Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 7 mei 2012

Betty van Garrel over Zalig zijn de schelen, VPRO-boeken, 29 april 2012


Een om en om boek met scheelheid als stoplap.

Betty van Garrel, voormalig journaliste bij de Haagse Post, spreekt met Wim Brands over Zalig zijn de schelen uit 1972 dat na veertig jaar een heruitgave beleeft. Ze schreef het boek samen met tekstschrijver en reclamemaker Herman Pieter de Boer, die wegens omstandigheden niet aanwezig kan zijn, maar wel een fragment voorleest uit de bundel, die door schrijvers als Karel van het Reve en Rudy Kousbroek hoog gewaardeerd werd. Het fragment betreft het begin waarin hij beweert dat de loensende medemens iets anders ziet dan hijzelf. Hij vertelt daarover dat hij geïnteresseerd was in loensende filmsterren als Karen Black en Hildegard Knef, indachtig een uitspraak van zijn moeder dat schelen God dubbelt zien.

Van Garrel vertelt dat Herman Pieter, met wie ze nooit gesproken had, ooit in Scheltema naar haar toe kwam met de vraag of ze van schele mensen hield. Hij wilde samen met haar een associatief boek schrijven, waarbij ze om en om een verhaal schreven dat op het vorige inging. Betty vond het een leuke formule. Het boek begint met een verhaal van De Boer over schele mensen en gaat nogal van de hak op de tak verder. Als ze het niet meer wisten schreven ze iets over scheelheid. 

Ze denkt zelf dat ze goed kan associëren, dat is tenminste de manier waarop ze denkt. In de jaren zestig werd de werkelijkheid als inspiratiebron gebruikt, zoals in de cyclus ‘Kanker - Cancer - Krebs’ van de dichter Hans Verhagen, waarin hij dichtte: Een pijnloze knobbel / kan onheilspellender zijn / dan een pijnlijke. Armando, die haar chef op de kunstredactie van de Haagse Post, vond dat ze bij het schrijven moest doen alsof ze van de maan was gevallen, met ontvankelijkheid dus. Ze waardeert dat ook bij kunstenaar Paul Klee, die al vroeg al de kracht van kindertekeningen erkende en daarmee een voorloper was van de Cobra groep. Zelf  vindt ze het met het ouder worden moeilijker ontvankelijkheid op te brengen.

Van Garrel leest een tekstfragment voor dat ze in opdracht van Wim Brands schreef. Het gaat over de sprinter waarmee ze die dag na bezichtiging van het werk van Klee terug van Amsterdam naar Haarlem was gereisd, eentje voor het fatale ongeluk later op de avond van de 21 ste april. Dankzij of ondanks Klee. Brands vindt het mooi hoe ze op een vileine manier een andere museumbezoekster neerzet.

Van Garrel leerde het korte baan schrijven op haar werk, al kreeg ze op school ooit al een tien van de meester voor een opstel. Als ze niet wist hoe ze een artikel moest schrijven vroeg Armando haar hem het verhaal te vertellen en als vanzelf rolde dan de structuur eruit, zodat zij aan het werk kon en hij weer kon gaan boksen.

Brands vraagt zich af of er nog van die nostalgische chefs rondlopen. Alsof het toeval bestaat leest Van Garrel een stuk uit het boek over Armando voor, dat ze al had uitgekozen. Hij gaat erover dat Armando zich als chef in de derde persoon toesprak.

Brands vraagt Van Garrel of ze weer zo’n boek zou kunnen maken. Zij zou dat wel willen, zegt ze, maar dan anders. Het idee was perfect. Haar eerste associatie betrof een scheel jongetje dat op de lagere school uit school vandaan met haar opliep naar huis en dat iets roofdierachtigs had. Hoe ze nu zo’n boek zou maken, dat krijgen we niet meer te horen. 

AFdH Uitgevers heeft het boek na veertig jaar opnieuw uitgebracht.   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen