Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 22 maart 2015

The man who shot beautiful women – Erwin Blumenfeld (2013), documentaire van Nick Watson



Modefotograaf zoekt een leven lang naar zijn identiteit met fraaie portretten tot gevolg

Erwin Blumenfeld (1897-1969) was in de jaren vijftig de beste modefotograaf ter wereld. Zijn foto’s sierden de omslag van Vogue. De wortels van het succes van deze Duitse jood lagen in de Europese schilderkunst en zijn sterke vernieuwingsdrang. Kunst en commercie stonden bij hem op gespannen voet, maar hij liet zich niet prostitueren. In de documentaire zijn behalve veel commentaren van vakgenoten, ook beelden van Blumenfeld zelf te zien, waaronder fragmenten van lezingen die hij hield.

Blumenfeld werd geboren in het levendige Berlijn van voor de Eerste Wereldoorlog. Zelf zegt hij dat het als een concentratiekamp voelde waarin hij zijn eerste lessen kreeg in de kunst van het sterven. Joden waren buitenstaanders, niet toegelaten in openbare functies maar wel rijk door de textielindustrie. De vader van Blumenfeld had een paraplufabriek. Het gezin maakte deel uit van de artistieke middenklasse. Seksuele nieuwsgierigheid leidde Blumenfeld naar de kunst. Op zijn tiende kreeg hij een camera van zijn oom, op zijn dertiende maakte hij een portret van zichzelf als Pierrot. In de Eerste Wereldoorlog bestuurde hij een ambulance en hield hij de administratie van een veldbordeel bij. Een bericht aan zijn moeder dat hij wilde deserteren, bereikte zijn nationalistische broer Heinz, die hem aangaf. Erwin werd vrijgesproken bij gebrek aan bewijs en naar het Franse front gestuurd waar hij een ijzeren kruis kreeg omdat hij zijn commandant een woordje Frans leerde. Na een geslaagde desertiepoging sloot hij zich aan bij avantgarde kunstenaars in Berlijn. Dadaïst George Grosz werd een goede vriend van hem. Blumenfeld experimenteerde met collages. Een contact met Lena, het nichtje van de Nederlandse kunstenaar Paul Citroen, leidde tot een huwelijk. Lena was geïnteresseerd in Freud en in literatuur. Dat schiep een band. Blumenfeld begon een lederwarenzaak aan de Kalverstraat. In 1922 kregen ze dochter Lisette die de muze van Blumenfeld werd. Nadat Blumenfeld boven de winkel een donkere kamer ontdekte, begon hij foto’s te maken, soms ook naakt, van zijn vrouwelijke klanten en exposeerde die in de etalage.
In zijn werk probeerde hij een diepere laag aan te boren. Hij zag de vrouw als een complex sociaal wezen. In 1939 ging de zaak failliet, maar zijn foto’s kregen bekendheid door Geneviève Rouault die haar portretten in de wachtkamer van haar vader, een tandarts in Parijs, ophing. Blumenfeld huurde daar een studio, wisselde werk uit met Matisse en publiceerde foto’s in een modetijdschrift. De Britse fotograaf Cecil Beaton was nieuwsgierig naar de man achter de foto’s en introduceerde hem bij Vogue.

Lena en hun drie kinderen kwamen ook naar Parijs, maar het verblijf was van korte duur, omdat Erwin en zijn achttienjarige dochter Lisette in kampen geïnterneerd werden. De andere gezinsleden bleven vrij vanwege hun Nederlandse paspoort. Van tevoren had Erwin zijn foto’s ondergebracht bij een Franse vrouw bij wie hij ze in 1947 weer ophaalde. Nadat de Vichy regering zich had overgegeven aan de Nazi’s, kwamen Blumenfeld en zijn dochter vrij. Zijn vader was mager, herinnert zoon Yorick zich. Ze vertrokken zo snel mogelijk naar New York, waar Blumenfeld een baan kreeg bij Harper’s Bazaar. Hij raakte bevriend met het model Carmen Dell’Orefice, die vertelt dat Blumenfeld als een schilder met licht werkte.

Als Duitse jood in New York legt hij het tijdsbeeld van na de Tweede Wereldoorlog vast dat vrijheid ademt, zichtbaar in de mode van vrouwen die het corset aflegden en hun lijf onder dunne jurken toonden. Blumenfeld is dan 44 jaar en voor het eerst beroepsfotograaf, wars van de bestaande ideeën hierover. Een omslag in Vogue met slechts een mond, een schoonheidspukkel en een oog trekt in de jaren vijftig de aandacht. Filmsterren, zangeressen en andere schoonheden lieten zich door hem vereeuwigen. Zijn standaardvraag Do you want to marry me? zorgde voor open gezichten. Blumenfeld keek onder de oppervlakte, waardoor zijn werk ook duister werd, zoals te zien is in een afbeelding hieronder van een vrouw als tijger.
Het psychologische portret legde volgens hem de werkelijkheid bloot. Dat gold vooral voor zijn zelfportretten, waarin hij de complexe relatie met zichzelf als model toonde. Hij volgde een levenslange zoektocht naar zijn identiteit, zegt de curator van het Joods museum in New York. Seksuele tweeslachtigheid speelde hem parten. Hij werd verliefd op Kathleen Barnett, beheerster van een fotostudio, maar die trouwde tenslotte met zijn zoon Henry, hetgeen wel eens tot moeilijke momenten leidde. Hoewel Lena toen nog een tolerante houding aannam, liet ze hem gaan toen hij op 65 jarige leeftijd de 22 jarige Zwitserse Marina Schinz ontmoette. Volgens zijn schoondochter schrok de ouderdom hem af en voelde hij vernieuwing door om te gaan met een jonge vrouw. De jaren zestig kon hij echter niet meer bijbenen. Door met zijn zwakke hart de Spaanse trappen op en neer te hollen in Rome veroorzaakte hij zelf zijn dood.

Eerdere ruzies in de familie zijn door de kleinkinderen beslecht, waardoor tentoonstellingen met zijn werk over de hele wereld te zien zijn.

Hier drie clips uit de BBC- documentaire, hier de openingsclip die begint met zijn dood in Rome op 4 juli 1969.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen