Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 29 maart 2013

Recensie: Leespraat (2012), Aidan Chambers



Vertel eens over het boek dat je net gelezen hebt!

Hoe kun je met elkaar praten over boeken? Vaak komt men niet verder dan de vaststelling dat een boek mooi was, goed of juist niets aan. In het beste geval wordt nog iets gezegd over de inhoud of over de hoofdpersoon, maar tot een gesprek komt het daarmee niet. Met kinderen zal het niet veel anders zijn. Hoe kun je met hen praten over boeken?

De Engelse kinder- en jeugdboekenschrijver Aidan Chambers (1934) geeft daarop in Leespraat een antwoord. Hij heeft veel ervaring met schrijven en met groepen kinderen en ontwikkelde een manier om met hen over boeken te praten.

Voor een gesprek gevoerd kan worden, moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. Hij gaat eerst in op de leesomgeving. ‘Plaats, tijd, omstandigheden, aanbod en gedrag bepalen met elkaar de sociale context van het lezen, dat wat ik de leesomgeving noem.’
Lezen gebeurt op allerlei plaatsen, in allerlei omstandigheden. Op een druk strand of in een volle treincoupé zal het anders zijn dan alleen in een comfortabele fauteuil in je eigen huis. “Niet alleen de plaats of omgeving zijn van invloed, ook het aanbod aan boeken, de stemming waarin je bent of de tijd en de rust die je ervoor hebt.’

Wie kinderen wil helpen om gretige, aandachtige en kritische lezers te worden, moet uitzoeken welke leesomgeving voor hen de beste kansen biedt. Chambers heeft een leescirkel samengesteld waarin de selectie ofwel het aanbod, het lezen zelf en het reageren op het gelezene drie belangrijke op elkaar inwerkende en doorgaande aspecten zijn. Kritische lezers zijn geen snelle inktvreters. Chambers geeft er minder om dat een kind achter elkaar door een hele serie boeken van dezelfde auteur leest dan dat het verder kijkt. Door met elkaar over het gelezene te praten komt een kind tot andere inzichten.
’Op die manier kun je ontsnappen aan een oppervlakkige, rechtlijnige visie op lezen waarin alleen plaats is voor wat je al kent. Zo kun je ontdekken dat de leeswereld niet plat is maar rond en dat daar nog een heleboel andere interessante continenten op te vinden zijn. Je kunt die tamelijk kleine wereld zelfs verlaten en opstijgen naar een stelsel van andere werelden, om door het complete literaire universum te dolen en elke vreemde planeet te verkennen die je verbeelding maar prikkelt.’
Het gaat bij het lezen om een bijdrage voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Mentaliteit en milieu spelen daarbij een rol. Chambers bedoelt met mentaliteit het geheel van verstandelijke houdingen waarmee we door het leven gaan, milieu vat hij alleen in fysieke zin op, hoewel het sociale milieu mij nog belangrijker lijkt. De leeservaringen worden, liefst van jongs af aan opgeslagen in een leesdagboek, zodat men zelf kan zien hoe men zich ontwikkelt.

Het tweede deel van Leespraat gaat over de inhoud, over het reageren op een boek, de manier waarop we samen over boeken (of films, denk ik erbij) kunnen praten. Chambers onderscheidt drie manieren om iets over boeken te delen: van het enthousiasme over het boek, van de moeilijkheden erin en van patronen die we ontdekt hebben. Op grond hiervan komt Chambers tot vier basisvragen:
Wat vond je mooi, leuk of goed aan dit boek?
Wat vond je niet leuk (mooi of goed)?
Wat vond je moeilijk of onduidelijk?
Zag je een patroon of bepaalde verbanden?

Chambers vindt de laatste twee vragen het belangrijkst. Door te inventariseren wat er duidelijk is, wat de kinderen samen allemaal weten, stuit men vanzelf op onduidelijkheden en patronen. 'Dat wat ieder van ons heeft opgemerkt, gevoeld en begrepen is het basismateriaal waaruit betekenissen worden geconstrueerd die voorheen niet bekend waren en niemand in zijn eentje had kunnen vinden.'
Een open vraag om iets over de leeservaring te vertellen is beter dan de waarom vraag, want die brengt het kind in de verdediging. ‘Vertel eens,’ leidt tot meer gespreksmogelijkheden.       
Linguïstische aspecten of metafysische constructies zijn net zo belangrijk als de inhoud. Sommige boeken zijn geschikter voor een gesprek dan anderen. De begeleidende volwassene dient niet alles op te willen lossen, maar zich terughoudend op te stellen. Door de vraag ‘Hoe weet je dat?’ kan men achterhalen waar kennis over het gelezene vandaan komt.

In Leespraat zijn de twee, in 2002, verschenen uitgaven De leesomgeving en Vertel eens opgenomen. In het boek, vertaald door Joke Linders, worden ook Nederlandse voorbeelden gebruikt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen