Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 19 maart 2013

VPRO-Boeken in de Boekenweek, 17 maart 2013



Ter gelegenheid van de 78ste Boekenweek praat Wim Brands met Kees van Kooten (1941), schrijver van het boekenweekgeschenk De verrekijker (dat ik gisteren besprak) en met Nelleke Noordervliet (1945), schrijfster van het Boekenweekessay De leeuw in zijn hemd.  

Thema dit jaar is Gouden tijden, zwarte bladzijden over de bewogen en roemruchte vaderlandse geschiedenis. Van Kooten ging op zoek naar de herkomst van zijn vaders verrekijker die mogelijk oorlogsbuit was, Noordervliet behandelt de collectieve houding ten opzichte van het verleden.

Brands vraagt zijn gasten naar hun eerste herinneringen. Noordervliet woonde met haar moeder in bij haar oma en herinnert zich nog het getrappel van hoeven op straat van het vee dat naar het abattoir ging. Van Kooten hoort nog de rammelende schuifdeuren op het moment dat er een V2 neerviel en ziet nog de geweren bij de trap staan van Duitse soldaten die door zijn moeder op de soep werden uitgenodigd.

Brands wil het vooral hebben over de oorlog en de jaren vijftig. Volgens Noordervliet kan de oorlog ook tot kleine gebeurtenissen worden teruggebracht. Het kleine verzet zoals het meenemen van meelresten dat haar vader deed. Van Kooten toont het mobilisatiedagboek van zijn vader, die toen de mooiste tijd van zijn leven had. In een notitie die achterin De verrekijker is opgenomen, schrijft zijn vader dat er op 22 mei 1940 een order kwam van de Führer dat de helft van de krijgsgevangenen naar huis mocht. ‘Ziezoo kind, hier zijn we, dat had je tien dagen geleden ook niet gedacht hè?’ Het kind in deze zin is moeder de vrouw.
Noordervliet bewondert vader Cornelis die zo mooi schreef. Kees is trots op hem.

Brands (1959) kan zich niet voorstellen dat iemand de oorlog de mooiste tijd van zijn leven noemt, maar Noordervliet is het daarmee niet eens. Men schreef geschiedenis, er gebeurde iets. Van Kooten noemt de kameraadschap die zijn vader Cornelis ontmoette. Diens vader, de opa van Kees, was machinist op de grote vaart. Cornelis miste een vaderfiguur die hij in de figuur van een kapitein in het leger vond. De fascinatie van Cornelis voor de oorlog is gebleven terwijl de moeder van Kees daar weinig van moest hebben, zoals Van Kooten ook in De verrekijker schrijft. Omdat zijn vader anderen daarmee niet lastig viel, wist Kees er zelf niet zo gek veel van. Nelleke vertelt dat haar vader broederdienst had maar dat zijn broers wel altijd over de oorlog spraken.  
  
Brands komt met de verrekijker op de proppen die in het boekenweekgeschenk een belangrijke rol speelt. Zo’n verrekijker was in die tijd een kostbaar bezit en werd volgens Van Kooten op vrije dagen gebruikt tot vermaak, want dat moest je nog zelf organiseren. Noordervliet herinnert zich uit die jaren de autopyjama van iemand uit de straat die tijdens weekenden uitging als het gezin uitstapjes met de auto maakte, zoals in het voorjaar naar de bollen en dan terugkwam met een bloemenslinger op de motorkap. Zij wel, dacht Nelleke dan.

Brands signaleert heimwee naar de jaren vijftig. Van Kooten ontkent dat, hoewel hem wel eens nostalgie verweten wordt. Noordervliet valt hem bij. Ze moet zich wel eens wapenen om het verleden naar boven te halen, maar dat is dan om te laten zien hoe sterk alles veranderd is. Men verbazing kijkt ze terug naar een wereld die verloren is gegaan. Van Kooten is gehecht aan spullen uit die tijd, zoals het postzegelalbum. Nooit meer zag hij zulke kleurschakeringen, zegt hij serieus. Noordervliet denkt dat de jaren vijftig zoveel indruk op hen maakte omdat ze in die tijd alles voor het eerst beleefden. Van Kooten begint over de voorpret die hij had als nieuwe foto’s ontwikkeld waren.

Brands vraagt of de tijd voor hem te snel is gegaan.
Van Kooten bevestigt dit min of meer door te zeggen dat hij niet weet waar hij zijn boeken kwijt moet, maar wil toch niet terug naar die oude tijd. Hij kan die zo weer terughalen als hij wil. Noordervliet zegt dat haar vader twee boeken had, één van Andersen en een wereldatlas. Van Kooten merkt op dat er tegenwoordig veel meer geschreven wordt. Noordervliet haakt daar op in met de opmerking dat schrijvers vroeger een eerbaar beroep hadden.

Toch is de nostalgie nooit ver weg. Al gauw hebben Kees en Nelleke het over soep met balletjes en de tune van het radioprogramma Avro’s sportrevue. Ze sluiten daar ook zingend mee af.
    

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen