Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 23 oktober 2014

Mark Schaevers over Orgelman, VPRO-Boeken, 19 oktober 2014



De Belgische Anne Frank legde de gruwel van de oorlog in schilderijen vast

De Vlaamse journalist en schrijver Mark Schaevers schreef Orgelman over het schildersleven van de Duitse schilder Felix Nussbaum, die een groot deel van de oorlog ondergedoken zat in Brussel en daar de gruwelen van de oorlog schilderde. Dit werk is na de oorlog teruggevonden.

De druk pratende Schaevers, die, zoals hij zegt, dubbel probeert te leven, kwam op het spoor van zijn onderwerp omdat hij eerder schreef over Duitse auteurs die in exil verkeerden zoals Joseph Roth en Stefan Zweig en daardoor in 2001 schilderijen van Nussbaum zag die hij meteen vergeleek met het dagboek van Anne Frank. Helaas is het huis waar Nussbaum die schilderijen maakte afgebroken. De Brusselse overheid had geen idee wie ze in hun gemeente huisvestte. De vierhonderd werken belandden in Osnabrück, vier ervan hangen in het Joods Museum in Brussel.  

Wim Brands zegt dat de vergelijking tussen Anne Frank en Nussbaum opgaat tot in Auschwitz.
Schaevers vertelt dat in 1940 alle joden in België waaronder Nussbaum werden opgepakt en naar een kamp in Frankrijk gestuurd. Zoals Primo Levi een beeld schetste van het concentratiekamp in Is dit een mens?, zo schilderde Nussbaum deze ontluisterende werkelijkheid. Het moet een slag voor hem geweest zijn om in Auschwitz aan te komen en al te weten wat hij daar zou aantreffen en wat hem te wachten stond. In zijn verbeelding had hij de ontmenselijking al geregistreerd.

Brands vraagt wat Nussbaum bezielde om later, ondergedoken in Brussel, de ellende te blijven schilderen.
Schaevers zegt dat hij erdoor bezield werd. In 1931 was zijn werk al een sensatie in de New York Times, maar de bejubelde viel in een zwart gat. Hij werd een orgelman zonder echo. Kunst is een afspraak tussen kunstenaar en publiek, doceert Schaevers en die viel in duigen.

Brands moet denken aan een schrijver die, gevraagd of hij zou doorschrijven op een onbewoond eiland, dit bevestigde, hoewel het onwaarschijnlijk zou zijn dat hij dit zou doen, maar Nussbaum was wel zo iemand.
Schaevers antwoordt dat diens oorlogsdoeken een onvergetelijke blik werpen op de achtervolgde die men niet meer loslaat. In die zin is er sprake van een overlevering. De exil kunstenaars maakten hun kunst in extreme omstandigheden. Stefan Zweig schreef in New York dat zijn concentratie daar gewond was. Nussbaum schilderde met de gekwetstheid van de onderduiker. De schotwond in zijn hart wist hij op het doek over te brengen.  

Brands onderschrijft dat hij met zijn salto mortale toch nog iets wist te doen.
Volgens Schaevers schilderde Nussbaum de ondergang van de wereld. Hij putte hoop uit het feit dat de kunst zou overleven en voegde zelfs een komische noot toe, zoals een partituur in een hoekje van een doek, dat door een suppoost in Osnabrück werd herkend als The Lambeth Walk uit de Roaring Thirthies en door hem meegezongen.

Brands moet denken aan een man die een gesprek voert en dan door de telefoon te horen krijgt dat hij niet lang meer te leven heeft, maar vervolgens het gesprek hervat alsof er niets aan de hand is. Hij vraagt nogmaals wat Nussbaum toch gedreven heeft.   
Schaevers meent dat het levensdrift is.
Met de dood in de ogen, voegt Brands daar aan toe.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen