Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 23 april 2012

Avond van nieuwe Poëzie, Landgraaf, 21 april 2012


Marjolijn van Heemstra wint de JPPP.

Bert Janse, voorzitter van het bestuur van de Stichting Poëziefestival Landgraaf, leidt de avond in. De Stichting werd opgericht nadat de vorige sponsor van de Jo Peterse Poëzie Prijs (JPPP) niet meer bij machte was deze tweejaarlijkse prijs voor beginnende dichters financieel te ondersteunen. De financiering op lange termijn is zorgelijk. Het zou jammer zijn als dit bruisend festival na de tiende keer zou ophouden te bestaan.

De vier genomineerden worden geïntroduceerd door Jan Baeke. Ze lezen vervolgens drie gedichten voor uit hun genomineerde bundels en worden daarna ondervraagd over het laatst gelezen gedicht, de eerste twee door Marjoleine de Vos, de laatste twee door Tsead Bruinja. De besproken gedichten worden door een projectie op een groot scherm visueel ondersteund.

Sasja Janssen (1968), genomineerd met Wie wij schuilen (2010), debuteerde met romans, haar eerste dichtbundel was Papaver (2007). Ze heeft een eigen stem met een vervreemdend idioom, zei Arie van den Berg. Ze leest de gedichten Mijn alsen, Wilde Vinex en het eerste gedicht uit de bundel voor met de titel Verlaat.
Marjoleine de Vos stelt vragen over Verlaat, dat over identiteit handelt en het vluchten daarvoor, zoals Janssen zegt. ‘Wie zijn wij? Kunnen wij onszelf verlaten?’ Het wij is geen pluralis majestatis, maar ook geen opstelsom van ikken. Het heft de eenzaamheid van het ik op.

Marjolijn van Heemstra (1981, zie foto) is genomineerd met Als Mozes had doorgevraagd (2010), waarin volgens Baeke micro- en macrokosmos op een persoonlijke manier op elkaar betrokken worden. De godsdienstwetenschapster vindt het jammer dat ze maar drie gedichten mag voorlezen en begint met het titelgedicht, waarin de ontmoeting tussen Mozes en God nog eens - en beter - wordt overgedaan, want Van Heemstra laat God weten dat zij er ook is. De bijbel was in haar visie geen boek maar een omhelzing geworden. Daarna volgt Voor later, over een onzekere herinnering aan het 42-armige wezen op het schoolplein, die, als het nog niet gebeurd is, nog zal komen. Het derde gedicht Aan een ruimtevaarder is geschreven voor André Kuipers die ze toevallig ontmoette en die het in de ruimte moest voorlezen om te laten weten dat zij er ook is. Ze heeft haar bundel door veertig personen laten voorlezen en het resultaat op internet gezet om het gemakkelijker de wereld in te krijgen. De Vos vraagt naar het verband tussen godsdienstwetenschap en ruimtevaart die wel wat met elkaar gemeen hebben. Van Heemstra zou ook graag de ruimte in gaan.

Lieke Marsman (1990)debuteerde met Wat ik mijzelf graag voorhoud (2010), waarin ze volgens Baeke uiting geeft om haar behoefte het bijzondere te definiëren van een wereld met eigen wetmatigheden en onvoorspelbare woelingen. Ze opent met Man met hoed, vervolgt met Soms moet dat en sluit af met Maar toen was er nog geen stad. Omdat Tsead Bruinja een ander, daarop lijkend gedacht wil bespreken, leest Marsman ook nog Maar toen was er nog geen stad en ook daarna niet voor. Bruinja vraagt haar of het gedicht, dat in een cyclus hoort, ook los kan staan. Dat kan volgens Marsman. Het gaat over haar kindertijd in Zaltbommel en haar verlangen naar de stad. Het is het laatste gedicht in de bundel. Marsman wilde positief afsluiten.

Maarten Moll (1966) debuteerde met Lichaam (2011) dat volgens Baeke een oud mannenlichaam beschrijft, ook in alle ontluisterende details, maar waarin tenslotte ook de ziel opdoemt. De zoon is bang dat hij op een dag het gezicht van zijn vader tevoorschijn scheert.
Moll leest Voetballen 1, Nooit (we praten over alles, maar nooit over de pik van onze vader) en Handen (zou ik die herkennen op sterk water?)
Bruinja vraagt de journalist of hij de handen van zijn vader kent. Moll kijkt daar niet naar als hij bij hem op bezoek gaat. Hij heeft de bundel naar zijn vader gestuurd maar erbij geschreven dat het niet over hem ging. Het gaat over meerdere ikken. Moll wilde eerst een biografie over een vader schrijven, maar dat kwam niet van de grond. Deze bundel, die begon met Handen, bleek een betere vorm. 

In afwachting van de prijsuitreiking leest Eva Gerlach voor uit haar nieuwe bundel Kluwen (2011). Jan Baeke typeert haar als een scherp observator en vertolkster van geheimzinnige levenskrachten. Ze lost het raadsel niet op, maar maakt het juist groter.

De Vos leest het juryrapport voor. Ze plaatst in de eerste plaats een relativering: gedichten zijn onvergelijkbaar en een wedstrijd is daarom bespottelijk. In de jury was veel overeenstemming over de bundels die ze nomineerden. De vier bundels zijn heel verschillend. Moll schrijft melancholiek en proza-achtig over een onbekende gevoelswereld. Dat laatste geldt ook voor Marsman. Ze laat zien hoe haar eigenzinnig gedachten hun gang gaan. Jansen maakt het de lezer moeilijk omdat de dingen moeilijk zijn. Niet haar gedichten zijn moeilijk maar de opeenvolging. Mol richt een vaderlichaam op en breekt het weer af. Tenslotte bekroonde de jury de eigen stem van Van Heemstra. Wim van der Tol, jurylid en secretaris van het vorige bestuur, reikt de prijs om half elf uit.

Hier een YouTube filmpje van Jacht van Marjolijn van Heemstra, hier de site van Sasja Janssen, hier een filmpje van de uitreiking van de Liegend Konijn Debuutprijs 2011 die Lieke Marsman won: een optreden van haar en een mooie kritiek van Jozef Deleu over haar verzet tegen een maatschappij die weinig aandacht heeft voor het weerloze en nutteloze. Over Maarten Moll weinig info. Alleen een vermelding op internet over de inhoud van Lichaam:

‘Wat je het vaakst ziet, is het moeilijkst te onthouden. En de details van degene die je al je hele leven kent, zijn het makkelijkst te vergeten. Kunnen we wel goed kijken? In de gedichten in Lichaam wordt een poging ondernomen om vast te leggen wat verloren dreigt te gaan. Wie kan de voeten van zijn vader beschrijven? Of zijn ellebogen? En heeft hij unieke tanden? Achter elk detail van het lichaam gaat een leven, een anekdote, een ervaring schuil. Waar het geheugen je in de steek laat, moet de taal uitkomst bieden.’

aangepast op 25 april 2012 om  10:31 uur.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen