Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 22 mei 2012

Geert van der Kolk over De waterverkoper, VPRO-boeken, 20 mei 2012


Een restavec met natte voeten

Geert van der Kolk woonde lang in de Verenigde Staten en schreef zijn belevenissen in fictieve vorm naar het Parool. In de Waterverkoper, dat over een achttienjarige Haïtiaan gaat die naar Florida vlucht, doet hij min of meer hetzelfde, zegt Wim Brands.

Van der Kolk is een hartstochtelijk zeezeiler. Vijftien jaar geleden werd hij indirect met het probleem van de Haïtiaanse vluchtelingen geconfronteerd, toen ze op zee over de radio hoorden van een gezonken boot van zeven meter lang waarop veertig personen zaten. Omdat zij zich stroomafwaarts bevonden konden ze niet helpen.

Voor de roman verbleef Van der Kolk drie maanden op Haïti, op een eilandje aan de zuidkust.
De armoede is overweldigend, vooral na de aardbeving in 2010. Er is nauwelijks vis om te vangen, er liggen dode honden op straat, de vuilnis stinkt, politie ontbreekt. Braziliaanse vredestroepen verdedigen hun eigen kazerne.

Hij bouwde samen met anderen in drie maanden een boot en trok daarmee langs de Bahama’s naar Florida. Vluchtelingen doen het in een week, want op de Bahama’s worden ze gearresteerd.

Waarom een roman? vraagt Wim Brands.
Vanwege de behoefte om het een literaire karakter te geven, zegt Van der Kolk. Hij zocht lang naar een vorm om zijn ervaringen recht te doen.
Brands vindt ook dat fictie een beter beeld geeft van non-fictie.
Van der Kolk zegt at het onduidelijk is wie de vader van hoofdpersoon Nodieu is. De jongen ging niet, zoals hij zelf dacht, naar een school in Port au Prince, maar bleek door zijn vader verkocht als restavec, een huisslaaf, zoals vaker gebeurt. In die hoedanigheid verkoopt hij als negenjarige water aan passanten op straat.

Van der Kolk sprak met kinderen die in een opvangcentrum terechtkwamen. Daar moet je geluk voor hebben. Nodieu kreeg een ongeluk, kwam in een ziekenhuis en vandaar in het opvangcentrum. Van der Kolk vertelt erbij dat men in het ziekenhuis geen eten krijgt en daarvoor afhankelijk is van familie, maar dat is bij mijn weten ook in een modern Europees land als Italië het geval.

De Verenigde Staten is een droom. Er wonen daar een kwart miljoen Haïtianen. Een kwart of een derde van het inkomen van Haïti komt uit de V.S. Men heeft een onrealistisch beeld van het land. Alsof men daar werk kan krijgen en asiel. Alleen Cubanen kunnen gebruik maken van de regeling Natte voeten, droge voeten, die nog uit de koude oorlog periode stamt: als ze eenmaal aan land zijn, moeten ze opgevangen worden.

Van der Kolk zegt dat men wel een keuze heeft, namelijk teruggaan. De drie Haïtianen die met hem op de boot waren en voor wie hij visa had geregeld wilden niet in Florida blijven. Liever armoede in het eigen dorp dan ondergaan in de onderklasse in de V.S.   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen