Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 5 april 2014

Sound of torture (2013), documentaire van Keren Shayo



The whole world is watching

Het geluid van marteling is hoorbaar op de mobiele telefoon van Meron Estefanos (zie foto). Ze komt uit het dictatoriale Eritrea en woont inmiddels in Zweden. In Stockholm verzorgt ze een wekelijks radioprogramma Voices of Eritreans, waarin ze contact zoekt met gevluchte landgenoten die in de Sinaï woestijn door bedoeïnen gemarteld worden. Ze krijgen van de kidnappers een mobiel waarmee ze contact moeten leggen met het thuisfront, dat een losgeld moet betalen om hen vrij te kopen. Ze bellen ook met Meron voor hulp, vaak op indringende wijze omdat ze zwaar gemarteld worden. Een man belt dat twee anderen doodgemarteld zijn en dat hij vreest dat hij de volgende is.

Een van de casi in Sound of torture gaat over Hariti, de vrouw van Amaniel die al in Tel Aviv woont. Ze wordt onophoudelijk verkracht door de gedrogeerde bedoeïnen en ook zwaar gemarteld. Amaniel probeert de dertig duizend dollar bij elkaar te brengen die men als losgeld vraagt, maar heeft nog slechts tien duizend dollar bij elkaar. Hariti is wanhopig, net als Amaniel.

Timnit, de negentien jarige zus van Dessala is op haar tocht met een grote groep vanuit Eritrea bij de grens met Israel beschoten door het Egyptische leger. Dessala belt met Meron die denkt dat ze wellicht omgekomen is. Meron wil een eind maken aan deze tragedie. Het is onvoorstelbaar dat men in Zweden voor dierenmishandeling in de cel komt en dat dit soort excessen tegen vluchtelingen gewoon kunnen bestaan. Dessala bezoekt kerkhoven bij de grens waar vluchtelingen, die infiltranten genoemd worden, begraven liggen.  

Op het moment dat Amaniel het geld bijeen heeft gekregen met hulp van de kerk, belt hij met de kidnapper. Of die het geld in dollars of sjekels wil. Tijdens een openbare vergadering van gevluchte Eritreërs in een park in Tel Aviv bespreekt men de mogelijkheid om, vanwege het toenemend aantal ontvoeringen en een steeds hogere losprijs, niet meer te betalen, maar dat is geen optie. Ook Meron zit ermee. Ze reist naar Tel Aviv om te praten met de vrijgekochte landgenoten die daar als daklozen leven. De ontmoetingen zijn ontroerend. Ze heeft de personen nooit gezien maar kent wel hun namen. Sommigen hebben zware brandwonden op de rug. Een man is depressief. Speciaal is de ontmoeting met Semhar die de eerste was met wie ze contact legde. De jonge vrouw is zwaar getraumatiseerd maar het contact met Meron die als een grote zus voor haar is, is hartverwarmend.

Meron trekt de Sinaï in om contact te leggen met goede bedoeïen. Daartoe trekt ze een nikaab over haar hoofd. Ze moet lachen omdat ze haar mond niet kan vinden als ze water wil drinken. In Rafah kijkt ze uit op de gebouwen waar de vluchtelingen gemarteld worden. Een inwoner zegt dat de overvallers paria’s zijn. Ze laat een radiogesprek horen met een overvaller maar de man herkent naam noch stem, of zegt die niet te herkennen.

In een Egyptische gevangenis waar Meron op zoek gaat naar Timnit, ontmoet ze een veertien jarige jongen die in Soedan werd ontvoerd, voor de bedoeïen lijken moest begraven en daar wordt vastgehouden tot hij wordt teruggestuurd. Meron zegt dat ze alles in het werk zal stellen om dat te voorkomen. Een mensenrechtenwerker toont afschuwelijke foto’s van gemartelde lijken. Hij meent Tinmit herkend te hebben en zoekt haar foto op. Meron kan er niet naar kijken. In Cairo belt ze Dessala, die blij is met de zekerheid. In Tel Aviv hoort ze dat Hariti is teruggestuurd naar Eritrea. Amaniel riskeert de doodstraf als hij terugkeert.

De vraag is waarom niemand iets doet aan deze mensonterende toestanden. Ook de Egyptische legerleider Sisi niet, die toch zegt orde op zaken te stellen. Kom op, wereld, kijk niet weg. 

Hier de trailer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen