Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 25 april 2014

Boudewijn van Houten over Tegengif, VPRO-Boeken, 20 april 2014



Een schrijver die door gaat waar anderen ophouden

Wim Brands heeft Boudewijn van Houten niet alleen uitgenodigd vanwege Tegengif dat stukken bevat die hij tussen november 2012 en september 2013 voor De Dagelijkse Standaard schreef, maar vooral vanwege zijn omvangrijke en openhartige oeuvre, dat voor een groot deel in Nederland onbekend is en dat uiteenlopende onderwerpen bevat zoals het corps, de oplichting van de PTT, het foute verleden van zijn vader en erotiek.
Van Houten wijt dit aan het feit dat veel van zijn werk door Vlaamse uitgeverijen is uitgebracht. Hij woont zelf op dit moment in Wallonië.

Brands haalt het stuk Eenvoud eruit, dat kort na de Tweede Wereldoorlog speelt en dat ging over de vlucht van het gezin naar Berlijn. Boudewijn was vijf jaar oud. Brands vraagt wanneer het tot hem doordrong dat zijn vader fout was.
Van Houten was er niet mee bezig, vond het een vervelende geschiedenis. Op zijn achttiende maakte hij zich los van het gezin en pas veel later ging hij door vrienden over het verleden lezen en verdiepte hij zich in zijn vader die hij in weerwil van het politieke beeld een zachtaardig man noemt. Zijn moeder was ook fout. Van de reis naar Berlijn herinnert hij zich weinig meer, wel van de terugweg. Zijn knappe moeder met haar twee kinderen werd graag geholpen op de stations, ook door militairen. Ze vertelde hem later dat ze zich wel eens afvroeg wie van zou achterlaten, zijn zusje of hij, als het haar teveel werd, met alle bagage erbij. Ze had besloten dat hij dat zou zijn omdat hij nogal onbekommerd was, anders dan zijn zusje een lachebekje dat er wel doorheen zou komen.  

Brands refereert aan de ongelukkige jeugd van Boudewijn.
Die speelde zich af van zijn zevende tot zijn zeventiende en dat kwam vooral door zijn tirannieke moeder die hem aankleedde in potsierlijke kleren, zoals een rijbroek, vrouwenlaarzen en een muts, hoewel hij meteen toegeeft dat hij misschien zelf ook niet zo goed was in contact maken. De periode duurde tien jaar lang, tot hij naar het gymnasium in Zutphen ging, dat krijg je zelfs voor een moord niet, zegt Van Houten.
Brands vindt die uitspraak typisch een zin voor hem.
Van Houten hecht aan stijl. Men moet wel om zich te onderscheiden. Alles is al beschreven, daarom gaat het om de vorm. Zijn ideale vorm is het aforisme. Rond zijn zeventiende ontdekte hij de kracht van de literatuur. Hij kwam, omdat de afstand tot zijn woonplaats te groot was, in huis bij een rechter in Zutphen, die hem introduceerde in de literatuur.

Brands vraagt of hij wroeging had over de oplichting van de PTT samen met Theo Kars, maar dat is niet het geval. Het was vakwerk om postwissels te vervalsen en een genoegen. Zijn slechte geweten is iets van de laatste twintig jaar en betreft zijn houding ten opzichte van mensen van wie hij soms profiteerde. Hij wil nog een boek schrijven over schaamte, dat haaks staat op de schaamteloosheid tijdens zijn schrijven. Over zijn ontboezemingen heeft hij geen schaamte, ook niet over de erotische. Een schrijver dient verder te gaan waar een ander ophoudt. Het is ook belangrijk om jezelf bloot te geven als je meer van jezelf wilt begrijpen.

Brands vraagt hem wat hij op zijn 74-ste meer begrepen heeft dan vroeger.
Van Houten zegt dat dit niet zoveel is. Af en toe komt er een nieuwe gedachte op. Hij houdt van denken, niet van de traditionele filosofie maar van zijn eigen opwellingen. Denken dient vooral de zelfhandhaving, zegt hij. Dat is op zichzelf een treurige gedachte waar hij toch vrolijk onder blijft.  

Aan het eind van dit heel aardige gesprek toont Brands het onlangs uitgegeven boek Pijlen van verlangen dat Van Houten onder pseudoniem schreef en dat goede kritieken kreeg. Hier op de site van Tzum een filmpje waarop Brands het boek looft.

Hier mijn verslag van het gesprek dat Wim Brands eerder had met Theo Kars, die samen met Boudewijn van Houten de PTT oplichtte en daarover in zijn memoires schrijft. Hier nog een mooie recensie van Chrétien Breukers over Tegengif in De Dagelijkse Standaard.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen