Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 13 april 2013

Benali boekt Boven is het stil, NTR, 7 april 2013



Het is vakantie waar geen sloten zijn

Abdelkader Benali omschrijft Boven is het stil (2006), de debuutroman van Gerbrand Bakker, als een moderne klassieker die ingaat op het leven op het Nederlandse platteland. Boerenzoon Helmer wordt geacht het bedrijf van zijn vader over te nemen, maar brengt zijn vader naar boven, zoals de eerste cryptische, maar betekenisvolle zin luidt. ‘Ik heb vader naar boven gedaan.’ Dat was ook meteen de eerste zin die er stond, zegt Gerbrand. In de uitzending verbaast hij zich over lezers die denken dat het verhaal in de jaren vijftig speelt. Ook nu nog zijn er veel oudere boeren die het zelf moeten rooien op hun boerderijen.

Bakker schreef het boek in een half jaar. Dat ging gemakkelijk. Hij raadt iedereen aan een boek te schrijven. Neem twee personen en de rest komt vanzelf, zegt hij. Iedere dag kwam er iets bij. De vader en zoon hadden buren. Hup, daar was een buurvrouw. Tijdens het schrijven draaide hij muziek van Arvo Pärt. Die roept spanning op die blijft hangen, net als in Boven is het stil.

Het manuscript, toen nog Henk geheten, lag lang op de plank. Geen uitgever wilde het hebben. Bakker besloot moedeloos dan maar tuinman te worden, dan kon hij in ieder geval altijd ergens zijn geld mee verdienen. Andrea Kluitmann en Michiel Nijenhuis
vonden dat het boek een publiek verdiende en schreven uitgeverijen aan. Ze kregen veel afwijzingen, zelfs van Laurens Ubbink van Augustus die drie kantjes erover schreef, al was dat voor Bakker het bewijs dat hij een boek had geschreven,
Eind 2005 las Oek de  Jong het in opdracht van Cossee. Hij vond het goed, op de titel na. Alfred Schaffer, de nieuwe redacteur van Cossee, bedacht de nieuwe titel en hoofdstuk 35 werd geschrapt omdat de seks erg expliciet was en niet paste in het boek. Bakker wil het fragment niet voorlezen en ook Benali niet nadat hij het bekeken heeft. Daarna ging het snel met het boek. Om de paar weken was er publiciteit. Het kreeg de Gouden Ezelsoor, een nominatie voor de Libris, Bakker kwam in Pauw en Witteman. Zijn ouders waren niet trots, want dat is met je neus in de lucht, maar ze waren wel blij voor hem. Het boek,vertaalt als The twin, kreeg in 2010 de International Impac Dublin Award.

Bakker groeide op in Wieringerwaard. Samen met Benali voert hij de koeien in de stal. Hij houdt van het geluid van de grazende beesten. Er is nog een foto van hem met een net geboren, nog nat kalfje. Een stal is rustgevend, vooral op een winteravond. Veilig en warm. Ook Helmer zoekt die veiligheid. Hij heeft nooit iets anders gekend. Het gevoel dat je nodig bent, als is het voor een beest. Met Benali staat hij bij een windmolentje midden in de polder. Hij vindt het mooi, zo’n kunstwerk in de weilanden. Benali begint erover dat Helmer en Henk hier spelen, totdat Henk bij een verkeersongeluk om het leven komt. In werkelijkheid verdronk de tweejarige Ariën in een sloot, terwijl Gerbrand in het zwembad was. Als zevenjarige wist hij wat er gebeurd was, maar hij kon er geen handen en voeten aan geven. Zijn ouders voelen nog het verdriet. Ze denken dat Gerbrand het heeft meegedragen. Ook in Perenbomen bloeien wit spreekt hij erover. Hijzelf voelt zich er nog schuldig over. Tijdens de herdenkingsdienst voor Jan Wolkers herinnerde hij zich dat Wolkers zijn werk maakte voor een kind van hem dat jong stierf. Ook Bakker is schrijver geworden door de dood van zijn jongere broertje.  

‘Ik ben alleen,' luidt de laatste zin en die is niet negatief bedoeld. Helmer is dan in Denemarken en komt daar los van zijn verleden. Samen met Benali gaat Bakker naar de klif vanwaar Helmer uitkeek op zee. Voor Bakker is het overal vakantie waar geen sloten zijn.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen