Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 1 oktober 2014

Kader Abdolah over Papagaai vloog over de IJssel, VPRO-Boeken, 28 september 2014



Iraanse schrijver streelt het eergevoel van de Nederlanders

Wim Brands memoreert plaatsjes langs de IJssel als Zalk waar immigranten op Nederlandse benen leerden staan. Hij las onlangs een nieuw verhaal van Kader Abdolah dat zo in diens roman Papagaai vloog over de IJssel had gepast, namelijk over een bezoek van een stel Iraniërs die heel graag de Nederlandse polder wilden zien.
Abdolah nam hen meteen vanaf Schiphol mee naar een laagland onder de zeespiegel. Zijn gasten liepen verrukt rond en raapten grond op die eerder tot de zeebodem behoorde.

Brands herinnert zich ok nog een ander verhaal over de gelovige moeder van Abdolah die bij hem op bezoek kwam en vriendschap sloot met Abdolah’s homoseksuele buurman René.
De moeder wilde graag weten waar Mekka lag en het kompas van René bood uitkomst.
In diens auto trokken ze door Nederland.
Abdolah vertelt dat dit het begin was van zijn boek over zijn vijf en twintig jarig bestaan in Nederland.

Brands herkent in deze verhalen de toon van het boek over het leven van vluchtelingen die opnieuw hun leven moesten vormgeven en daarin slaagden met de hulp van Nederlanders. Er komt overigens ook een kolonel in voor die, gewend aan de uitgestrekte woestijn, met zijn auto de IJssel inrijdt.
Abdolah kende vier buitenlandse gezinnen bij hem in de buurt uit vier verschillende landen.
Zij werden, anders dan de media voortdurend voorspiegelen, met hun inburgering zeer goed geholpen door vriendelijke Nederlanders. De kolonel, een 55-jarige man uit Syrië, die zonder rijbewijs de weg op ging, was een van hen.

Brands neemt een andere persoon uit het boek, Pari, een vrouw die voor een krant gaat schrijven.
Abdolah zegt dat ze geen idee had wat haar te wachten stond. Ze ging bij haar man weg en kreeg een Nederlandse man.

Brands vindt dat Abdolah een hoopvoller beeld schetst dan we gewoonlijk voorgeschoteld krijgen.
Abdolah vindt de Nederlanders dan ook beter dan Scandinaviërs die buitenlanders afwijzen en afstand van hen houden. Het nieuws gaat altijd over negatieve gevallen, niet over de alledaagse gevallen waarin de integratie goed verloopt. Om de veranderingen in de loop van de Nederlandse geschiedenis vast te leggen portretteerde Abdolah gezinnen die in de dorpen langs de IJssel wonen. Hij geeft toe dat het samenleven met de nieuwkomers niet altijd een feest was, maar dat er aan de IJssel nieuw leven tot stand kwam met alle ups en downs die daar bij horen. Hij vond het zelfs een plicht om hier een roman van te maken. Zijn bijdrage aan de moderne Nederlandse literatuur gaat niet alleen over de vluchtelingen, maar meer nog over de laatste kwart eeuw van de Nederlandse geschiedenis.

Het is nogal gezwollen taal die Abdolah bezigt. Hij is misschien nooit in de oude wijken van Rotterdam geweest, waar problemen zich opstapelden. Daaenboven  waren Iraniërs natuurlijk al behoorlijk verwesterd door de periode van de sjah. Brands had wel wat meer tegengas mogen geven. Tegelijk vraag ik me af waarom hij niet wat aansprekender gasten uitnodigt. Er gebeurt genoeg in de literatuur om wat kieskeuriger te zijn. Jaap Goedegebuure was in Trouw van afgelopen zaterdag niet erg te spreken over deze roman. Hij eindigt als volgt: ‘In deze op Nederland betrokken roman leidt de al dan niet voorgewende naïviteit tot een zekere vlakheid en eendimensionaliteit. Daar zijn die 440 pagina’s op den duur niet goed tegen bestand.’




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen