Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 6 maart 2015

Martin de Haan over 14 van Jean Echenoz, Letteren&cetera, 21 februari 2015



Vertaler Martin de Haan, in 2013 de winnaar van de Letterenfonds Vertaalprijs wordt in de bibliotheek van datzelfde Nederlandse Letterenfonds niet ondervraagd over zijn nieuwe vertaling van Onderwerping, de nieuwe roman van Michel Houellebecq, maar over 14 van Jean Echenoz (1947). Deze novelle met een lichte toon handelt over twee Franse broers die tijdens de Eerste Wereldoorlog onder de wapenen geroepen worden.

Interviewer Kenneth van Zijl vond het werk verslavend om te lezen, maar memoreert dat de auteur erg bescheiden is.
De Haan bevestigt dit. Echenoz leeft teruggetrokken. Hij won in 1999 de Prix Goncourt en is een gevestigd schrijver, Ik ben weg (niet meer leverbaar, rs) werd een kassucces, maar zelfs tijdens een bezoek op zijn huisadres was Echenoz nog zenuwachtig. Volgens De Haan past de bescheidenheid bij Echenoz. Met Houellebecq deelt hij zijn visie op de mens als aangekleed deel van de ruimte. De leegte verbindt hen.

Van Zijl wil graag een plaatsbepaling van Echenoz in de literatuur.
De Haan houdt niet zo erg van literatuuroverzichten, maar zegt wel dat Echenoz in de jaren zeventig voor een frisse wind zorgde in de Franse literatuur. Zijn verhaal verscheen bij Minuit waar ook Jean-Philippe Toussaint werd uitgegeven. Vertellen is, anders dan bij Toussaint, het belangrijkste stijlelement van Echenoz. Hij doet dit met afstand, vanaf de buitenkant. Ook in het boek over de laatste fase van het leven van Ravel, dat dan ook de buitenkant van een miniatuur heet. In 14 volgt men iemand die in de oorlog zit, maar men weet niet wat hem bezighoudt. De inhoud is simpel. Hoofdpersoon Anthime en zijn vrienden worden gemobiliseerd, sommigen sterven, anderen raken gewond, alles wordt op een nogal laconieke toon verteld, zoals ook blijkt uit een fragment uit de loopgraven, dat De Haan voorleest. Het gaat daarin over allerlei insecten die de soldaten teisteren, vooral de luizen zijn een gruwel, maar anders wel de dik gevreten ratten, die zich zelfs wagen aan hun schoenen of aan hun oogbollen als ze dood zijn. Details worden op een speelse manier beschreven. Ritmiek is belangrijk. Als vertaler was het moeilijk dit laatste over te brengen, omdat het Nederlands meer bijzinnen gebruikt, terwijl het Frans stukjes tekst gemakkelijker aan elkaar vast plakt, waardoor een lichtvoetig geheel ontstaat.

Van Zijl vraagt of De Haan overleg heeft gevoerd met de schrijver.
Dat is niet zo relevant, omdat Echenoz geen Nederlands kent, maar ze hebben het wel gehad over de punt komma. Echenoz gebruikte die geen enkele keer, terwijl De Haan die in zijn vertaling wel verschillende keren neerplantte en er in de Duitse vertaling nog veel meer staan.
Echenoz maakte daar geen bezwaar tegen. De Haan probeerde in het Nederlands af en toe wat woordjes in de zinnen te lassen om het geheel niet te zwaar te maken.

Van Zijl spreekt over een inhoud die zwaar is.
De Haan over geestigheden en opsommingen, waardoor de aandacht van de lezer gesplitst wordt.

Van Zijl zegt dat Echenoz niet psychologiseert, maar dat het ook geen strip is zonder plaatjes.
Dat laatste vindt De Haan niet eens zo’n slechte vergelijking. Echenoz laat alles aan de lezer over. Hij komt niet tussen de lezer en diens emotie.

Van Zijl vraagt waarom Echenoz terugkeert naar de Eerste Wereldoorlog, waar al zo veel over geschreven is.
De Haan zegt dat hij op een zolder een dagboek vond waar hij zich op baseerde. Na al zijn pastiches op spionage was hij het verzinnen beu.  

Hier een blog van Margot Dijkgraaf over Jean-Philippe Toussaint, hier een fragment uit 14 op het blog Hof/Haan van Rokus Hofstede en Martin de Haan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen