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen