Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 28 maart 2015

Rogi Wieg over De engel en de duivel (2002), Humanistische Omroep



Een man die geleerd heeft om oprecht lief te hebben

De engel en de duivel is de titel van een indringende interview dat journaliste Sarah Verroen in 2002 met de door mij bewonderde schrijver Rogi Wieg (Delft, 1962) had. Ze spreekt daarin over zijn ziekte OCD, door Wieg een hormonale stoornis genoemd die de hersenfuncties aantast.

Wieg heeft een petscan gezien waarop de frontale kwab van de hersenen een hogere activiteit vertoonde, met een dwangneurose, de oude naam van Obssesieve Compulsieve Stoornis, tot gevolg. Het zorgde bij hem voor magische gedachten en gruwelbeelden. Hij dacht wat hij niet wil en had emoties die hem vreemd waren, maar uitte dat niet zoals patiënten met het syndroom van Touret dat wel doen. Hij leed onder wat hij dacht, zoals zijn idee dat hij de chef van de Volkskrant, bij wie hij een artikel inleverde, tegelijkertijd uitschold. Hij wist niet of hij dat gezegd had, keek om zich heen of men hem vreemd vond en probeerde er op een bedekte manier bij de chef achter te komen. Thuis gekomen zat het hem nog steeds niet lekker. Dus belde hij de man op, weer met de vraag of zijn artikel geplaatst zou worden. Als reden van zijn zorgen gaf hij spanning op.

Verroen vraagt hem of hij zichzelf niet voor gek verklaarde.
Wieg ontkent dat. Gekken hebben geen contact met de werkelijkheid. Hij was wel bang om gek te worden, maar kon zijn dwanggedachten stopzetten door bepaalde handelingen te verrichten. Op zijn achttiende ging hij in psychoanalyse. Hij lag vierenhalf jaar op de bank, maar de OCD bleef. Alleen gedragstherapie werkt volgens Wieg.
Hij kreeg ook last van depressies die gruwelijk waren en totaal afwijkend van wat hij eerder ervaren had. Hij voedde de twee kinderen van zijn vriendin op, maar die zette hem daardoor op straat. Wieg was daardoor opeens alle zekerheid kwijt, zwierf rond, voelde zich steeds leger en verdrietiger. Zijn spraak was vertraagd, hij was afgevallen en kon slecht tegen licht, ook nu tijdens het interview dat in het halfduister plaatsvindt. Hij verbleef een jaar in de psychiatrische afdeling van het Lucas ziekenhuis en kreeg daar elektroshocks met het doel om zijn depressies te vergeten, maar hij vergat heel wat meer. Hij vond het een vreselijke tijd te midden van andere zieken. Zijn vrouw was zwanger en hij suïcidaal. Een stem zei dat hij zijn leven moest beëindigen, maar hij vertrouwde die niet en nam de proef op de som. Door een val van een flat zou hij de mogelijkheid niet openhouden om zijn levensdrift terug te roepen. Door zijn polsen door te snijden hield hij een slag om de arm. Een poging om zichzelf op te hangen wist hij op het allerlaatste moment te verijdelen. Op het moment dat hij aan een touw bungelde zag hij zijn ouders voor zich die hij toch nog een keer wilde srpeken. Met de nodige schaafwonden wist hij zich uit de knoop te bevrijden.
Gesprekken helpen alleen als men niets heeft. In het andere geval heeft men farmaceutische middelen nodig. Hij begon daarna vanuit het niets ’s nachts te schilderen en werd daardoor een ander mens. Er is letterlijk een heel stuk van hem weggeslagen, ook herrineringen en zijn geloof, maar hij kan nu wel affectieve bindingen aangaan, die niet gebaseerd zijn op angst. Hij kan liefde voelen en is blij met elke stap die hij kan zetten. Hij vindt het doodsjammer voor zijn ouders dat zij hem zo niet hebben meegemaakt. Zijn vader was een God voor hem en had het beste met hem voor.

Tenslotte speelt en zingt Wieg een bluesnummer op de piano. Een veertig jarige man die geleerd heeft om oprecht lief te hebben.   

Eind januari 2015 interviewde Arjan Peters hem voor de Volkskrant, met het oog op een tentoonstelling van zijn schilderijen in Arti et Amicitiae. Joost Zwagerman blikte terug op hun vriendschap in Het Parool, zie hier. De foto van het schilderij van Rogi Wieg is afkomstig uit dit laatste artikel.
Hier meer over de Obsessieve Compulsieve Stoornis (OCD) op het forum daaromtrent.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen