Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 20 mei 2012

Recensie: Naar de overkant van de nacht (2011), Jan van Mersbergen


Vaarwel aan het vlees

Het leven is een gaan en komen, een reis van de ene naar de andere kant, aan symboliek geen gebrek. Ook in de carnavalsroman van Jan van Mersbergen komt deze symboliek duidelijk naar voren. De hoofdpersoon is verkleed als veerman die tijdens Vastelaovend feestvierders overzet naar de overkant van de nacht. Hij heeft daartoe een kniptang en bonnetjes in zijn tas.

Deze Ralf bracht zijn jeugd door op rijnaak De Vandaag van zijn ouders, maar woonde later in bij zijn oom, een drankzuchtige stratenmaker, omdat hij naar het gymnasium wilde, waarmee hij een breuk schiep met zijn ouderlijk milieu. Vlak voor die overstap liep hij een trauma op, toen een klasgenootje hem kwam zeggen dat haar vriendinnetje Sara verliefd op hem was. Ralf antwoordde dat de liefde niet wederzijds was, maar had daar later spijt van. Hij kan zich daarom nog de  ontmoeting, vijfentwintig jaar later, in de supermarkt nog heel goed herinneren. Een de dochters van Sara, de helft van een doofstomme tweeling,  houdt haar hand tegen zijn wang. Die voelt hij nog steeds.

Het betekende een verhouding met Sara, die als alleenstaande moeder de zorg had over een dik  meisje, Maylene, haar broertje Alvin en de doofstomme tweeling. De verwekker, een zwarte Amerikaan met een legeruniform en een gitaar, nam al gauw de benen. Ralf nam zijn plaats in en stond de overbelaste Sara bij, maar erg harmonieus is de relatie ook weer niet.

Ralf gaat met zijn klinkerleggende oom naar het carnaval, maar moet vaak terugdenken aan het gezinnetje dat hij achterliet. Hij voelt zich schuldig en tast vaak naar het treinkaartje in zijn jaszak. Zijn oom raakt hij in de drukte meteen kwijt. Hij ontmoet een zwartrok, de Pater genoemd - leider van de Maxicanen, doorgewinterde carnavalsgasten die jaarlijks van de partij zijn - en hem vaderlijk toespreekt. ‘Het gaat om het voelen. Eigenlijk gaat het om grijpen en voelen. En om vastpakken. Pak het vast.’
Het is bijna een filosofisch gebeuren, die rituele dans met alcohol en erotiek, waarmee voor enige tijd vaarwel wordt gezegd aan de vleselijke lusten. ‘Met alles wat je hebt de kracht van het feest in je opnemen en dat teruggeven aan het feest zelf. Geven en nemen, dat is het. Bij het feest blijven. Als je ook maar even het lood in je benen voelt, wanneer je ogen iets te lang gesloten blijven, wanneer je even een besef krijgt van de hoeveelheid bier en andere drank die je sinds elf uur vanochtend naar binnen hebt gewerkt, dan wil je niks meer. Dan wil je naar huis. Dan ben je weg.’

Het is vitaal proza dat van Mersbergen voorschotelt. Tot het extatische aan toe. Hij dompelt de lezer onder in een carnavalsroes vol geur en kleur, streekliederen en gevoel. Hij trekt op met de Maxicanen in hun geelrode kostuums, pekskes genoemd. Het bier vloeit rijkelijk, de Flügel en de Jägermeister versterken de smaak en dat allemaal in een bitterkoude stad. Elke keer als Ralf een nieuwe consumptie begint scheurt hij een blaadje af om de stand bij te houden. Het is alleen jammer dat hij de feestelijkheden zo vaak onderbreekt door herinneringen aan vroeger, aan Maybelle die te dik is, Alvin die met zijn hijskraan speelt, de tweeling die veel verzorging behoeft en niet te vergeten Sara, die rust nodig heeft. Het houdt het verhaal op. 

Een belangrijke rol wordt toegekend aan vogels. Ralf citeert uit een vogelgids, ontmoet aan vogels van verschillend pluimage zoals een raaf, een kip en een kraanvogel, met wie hij van muts wisselt. Verder doorspekt de schrijver zijn verhaal met one-liners zoals Tu étais où? om aan te geven dat hij spijt heeft dat hij Sara de zorgtaak alleen liet opknappen en Bel me een keer terug, hetgeen zijn weinig toeschietelijke vader hem door de telefoon toeriep. 

Alle flashbacks tesamen met de one-liners maken de roman een hobbelig pad in plaats van een mooi strak geheel, zoals een goede stratenmaker legt. Dat is jammer want de joligheid en het lijden van het carnaval gaan door merg en been. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen