Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 2 maart 2015

Willem Otterspeer over De zanger van de wrok, VPRO-Boeken, 1 maart 2015



Rancune vreet zich een weg door het leven van de schrijver Hermans

Het tweede deel van de biografie over Willem Frederik Hermans (1921-1995) gaat over de periode van 1953 tot 1995 waarin Hermans zijn grootste romans schreef, zoals De donkere kamer van Damocles (1958) en Nooit meer slapen (1966). Willem Otterspeer noemt De mislukkingskunstenaar, het eerste deel van zijn biografie, daarom ook wel de cliffhanger van het tweede deel.

Wim Brands zegt dat Hermans zijn ambitie in de eerste periode zo hoog opschroefde dat het wel tot een mislukking moest leiden.
Otterspeer noemt Tranen der acacia’s (1949) zijn meest directe roman, maar Nooit meer slapen het meest geslaagd in alle opzichten, een mening waarmee ik het heel erg mee eens ben.

Brands vraagt naar een verklaring van de titel De zanger van de wrok.
Volgens Otterspeer brengt deze titel de filosofie van Hermans het beste onder woorden, namelijk dat de mens in het universum de bedrieger is en de bedrogene. Het collectieve en individuele leven is betekenisloos. De mens als soort leeft heel kort in vergelijking met het heelal en het individu is ook zo weer van de aardbodem verdwenen. Hierop zijn twee reacties mogelijk: boos worden op de ander of zelf de schuld op zich nemen. Hermans kiest ervoor de eigen rancune om te zetten in literatuur.

Brands vindt dat in het tweede deel van de biografie heel duidelijk wordt dat de rancune zich een weg vreet in het leven van Hermans.
Otterspeer zegt hierover dat taal contact niet toestaat en dat alle vriendschappen op de klippen lopen. Hermans verwachtte van vrienden dat ze het volledig met hem eens waren en anders forceerde hij een breuk. Een uitspraak van hem luidt dat mensen misbruiken hetzelfde is als hen te lang gebruiken. Het was het beste zelf de dolk in hun rug te steken.

Brands stelt dat het nihilistisch wereldbeeld van Hermans klassieke romans opleverde.
Otterspeer roemt zijn nietsontziende eerlijkheid, ook ten opzichte van zichzelf. Een roman die af was, was nooit goed genoeg. Het had zijn zelfkritiek hard nodig om te voorkomen dat anderen gelijk zouden krijgen. In de oorlog was het gelijk niet te bewijzen. In zijn oorlogsromans evenmin. Toen hij in de Weinreb affaire het ongelijk van de oplichter aantoonde, was het afgelopen met de kracht van zijn werken. In de laatste Brusselse periode was hij erg eenzaam.

Brands vraagt naar de belangrijkste ontdekking die Otterspeer deed tijdens het werken aan de biografie.
Otterspeer zegt dat hij meer bewondering heeft gekregen voor de inzet van Hermans als schrijver maar dat zijn waardering voor de persoon Hermans is afgenomen.

Brands begint over de begrafenis van Hermans in een eenzame sfeer.
Zijn vrouw en zoon strooiden na de crematie de as uit over een veldje en dat was het dan. Otterspeer noemt dat in caracter, maar niet het afscheid dat een volk van zijn grootste schrijver neemt.

Tenslotte vraagt Brands naar de mooiste regel van Hermans.
De mens is de enig bedrogene, zegt Otterspeer. Dit is een keisteen, al is die niet van Hermans zelf.
Brands noemt zelf: een held is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.

Hier mijn verslag van het gesprek dat Wim Brands met Willem Otterspeer over De mislukkingskunstenaar had.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen