Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 24 juli 2017

Rosanne Hertzberger, Zomergasten, 23 juli 2017


Microbiologe wil de kudde bijsturen

Rosanne Hertzberger was eerder al te zien in VPRO Boeken. Ze sprak daar over haar boek Ode een de E-nummers hetgeen haar op veel kritiek kwam te staan. Haar toegeeflijke houding ten opzichte van de voedingsindustrie zou wellicht in het programma Zomergasten, waarin men drie uur lang zelf de regie heeft, verduidelijkt worden. Daar kwam het echter niet van. Microbioloog Hertzberger fulmineerde meer tegen lieden die tegen de wetenschap ingaan, zoals de jonge, hippe vrouwen van The green happiness of de jonge guru die het paleodieet aanbeveelt. Blijft staan dat de voedingsindustrie verantwoordelijk is voor de enorme toename van obesitas in onze maatschappij. In de documentaire Fed up (2014) wordt de voedingsindustrie op één lijn gezet met de sigarettenindustrie, die na veel gebeuk tegen de schadelijke belangen het onderspit heeft gedolven. Vlak voor de uitzending kwam Groningen in het journaal in beeld als eerste rookvrije stad, hetgeen een nieuwe stap is om het roken verder te ontmoedigen.

Helaas ging de nieuwe presentator Janine Abbring, die verrassend genoeg zichzelf is in een tijd waarin alles en iedereen gemaakt lijkt te zijn, verder niet in op de kwalijke rol die de industrie op het gebied van onze voeding speelt. Omdat Abbring zich in het begin nogal op de vlakte hield, zelfs niet haar mening wil geven over het verplicht vaccineren, kwam het gesprek moeizaam op gang. De motivatie van Hertzberger om enkele belangwekkende natuurwetenschappers (Fritz Haber, Louis Pasteur, Lynn Margulis) in herinnering te brengen, was een beetje veel na de dertig die Robbert Dijkgraaf in The mind of the universe opvoerde. De fragmenten waren voor het eerst dat ik naar Zomergasten keek, een verademing vergeleken bij de hollende en hakkelende manier van spreken van Hertzberger. Wat dat betreft zou ze een voorbeeld kunnen nemen aan haar grootvader Ellis Hertzberger, een arts bacterioloog die in 2006 overleed en in 1995 op zeer boeiende manier vertelde over zijn gang langs de concentratiekampen. Misschien was het fragment uit 2014 over een dans ritueel van een ultra-orthodoxe joodse sekte wel het moment dat er meer pit in het programma kwam. Hertzberger vond het nogal impertinent dat Abbring, zelf atheïst na een godsdienstige opvoeding, haar een vraag stelde over haar manier van bidden. Door de eigen ervaring van Abbring met euthanasie in haar omgeving ontstond er toch nog de nodige vuur. 

Het decor waarin Abbring en Hertzberger op het dak van een camper zaten, deed denken aan een verregende zomer die op hetzelfde moment bij mij buiten hard toesloeg. Het maakte het kijken alleen maar knusser. Hertzberger, nog steeds een wat steile liberaal, bleek de slechtste nog niet, al mag ze, in plaats van dat steeds op te merken, wat mij betreft buiten de lijntjes kleuren. Haar actie tegen vrouwonvriendelijke media, passend in de verhuftering die in de maatschappij plaatsvindt, verdient alle steun. Inmiddels doet ze, na een teleurstellende ervaring in de Verenigde Staten, zelf in haar eentje microbiologisch onderzoek op de Vrije Universiteit. Ze wil waarde toevoegen en heeft het idee dat ze in haar schrijvende werk alleen maar commentaar geeft op anderen. Ze financiert het onderzoek met de opbrengst van haar boeken, haar columns in NRC en spreekbeurten in het land. De onderzoeksresultaten publiceert ze op haar blog. Het idee dat ze de kudde wil bijsturen is sympathiek. Ze is doordrongen van het feit dat het anders moet in de wereld en haar zorgen over de manier waarop D’66 een wet wil maken waarin oude mensen gemakkelijk een eind aan hun leven kunnen maken zijn terecht. Het is vooral onze optiek die van oude mensen zielige mensen maakt en daar kunnen we beter aan sleutelen.  

Hier mijn verslag van het gesprek van Carolina Lo Galbo met Rosanne Hertzberger over Ode aan de E-nummers, hier mijn bespreking van Fed up, hier die van The mind of the universe.   

zondag 23 juli 2017

Het Filosofisch Kwintet over democratie en participatie, Muziekgebouw aan het IJ, 23 juli 2017


Het probleem van de democratie is een probleem van het kapitalisme

Het door mij gesignaleerde probleem van de vorige aflevering over democratie en markt zet zich voort in deze aflevering over democratie en participatie. Door formeel naar democratie en verkiezingen te kijken, vergeet men dat de macht zich elders bevindt. Gespreksleidster Clairy Polak gebruikte vorige week een interessant voorbeeld dat over Mark Rutte ging die een Griekse ondernemer alle kans bood om hier in Nederland zijn bedrijf te openen. Nederland is een belangrijk land als het gaat om het geven van belastingvoordelen, maar daar gaat het dan nooit om als er gepraat wordt over democratische processen. Het lijkt er op dat man en paard niet genoemd mogen worden.
Filosoferen is een vrijblijvend tijdverdrijf om de zondagochtend mee te vullen.

De deelnemers van vandaag - buiten stamgast Philippe Blom om die zoals gewoonlijk weer graag anderen citeert – zijn filosofe Alicja met de moeilijke achternaam Gescinska, politicoloog Armen Hakhverdian en de Vlaamse politiek filosoof Thomas Decreus (zie foto). Allen zijn geen lid van een politieke partij, maar dat ik zo gek nog niet omdat slechts twee procent van de bevolking daar lid van is. Dat cijfer was eerder in haar leven nog elf procent maar dat zegt verder hopelijk niets over haar, merkt Polak snedig op. Het zegt misschien meer over de geringe participatie, maar dat wordt door de gasten gerelativeerd. Volgens Hakhverdian is die twee procent niet bepaald representatief en zitten daar velen onder die graag een baan willen in de politiek. De opkomst zegt niet alles over de betrokkenheid van burgers. Decreus ziet hierin wel een kloof tussen burger en politiek, die mogelijkheden biedt voor een anti politiek sentiment en de opkomst van nieuwe partijen. De opkomstplicht in België, die overigens niet zoveel voorstelt, voorkomt dat de overheid de participatie kan ontmoedigen. Blom vindt dat de partijen in de loop van de tijd meer rigide geworden zijn en vindt dat een democratisch probleem. Gescinska stelt dat democratie meer is dan verkiezingen.

Blom verklaart het minder goed werken van de democratie uit het feit dat de manier waarop we communiceren sterk veranderd is en dat de politiek zich daar aan moet aanpassen. De de-industrialisatie zorgde voor een teruggang van de sociaaldemocratie. Decreus spreekt van een crisis in het na-oorlogsmodel. Partijen worden marketingmachines die reclamebureaus vragen hen te helpen een campagne in elkaar te zetten tot de opmars van mediamagnaten als Berlusconi en Trump aan toe. Vandaar het succes van authentieke personen als Sanders en Corbyn. Helaas bieden de sociale media geen machtsvrije ruimte, maar wordt die door de commercie ingevuld. Volgens Gescinska weet men niet meer wat democratie is en is het ook een moeilijke bestuursvorm maar, ondanks de verstrengeling tussen economie en politiek, wel de beste die we hebben. Hakhverdian stelt dat het politiek vertrouwen nog steeds hoog is. 

Op de vraag van Polak waar een systeem aan moet voldoen om democratisch genoemd te worden, refereert Gescinska aan haar geboorteland Polen, waar het de regering niet gelukt is om de democratie een hak te zetten. Tegelijk zien we een ondertiteling dat het programma een week daarvoor is opgenomen, omdat in deze week de kansen voor de democratie in Polen gekeerd zijn. Blom zegt dat we in Europa zoveel mogelijk de huidige toestand willen handhaven, terwijl dat de dood in de pot is en alleen maar frustratie oplevert. Volgens hem hebben we te maken met de idealistische erfenis van de Verlichting. Het systeem kan ook goed werken als men weinig participeert maar tevreden is, maar als er onvrede is wordt het anders. Hakhverdian meent tot mijn verbazing dat de kiezer nu meer te kiezen heeft dan vroeger en het algemeen belang vindt hij te glibberig om aan te pakken. Hij maakt zich zorgen over de ongelijke participatie. Decreus denkt dat het systeem nog wel als pacificatie instrument dienst doet. Hij vindt ook het recht om te demonstreren een belangrijk democratisch grondrecht, misschien nog meer dan het stemrecht. Ons democratisch stelsel ziet hij meer als een media aristocratie met een elitaire politieke klasse.

Polak vraagt wat men vindt van de ideeën van David van Reybrouck om duizend mensen te loten die bij toebeurt onderling de gang van zaken bespreken. Gescinska denkt dat er niet één oplossing is en ziet democratie vooral als een verworvenheid. Hakhverdian denkt dat men niet verplicht kan worden om mee te doen, waardoor het idee niet kan werken. In ieder geval moet de participatie niet ontmoedigd worden, zegt hij. Blom ziet wel iets in experimenten, zoals met de telefoon - die door de Vijfsterrenbeweging gedaan worden rs. Die werken goed bij lokale keuzen, maar voor ingewikkelde zaken hebben we een andere structuur nodig. Een elite moet in ieder geval altijd een open karakter hebben. Decreus wil dat de overheid de burger de macht en de middelen geeft om met oplossingen te komen, zoals gebeurde rond de Lange Wapper, de uitbreiding van de ring om Antwerpen.

Toevallig pleitte ik eerder vandaag in mijn verslag over de hufterige Roger Stone voor een basisdemocratie. Die zou dan onder de regie van een wereldregering moeten vallen. Wat dat betreft denk ik niet, zoals Decreus, dat democratie een georganiseerd conflict is, maar dat die inherent is aan de kapitalistische maatschappij waarin het conflict in de structuur zit ingebakken.

Hier mijn bespreking van de vorige aflevering vanuit het Muziekgebouw aan het IJ op 16 juli j.l. over democratie en markt, hier mijn bespreking van Get me Roger Stone.

Get me Roger Stone (2017), documentaire van Dylan Bank, Daniel DiMauro en Morgan Pehme


Hufterigheid als het nieuwe politieke credo

‘He loves the game,’ zegt Donald Trump in het begin van de trailer op zijn bekende wat slepende en treiterige wijze over Roger Stone, de machiavellist die hem volgens de Amerikaanse documentairemakers Dylan Bank, Daniel DiMauro en Morgan Pehme groot maakte, net zo als Trump zijn land groot maakt door de rijken te bevoorrechten en grote bevolkingsgroepen van zich te vervreemden. Nou dacht ik dat er al een ander was die grote invloed op Trump had, namelijk Stephen Bannon. In de documentaire Bannon’s war (2017) van Michael Kirk wordt duidelijk hoeveel van zijn ideeën Trump aan ideoloog Bannon ontleend heeft. Wellicht moet ik het zo begrijpen dat Stone Trump in het zadel hielp en dat Bannon daarna de munitie leverde waarmee de politiek onervaren zakenman kon gaan schieten. Het beeld van een cowboy is helemaal zo gek nog niet. In de documentaire Get me Roger Stone zegt de hoofdpersoon zelf dat hij een paard zocht waarmee hij kon winnen.

Ook in een ander opzicht voldoet het beeld van een cowboy die vooral zichzelf geweldig vindt. Stone is een outlaw, iemand die komt kijken in een maatschappij waar hij verder niets mee te maken heeft en waar hij wel eens even orde op zaken zal stellen. Alle invloeden die de traditionele waarden van deze maatschappij, waarin een behaaglijke rust heerste, dienen uitgebannen te worden. Bannon en Stone gaan veel verder dan dat. Ze willen het liefst de maatschappij ontwrichten, verhufteren is een goed woord daarvoor en daar zijn ze, na jaren van verdere verslechtering van het politieke klimaat, aardig in geslaagd. Politiek heeft niets meer met redelijkheid te maken die altijd als onderliggende norm gold, maar het gaat erom de tegenstander op welke manier dan ook onderuit te halen, want winnen is het ultieme doel.

In Get me Roger Stone wordt dit zonder veel omhaal van woorden door Stone verkondigd. Hij noemt zichzelf een agent provocateur en zijn wetten, die af en toe in een kader in beeld worden gebracht, zijn duidelijk. Zijn ouders stemden, net als die van Bannon, nog op John F. Kennedy, maar zelf kreeg hij al gauw de waarde door van nepinformatie. In 1964 verslond hij het boek van Barry Goldwater en daarna raakte hij in de ban van Richard Nixon. Met een vuile truc zette het de democraat Frank McCloskey buitenspel. Hij werd zelf ook opgeroepen het Watergate proces omdat hij 1500 dollar had gekregen en bleef daarna een trouw aanhanger van Nixon, van wie hij de veerkracht prijst. Door de oprichting van de NCPAC kreeg hij geld vrij voor de campagne van Reagan. Samen met Roy Cohn en Paul Manafort richtte hij een bedrijf op dat overal ter wereld geld loskreeg van dictators voor de campagne van Bush in 1988. Moraal is volgens hem een zwakte. Zelf kwam hij in opspraak vanwege een seksschandaal, maar dat belette hem niet om zich te bemoeien met de hertelling in 2000 waardoor George W. Busch president kon worden en zich later in te zetten voor de campagne van Trump. Door het manipuleren van de onvrede van witte werknemers kon deze prins der duisternis zijn wil doordrijven. Hij geniet er zichtbaar van dat het hem gelukt was het politiek bedrijf ernstig te ontregelen.    

Het is best mogelijk dat het proces van verzieking doorgaat. Ook in Nederland gaat het allang niet meer om het uitwisselen van argumenten. Beeldvorming is belangrijker dan de feiten. Als die niet bevallen, schept men gewoon alternatieve feiten. Door macht over de media kan men het publiek gemakkelijk manipuleren, zoals in Rusland en in mindere mate in Turkije gebeurt. De Verenigde Staten blijft in ieder geval nog een land waar de persvrijheid niet gemakkelijk beknot kan worden, maar ook daar is de corruptie sterk toegenomen. Gelukkig zijn er kritische journalisten zoals Jane Mayer die de vuiligheid van Stone in de documentaire scherp becommentarieert, maar wellicht heeft de parlementaire democratie zoals wij die kennen, zijn beste tijd gehad en zijn we toe aan een basisdemocratie die lokaler is en meer op handelen  gericht, waardoor die minder kwetsbaar is voor idioten als Bannon, Stone en hun trawanten.   

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Bannon’s war.

De zwijgende bokser (2012), documentaire van Dré Didderiëns


Sterk portret van een jonge bokser met sterke vuisten maar een kleine mond

De Eindhovense fotograaf en filmmaker Dré Didderiëns maakte een fantastisch portret van de jonge Roma bokser Juliano Westhiner, die geldt als een belofte voor de toekomst. Didderiëns volgt hem vier jaar lang op zijn weg naar de Olympische Spelen in Londen in 2012. Die weg is bezaaid met klemmen en voetangels, niet in de laatste plaats omdat Westhiner zich verbaal nauwelijks kan uitdrukken, zoals we tijdens interviews zien. Tegelijk met het portret van Westhiner laat Didderiëns de moeite zien waarmee coach Eric van den Heuvel te maken krijgt om zijn pupil in de goede richting te krijgen.

Het documentaire begint met een oefenstage in Ierland in 2008. Van den Heuvel en Westhiner zitten aan het ontbijt in een bed & breakfast, maar Westhiner wil niets eten. Volgens de coach heeft hij wat in zijn maag nodig als hij straks gaat boksen, maar Westhiner is niet zo gemakkelijk te vermurven. Beelden uit het woonwagencentrum in Veldhoven laten zien waar Westhiner vandaan komt. Na een brand woont de familie met zeven kinderen en een papegaai al jaren zeer kleinbehuisd in een noodopvang.

De Europese Kampioenschappen in Bulgarije in 2008 vinden plaats onder moeilijke omstandigheden. Van den Heuvel moet door de telefoon naar de weegkamer informeren en de plaats van de openingsceremonie is niet te vinden, maar de prestaties zijn goed.
Van den Heuvel vindt dat de druk van de belofte groot is op zijn pupil. Hij dient zich eerst nog te kwalificeren.

Vooral zijn gewicht is een probleem. Westhiner moet onder de zestig kilo zijn en dat is hij niet. Daarna breekt hij ook nog zijn duim, waardoor hij zes weken gedwongen rust moet houden. Aanpassing van het trainingsschema is nodig. Verdere complicatie is een mishandeling van een man door Westhiner. De rechter veroordeelt hem tot zes weken jeugddetentie en een cursus sociale vaardigheden. Na die tijd is hij wel weer aangekomen, maar met zijn duim gaat het in ieder geval beter.

De trainer sociale vaardigheden spreekt met Westhiner over zijn gevoelens en leert hem om niet meteen zijn vuisten te gebruiken als hij beledigend met zigeuner wordt aangesproken.

Van den Heuvel krijgt te maken met een ander probleem. Westhiner heeft verkering en zegt daar weinig over, maar wil nog wel door om Olympisch kampioen te worden. De tweekamp tegen Engeland in het najaar van 2009 verloopt echter slecht. Tijdens de WK in Azerbeidzjan komt hij met zijn hakken over de sloot. Naast trainen en werken heeft Westhiner aandacht voor zijn toekomstige vrouw die ook in het kamp woont. Uiteindelijk wordt een nieuwe blessure hem fataal. Als troost kan hij wel zijn dochter in zijn handen houden en dat is ook een mooie prijs.

Het is leuk om te zien dat de gesloten Westhiner soms zijn frustratie uit tegen Didderiëns. De melancholieke liedjes maken de documentaire af. Ze verhogen de sfeer en maken De zwijgende bokser tot een pareltje onder de sportdocumentaires en een mooie voorganger van I am innocent van Mark Limburg en Jeroen Wolf uit 2014.
  
Hier de trailer, hier de site van Dré Didderiëns, hier mijn bespreking van I am innocent.

zaterdag 22 juli 2017

The mountain yogi (2016), documentaire van Jaap Verhoeven


Indiase guru blinkt uit in grootse eenvoud

Documentairemaker Jaap Verhoeven richt zich op aspecten van het Tibetaans boeddhisme. Dit bleek eerder in de documentaire Kikker zit stil (2014), waarin hij de waarde van mindfulness voor kinderen onderzoekt. Hoewel ik eerder sceptisch was over het idee om kinderen te laten stilzitten denk ik tegenwoordig dat het goed zou zijn als tegenwicht tegen de drukte die in het kinderlichaam gaat zitten.

In zijn laatste documentaire The mountain yogi portretteert Verhoeven op ingetogen wijze een Indiase man die van stilzitten zijn leven heeft gemaakt. Inmiddels is hij daardoor zo onthecht geraakt dat anderen naar hem toekomen om zijn zegen teontvangen. Het motto van de documentaire is ontleend aan de mysticus Milarepa die in de elfde eeuw leefde. ‘Hoe mooi de woorden van een lied ook zijn, het is niet meer dan een melodie voor hen die de ware betekenis niet begrijpen.

Een helper van deze man, Lama Govinda (Pooh, 1962, zie foto) genoemd, vertelt over de verschillende jarenlange retraites die de goeroe gedaan heeft en dat hij met briefjes met hem communiceert. Hij is erbij als Govinda zijn voettochten over de openbare weg houdt en daarbij mensen zegent, rijst uitdeelt en in een flesje thee blaast. Steeds meer mensen sluiten zich bij Govinda aan met een groene hoofdband als onderscheidingsteken.   

De broer van Govinda toont hem op een foto. Hij zegt dat zijn broer alles heeft opgegeven om een geheime vorm van tantrische meditatie te ontwikkelen. Hij noemt Govinda een zelf gerealiseerd wezen, net als Milarepa. Ooit zat zijn broer maandenlang op een plaats waar geen voedsel was, een andere keer een half jaar op een plaats zonder water. De moeder vertelt dat haar zoon altijd een mala om zijn hals droeg en dat hij vierentwintig jaar was dat hij het huis verliet. Een jaar na zijn geboorte had ze bezoek gehad van drie monniken die hem voor een nieuwe tulku aanzagen. Later werd dit bevestigd door de boeddhistische astrologie.

Govinda vertelt dat hij al op jonge leeftijd geïnteresseerd was in de dharma, de leer van de Boeddha. Hij verliet zijn vriendin die zes maanden zwanger was omdat hij vreesde dat hij daarna niet meer zou kunnen wegkomen. De vriendin trad vervolgens in het huwelijk met de broer van Govinda. Dat is in India waarin gecombineerde huwelijken tussen één man en meerdere vrouwen bestaan, geen probleem.

Govinda vertelt dat mededogen belangrijk is en dat we van binnen allemaal hetzelfde zijn. Hij vindt het niet nodig dat men naar hem toekomt en leeft ook onder de mensen, geeft onderricht en geneest lichamelijke en geestelijke kwalen. Net als Milarepa die huizen bouwde, probeert hij een goede leerling te zijn. Diens duizend gedichten hielpen hem om inzicht te krijgen in zijn geest. Hij vindt het belangrijk dat een leerling oefent en vertrouwen ontwikkelt. Obstakels dient men onder ogen te zien en verder te laten voor wat ze zijn. Hij zei nog veel meer maar door het ontbreken van de ondertiteling kon ik dat niet helemaal volgen. Zijn innemende uitleg dat men de vinger die naar de maan wijst niet moet verwisselen met het object zelf, zegt echter genoeg over de grootse eenvoud van deze goeroe. Het was een voorrecht om naar hem te kijken.   

Hier de trailer van The mountain yogi, hier mijn bespreking van Kikker zit stil.

vrijdag 21 juli 2017

Tokyo idols (2017), documentaire van Kyoke Miyake


Schattige meisjes vervullen functie in contactarme maatschappij

In de driedelige serie van Joanna Lumley over Japan, die vorig jaar werd uitgezonden, was al een glimp te zien van een Japanse meidengroep die in de uitgaanswijk Akihabara in Tokyo de harten van mannen op hol brengt. Lumley hoorde dat de kleur van de gloeistick aangeeft welk meisje men het leukst vindt. Documentairemaakster Kyoke Miyake, die eerder tekende voor My atomic aunt, legt de geheimen van de aantrekkingskracht van deze Tokyo idols, verder bloot. De band die mannen met dit soort levende poppen hebben gaat in de richting van een religieuze verering.

Er zijn zo’n tienduizend tienermeisjes die idol zijn. De negentienjarige Rio is er een van. Ze wilde zangeres worden, maar kwam op zestienjarige leeftijd in dit circuit terecht. Ze vond de hysterie eerst eng, maar heeft zich daarbij neergelegd. Ze heeft veel fans waaronder The Brothers, een groep die wordt aangevoerd door de drieënveertigjarige Koji. Nadat hij zijn vriendin aan een ander kwijtraakte, zoekt hij zijn heil bij de idols. Rio is een spiegel voor hem, maar wel een dure, want de Meet & Greet bijeenkomsten na afloop van het dagelijks optreden kosten veel geld. Hij ambieert niet veel meer dan geld verdienen en dat uitgeven aan het contact met Rio. Over tien jaar heeft hij mogelijk aandoeningen en hij wil voor die tijd plezier beleven.

De vader van Rio is chiropractor en geeft zijn dochter, die onder een handdoek ligt, een stevige massage. Volgens hem moeten zij beiden het publiek tevreden stellen. Inmiddels doet Rio ook aan wedstrijden mee waarbij de meest favoriete idol wordt gekozen. Ze wordt daar tweede en gaat door naar de finale, een groot mediaspektakel. Als haar kansen afnemen, gaat ze op de fiets naar Kagoshima om zichzelf te promoten. Koji steunt haar en komt tot de conclusie dat hij zelf ook meer van zijn leven kan maken. Rio bedenkt om zelf een bedrijfje te beginnen. Een ontmoeting met een componist leidt tot een verdere carrière.   

De oudere manager Mitacchi, werkzaam bij een vervoersbedrijf, is in de ban van de tweeëntwintigjarige Yuka. Hij komt daardoor niet meer bij zijn ouders of zijn vriendin. Yuka wilde vroeger model worden, De veertienjarige Amu zit in de meidengroep Harajukustory. Een student toont trots een foto van hem en het meisje. Zijn gevoelens voor haar komen in de buurt van romantische. Hij vindt het teveel moeite om een vriendin te zoeken en blijft liever ongebonden. De moeder van Amu vindt al die aandacht van mannen voor haar dochter niet verkeerd. De tienjarige Yuzu zit in de band Amore Carina. Haar moeder staat pal achter haar.

Een kritische journaliste geeft commentaar op het verschijnsel van de idol rage, ontstaan in een periode waarin Japan gebukt ging onder de economische crisis. De idols zijn een equivalent van de Sex Pistols in Londen. Het handen schudden tijdens de Meet & Greet is een element dat nog maar kort geaccepteerd is en dat voor veel mannen een seksuele bijbedoeling heeft. Vrouwen spelen, behalve als idol, geen belangrijke rol in de Japanse cultuur. Mannen voelen zich veilig in het contact met dit soort jonge meisjes. Hun gevoelens worden niet gekwetst en hun fantasieën blijven intact.

Het is natuurlijk wel de vraag wie de gevoelens van dit soort mannen uitbuit. Ook de opoffering van de meisjes om vooral toch proberen te behagen, is kwalijk voor hun ontwikkeling.   
  
Hier de trailer op vimeo, hier mijn verslag van Joanna Lumley’s Japan, hier de website van Kyoke Miyake, hier mijn bespreking van My atomic aunt.

Filmrecensie: The broken circle breakdown (2012), Felix van Groeningen


Ontroerende liefdesrelatie gaat kapot aan ontbreken rituelen voor rouw

De film The broken circle breakdown begint heel fraai met het bluegrass lied Will the circle be unbroken gezongen door Didier, de zanger van een Belgische countryband die op een dag Elise tegen het lijf loopt en daarmee de liefde van zijn leven ontmoet. Helaas gaat hun vereniging niet van een leien dakje. De dood van hun jonge dochter Maybelle maakt dat de belofte, om bij elkaar te blijven tot de dood hen scheidt, verbroken wordt.

Dit treurige maar tegelijk ontroerende gegeven wordt op een nogal springerige manier in beeld gebracht door Felix van Groeningen (Gent, 1977), die aardig met het thema kan omgaan, eerder al in 2007 in Dagen zonder lief. Nogal voorspelbare scènes rond hun huwelijk, de geboorte van Maybelle in 2001, haar ziekte en haar overlijden in 2008 zijn rauw tegen elkaar aan geplakt, met allerlei countryliedjes er tussen door. Wel fraai is de omgeving van de film met de woonwagen bij de oude boerenhoeve waar de liefde tussen Didier en Elise opbloeit rond de renovatiewerken die Didier uitvoert. Met mooie details zoals de bouw van een terranda in plaats van de door Else zo begeerde veranda, waar een kraai zich doodvliegt tegen de ruit, hetgeen tot een nogal pijnlijke conversatie leidt tussen vader en dochter over ons bestaan na de dood en later die tussen Didier en Elise,  die afbeeldingen van valken op de ruit plakt om te voorkomen dat een andere kraai, wellicht met de ziel van Maybelle erin, hetzelfde lot overkomt. Soms botsen de fragmenten hard tegen elkaar aan, zoals beelden van de huwelijksvoltrekking na het vertrek van Elise uit de hoeve.

De vraag die na een uur overblijft is hoe de relatie tussen Didier en Elise zich verder ontwikkelt. Niet best dus. Terwijl Didier aan de alcohol gaat en voor de televisie hangt, kruipt Elise in bed. Ze voelt zich schuldig aan de dood van haar kind omdat ze de eerste drie maanden, onwetend van haar zwangerschap, gewoon doorging met drinken en snuiven, maar anderzijds verwijt ze Didier dat hij Maybelle nooit gewild had. Dat maakt hem ziedend, met als hoogtepunt een tirade tijdens een optreden in een schouwburg waar hij tegen het publiek tiert over de pro life beweging die door het traineren van de mogelijkheden tot stamceltransplantatie ervoor gezorgd heeft dat zijn dochtertje niet gered kon worden uit de klauwen van de dood.

Het zorgt ervoor dat Elise zich van hem afwendt, het optreden van de band waar ze al lange tijd deel van uitmaakte verlaat, zich in een disco de ellende van het lijf probeert te dansen en vervolgens naar haar tattooshop gaat om de naam van Didier van haar lichaam te verwijderen. Ze loopt daarna een zware hersenbeschadiging op als gevolg van het gebruik van een overdosis aan pillen en een reanimatie in een ambulance. Pas helemaal op het eind, als er, omringd door de bandleden, euthanasie op haar wordt uitgevoerd, zien we dat er nog wel een hartje op haar lijf staat dat van haar nieuwe naam Alabama naar Monroe gaat, de bluegrassmuzikant die volgens Didier de grootste muzikant aller tijden is. Een schrale troost in een wereld waarin rituelen rond de dood zijn afgeschaft en iedereen zelf maar een beetje moet zien om te gaan met rouw.  

Veerle Baetens als Elise liet al in 2005 in de musical Pippi Langkous zien dat ze heel mooi kan zingen, Johan Heldenbergh als Didier kenden we al als nonkel Breejen in de vorige film van Van Groeningen De helaasheid der dingen. Actrice Charlotte Vandermeersch, die de rol van Ingrid speelde in laatstgenoemde film, werkte mee aan het script.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Dagen zonder lief, hier die van De helaasheid der dingen. Hier Johnny Cash & Family met Will the circle be unbroken.

donderdag 20 juli 2017

0,03 seconde (2017), documentaire van Suzanne Raes


Het lege bestaan van een zwemster te midden van collega’s in beeld gebracht

Documentaire maakster Suzanne Raes beweegt zich op velerlei gebied, waaronder in 2016 nog een portret van de muzikanten Vrienten, Kooymans en De Groot. Ze duikt dit jaar in het wel en wee van vijf deelnemers van de Nederlandse zwemploeg die vorig jaar naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro werden gezonden. Het is de vraag of ze niet beter een van hen had kunnen portretteren, want door de focus op het vijftal raakte de aandacht versnipperd. Femke van Heemskerk (Roelofarendsveen, 1987) was de meest uitverkoren persoon geweest, niet in de laatste plaats omdat haar deelname in Brazilië op de 100 en 200 meter vrije slag faliekant mislukte. Hoewel het jammer voor haar was dat ze geen gouden plak haalde, leverde de dramatische afloop wel een sterk portret op. Ik zal me in mijn verslag daarom vooral op haar richten.

Negen maanden voordat de Olympische Spelen beginnen lopen de meiden en jongens al te kleumen in het openlucht zwembad in Narbonne. Trainer Philippe Lucas geeft nietsontziend zijn instructies. Na de opdracht rent Van Heemskerk de kleedkamer in en warmt zich aan de verwarming. Al gauw is haar maatje Sharon van Rouwendaal (Baarn, 1993) bij haar, die zich voorbereidt op de 10 kilometer Open Water. De meiden kunnen hun ellende tenminste aan elkaar kwijt. Lucas, die houdt van hard, lang en veel, vertelt dat Van Heemskerk achtentwintig jaar oud was toen ze bij hem kwam en dat hij dol op haar is. Daarvoor was ze er niet klaar voor, zegt ze., maar Lucas maakte dat ze weer een uitdaging in het zwemmen zag. Tijdens de WK van 2015 in Kazan zat ze nog stuk, maar inmiddels is haar verwachting gegroeid. De vaste structuur doet haar in ieder geval goed. Ze houdt tijdens trainingsstages regelmatig contact met haar ouders, terwijl Van Rouwendaal haar konijn koestert. De meiden hebben altijd wel pijntjes en worden gekraakt zodat zij nog soepeler zijn en sneller kunnen. Van Heemskerk had eerder een relatie met Ferry Weertman (Naarden, 1992) die zich voorbereidt op de 10 kilometer Open Water. Nadat hij haar inwisselde voor Ranomi Kromowidjojo (Sauwerd, 1990), het boegbeeld van de ploeg, omdat ze tijdens de Olympische Spelen in Londen goud haalde, besloot Van Heemskerk zich van een liefdesleven te onthouden en zich alleen nog te richten op Rio. Drie maanden daarvoor presteert ze niet geweldig hetgeen meteen door de media opgepikt wordt. Het voelt bruut zegt ze om meteen na een race commentaar te moeten geven op het gebrek aan succes, maar anderzijds mag ze ook haar vreugde tonen als het wel goed is gegaan. Ze gaat nog harder trainen, conditioneel en met gewichten, maar tijdens een stage op Tenerife, een maand voor de Spelen merkt ze al dat ze het momentum kwijt is. De wedstrijden in Rio lopen uit op een fiasco, waardoor de kijker nog meer sympathie voor haar heeft. Ook de prestaties van Sebastiaan Verschuren (Amsterdam, 1988) die voor de 100 en 200 meter vrije slag ging, vrijheid in het water ervaart, zijn tien jaar oudere coach Martin Truijens als een goede vriend beschouwt en zich in de woonkamer op gitaar ontspande terwijl zijn vriendin Naima toeluistert, zijn niet over naar huis te schrijven. Acht maanden voor de Spelen zat hij nog boven zijn limiet en tijdens de Spelen zelf waren zijn prestaties zo slecht dat hij stopte met zwemmen. Zelfs Kromowidjojo, die toch het klappen van de zweep kende en vertelde dat het erom ging een perfecte race te zwemmen, kon niet boven zichzelf uitstijgen, hetgeen ze vooral jammer vond voor haar familie die op de tribune zat. Haar coach Patrick Pearson zei al dat het niet gemakkelijk is de favorietenrol waar te maken.
Van Heemskerk kon in ieder geval juichen voor de gouden plak van Van Rouwendaal, ook al maakte dat meer bewust van haar eigen verdriet. Als ze tijdens een evaluatie beelden ziet van de successen in Peking lopen de tranen haar over de wangen. Na afloop vertelt ze haar familie dat ze die niet had willen laten zien. Bondscoach Marcel Wouda is tenslotte verheugd over de gouden plak van Weertman. Van Heemskerk heeft anders dan Verschuren nog wel de motivatie om door te gaan. Ik wens haar succes, maar heb, met de beelden van schaatsster Tonny de Jong (Scharsterbrug, 1974) heel alleen op bed nog op mijn netvlies, vooral te doen met het nogal eenzijdige bestaan van een topsporter. 

Hier de trailer van 0,03 seconde, hier mijn bespreking van de documentaire Vrienten, Kooymans en De Groot.

Filmrecensie: Me and you and everyone we know (2005), Miranda July


Bijzonder portret van onzekere mensen in het moderne leven

Omdat ik graag een bespreking van de film Me and you and everyone we know tussen al mijn andere films wilde hebben, keek ik opnieuw naar deze bijzondere film van het multi-talent Miranda July (Barre, Vermont, 1974). Me and you and everyone we know onderscheidt zich van veel andere films vanwege de originaliteit van het verhaal en de verrassende scènes. De film is gedurfd en openhartig en de muziek eronder net zo eigenzinnig als de personages, zeker die van Christine Jesperson die door Miranda July zelf gespeeld wordt.

Net als July is Jesperson een multi-talent. Ze rijdt in een taxi voor ouderen en is video kunstenaar. Daarnaast is ze wanhopig op zoek naar de grote liefde in haar leven. Die dient zich aan als ze met de oudere Michael een schoenenzaak bezoekt, waarin Richard Swersey werkt. Jesperson kan hem niet meer uit haar hoofd zetten.

Regelmatig schakelt July naar het huis van Swersey die twee zonen heeft, Peter van veertien en Robbie van zeven die de wereld vooral via internet ontdekken, hoewel Peter door twee vrijgevochten meisjes uit zijn klas voor een seksueel experiment wordt gebruikt. Dat heeft te maken met een verleidelijk contact dat ze met een werkende man gemaakt hebben. De scène op zich waarin de meisjes doen alsof ze achttien zijn en met elkaar kussen om de man helemaal wild van opwinding te maken, spreekt tot de verbeelding, net als de scène waarin Jesperson een auto ziet met een vis in een plastic zakje op het dak als ze met Michael terug naar huis rijdt.

De relatie tussen Jesperson en Swersey ontwikkelt zich langzaam maar onontkoombaar. Jesperson wil van geen wijken weten. Op een dag loopt ze samen met Swersey terug naar hun auto’s en doen alsof de weg een tijdpad van een relatie aangeeft, hetgeen zeer origineel is. Helaas komt Jesperson niet erg aan de bak wat betreft haar videoperformances. Nancy Herrington, die haar werk beoordeelt raadt haar, terwijl ze samen in de lift van het bureau staan, zelfs aan om de video op te sturen, want als ze die aanneemt zou die weg kunnen raken.

Ook Robbie komt in een vreemd parket terecht na enige chatactiviteit, waarbij hij in eerste instantie geholpen werd door Peter. Met zijn verhalen over poepseks verovert hij het hart van een vrouw die met hem wil kennismaken in het park. Dat blijkt Nancy Herrington te zijn. Als ze daar op een bankje zit, wordt ze eerst afgeleid door de werkende man die daar tai-chi oefeningen doet, tot ze door krijgt dat de kleine jongen naast haar degene is met wie ze heeft afgesproken. Na een kus op de wang gaat ze ervandoor. Ze legt contact met Jesperson die zich op de video te buiten is gegaan aan gekkigheid omdat ze dacht dat de redactrice toch de hele band niet zou afkijken.   

Ook de onzekerheid van Swersey mag er zijn. Een man alleen met twee opgroeiende zoons heeft het niet gemakkelijk in het computertijdperk. Hij steekt zijn hand in de fik om de aandacht van zijn zoons te trekken, maar heeft de verkeerde vloeistof gebruikt. Alles bij elkaar is Me and you and everyone we know een dijk van een film over het moderne leven waarin iedereen zich zo goed mogelijk op de been probeert te houden.  

Hier de trailer.

woensdag 19 juli 2017

Lita Cabellut - schoonheid boven alles (2017), documentaire van Marlies Huitink


Elk portret is een zelfportret

Marlies Huitink en Fred Jan van den Eerenbeemt maakten een mooi portret van de
Spaans Nederlandse kunstenares Lita Cabellut (Sarinena, 1961), die levensgrote schilderijen van mensen maakt op basis van een fresco techniek. Zelf zegt ze daarover dat zij door mensen te schilderen zichzelf probeert te vinden. Elk portret is daarom een zelfportret. Helaas zien we haar niet bezig tijdens het maken van zo’n portret.

Cabellut kiest de doeken die ze voor een tentoonstelling in Londen wil gebruiken. De aanwezige lijnen geven aan hoe het portret daar op komt te staan. Ze schildert graag underdogs zoals zijzelf. Ze bewondert Coco Chanel die het van arm meisje tot beroemdheid heeft gebracht. Ze schilderde haar als gewoon mens. Haar gereedschap brengt haar tot de kelders van het gevoel. Vakmanschap komt eerder bij het gevoel vandaan dan vanuit het denken. Ze wil niet steeds hetzelfde maken, maar zich blijven ontwikkelen. De grootheid van haar werk zit in het proces waar ze mee bezig is. Het is moeilijk puur en eerlijk te blijven.

Cabellut werd geboren in een dorp in de nabijheid van Barcelona en ging later ook naar de stad toe. De leefwijze van haar moeder als caféhoudster maakte dat ze haar kinderen niet kon onderhouden, zodat Lita met drie maanden naar haar grootouders in Barcelona ging. Haar vader heeft ze nooit gekend. Ze loopt rond op het plein in de stadswijk El Raval waar ze opgroeide. Dat was in de tijd van Franco een getto. Ze bestalen argeloze voorbijgangers en haalden tegen de schemering muntjes uit de fontein. In een restaurant kwam iedereen uit de wijk samen. Lita kreeg via de achterdeur wel eens eten mee en voelde zich dan vereerd. De lichtval in de wijk gebruikt ze nog steeds in haar werk.

Na de dood van haar oma ging Lita op haar achtste weer bij haar moeder wonen. De woning waarin ze met zijn zessen woonden was ook een werkplek. Lita vertelt dat er dingen gebeurden die niet goed waren voor de ogen van een kind. Ze wil er daarom ook snel vandaan. In een welgesteld pleeggezin beleefde ze een tweede geboorte. Haar pleegmoeder nam haar mee naar het Prado en toen wist Lita meteen wat ze in haar leven wilde. Ze deed in Nederland de Rietveldacademie en leerde daar experimenteel te schilderen. Ze vindt dat er daarnaast ook veel oefening nodig is om tot vrijheid te komen.

In opdracht van Buitenlandse Zaken maakte ze een expositie met Hollandse meesters in Mumbai. Een Nederlandse handelsmissie kwam daar op bezoek. Titel van de tentoonstelling die door Mark Rutte werd bezocht, is The black tulip. Die staat volgens haar symbool voor de onverzettelijkheid van de Hollanders, iets wat mooi in het straatje van Rutte past. De portretten zijn tijdloos. Eelco Brinkman stond model voor een portret van een man die kritisch de wereld in kijkt. Een godsdienstig leven legde het in die tijd af van de handel.

Lita loopt rond in de stad en herkent de armoe van vroeger. De weelderige natuur staat in scherp contrast met het leven dat daarin geleid wordt. Een jonge vrouw die in zichzelf loopt te praten heeft een manier gevonden om te overleven. Zelf is Lita graag in de natuur omdat die minder prikkels uitzendt en meer in contact brengt met het gevoel en de aarde.

Hier de Facebook pagina van de kunstenares, hier haar site met daarop nog meer werk.

Filmrecensie: Stalker (1979), Andrei Tarkovski


Papillon met een diepere betekenis

De film Stalker voert ons weg uit onze bekende wereld. We gaan met hoofdpersoon Stalker als gids en twee deelnemers op weg naar de Zone die allerlei betekenissen kan hebben, niet in de laatste plaats die van het paradijs, waar de mens vrede kan vinden. Op het eind is Stalker evenwel teleurgesteld dat de personen, die hij begeleidde, geen oog hadden voor de bijzondere plek waar ze enige tijd in vertoefden.

Stalker opent met een fragment uit een interview met een professor, die ingaat op de vraag wat de Zone precies is. Is daar ooit een meteoriet ingeslagen of is daar een buitenaards volk neergestreken? De Zone is een mysterie en Stalker is zich daar zeer van bewust. Hij kan er niet van af zien om er als gids weer heen te gaan. In het begin van de film, die, net als in De Spiegel (1975) weer prachtig langzame beelden oplevert, weerstaat hij de druk van zijn vrouw om toch een gewoner baantje te nemen. Hij gaat naar het café dat we al in de opening zagen om daar de Professor te ontmoeten die graag eens een kijkje in de Zone neemt. In dat café is ook de Schrijver die geen koffie drinkt maar een fles alcohol aan zijn mond zet en ook graag mee wil. De tegenstelling tussen de verstandelijke natuurkundige en de raaskallende schrijver is daarmee gegeven.   

De hoofdmoot van de film bestaat uit de tocht die de drie mannen maken. Tarkovsky neemt de tijd om hun gezichten lang in beeld te brengen, waarmee hij de kijker het verhaal in zuigt. Dat is spannend als een goed jongensboek of een film als Papillon (1973). Eerst moeten ze de bewaking zien te trotseren, die wordt uitgeoefend door agenten met witte helmen en motoren met zijspan, zo’n beetje als de Mobiele Eenheid ten tijde van de Maagdenhuis bezetting. Met een terreinwagen volgen ze een trein die door de hekken mag en met een trolley komen ze dieper in het gebied dat doet denken aan de zone rond Tjernobyl. Daar heerst een vrede die ongekend is. We zien zelfs prachtig groen gras na beelden zonder enige kleur die de grauwheid van het dagelijks bestaan tonen.

De mannen voeren tijdens pauzes vertrouwelijke gesprekken met elkaar, waarbij de verschillen tussen de Professor en de Schrijver duidelijk naar voren komen. De laatste wil in zijn eentje op het huis af dat in de verte opdoemt, maar Stalker waarschuwt dat hij dit niet lichtvaardig kan doen. Hij weet dat de omstandigheden plotseling kunnen veranderen en dat men zelfs niet meer op dezelfde manier terug kan als men gekomen is. Uit nijd giet Stalker de fles van de Schrijver leeg.

In het tweede deel dringen de mannen door in het huis, waarbij de Schrijver vaak het initiatief neemt en de andere twee volgen. Stalker raadt het de Professor af om zijn knapzak nog te gaan halen die hij tijdens de laatste pauze vergeten is maar de Professor gaat toch terug. Als Stalker en de Schrijver na een moeizame tocht weer buiten komen zit de Professor tot verbazing van Stalker aan de koffie, waarna de tocht weer verder gaat en de mannen nog van alles beleven en met elkaar delen, tot ze tenslotte weer in het café uitkomen. De vrouw van Stalker vindt hem daar en met de gehandicapte dochter Monkey op zijn rug gaat Stalker weer op huis aan, het verdriet verbijtend dat hij zijn deelnemers niet heeft kunnen overtuigen van het bijzondere van de Zone. Monkey leest aan tafel in de bijbel en brengt met haar ogen glazen die op tafel staan in beweging. Ze aardt duidelijk naar haar vader.

De beelden zijn fascinerend, zoals van de voorwerpen die in het huis dicht onder de waterspiegel liggen. Net als in De spiegel horen we weer lange en mooie verzen die door de vader van Tarkovsky zijn geschreven.

Hier de trailer in het Russisch, hier een aantal vragen en antwoorden over de film op IMDb, hier mijn bespreking van De spiegel.

dinsdag 18 juli 2017

Recensie: De mensengenezer (2017), Koen Peeters


Gloedvol beschreven zoektocht naar een andere werkelijkheid

Met veel interesse beluisterde ik vorige maand een gesprek dat Pieter van der Wielen met Koen Peeters over De mensengenezer voerde. Het verhaal over de boerenzoon Remi Devisch die niet voor het boerenbestaan koos, maar jezuïet werd en vervolgens naar de voormalige Belgische kolonie Congo in Afrika afreisde, krijgt een pendant in een parallel verhaal over de tocht van Peeters naar datzelfde Congo maakte, dat in 1960 onafhankelijk was geworden, zoals we al wisten uit Congo. Een geschiedenis (2010) van David van Reybrouck. Dat parallelle verhaal is een soort reflectie. Wat in het gesprek tussen Van der Wielen niet gezegd kon worden, is de voorbeeldige manier waarop Peeters beide verhalen in korte hoofdstukken opschrijft. Hij geeft op beeldende en overtuigende wijze weer hoe Devisch, die later psychoanalyticus werd, een soort noodzakelijke reis maakt en daar gesterkt uit komt, hetgeen van Peeters zelf niet echt gezegd kan worden, getuige de conclusie aan het eind dat we allemaal onze eigen strijd te voeren hebben, waarbij we de duistere kanten van onszelf onder ogen dienen te zien.

De roman is opgedeeld in vijf delen en begint heel sfeervol in de Belgische Westhoek, een streek die zwaar te lijden heeft gehad onder de Eerste Wereldoorlog. Remi groeit op in een boerengezin maar voelt zich daar, ondanks de sterke band met zijn ongetrouwde oom Marcel, die als knecht voor de vader van Remi werkt, niet helemaal thuis. Hij hoort regelmatig een stem die hem oproept om mensen te gaan genezen. Peeters die naar aanleiding van de studie die hij bij professor Devisch doet een scriptie wil schrijven over krokodillen in Congo, bezoekt deze streek, die tegen de Franse grens aanligt, om een idee te krijgen van de sfeer waarin Devisch opgroeide. Meteen al gaat het over een daimon die, anders dan een duivel, een soort geest is die in het landschap en dus ook in de Westhoek leeft. ‘Het is alsof die geest de hele tijd opstijgt en neerdaalt in het vlakke landschap. Op ijle wijze.’

In de roman raken we deze geest, die zich manifesteert zonder dat we het weten, niet meer kwijt. Naarmate het verhaal richting de Congo gaat, laat de daimon steeds vaker van zich horen. Tijdens de opleiding die Devisch in een jezuïetenklooster in Kinshasa volgt, bestudeert hij Plato die in Symposion over daimonen opmerkt dat het doorgaans onzichtbare halfgoden waren die inspireren en beschermen. ‘Zij bemiddelen tussen de echte goden en de mensen. Ze vertalen de goddelijke instructies en, omgekeerd, brengen de smeekbeden van de stervelingen naar boven.’   

Eenmaal in het dorp van de Yaka in de binnenlanden van Congo waar Devisch zo’n beetje als aan een lijntje naar toe getrokken wordt, leert Devisch de cultuur van binnenuit kennen, al kost het hem wel bijna zijn gezondheid. Hij brengt zelfs de woorden van een zwarte soldaat terug, waarover nonkel Marcel hem eerder vertelde en die op het slagveld in de Westhoek sneuvelde. Waarna Devisch als een van de Yaka wordt beschouwd. Omdat zij missie daarmee volbracht is, treedt hij uit de jezuïetenorde en gaat hij samenwonen met een knappe Belgische, die hem eerder in het dorp opzocht, maar daar horen we verder niets meer over. Uiteindelijk was de studie van Peeters naar de krokodillen maar een voorwendsel om een onderzoek te doen naar de ervaringen die Remi in het zuiden van Congo opdeed.

In een van zijn eerste reflecties verwijst Peeters naar de Engels-Nigeriaanse schrijver Ben Okri die in 1991 de Booker prijs won met The famished road vertaald als De hongerende weg. In zijn nieuwe boek A time for new dreams schrijft hij dat het kind het geheim van de mensheid is. Peeters citeert hieruit een zinssnede waarin hij mensen als loten uit een loterij voorstelt. Het kind is daarom ‘the luck of the draw, an unsuspected gamble, an obscure mathematics of destimy or karma; an unspecified punishment or an unnamed blessing – for deserving the parents you have, the family you’re stuck with, or the life you were born into’.

Hier mijn verslag van het gesprek dat Pieter van der Wielen met Koes Peeters over De mensengenezer had, hier mijn bespreking van Congo. Een geschiedenis, hier mijn verslag van een lezing van Okri over A time for new dreams.




Well fed (2017), documentaire van Karsten de Vreugd


Didactisch interessante les over de voordelen van gentech

Documentairemaker Karsten de Vreugd (links op de foto) gaat in Well fed in de slag met zijn vriend Hidde Boersma over de voor- en nadelen van genetische modificatie. Twee weldoorvoede Westerlingen die zich, gedachtig het motto van Bertold Brecht, afvragen of het moreel wel verantwoordelijk is om de nieuwe technologie te onthouden aan mensen in ontwikkelingslanden. Boersma is bioloog en overtuigd voorstander van gentech, De Vreugd weet het niet, te meer omdat er onder zijn vrienden veel weerstand tegen bestaat.

In een Amsterdamse foodstore legt Boersma met bierviltjes uit wat gentech behelst. Het is anders dan het veredelen van producten zoals gebeurd is met de groenten die De Vreugd uit de schappen haalt. De documentairemaker legt zijn oor te luisteren bij maatschappelijke organisaties die hem wijzer zouden kunnen maken op dit gebied. Een medewerker van Greenpeace zegt dat kleine boeren niet gebaat zijn bij de gentech ontwikkeling. Het zet de deur open voor grote bedrijven om met ons voedsel te knoeien. De ASN wacht nader onderzoek af en wil eraan meewerken als daarmee de honger de wereld uit geholpen kan worden. Hivos staat op hetzelfde standpunt als Greenpeace. Men wijst op de verschrikking van Monsanto, die in 2008 door Marie Monique Robin in The world according to Monsanto in beeld gebracht werd. Louise Vet van het Ecologisch Instituut vindt gentech daarentegen een veilige technologie waar armen van kunnen profiteren.

De twee vrienden trekken naar Oxford waar Mark Lynas woont, die eerder een fel tegenstander was van gentech, maar inmiddels bekeerd is en precies weet waar het bij tegenstanders aan schort, namelijk aan een verkeerd idee over deze nieuwe technologie, die ervoor zorgt dat men veel minder bestrijdingsmiddelen hoeft te gebruiken. Boersma vindt ook dat men deze techniek niet op dezelfde lijn mag zetten met de monopolistische praktijken van Monsanto.

Boersma en De Vreugd reizen naar Bangladesh waar men het aangedurfd heeft om de techniek in te voeren, terwijl een land als India huiverig was, vooral door de blokkade in het Westen. In Dhaka bezoeken ze een proeftuin waar de overheid gemodificeerde aubergines kweekt die ofwel resistent zijn tegen ziekten ofwel waar vitaminen aan toegevoegd zijn. De Vreugd is nog steeds huiverig als hij de planten bekijkt.

Ze reizen verder naar het dorp Trishal en bekijken de bedrijfsvoeringen van een boer die tot schade van zijn gezondheid veel pesticiden gebruikt, onder andere tegen rupsen, terwijl een andere boer zijn toevlucht heeft genomen tot gentech en zelfs de zaden daarvan doorverkoopt. Boersma stelt dat de biologische landbouw heel wat minder opbrengt in een land waar veel monden gevoed moeten worden. De Vreugd vraagt zich nog steeds af zo’n gentech product wel goed voor je is.

De toevoeging van vitamine A in rijst haalt De Vreugd over de streep. Het is geweldig dat men de gezondheid van mensen kan verbeteren door een simpele ingreep in rijst, het product dat wereldwijd het meest gegeten wordt. Ook in de kleinschalige landbouw kan met deze techniek gewerkt worden. Vooral in gebieden waar groenten duur zijn, biedt gentech een oplossing.    

Hier meer informatie op de site van Well fed, hier mijn bespreking van The world according to Monsanto van Marie-Monique Robin.

maandag 17 juli 2017

The mind of the universe (2017), tiendelige wetenschapsserie van Robbert Dijkgraaf


Ambitieuze serie over natuurwetenschappelijk denken

Na zijn innemende uitleg van natuurwetenschappelijke verschijnselen in DWWD University is Robbert Dijkgraaf toe aan een groter werk. In tien afleveringen praat hij ons bij over de stand van het natuurwetenschappelijk onderzoek. Hij laat zien waar de dertig wetenschappers, die in beeld komen, mee bezig zijn en probeert uit hun werk een samenhang te destilleren. Omdat de informatie, met multiple choice vragen en al, op de site overvloedig is beperk ik me tot indrukken. Het haardvuur waar Dijkgraaf af en toe peinzend in staart is net als andere sfeerbeelden te veel van het goede. Ik kan me voorstellen dat Dijkgraaf zich daardoor niet helemaal op zijn gemak voelde.

1: de schepper

Dijkgraaf begint zijn verhaal met zijn fascinatie over de rijkdom van het leven en daaraan gekoppeld de vraag hoe dat toch ontstaan is. Verschillende wetenschappers houden zich daarmee bezig, onder andere de rusteloze scheikundige Lee Cronin uit Glasgow. Hij is druk op zoek naar andere levensvormen buiten de koolstof waaruit wij opgebouwd zijn. Met een scheikundige zoekmachine speurt hij naar andere levensvormen. Hij denkt dat de natuur niet zo moeilijk in elkaar zit, maar heeft nog geen nieuwe antwoorden gevonden. Door het gebruikmaken van kunstmatige intelligentie worden de mogelijkheden groter. Nieuwe medicijnen maken andere toepassingen mogelijk.
Bioloog Hans Clevers zoekt het in de stamcellen die het leven steeds vernieuwen. Hij denkt dat de genetische code in geval van ziekte of afwijkingen te verbeteren valt. In zijn vissenonderzoek ziet hij overeenkomsten met kunstvormen van de Aboriginals. De fraaie tekeningen van deze stam lijken heel veel op DNA afbeeldingen. Hij denkt niet dat de mens een langer leven dan zo’n negentig jaar beschoren is. De stamcellen laten dat niet toe.
De Amerikaanse geneticus George Church houdt zich ook bezig met DNA onderzoek. Het DNA is gemakkelijker te ontrafelen dan men denkt, zegt hij. Het DNA is ook te bewerken als een soort tekst. Daarin kan men foute genen vervangen. Hij denkt dat de ontwikkelingen op dit gebied tot onherkenbare veranderingen zullen leiden, vergelijkbaar met de komst van de computer. Hij denkt zelfs de veroudering te kunnen stoppen, in ieder geval de malaria uit te kunnen roeien, maar wil vreemd genoeg wel onze planeet verlaten vanwege allerlei gevaren en zijn heil elders in de ruimte zoeken.
Dijkgraaf stelt dat alles wat we bedenken ook tot uitvoering wordt gebracht, alleen is de politiek vaak nog niet zo ver om goedkeuring te verlenen, bijvoorbeeld over experimenten met dierlijke organen in mensen. Hij vindt net als Einstein de verbeelding belangrijker dan kennis. 

2: de veroveraar

Dijkgraaf vergelijkt de wetenschapper met een veroveraar en de natuur met een strijdtoneel.
Paleontoloog Jean–Jacques Hublin is professor in de menselijke evolutie en heeft de oorsprong van de homo sapies onderzocht te midden van andere mensachtigen zoals de neanderthaler. Het is mogelijk dat beiden naast elkaar leefden, maar de eerste heeft zich verder ontwikkeld terwijl de tweede het loodje legde. Hublin bestrijdt dat de mens een zachtaardig jager-verzamelaar was. Ook neanderthalers maakten wapens. Het feit dat wij ons ontworsteld hebben aan andere mensachtigen moet een waarschuwing zijn dat we ook weer kunnen uitsterven.
Dijkgraaf vraagt zich af hoe wijs wij zijn. Kunnen we, inmiddels levend in het antropoceen, ook de bacteriën en virusssen aan? Viroloog Ron Fouchier brengt griepvirussen in kaart. Vele zijn onschadelijk maar er zijn ook varianten die veel schade kunnen berokkenen. Mutaties leren ons dat virussen zich kunnen aanpassen. In de Verenigde Staten verzette men zich tegen onderzoek van het vogelgriepvirus omdat men vreesde daarmee een paard van Troje binnen te halen, maar Fouchier zegt dat het niet anders kan. Het onderzoeken en bestrijden zit in één pakket. Virussen kunnen we ook in ons voordeel gebruiken, namelijk door genen te repareren en kanker te behandelen.
Dijkgraaf is ervan overtuigd dat kennis ons helpt, ook al kan die in verkeerde zin aangewend worden. Hij verwijst naar Robert Oppenheimer, uitvinder van de atoombom. De Chinese kwantumgeleerde Jian Wei Pan houdt zich bezig met de ontwikkeling van kwantumsatellieten. De informatie die zij ons geven maakt computers sneller en de inhoud kan niet gehackt worden. Verstrengeling van informatie is een kernbegrip in deze theorie. Teleporteren een ander.


3: de maker

Dijkgraaf gaat in deze aflevering in op het feit dat mensen makers zijn, die technologie voortbrengen die op zijn beurt weer de mens in een bepaalde richting duwt. Het technium is een periode waarin de technologie de mens overschaduwt. Daar staan  andere voorstellingen tegenover, bijvoorbeeld die van de homo ecologicus, die nieuwe werelden kan scheppen.
Materiaalwetenschapper Joanna Aizenberg, de eerste vrouw in deze serie, bekijkt patronen van stenen aan het strand en vraagt zich af waardoor de structuur ervan gedefinieerd wordt. Ze laat een skelet van een sponsdier zien, dat symbool staat voor de stevigheid van hoge gebouwen. Een vleesetende plant kan door zijn gladde structuur in water onze zeeën schoner maken omdat de rompen van schepen dan niet meer met giftige middelen behandeld hoeven worden tegen de aangroei van mosselen. Nanostructuren bieden oplossingen voor de wereld van morgen.
De Indiase uitvinder Susant Pattnaik wil nieuwe technologie inzetten om anderen te helpen, bijvoorbeeld door een polshorloge te ontwikkelen waarmee vrouwen mannelijke belagers van zich af kunnen schudden. Hij haalde als kind de televisie van zijn ouders uit elkaar en juichte toen die later ontplofte, omdat dit voor hem het bewijs was dat hij in zijn missie geslaagd was. Hij vertaalde wensen tot voortbewegen van verlamde mensen in een rolstoel op basis van hun ademhaling en kreeg daarvoor een prijs. Hij leert van zijn fouten en dat levert succes op. Hij stimuleert ook jongeren om hun dromen na te jagen.  
De Braziliaanse neurobioloog Miguel Nicolelis bestudeerde de overeenkomst tussen het gedrag van mensen tijdens samenscholingen zoals in een voetbalstadion en het synchrone zwermgedrag van vogels of vissen. Hij ontdekte in de jaren tachtig dat we de samenwerking van neuronen in de hersenen kunnen nabootsen. Apen konden aldus aan eten komen. Deze toepassing is handig voor mensen met Parkinson. Net als Pattnaik doet hij onderzoek naar hulp bij verlamming. Hij heeft een exoskelet gemaakt waardoor men door het denken te sturen weer kan lopen. De samenwerking tussen breinen loopt vooruit op de ontwikkeling van de homo ecologicus.

4: de verkenner

De drang tot verkennen zit volgens Dijkgraaf diep in ons bloed. Dat heeft de mens nodig om te overleven.
De Belgische demograaf Michel Poulain onderzoekt op Sardinië waarom bewoners in sommige gebieden ouder worden dan anderen. Hij doet zijn onderzoek door veel te praten met de eilandbewoners, hoort over hun bestaan als herder en hun lokale geproduceerde voeding en concludeert dat de epigenetica, de wisselwerking tussen genen en omgeving, daarin een belangrijke rol speelt.
De Canadese sterrenkundige Sara Seager zoekt naar leven in de ruimte. Ze stuitte op het probleem dat het niet mogelijk is om de atmosfeer van exoplaneten te onderzoeken. Verschillende onderzoeken moeten haar helpen. Het Tess onderzoek onderzoekt de ruimte met satellieten. Het komende project Starshade kan het sterrenlicht blokkeren waardoor naar de atmosfeer van de planeten gekeken kan worden. Door het meten van gassen krijgt Seager ook informatie om ander leven op het spoor te komen. Je ziet pas iets als je het begrijpt, zegt ze. Het brengt Dijkgraaf op de samenhang tussen onderwerp en onderzoeker. De blik van de onderzoeker is onderdeel van het onderzoeksproces.
De Noorse geoloog Helge Torsvik onderzoekt op IJsland de platentectoniek die nog steeds werkzaam is. Hij zou kunnen voorspellen hoe de aarde er over tien miljoen jaar uitziet, maar kan dat nooit verifiëren. De breukvlakken tussen twee belangrijke platen komen in IJsland samen, dat zich bevindt op een kolom magma. De werkzaamheid is van belang voor het dagelijks leven, want het levert bouw- en brandstoffen. Torsvik wil een allesomvattende theorie van de geofysica van de aarde ontwikkelen. Hij onderzoekt de samenstelling van rotsen en baseert zich op eerder onderzoek van twee Engelsen uit Cambridge, die ontdekten dat er sprake was van oceaanspreiding, waarbij het magma nieuwe zeebodem laat ontstaan. Supervulkanen leidden tot het uitsterven van veel diersoorten, maar de mens bleef in leven. 

5: de illusionist

De vijfde aflevering gaat over ons brein. Dat kan ons bedriegen. De prikkels die het brein voeden, scheppen een werkelijkheid die niet zo hoeft te bestaan. Overigens is het bestaan van de werkelijkheid ook al de vraag.
De Engelse psycholoog Charles Spence probeert gedragsverandering teweeg te brengen door de zintuigen te manipuleren. Hij vertelt dat hij in de war was toen hij een nieuwe televisie had waarvan het geluid van achteren kwam. Na een tijdje voegde zijn brein beeld en geluid weer samen. De hersenen zijn te bedriegen door voorwerpen een andere vorm te geven: als chocolade rond is smaakt die zoeter, zo bleek uit experimenten. Zintuigen kunnen elkaar ook beïnvloeden. De werkelijkheid bestaat niet maar alleen onze interpretatie ervan en die kan men herprogrammeren, al zijn daar ook grenzen aan. De ouders van Spence hadden een kermis zodat hij al op vroege leeftijd met illusie opgevoed werd.
De Chinese robotingenieur Pascale Fung komt uit een kunstenaarsmilieu en leerde zelf ontwerpen. Ze werkt met de multi-zintuiglijke ervaring. Ze leert robots de tango dansen en weet zelfs gevoel bij de apparaten op te wekken, waardoor het empathische machines worden. Empathie hoort bij kunstmatige intelligentie, zegt ze. Emoties kunnen worden begrepen. De toon van de woorden is daarbij belangrijk. Ze heeft al een replica van zichzelf gemaakt, die haar kan overleven en streeft ernaar een robot te ontwikkelen met een hart. Robot Zara ofwel The empatic girl kijkt naar het gezicht van degene tegenover haar en blijft altijd vriendelijk. .
Computerwetenschapper Yoshua Benglo werd geboren in Frankrijk en woont inmiddels in Canada. Hij houdt zich bezig met deep learning. Door na te denken over de werking van zijn hersenen denkt hij slimme computers te kunnen maken die ons uiteindelijk de pas af kunnen snijden. Het gevoel dat er iets klikt of klopt is fijner dan het genot van voedsel of seks, zegt Benglo. De mens leeft daarvan en komt daardoor steeds verder in zijn ontwikkeling. Liefde is een belangrijk element. Het gevoelsmatige aspect is ook te programmeren. Autistische kinderen zijn gek op Siri dus een gevoelsband tussen computer en mens zit er ook nog wel in.

6: de dromer

Het is nogal evident dat wetenschap door dromers voortgestuwd wordt. Een van hen is de Argentijnse theoretisch natuurkundige Juan Maldacena. Hij droomt erover de relativiteitstheorie van Einstein en de kwantum mechanica aan elkaar te koppelen. Op de vraag of hij al opschiet, antwoordt hij met een bescheiden lachje dat hij aardig op weg is. Volgens Dijkgraaf is de herkomst van de mens verklaard als Maldacena, die net als hijzelf in Princeton werkt en dus regelmatig een kop thee met de anderen drinkt, eenmaal de oplossing gevonden heeft. Hij gebruikt voor zijn Theory of Everything een holografisch model dat mij boven de pet ging en ook volgens Dijkgraaf gaat het allemaal ver voorbij ons voorstellingsvermogen.
De Texaanse ruimtepionier Rick Tumlinson is heel wat minder bescheiden. Hij heeft nogal overspannen gedachten over voortleven op een andere planeet en het is jammer dat Dijkgraaf zijn ideeën niet wat kritischer besprak. Ik vond het allemaal zo ergerlijk dat ik daar verder geen woord over kwijt wil, behalve misschien dat de deep space industries een nieuwe fase van het imperialisme zijn, die we liever kwijt dan rijk zijn, dus wat dat betreft is het niet erg als Tumlinson en zijn medewerkers naar Mars of elders vertrekken.
Veel sympathieker is de opzet van de Ethiopische plantenbiologe Segenet Kelemu. Als kind al in een arm gezin met zeven kinderen was ze opstandig en nog steeds kan de ontwikkeling van het Afrikaanse continent haar niet snel genoeg gaan. Ze onderzoekt planten en insecten die aan een verbetering van de gezondheid kunnen bijdragen. Ze heeft ontdekt dat sprinkhanen een stof bezitten die cholesterolverlagend werkt en dat er muggen zijn met een bepaalde bacterie die geen malaria overdragen. Als men de populatie daarvan zou kunnen uitbreiden, zouden minder mensen besmet worden. Een ander idee is het verhinderen van de ziekte stengelboor in mais. Door bepaalde planten ertussen te zetten wordt dat voorkomen. Deze planten kunnen ook weer aan het vee gevoerd worden.

7: de zoeker

Een mens zoekt orde in de chaos en zeker geldt dat voor een wetenschapper. De Braziliaanse wiskundige Artur Avila bouwt voort op het vlindereffect dat in 1960 bij toeval werd ontdekt door de Amerikaanse wiskundige en meteoroloog Edward Lorenz. In The essence of chaos laat Lorenz zien dat een kleine verstoring in de atmosfeer grote gevolgen kan hebben voor het weersverloop. Avila zit aan het strand en kijkt naar de golven om dieper in dit soort verschijnselen door te dringen. Als kind was hij al gegrepen door de inwendige logica van getallen en als kind van de jaren tachtig was hij diep onder de indruk van fractals die door computermodellen opgeroepen worden. Dijkgraaf stelt diens manier van onderzoeken voor als lopen door een donker bos, waarin hij zijn studenten naar een uitweg leidt.
Taalarcheoloog Hani Hayajneh zoekt in een gevaarlijk gebied in Jordanië naar rotsblokken met inscripties van een cultuur, ouder dan de islam, die een verbroedering tussen de Arabieren zouden kunnen opleveren. De inscripties vormen een sleutel van een oude beschaving waarin men al kon lezen en schrijven. Zijn onderzoek is politiek beladen. Zijn studenten hebben vaak stereotiepe ideeën, maar komen in de woestijn tot nieuwe inzichten. Een excursie naar de woestijnstad Petra leidt tot ontzetting bij Hayajneh over de vernietiging van Palmyra. Zonder geschiedenis is het menselijk bestaan zinloos, zegt hij onomwonden. Hij vreest verdere politisering maar hoopt op een culturele dialoog.
De Russische kernfysicus Yuri Oganessian bouwt voor op de theorie van Mendeljev die in zijn droom het periodiek systeem der elemenen bijna foutloos voor zich zag. In het Russische Dubna probeert hij door middel van kernsplitsing nieuwe elementen te vinden die aansluiten bij de oudere. Na vijfentwintig jaar zoeken probeerde men het op een andere manier hetgeen leidde tot element 112. Element 118 is naar Yuri zelf vernoemd. Zijn werk speelde al een rol in de Koude Oorlog maar is ook vandaag de dag nog van belang. Hoewel er geen toepassingen zijn, kan de zuivere kennis de mens wellicht op een of ander manier vooruit helpen.

8: de speler

Spelen is niet voorbehouden aan kinderen. Ook volwassenen spelen. Wetenschappers spelen met ideeën.
De Canadese wiskundige Erik Demaine werd opgevoed door zijn vader, is inmiddels hoogleraar informatica aan het MIT in Boston en erg geïnteresseerd in games. Hij kijkt graag achter de schermen van een spel en probeert de kern ervan op wiskundige wijze te analyseren. Daartoe ontleent hij informatie aan de speltheorie, een tak van de wiskunde waarin het nemen van beslissingen centraal staat. Spel is voor hem een inleiding op wetenschappelijk onderzoek. Ook in bedrijven wordt gespeeld om problemen te analyseren. Erik en zijn vader zijn codekrakers. Het werken met origami levert onderzoeksvragen op. Gevouwen informatie kan gemakkelijker meegenomen worden in een spaceshuttle. Eiwitvouwing is daarbij een voorbeeld.
De Spaanse computerwetenschapper Carolina Cruz-Neira is zeer boeiend door virtual reality. Ze vraagt zich af wat een 3D bril met een mens doet. Haar man en handige zoon van twaalf helpen haar bij haar onderzoek, waarbij ze de grenzen van de virtual reality opzoekt. Door een proefpersoon in de huid van een bekende zanger te laten kruipen, kan diens stressniveau verlaagd worden. Ze denkt dat er een revolutie op haar gebied plaatsvindt, maar heeft geen idee wat het inschakelen van de fantasie voor de toekomst van de wereld betekent.
De Amerikaanse gedragseconoom John List bestudeert het gedrag in de economische wereld aan de hand van spelanalyse. Hij vraagt zich af hoe de economische ongelijkheid te verkleinen is. Een antwoord heeft hij gevonden in het overwinnen van verlies-aversie, dat kan worden gestimuleerd door leerlingen in achterstandswijken, waar de motivatie om te leren gering is, vooraf voor een opgave te belonen. De gedachte hierachter is dat men zich harder inspant om de beloning niet kwijt te raken. Daarmee kunnen meer mensen met succes deelnemen aan de meedogenloze economische competitie. 


9: de denker

De mens is een wezen dat nadenkt over de wereld om hem heen, maar volgens Decartes denkt hij ook na over zichzelf en over zijn eigen denken.
De sympathieke Britse cognitief psychologe Nicky Clayton doet onderzoek naar het bewustzijn van vogels en hun taal. Dijkgraaf verklapt al dat kraaien vooruit kunnen denken. Clayton laat dit zien aan de hand van een experiment, waarin een kraai een worm uit een glas water haalt door met steentjes het waterniveau te verhogen. Dat doen ze beter dan kinderen, maar Piaget leerde ons al dat denken tijd nodig heeft. Vogels kunnen ons volgens haar nieuwe denkwijzen aandragen. Tijdens het dansen is ze daar ook zelf mee bezig.
De Amerikaan Donald Hoffman is net als Clayton cognitief psycholoog maar doet daar iets heel anders mee. Hij vraagt zich, op grond van het feit dat we niet bij elkaar naar binnen kunnen kijken, af of de wereld bestaat, dan wel een constructie van onze hersenen is. We creëren wat we waarnemen, is een gevleugelde uitspraak van dit soort denkers. Alles is een persoonlijke ervaring. Hij baseert zich op de evolutietheorie om zijn aannames te staven. Daarmee staat hij op gespannen voet met zijn ouders die hem gelovig hebben opgevoed. Hij zegt dat het jaren duurde tot hij zich van het ouderlijk geloof kon losmaken. Tegenwoordig probeert hij ook het geloof evolutionair te verklaren. De film The matrix laat zien dat er verschillende opvattingen over de werkelijkheid kunnen bestaan.
De Amerikaanse jezuïet en astronoom Guy Consolmagno is sterrenwacht van het Vaticaan en onderzoekt meteorieten. Zijn geloof geeft hem de moed om dit te doen. Godsdienst en wetenschap hoeven volgens hem niet met elkaar in strijd te zijn. In het eerste geval gaat het om begrip dat waarheid zoekt, in het tweede geval om waarheid die begrip zoekt. Meteorieten vertellen ons dat de aarde ouder is dan theologen dachten.   

10: de verbinder

In de laatste aflevering probeert Dijkgraaf de uitgezette lijnen met elkaar te verbinden. Hij doet dit aan de hand van gesprekken die hij met een drietal wetenschappers voert.
De Britse kosmoloog Martin Rees werkt in het Vaticaan. Ook daar is men tegenwoordig geïnteresseerd in het ontstaan van het universum en onze toekomstige mogelijkheden. Volgens Rees zijn de ontwikkelingen elkaar snel opgevolgd en staat er op het ogenblik veel op het spel. In ieder geval is de mens niet de kroon op de schepping, zoals hij vaak gedacht heeft. De toekomstige evolutie is aan de technologie en in deze eeuw worden de lijnen daarnaar uitgezet. Hij denkt zelf aan de ontwikkeling van cyborgs, samensmeltingen van mens en machine. Post-menselijk leven zou zich wel eens buiten de zwaartekracht kunnen afspelen. De titel van zijn boek Onze laatste eeuw waarschuwt al dat we voorzichtig moeten omspringen met onze mogelijkheden.
De energiek ogende Amerikaanse chemicus George Whitesides (zie foto) zoekt de oorsprong in de bouwstenen van het leven. Hij verbaast zich over de vele variaties die er mogelijk zijn. De verschillen tussen materie en leven worden steeds onduidelijker. Ook hij denkt dat de ontwikkelingen verder zullen gaan. Wijzelf zijn een overgangsvorm op weg naar planetaire intelligentie, die door het internet wordt gevoed. Coöperatieve robotica leidt tot een versmelting van mens en machine waaruit zich een levende rivaal voor de mens kan ontwikkelen.
De Amerikaanse wiskundige Jennifer Chayes ziet grote mogelijkheden voor de mens. Alleen al door online cursussen kan iedereen tegenwoordig aan wetenschap doen. Door kunstmatige intelligentie komen er steeds krachtiger systemen om onze kennis te ordenen. Mens en technologie vormen daardoor een collectief zelfstandig brein. Ze bestudeert ook andere vakgebieden omdat de ontdekkingen daar meewerken om meer zicht op het geheel te krijgen. Verbinding van kennis is het toverwoord. Ze gelooft in de global mind. We zijn op weg naar een andere mensvorm. De technologie moet volgens haar wel in de pas blijven lopen met de ethiek, waardoor we meer waarde kunnen scheppen, ook voor mensen die onderliggen.  

Hier nog veel meer informatie op de site van de serie, waaronder hier een brief van filosoof Koert van Mensvoort over de wenselijkheid van nieuwe technologie. Eerst nadenken voordat we doen, is zijn advies, terwijl Dijkgraaf er vanuit gaat dat alle ontdekkingen ook in praktijk gebracht zullen worden. Het pleit steeds meer voor een wereldregering die de bakens uitzet en ons in een goede richting houdt.