Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 27 februari 2015

Recensie: Teatro Olimpico (2014), Kees ’t Hart





Theatermakers laten zich met een kluitje in het riet sturen

De roman Teatro Olimpico kent een vrolijke titel en een nog vrolijker omslag, maar de inhoud, over een Haags toneelproject Rousseau dat de grenzen over gaat naar Italië, is een nogal treurige bedoening. De vooruitzichten die tijdens de voorstelling in Den Haag gemaakt worden, blijken voornamelijk op luchtspiegelingen te berusten. Het project wordt nog net afgeblazen maar de makers voelen zich na afloop bekocht. Kees ’ Hart doet verslag middels een roman.

De roman, zo wordt zoetjes aan duidelijk, is de verantwoording voor een commissie die de gemaakte kosten achteraf moet vergoeden, want de makers zijn blut. Er komen dan ook regelmatig verwijzingen naar voren over bijgevoegde foto’s, adressen, cassettebandjes en natuurlijk rekeningen. De lovende recensies moeten de geldschieter over de brug halen.

De makers van het project, Kees en zijn compagnon Hein, een conceptueel kunstenaar, hebben eerder de Stichting Rousseau opgericht en een voorstelling gemaakt die een bijzondere kijk op de filosoof geeft, een negatief van alles waar hij in de ogen van anderen voor staat en waar hij tenslotte beroemd mee is geworden. Volgens verteller Kees zou Rousseau zelf de eerste zijn om zijn betekenis te relativeren en zichzelf weg te cijferen als non persoon. Het stuk moest vooral geen existentietheater zijn. De heren gruwen van Beckett. Hun visie op een banale ahistorische Rousseau leidt echter tot veel onbegrip.

In Den Haag komt een delegatie uit Italië langs om de voorstelling te boeken voor het Rousseau festival dat in Vicenza gehouden zal worden, waarbij ook Umberto Eco aanwezig zal zijn. De makers laten zich leiden door het Zuid Europese enthousiasme. Het is een opsteker voor hun werk. Ze gaan zonder veel bedenkingen akkoord. Nessun problema wordt de slagzin van hun onderneming.

De roman valt grofwel in twee delen uiteen. Eerst horen we over de voorbereidingen voor de reis in Den Haag, daarna wordt de reis naar en het verblijf in Italië beschreven tot en met de uitvoering in Theatro Olimpico. Vooral het eerste deel staat bol van de namen van personen met wie de theatermakers te maken krijgen tijdens hun zoektocht naar een speler (liefst met een bleek gezicht), een regisseur en hun pogingen om geld los te krijgen voor het project. Cruciaal is dat de makers weinig assertiviteit bezitten om te zorgen dat gemaakte afspraken worden nageleefd. Taalproblemen en een gebrek aan begrip van de Italiaanse theaterwerkelijkheid zorgen voor een groot deel van de moeilijkheden. De heren hebben uit zuinigheidsoverwegingen geen producent aangesteld, maar staan zich erop voor dat ze, net als Rousseau beroepsamateurs zijn, waardoor ze zich met een kluitje het riet in laten sturen.

In het tweede deel komt er meer reuring in de zaak, al overheerst nog steeds de twijfel en de somberheid of de voorstelling wel op de planken kan worden gebracht volgens hun bedoelingen. Dit deel begint met een lijstje met personen die in het eerste deel genoemd zijn, vooral ook omdat de makers zelf af en toe door de bomen het bos niet meer zien. Herkenbaar zijn de problemen rond de huur van de vrachtauto, waarin het immense decor vervoerd moet worden. Het Teatro Olimpico geeft de makers aanvankelijk een behaaglijk gevoel van indifferenza.
Indifferenza. Ik moest me niet zo druk maken, alles kwam goed. Deze ruimte wilde niets. Geen isolement, geen evidenties, geen voorbeelden, geen beelden die aan de beelden voorafgingen, maar puur beeldverlangen.’
De kosten rijzen echter dusdanig de pan uit dat de vrouw van Kees, die thuis de administratie beheert, wellicht straks in hechtenis genomen wordt. Op het eind meldt ’t Hart dat hij drie keer in huilen is uitgebarsten. 

Ondanks de lange reeks van misverstanden leidt het avontuur niet tot voldoende droogkomische situaties zoals in de verhalenbundel Engelvisje en andere verhalen. De slapstick wordt teveel overschaduwd door de feiten. Voor de volledigheid meldt ’t Hart dat de hele constructie met uitzondering van het Theatro Olimpico op een verzinsel berust.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen