Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 28 april 2014

Boudewijn Smits over Loe de Jong (1914-2005), croniqueur van de bezetting, VPRO-Boeken, 27 april 2014



Een telefoonboek over de Tweede Wereldoorlog

Loe de Jong is bekend van zijn twaalfdelige serie Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog dat in veel boekenkasten stijf in het gelid stond. Hij deed voor dit werk dertien jaar onderzoek en er schreef twintig jaar aan. Hij maakte daarvoor ook het televisieprogramma De bezetting waarin hij tussen 1960 en 1965 Nederlanders informeerde over de oorlog die pas voorbij was.

Afgelopen donderdag promoveerde historicus Boudewijn Smits op de biografie Loe de Jong (1914-2005), croniqueur van de bezetting. Smits begon eraan in 2005, werkte er als aio vier jaar lang aan en daarna nog vier jaar in combinatie met het docentschap aan de RU in Groningen.
Tijdens zijn onderzoek had hij geen gebrek aan bronnen. In het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, het Niod, lag ook een persoonlijk archief met briefwisselingen van De Jong. Nadat hij honderdtien personen gesproken had wist Smits genoeg om een biografie te kunnen schrijven.

Smits kreeg de opdracht na een advertentie in de krant. Hij kende De Jong alleen als joods historicus en als iemand verbonden met het Niod. Als uitgever wilde hij zich meer met de inhoud bezighouden. Hij vond De Jong een intrigerende man, die naast wetenschapper ook een mediafiguur was die met veel gezag over zijn onderwerp sprak.

Wim Brands noemt Ben Sijes en Jacques Presser als joodse collega’s van De Jong bij het Niod die allen uit de kring van de diamantwerkers kwamen.
Smits zegt dat Abel Herzberg hen al voorging. De vader van De Jong had na het inzakken van de markt voor diamanten een melkzaak aan de Amstelkade, waarin hij in de jaren twintig en dertig zowel joden (op zondag) als christenen (op zaterdag) bediende. Sijes was een vaderfiguur die hem hielp zijn morele standpunten in te nemen. 

Brands toont een fragment van een interview dat Henk Hofland in 1993 met De Jong voerde waarin hij openhartig was over zijn eenzame leven. Hij sprak daarover niet, ook niet met zijn tweelingbroer Sally, die aan het eind van de oorlog in een concentratiekamp om het leven kwam. Loe vond de band tussen hen maar hinderlijk.
Smits vertelt dat De Jong, na zijn vlucht naar Engeland waar hij voor Radio Oranje werkte, in psycho-analyse ging om de haat liefde verhouding met Sally en het verlies van hem en andere vermoorde familieleden te verwerken. Een schuldloze schuld, noemt Smits het, uitmondend in gestolde rouw, die hij in zijn werk sublimeerde. Loe portretteerde zich ook nooit als dappere man, maar deed zijn deel van de strijd achter de microfoon. Volgens Smits psychologiseerde De Jong zijn verleden op basis van zijn psycho-analyse in de jaren 1950 - 1952.

Het volgende fragment - in zwart wit - is van De bezetting waar veel Nederlanders in de jaren zestig vaak samen naar keken. De Jong sprak, afgewisseld met beelden, met veel gemak een uur lang over de oorlog. VN journalist Jan Rogier bekritiseerde de zwart wit benadering in goed en fout. Volgens Smits wist De Jong wel van de grijze gebieden, maar zag hij het als zijn persoonlijke taak het onrecht aan de kaak te stellen en op te komen voor democratie en vrijheid. Hij noemt De Jong dan ook een patriottisch geschiedschrijver, die het volk een spiegel wilde voorhouden over het gewenste morele gedrag, iets dat een lastig probleem vormt voor een biograaf.

In het laatste fragment spreekt Ischa Meijer zich, eveneens in 1993, uit over de rol van De Jong als intermediair tussen de joden en andere Nederlanders. In zijn werk beschreef hij vooral de geschiedenis van de joden.
Smits geeft Meijer gelijk. Die had als overlevende van een concentratiekamp recht van spreken. De Jong zou als geassimileerde jood echter geen nadruk willen leggen op het joodse volk.

Tenslotte kwalificeert hij het werk van De Jong, soms een telefoonboek van de Tweede Wereldoorlog genoemd, als een cultureel monument, dat vooral vanwege het gedetailleerde karakter van uitzonderlijke waarde is.  

Kleindochter Simonka de Jong is in de documentaire Het zwijgen van Lou de Jong heel wat kritischer over haar opa, toen dus nog Lou genoemd. Hier mijn bespreking daarvan onder de titel De ontmaskeraar ontmaskerd.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen