Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 9 oktober 2014

Recensie: Vlucht zonder einde (2014), Joseph Roth





De lotgevallen van een overtollig mens

Een romanschrijver schrijft vaak hetzelfde boek en voor Joseph Roth gaat dat zeker op. Het verlies van het Habsburgse ofwel Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk was zo dramatisch dat hij daar nooit overheen gekomen is. Ook in Vlucht zonder einde (oorspronkelijk uitgegeven in 1927) is de hoofdpersoon weer dolende, tot hij eindigt in Parijs, de stad met de vermolmde huizen. ‘Hier was volgens hem zijn plaats en zijn ondergang. Hij leefde van de geur van verrotting en voedde zich met molm, hij ademde het stof in van de in verval rakende huizen en luisterde verrukt naar het gezang van de houtwormen.’

De verhalen met steeds dezelfde tragiek blijven zeer de moeite waard want de manier waarop Joseph Roth over zichzelf en de wereld schrijft bezit eeuwigheidswaarde. Hij wijst ons erop dat we dolende zielen zijn. Zelfs al hebben we onze zaakjes schijnbaar goed voor elkaar, we blijven schimmen. Dit geldt zeker voor de hoofdpersoon Franz Tunda uit Vlucht zonder einde als hij de hypocriete stedelingen uit Parijs bekijkt bij het herdenkingsmonument voor de gevallen soldaten uit de Eerste Wereldoorlog onder de Arc de Triomphe: ‘Soms had Tunda het idee dat hijzelf daarbeneden lag, dat wij allen daarbeneden lagen die uit een vaderland vertrokken, sneuvelden, begraven werden of terugkeerden – want het is om het even of we begraven of gezond zijn. Wij zijn vreemden in deze wereld, wij komen uit het schimmenrijk.’

Franz Tunda woonde in het Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk en ging in dienst van de keizer de Eerste Wereldoorlog in. In het begin van de roman is hij in Siberië terechtgekomen bij een man die hem heeft aangenomen als zijn broer. Omdat Tunda geen kranten leest weet hij pas een jaar later, in het voorjaar van 1919, dat de oorlog voorbij is. Hij wil meteen terug naar zijn verloofde, Irene, dochter van een potlodenfabrikant, maar zo snel gaat dat niet.

In de Kaukasus ontmoet hij de onstuimige Natasja, die anders dan Franz haar hoofd vol heeft van de Russische revolutie. Ze raakt verliefd op hem maar veracht zijn burgerlijkheid en de burgerlijke schrijvers: ‘Jullie schrijvers zijn blind of omgekocht, ze geloven in jullie architectuur, ze schrijven over gevoelens in plaats van over zaken, over het hart in plaats van over geld, ze beschrijven de kostbare schilderijen aan de muur en niet de rekeningen bij de bank.’
Hoewel Tunda zich verweert dat mensen zoals hij geen offers voor de revolutie brengen maar zelf de revolutie zijn, komt natuurlijk helemaal niet aan bij Natasja.

Hij treft het beter met de innemende Alja, het nichtje van een stompzinnige pottenbakker uit Bakoe, op wie hij verliefd wordt. Hij gaat echter aan de rol met een welgestelde Parisienne die met man en assistent Bakoe bezoekt. Later volgt hij haar weg, nadat hij in Wenen gehoord heeft dat Irene inmiddels getrouwd en ook in Parijs woont. Hij maakt eerst nog een tussenstop bij zijn broer George, een musicus die in Duitsland woont met Klara, die hij meer een kameraad dan een echtgenote vindt.

Omdat hij weet waar madame G. woont zoekt hij contact met haar, maar de toenadering slaat om in afstandelijkheid als G. een foto van Irene ziet. Wat te doen? Hoe aan geld te komen? De berooide Franz maar realiseert zich dat het heden sterker is dan het verleden en dat hij geen beroep meer kan doen op zijn vroegere status. ‘Tunda was iemand die uit een door aardbevingen verwoeste stad komt, en die door de argelozen wordt ontvangen alsof hij zojuist uit een op tijd binnengekomen trein is gestapt.’
Hij krijgt van een weldoener geen geld, maar wel een baantje aangeboden als taalleraar bij een gegoede jonge vrouw die de Duitse taal wil leren omdat ze naar Duitsland wil. Niet toevallig is zij de vriendin van Irene. Deze laatste herkent Franz zelfs niet meer als ze hem tegenkomt. Franz moet van zijn kant ook weinig meer hebben van vrouwen van haar slag. ‘Ze waren allemaal mooi. Ze bezaten een schoonheid van een soort. Het leek of hun Schepper een grote hoeveelheid schoonheid gelijkmatig over hen had verdeeld, maar niet genoeg om hen van elkaar te onderscheiden.’

De taal, zoals uit bovenstaande citaten mag blijken, is onopgesmukt en beeldend. ‘De raderen van de zet- en drukmachines begonnen te draaien, dat waren de molens van de revolutie,’ schrijft Roth, die zich ook vaak bedient van een ironische ondertoon. Terugkijkend op zijn tijd in Rusland schrijft hij dat hij daar in een vreemde spagaat zat, omdat hij steeds vreesde geobserveerd te worden: ‘Je bent onschuldig. Maar omdat je je best moet doen om onschuldig te lijken, merken de anderen dat je je best doet. Dan ben je bang dat ze misschien niet meer denken dat je onschuldig bent.’

Arnon Grunberg meldt in zijn Inleiding Op intieme voet met de ondergang dat Roth de tekst van de eerste persoon in de derde persoon heeft omgezet. Vandaar, zegt Grunberg, dat de dagboekaantekeningen van Tunda wat vreemd aandoen in het geheel. Al eerder echter in hoofdstuk VII van dit boek dat is opgebouwd op hoofdstukjes van zo’n twee à drie bladzijden, mengt Roth zich in het verhaal. Later noemt hij Tunda onbetrouwbaar vanwege zijn verlangen naar vrijheid. Roth is ook degene die Tunda helpt zijn teksten - Siberische verzinsels noemt Roth ze, uitgegeven te krijgen in Berlijn. 

Het gebeeldhouwde hoofd van Roth op de omslag zegt veel over diens doorleefdheid. Vlucht zonder einde leest niet echt soepel weg. Het gaat Roth minder om de anekdote als wel om de boodschap. Om verkeerde strevingen in het leven, zoals de culturele elite doet die samen klit en zich in haar gemakzucht en rijkdom wentelt. Het zijn deze indrukken die het sterkst blijven hangen. Joseph Roth is iemand die ons eraan herinnert als we verkeerde keuzen maken.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen