Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 6 mei 2012

Sanneke van Hassel over Ezels, VPRO-boeken, 29 april 2012


Het leven als een film

Wim Brands, die vreemd genoeg zegt nooit een motto te lezen, begint dit keer met het motto van de nieuwe verhalenbundel van Sanneke van Hassel. Het komt uit De oude kustlijn (2002), een nagelaten bundel van Vasalis.

De zomerweide des ochtends vroeg.
En op een zuchtje dat hem droeg
vliegt een geel vlindertje voorbij.
Heer, had het hierbij maar gelaten.

Van Hassel is zeer ingenomen met deze verzuchting van de klassieke dichteres. Zo zijn de dingen. Daarmee kon ze weer verder. Zelf is ze vooral een observator. Het Johan Cruyff veldje waarop ze uitkijkt boeit haar net zoveel als het gesprek. Overal is iets te zien. In de Rotterdamse bibliotheek waar ze vaak zit te werken ziet ze allochtonen, mensen op een eilandje, een oproerkraaier, maar door een knop om te draaien keert ze weer terug naar haar eigen bezigheden. Als houvast heeft ze haar nieuwe bundel meegenomen. Ze leest het korte verhaal Vin voor over de man van een vrouw die haar man niet wil zijn. Volgens Van Hassel zijn onze medemensen dichtbij, maar zijn ze tegelijk ook weer heel vreemd.

Brands merkt op dat er veel jonge moeders in haar verhalen figureren. Van Hassel is zelf vijf jaar geleden moeder geworden. De wereld van het kinderdagverblijf is haar niet vreemd. Kinderen zijn er altijd, zegt ze, ze maken al het andere in het eigen leven betrekkelijk. In een van de verhalen ontmoet moeder Mijs een indiaan die geen indiaan is. Ze glipt met hem weg, maar heeft zich gebaseerd op verkeerde veronderstellingen. Van Hassel putte uit een vakantie-ervaring in New Mexico, waar ze dat soort indianen zag, een Navajo waarschijnlijk, die ongeletterd was en aan de drank en een indianenkleed aantrok om toeristen te vermaken en wat bij te verdienen.

Brands zegt dat de verhalen vaak desolaat zijn. Van Hassel bevestigt dat er niets wordt ingelost. Zo ervaart ze de wereld. Zo is die, denkt ze. Men verhoudt zich tot de werkelijkheid, maar tegelijk zijn er de eigen denkbeelden. Dat wegglippen is bij haar een tweede natuur. Een uitbreiding van mogelijkheden, een toekennen van betekenis. Ze noemt als voorbeeld een grommende man, waarschijnlijk van een koeriersbedrijfje, die bij haar in de straat pakketjes rondbrengt.

Alsof het leven een film is, veronderstelt Brands.
Die alleen wordt afgespeeld als ze alleen is, zegt Van Hassel.

Brands gaat in op een verhaal waarin een peuter door een oudere crècheleidster in een kast wordt opgesloten en een fles chloor drinkt. Voor Van Hassel was dat plot niet nodig geweest. Ze deed dat voor de lezer. Zelf had ze genoeg aan de typering van de leidster met traditionele opvattingen die de moderne tijd niet kon bijbenen.    

Hier de recensie Hobbelende moeders van Joost de Vries in De Groene.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen