Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 19 november 2017

Theaterrecensie: Ophelia, Veenfabriek, Toneelschuur, 18 november 2017


Overrompelend kijk- én luisterspel over de liefde die niet te bevatten is

Ophelia is een deerniswekkend personage uit Hamlet van Shakespeare en over haar valt niet veel meer te zeggen, dan dat ze haar liefde voor de prins van Denemarken met de dood moet bekopen, maar des te meer treft ons haar lot. Dat gebeurde ook bij componist Berlioz die zo laaiend was over de vertolking van haar rol door de Ierse Harriet Smithson, dat hij daaraan een symphonie wijdde, de Symphonie Fantastique en een relatie met haar aanging. In de versie van  Veenfabriek, die daaraan nog eens een eigentijdse dimensie aan toevoegen, trekt Jacobien Elffers als een waanzinnige de aandacht naar zich toe en wordt daarmee steeds krachtiger terwijl haar tegenspelers in de rollen van Hamlet en Berlioz steeds meer terrein kwijtraken.

 Het publiek wordt in de stemming gebracht door een opwekkende rede van Phi Nguyen die preludeert op zijn rol als Hamlet en zijn twijfel aan de echtheid van het bestaan. Zekerheid kan ook Phi niet geven, maar wij kunnen ons wel proberen in te leven in de wereld van Berlioz ten tijde van de uitvoering van Hamlet op 11 september 1827 in Parijs. Na een prachtige ouverture van de Symphonie Fantastique op viool en piano, vertelt Roland Haufe, die de rol van Berlioz speelt, over de toestand van de maatschappij in die dagen. De datum doet ons meteen denken aan de rampen die de moderne maatschappij treffen. Een kleine twee eeuwen geleden werd net zo goed aan de menselijke rede geknaagd.  

 Zoals Phi al voorspelde, is het ondoenlijk om Ophelia met een rationele blik te bekijken. De wijze waarop de hoofdpersoon de rollen uit de Hamlet van Shakespeare in 1660 en 1827 vermengt met haar eigen bestaan als actrice kan niet doorgrond, maar alleen ervaren worden. De inbreuken op de toneelteksten zijn talrijk om niet te zeggen dat ze de chaos juist willen bevorderen. Dit blijkt al meteen als Steven, die ook de broer van Ophelia speelt, namens musicus John komt vragen of Hamlet de bestaanskwestie al aan de orde heeft gesteld vanwege de cue die daarin verborgen lag voor de instrumentalisten.

Er wordt door de spelers veelvuldig gebruik gemaakt van de flessen wijn naast de vleugel. Ophelia heeft een eigen fles naast haar staan die haar gevoelens opzweept, haar wanhoop vergroot. Berlioz, die het zwaar te verduren krijgt met kritiek op zijn romantische werk en zijn rol als geliefde, zet zelfs de fles aan zijn mond. Te midden van alle emoties vormt het toneelstukje rond de dood van de koning dat halverwege wordt opgevoerd, een stijlbreuk met het geheel. Hoewel men daarmee verwijst naar Hamlet waarin dat ingelast wordt om de waarheid boven water te krijgen, blijft het bij de Veenfabriek een nogal flauwe toestand met veel rode vingerverf. Fraaier is de kanteling van de lichtbakken waarmee later een sfeer van waanzin op het toneel wordt opgeroepen.    

Van de musici van de vorige productie Raarr met Joep van der Geest als gastheer is alleen toetsenist Ton van der Meer overgebleven. In Ophelia, dat geregisseerd en deels geschreven werd door Joeri Vos, werd Van der Meer bijgestaan door violiste Vera van der Bie, gitarist John van Oostrum, harpiste Ruta van Hoof, fluitist Steven Ivo en blazer Bastiaan Woltjer, die ook voor de composities verantwoordelijk was. De instrumenten gaan een prachtig samenspel aan met de tekst en verdringen die als zij dat nodig vinden. Alleen tijdens de tirade van Ophelia in een besmeurde witte jurk tegen alles wat de liefde onmogelijk maakt (zie foto van Robert van der Ree), zoals de oppervlakkigheid van de sociale media in onze tijd, druipen ze af om tenslotte na het vertrek van onze gehavende heldin een droevig slotakkoord aan te heffen. Groots!

Hier een link naar de bronnen van de verschillende muziekfragmenten op Spotify, hier mijn bespreking van Raarrr.

La chana (2016), documentaire van Lucija Stojevic


Flamencodanseres doet tot eind aan toe aan pure bewegingskunst

De Kroatische documentairemaker Lucija Stojevic maakte een bijzonder portret van de Spaanse Antonia Santiago Amador, flamencodanseres van het eerste uur. Ze was al als kind gefascineerd door de dans en werd daar later in tegengewerkt door een jaloerse echtgenoot, maar laat op haar zeventigste in Barcelona haar voeten nog over de planken roffelen, alsof die nog precies weten wat hen te doen staat.

Antonia vertrouwt Stojevic toe dat het ritmische voetenwerk een labyrinth is met vele deuren die tijdens het dansen voor haar open gaan. Haar lichaam wordt aangestuurd door haar ziel, haar gevoelens liggen verankerd in het ritme, dat het kompas vormt en de sleutel op alles is. Na dit tipje van de sluier werpen we een blik in haar huiskamer waar ze samen met haar tweede echtgenoot en onbetaalbare partner Felix op relax fauteuils naar de televisie kijkt en waarin vele portretten staan die getuigen van een rijke historie.

Antonia vertelt dat ze altijd al droomde van dans en dat haar oom die gitaar speelde verrast was door haar bewegingen en ternauwernood van haar vader toestemming kreeg om samen met zijn nichtje op te treden. Om meer armslag te hebben trouwde ze op haar achttiende en een jaar later had ze een dochter. Haar man werd haar manager en stond niet toe dat Peter Sellers haar mee wilde nemen naar Hollywood na een dansfilm die in Italië werd opgenomen. In 1977 was haar broer een half jaar dood en was ze te gast in een televisie programma waar ze zonder gerepeteerd te hebben de sterren van de hemel danste, maar de volgende internationale successen waren voor haar man teveel, waardoor Antonia een tijd van eenzaamheid en mishandeling tegemoet ging. Ze vertelt dat haar leven tijdens de dans licht was, maar die andere kant wuift ze weg. Ze maakt samen met haar dochter paella en praat over het verleden waarin ze zelden thuis was. De dochter ging niet naar haar optredens omdat ze daar een enorme natuurkracht op het podium zag die op haar moeder leek, maar het niet was. De dochter was bang dat haar moeder door de creatieve kracht zou bezwijken, maar Antonia zegt dat ze zich een weeskind voelde dat niets had en in haar dans juist veel kon uiten.

Samen met de ritmisch klappende Felix oefent ze aan de etenstafel met haar handen een nieuw pasje in. Een voormalige tango leerling komt eten en is vol lof over zijn lerares, die tot aan Tokio aan toe furore maakte met haar pure zigeunerkunst. Hij zegt dat de gitarist haar vaak niet kon bijhouden. Zelf zegt dat ze gevangen gezet werd in een kooi, waarmee ze de houding van haar echtgenoot bedoelt, die haar het dansen onmogelijk maakte en zeven jaar daarna vertrok en haar en haar dochter berooid achterliet. Twee jaar zat ze stil voor zich uit te kijken en daarna trok ze haar oude kleren aan en ging ze met een nieuwe groep weer optreden.

Tegenwoordig maakt ze weer deel uit van de groep vrouwen van vroeger. Ze haalt haar veertig jaar oude schoenen tevoorschijn die nog passen en vertelt een jonge danseres over de magie van de dans. Ze gaat in op een nieuwe uitnodiging om op te treden en oefent thuis vanwege haar slechte knie op een stoel. Ze moet de jurk laten innemen en voorafgaande aan het optreden haar bloedsuiker meten en een kop koffie met veel suiker drinken, maar daarna staat ze er weer, al is het dit keer zittend, net zo begeesterend als we op de oude beelden zagen.

Hier de Nederlandse trailer.

Recensie: Kruistocht in spijkerbroek (1972), Thea Beckman


Avontuurlijke jeugdroman over een van de eerste kinderkruistochten

De historische jeugdroman Kruistocht in spijkerbroek van Thea Beckman is een klassieker en vertelt het onwaarschijnlijke verhaal over een kinderkruistocht die in de dertiende eeuw gehouden werd om Jerusalem te bevrijden van de Saracenen en daarmee de hoofdstad van het christendom toegankelijk te maken voor pelgrims. Beckman doet in geuren en kleuren verslag van een tocht die vanuit Duitsland georganiseerd werd en waar ook onze tijds- en landgenoot Dolf Wega uit Amstelveen aan meedeed, die zich tot een van de leiders ontpopte.

De jeugdroman begint met een bezoek dat de nog geen zestien jaar oude scholier Dolf brengt aan twee wetenschappers die bezig zijn om dieren weg te flitsen naar het verleden en weer terug te halen naar het heden. Dolf overtuigt de heren ervan dat ze beter hem als proefpersoon kunnen nemen, want hij kan dan later vertellen wat hij allemaal heeft gezien op de riddertoernooi in Midden-Frankrijk waar hij nieuwsgierig naar is. De wetenschappers hebben daar wel oren naar, zetten hem op de plaats waarvandaan geflitst wordt en spreken af dat hij vier uur later zal worden teruggeflitst.

Dolf komt echter niet in Frankrijk aan maar langs de Rijn voor de stad Speyer ofwel Spiers, waar hij getuige is van een gevecht dat een jongen met twee misdadigers levert. Dolf helpt de jongen, waardoor de belagers afgeschud worden, maar kan niet meer terug vanwege de passage van de kinderkruistocht die uit zo’n achtduizend kinderen bestaat. De jongen in zijn moderne spijkerbroek sluit vriendschap met de Diets sprekende student Leonardo die met zijn ezel op weg is naar familie in Bologna. De twee sluiten zich aan bij de kinderen, die onder leiding van de herdersjongen Nicolaas op weg zijn naar Genua waar de zee voor hen open zal gaan. Dolf betwijfelt meteen al of dit zal gebeuren maar is begaan met het harde lot van de kinderen en langzamerhand zet hij zich in om de organisatie te verbeteren.

Daarmee komt hij in strijd met de twee voormalige monniken Anselmus en Johannis en hun, die de tocht met een ander doel georganiseerd hebben, maar daar komt Dolf pas heel langzaam achter. Eerst is er de nodige te doen om aanvallen in de bergen tegen te gaan en de honger en een rondvonkepidemie te bestrijden, die de nodige slachtoffers eist. Dolf krijgt, behalve van Leonardo, daarbij steun van een viertal jongens die hij heeft leren kennen op zijn zoektocht door het kamp naar een pannetje voor soep. Tussendoor moet hij zich ook nog verantwoorden voor de bedoelingen waarmee hij de tocht probeert om te buigen, in ieder geval ook letterlijk door een route over de Brennerpas te nemen, maar hij wordt geholpen in zijn verdediging door de goede derde monnik Thaddeus die zich aangesloten heeft.

Beckman laat ook af en toe van zich horen, al is het maar om de spanning rond het doel van de tocht erin te houden, die tenslotte aan de rand van Genua een dramatisch hoogtepunt bereikt, waarbij Johannis eieren voor zijn geld kiest en Anselmus het loodje legt. Ze heeft ook kritiek op de ongelijkheid tussen de leiders van de tocht en de volgers, maar zegt ronduit dat dit in onze moderne maatschappij niet veel anders is. ‘De mensen waren dezelfde gebleven: leugenachtig, zelfzuchtig en wreed.’  
Hoewel Beckman de spannende toon niet helemaal volhoudt en soms verzandt in herhalingen, heeft ze een prestatie van jewelste geleverd om de tijdskloof tussen Middeleeuwen en moderne tijd te dichten, de tocht in zijn geheel te beschrijven en het verhaal mooi rond te breien.    

Hier meer over de historische achtergrond op de site van Historiek.

  

zaterdag 18 november 2017

Filmrecensie: A blast (2014), Syllas Tzoumerkas


Het zware lot van een jonge Griekse moeder teveel in de overdrive

De Griekse regisseur Syllas Tzoumerkas (Thessaloniki, 1978) loopt alweer enkele jaren mee in de filmwereld en maakte in 2010 zijn eerste lange speelfilm Homeland. In A Blast, die hij vier jaar later maakte, gaat het om een ontsnapping van een Griekse moeder uit omstandigheden die haar steeds meer benauwen. De vitale jonge vrouw vol seksuele begeerte denkt een goede echtgenoot en minnaar gevonden te hebben in Yannis, die zich vooral op zee ophoudt, maar komt bedrogen uit.

Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de financiële crisis in Griekenland in de afgelopen jaren, maar is toch vooral een psychologische schets van Maria, een impulsieve vrouw in moeilijke omstandigheden, die haar studie opgeeft en helemaal voor de liefde gaat met de knappe Yannis. Haar relatie gaat echter de vernieling in door beelden die Maria later op een sekssite op internet ziet van de biseksuele Yannis die volkomen los gaat wat zijn lust betreft. Dat de gehandicapte moeder van Maria veel schulden heeft opgebouwd met haar kruidenierswinkel werkt ook al niet mee om enig houvast in het leven te vinden. Maria komt in contact met een vastgoedondernemer die suggereert dat ze aan geld kan komen als haar vader een perceel land in zijn oude dorp aan zee platbrandt zodat daar een hotel op gebouwd kan worden.

A blast begint met de spookachtige rit in het donker samen met haar vader naar het dorp, maar verplaatst zich al gauw naar een uitgelaten middagje op het strand met zus Gogo, waarbij de twee nog hoopvol zijn over het geluk dat hen in hun leven ten deel zal vallen. Ze krijgen later allebei een relatie met een zeeman, Maria met Yannis, Gogo met Costas. De laatste is mee als Yannis voor het eerst bij de ouders van Maria komt eten. Costas blijkt een aanhanger van extreem rechts, maar verder wordt dat, op beelden waarop aanhangers van deze beweging buitenlanders achtervolgen, niet uitgewerkt in de film.

A blast is opgedeeld in vele korte fragmenten, die het verhaal tot een puzzel maken waarbij de kijker de taak heeft die op de juiste plaats te leggen. Omdat dit niet zo’n eenvoudige taak is, boet de film aan emotionele waarde in. Dat ligt zeker niet aan het spel van Aggeliki Papoulia. Zij toont de lust en onlust van Maria met verve, zeker ook op seksueel gebied. Ze gaat zelfs naar een vrouwengroep om over haar problemen te praten. Dat is na de dood van haar moeder die zich van narigheid van het balkon heeft gestort, maar verlichting brengt dat niet.

De afloop van de film die ook al in stukjes is versnipperd, brengt Maria haar kinderen naar Gogo die zelf geen kinderen kan krijgen en gaat er vandoor. Ze schudt daarbij ook nog een politiewagen van zich af, nadat ze een slagboom op de snelweg kapot heeft gereden en denkt daarbij steeds aan de eerdere verklaring van Yannis die zelfs van haar zou blijven houden als ze niet meer van haar hield. Als geheel zit de film, zoals de achtervolging laat zien, te veel in een overdrive waardoor de gevoeliger momenten het onderspit delven. Het is al dramatisch genoeg dat Yannis zich tenslotte toch over de kinderen ontfermt als zijn vrouw er vandoor is gegaan.
o

Hier de trailer.

Death in the terminal (2016), documentaire van Tali Shemesh en Assaf Sudry


De ernstige gevolgen van het recht in eigen hand nemen

De Israëlische documentairemakers Tali Shemesh en Assaf Sudry maakten met Death in the terminal op hartverscheurende wijze duidelijk hoe gemakkelijk het is dat men in geval van een terreuraanslag voor eigen rechter gaat spelen en een vermeende terrorist die gewond op de grond ligt, nog eens extra bewerkt.

Tali Shemesh en Assaf Sudry beginnen met beelden van de vele camera’s die in het busstation staan waar de aanslag gepleegd werd. Aan het begin van de dag klinken vrolijke klanken van een radiostation, tot de rust wreed verstoord wordt door schoten. Opeens zien we mensen naar binnen rennen, achter een barretje schuilen of verder door lopen. Een Eritreeër wordt neergeschoten door een bewaker en ligt gewond op de vloer, waar hij onder schot gehouden wordt en wreed toegetakeld. Verschillende ooggetuigen vertellen in de documentaire wat ze hebben meegemaakt.

Soldaat Daniël vertelt dat hij met een vriend Ben stond te wachten op een bus en dat zij eerst nog naar de wc gingen, toen ze schoten hoorden. Hij keek om de hoek en zag het bebloede hoofd van een militair op de grond liggen. Na nieuwe schoten ging Ben ook kijken. Na de inval van de politie werd Daniël zwaar aan zijn arm getroffen en ook in zijn buik geschoten, hoewel hij vertelde dat hij een soldaat was.

Een verkoopster bracht een collega en ging op onderzoek uit omdat ze ook verpleegster was. Ze kwam bij een slachtoffer en probeerde het gerust te stellen vanwege de kans op een shock. Daarna vielen er meer slachtoffers waarin een bekende die ze tevergeefs met een hartmassage in leven probeerde te houden.

Een gevangenisbewaker was in de buurt en nam een kijkje in de terminal. Hij zag de terrorist op de grond liggen en ook dat hij geschopt werd. Omdat de terrorist bewoog zette men een bank over hem heen, waarop de bewaker plaatsnam en de man verbood om op te staan.

Moshe, een vrijwilliger van de kibboets, stond te eten bij een barretje en dronk juist van zijn shake, toen de aanslag plaatsvond. Hij probeerde te voorkomen dat men voor eigen rechter speelde. De man op de vloer zag er niet uit als een terrorist, vond hij en hij ging weg met het gevoel dat het niet klopte. De volgende dag kwam hij opnieuw langs de plek waar hij gestaan had en zag daar kogelgaten. In de bus besloot hij een daad te stellen door de shake op te drinken.

Een falalelverkoper filmde in de terminal en vond eveneens niet dat hij men een terrorist van doen had want die dragen meestal geen slippers. Hij wilde zeggen dat de man onschuldig was maar als Arabier is het gevaarlijk om zoiets te roepen.

Soldaat Yotam zegt ook dat de man niet verdacht oogde. Hij volgde de echte terrorist die naar buiten vluchtte en daar onschadelijk werd gemaakt.

De neef van de Eritreeër zegt dat Haflom, zoals de nog jonge man heette, een goed mens en gezinshoofd was.   

Het is de vraag of militairen die aan de wraakactie meededen vervolgd worden. Eerder werden executies van geboeide Palestijnen nauwelijks bestraft.

Hier de trailer.

vrijdag 17 november 2017

Filmrecensie: Dog day afternoon (1975), Sidney Lumet


Fantastische ontregeling tijdens bankoverval

De film Dog day afternoon is gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen in de zomer van 1972 in Brooklyn. Sidney Lumet begint met sfeerbeelden van de summer in the city in de jaren zeventig, die weemoedig maken naar een leven dat toen nog een graadje minder warm en langzamer verliep. Ook de bankoverval van Sonny en Sal mist de perfectie, die we tegenwoordig zien, maar is daarom des te leuker om naar te kijken.

Hoofdpersoon Sonny, een schitterende rol van Al Pacino, draagt de film met zijn humane benadering van het bankpersoneel dat zich doodschrikt als hij en zijn maat Sal vlak voor sluitingstijd hun kantoor overvallen. De sfeer is meteen gezet als blijkt dat er weinig geld in huis is. Als hoofdkassier Sylvia (Penelope Allen) nog naar de wc wil voor ze opgesloten wordt, zie je Sonny denken. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om iedereen nog niet even te laten plassen voordat hij ze achter slot en grendel zet.

Dat het niet zover komt is een andere zaak, maar hij krijgt daarmee wel het personeel en hun baas Mulvaney op zijn hand. De laatste helpt de achterdeur te barricaderen en wil zelfs niet weg als hij daar door zijn suikerziekte de kans voor krijgt. Ook het publiek buiten is op de hand van Sonny die de woede van de menigte nog eens aanwakkert door de naam Attica te roepen, die verwijst naar een opstand in een gevangenis in New York een jaar eerder.

De bevlogenheid van Gutmensch Sonny wordt versterkt door zijn tegenspeler Sal, die wantrouwig is en vooral angstig. Als Sonny bij inspecteur Moretti bedingt dat hij een vliegtuig wil waarmee ze naar Algerije kunnen gaan, bekent Sal dat hij vliegangst heeft. Hij gaat liever naar Wyoming, maar dat is geen land, zegt Sonny. Sal zit aan tafel en hoort dat Sylvia vanwege de spanning eindelijk weer een sigaret wil opsteken, maar hij vindt dat een slechte zaak. Vlak voor vertrek naar de luchthaven wenst gijzelaar Maria die wordt vrijgelaten, zoals de overeenkomst is, hem nog veel sterkte. Overigens heeft het bankpersoneel ook nog inspraak over het te kiezen land. Sommigen willen naar Nederland omdat daar de joden aan een onderduikadres geholpen werden.

Grappig is de scène waarin de telefoon gaat en de echtgenoot van medewerkster Jenny aan de lijn is om te vragen wanneer ze thuis komt om te koken. Jenny instrueert vervolgens haar man om zelf wat te bereiden. De beelden van het thuisfront van Sonny vormen een aangename afwisseling met het verloop van de gebeurtenissen in het bankgebouw dat van alle kanten belaagd wordt door politie en pers. Sonny kan helemaal uit zijn dak gaan door met een witte zakdoek in zijn hand het publiek te bespelen, dat inmiddels ook vernomen heeft dat hij het geld nodig had voor een geslachtsoperatie van Leon met wie hij in het geheim is getrouwd. Dat hij zijn vrouw Angela niet is vergeten blijkt uit het testament dat Sonny door Sylvia laat opmaken voor ze naar de luchthaven vertrekken.  

Sidney Lumet maakte vele films, waaronder de inhoudelijk sterke  film 12 angry men (1957). Al Pacino speelde daarna onder andere in Angels in America (2003) de invloedrijke advocaat Roy Cohn.

Hier de trailer van Dog day afternoon, hier mijn bespreking van 12 angry men, hier die van Angels in America.

Muziek op de vlucht (2016), documentaire van Frans Bromet


Vluchtelingen in de val bezingen hun onzekere lot

In 2016 maakten Teun Voeten en Maaike Engels de informatieve documentaire Welcome to the jungle over het leven in het vluchtelingenkamp aan de rand van Calais vlak bij de snelweg die naar de veerboot en de treintunnel gaat.  In dat kamp, dat The Jungle wordt genoemd, proberen vluchtelingen uit zeer verschillende landen die op hun reis naar Groot–Brittannië in Calais gestuit zijn te overleven en daarbij is muziek een belangrijk middel. Het is de verdienste van Frans Bromet dat hij de liederen die in het kamp gezongen worden voordat het in maart 2016 ontruimd wordt, zonder commentaar laat horen. Daarmee worden we deelgenoot van de angst en de wanhoop van mensen tussen wal en schip, gevlucht uit een ongelukkige situatie maar zonder veel illusies over de toekomst.

Muziek op de vlucht opent met een beeld van de veerboot die naar Engeland vertrekt terwijl een man die hem nakijkt zingt over zijn heimwee naar zijn geboorteland. Daarna volgen beelden van een demonstratie waarbij een groep korte slogans scandeert die door een man worden uitgesproken en die het legaal reizen naar Groot-Brittannië tot onderwerp hebben. Dit wordt weer gevolgd door een klaagzang van een man tegen de eenzaamheid. De liederen worden afgewisseld met beelden uit het kamp zoals de tenten die overal staan en de houten nederzettingen die men van pallets aan het bouwen is, maar die soms ook weer in de brand vliegen, waarna de politie komt om de brandweer de gelegenheid te geven het vuur te blussen. Het bluswerk wordt begeleid door een lied met de tekst dat de goedheid mag overwinnen. Bijzonder is de kerk die op het terrein is verrezen. Het was te verwachten dat daar mooie gospels zouden worden gezongen maar die heb ik niet gehoord. Wel is er een oproep tot gebed, maar dat leek eerder te slaan op een dienst van islamitische aard. 

De confrontaties met de oproeppolitie bij de snelweg worden wel regelmatig in beeld gebracht, terwijl men onderwijl een lied zingt over Londen, waarbij ook gedanst wordt. In de tussentijd propt een vrouw straatafval in een vuilniszak en wekt een ander op de fiets stroom op voor de mobiele telefoons. Hier en daar wordt onder het uitbrengen van gezamenlijke gezangen op vuurtjes gekookt en elders staat men te wachten voor de voedseluitdeling. Een man luistert op zijn telefoon naar een lied over een bijzondere en rustgevende vrouw en put daar hoop uit. Een studente kunstgeschiedenis is overrompelend door een tekening die op een muur is verschenen en laat zich daarbij filmen.

Alle zang, dans en geklap kan niet verhinderen dat het eind van het kamp nabij is. Bulldozers overstemmen de liederen van hoop en wanhoop. Bromet toont beelden van witte containers die, omgeven door hekken, naast het kamp verrijzen, maar die op weinig instemming kunnen rekenen. Een hippie meisje brengt op gitaar een actuele versie van Stand by me. Op de trailer is, na  een fragment van een lied van een man over het onveilige Kunduz, een andere man te zien die te midden van anderen in een tent een aangrijpend protest laat horen over de ongelijkheid waarin hij en zijn lotgenoten gevangen zitten. Hij wijst met zijn vinger naar de camera van Frans Bromet en duidt het verschil aan in positie tussen de filmmaker en zijzelf (zie still). De een komt uit een veilige wereld waarin alles goed geregeld is, de ander weet bij god niet wat hem te wachten staat. Dat lijkt me het uitgangspunt om tot verandering van deze schrijnende situatie te komen.   

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Welcome to the jungle, hier Ben E King met Stand by me.

donderdag 16 november 2017

Filmrecensie: Gilda (1946), Charles Vidor


Ingewikkelde driehoeksverhouding rond gevoelens van haat en liefde

Gilda is een film noir over een gelijknamige femme fatale die een horzel in het leven is van haar Amerikaanse landgenoot en gokker Johnny Farrell. De twee hebben eerder een verhouding gehad die op de klippen gelopen is, maar ontmoeten elkaar weer in Buenos Aires door toedoen van een rijke eigenaar van een casino aldaar. Deze Ballin Mundson is al gauw op de hoogte van de eerdere verhouding tussen Gilda en Farrell, maar hij heeft andere zaken aan zijn hoofd om zich te zeer over hen te maken en zelf zijn Gilda en Farrell ook nog niet toe aan een verzoening. Op het moment dat Mundson terugkeert om wraak te nemen op het stel is er een nar in de fguur van oom Pio die hem mijn zijn eigen aanvalswapen, een stok met een scherpe punt erin, in de rug steekt, maar dan zijn we al een heleboel stappen verder in dit nogal complexe verhaal naar een roman van E.A. Ellington.

Vrij snel in de film zien we dat Farrell door Mundson wordt binnengehaald. Op een moment dat hij bedreigd wordt door een dief, wordt hij gered door de steekstok van Mundson, die de berooide gokker opdraagt om, geknipt en geschoren, zijn geluk in het casino te beproeven. Als Farrell met grote winst het pand verlaat moet hij bij de directeur komen die dezelfde Mundson blijkt te zijn, die hem aanneemt als zijn naaste medewerker. Op het moment dat Mundson op reis moet, neemt Farrell de zaken over en als Mundson weer terug is met de New Yorkse Gilda aan zijn zijde, stelt Farrell zich ten doel om ervoor te zorgen dat de liefdesverhouding geen schade lijdt door concurrenten van Delgado of Evans. In de volce-over horen we dat Farrell zelf nog altijd gek op Gilda is, maar hij wil door het ongelukkige leven dat zij leidden, zijn hart geen geweld meer aandoen.

De bijrol van de nar oom Pio die in het casino werkt en weet wat in relationeel opzicht tussen de hoofdpersonen speelt, is heel grappig. Hij verwijt Farrell meteen al dat hij een boer in plaats van een heer en komt daar verschillende keren op terug. Inmiddels wordt Mundson zeer in beslag genomen door een de lucratieve, maar illegale handel in wolfraam en begint Gilda Farrell steeds meer te provoceren om zijn liefde opnieuw voor haar te winnen, onder andere door een lied te zingen waarin ze de schuld op zich neemt, maar Farrell laat zich niet zo gemakkelijk voor haar karretje spannen. Op het eind moet er een politiecommissaris aan te pas komen die vertelt dat Farrell met goed fatsoen met Gilda kan vertrekken, ook al moet eerst nog de doodgewaande Mundson afgeschud worden maar daar is de nar Pio goed voor.

Rita Hayworth draagt de hoofdrol met verve. Ze weet Farrell (Glenn Ford) tenslotte opnieuw te verleiden, al kan dat diens haat niet wegnemen en daardoor duurt hun geluk als bezitters van het casino niet lang. Gilda neemt, om Farrell te tarten, zelfs een uitstapje naar een nachtclub in Montevideo om daar een nieuwe man te vinden, die haar, verrassend genoeg, weer terugbrengt naar Buenos Aires, alsof de twee nooit van elkaar af komen, hetgeen uiteindelijk ook niet gebeurt. Dat is dan de uitkomst van een bijna twee uur durend spel waarin de drie hoofdrolspelers om elkaar heen draaien, daarmee de toeschouwer bijna duizelig makend met alle schijnbewegingen die daarbij horen. Het is dankzij de voorbeeldige indruk van Hayworth dat Gilda aantrekkelijk blijft om naar te kijken.

Hier de trailer.

Ik hoor alles – Vincent Bijlo (2017), documentaire van Floris Alberse


Dappere blinde cabaretier laat zich niet door gehoorproblemen van de wijs brengen

Journalist en documentairemaker Floris Alberse (1987) maakte een intiem portret van de blinde cabaretier Vincent Bijlo, die tegen een andere zintuiglijke handicap lijkt aan te lopen. Behalve zijn ogen werken zijn oren ook minder goed. Desondanks houdt de cabaretier de moed erin. Zoals hij al in zijn romandebuut Het instituut beschreef, is hij niet een persoon die zich er gemakkelijk laat onder krijgen. Het is dan ook bewonderenswaardig zoals hij zich op dit moment door zijn onzekere leven beweegt.

Alberse maakt meteen duidelijk dat Bijlo het niet gemakkelijk heeft. In een schemerige keuken maakt hij op de tast zijn ontbijt klaar en zet zich aan tafel. Niet veel later verschijnt zijn vriendin Mariska die het licht aandoet en hem verder begeleidt op weg naar het theater. Vincent kent de zaal en heeft slechte herinneringen aan de akoestiek, maar dat lijkt dit keer minder storend. Terwijl lijnen op de vloer afgeplakt worden, zodat Bijlo weet waar hij zich bevindt, zet hij zich achter de piano die in ieder geval bekend terrein voor hem is. Vervolgens zien we een fragment van de show waarin hij opkomt met een ukelele en geluiden laat horen uit zijn verzameling die hij bewaart in de cloud. De klap van onweer verleidt hem tot het bekende grapje dat men nu eindelijk weet wat het is als men geen flits ziet.

Na een lunch waarbij Mariska een lied zingt dat Vincent op de piano zal begeleiden, trekt hij zich terug in zijn tuinhuisje en tikt een en ander op zijn brailletoetsenbord, waarna hij bezoek krijgt van zijn broer die hem vraagt over zijn oorsuizen en een aantal lage en hoge tonen opneemt die Vincent het leven zuur maken, al kan hij op de lage toon die doet denken aan een scheepstoeter heerlijk kan wegdromen. Op weg naar een vriend die ook blind is luistert hij in de auto naar een radioverslag van Feyenoord, dat zijn lievelingsclub is. Samen met de vriend eet hij in een ontspannen sfeer en daarna luisteren ze naar treingeluiden die steeds weer iets anders zijn.

Tijdens een buitenoptreden met Ellen van Damme is ook zijn moeder aanwezig die zeer te spreken is over de verrichtingen van haar zoon. De gehoortest gaat echter bedroevend slecht. De resultaten zijn veel minder dan een aantal jaren geleden. Wellicht moet Vincent over enkele jaren een implantaat waarmee hij veel minder genuanceerd naar geluiden kan luisteren. Om de zorgen van zich af te zetten, begeleidt hij een lied van Mariska op de piano.  

Tijdens een wedstrijd van Feyenoord zit Vincent naar de radioverslaggever en tikt een tekst op zijn toetsenbord. Later is hij in de studio van radio Rijnmond om een lied over de wedstrijd ten gehore te brengen. In het theater vertelt hij over zijn gehoorproblemen. De beelden waren voor hem ooit geluiden en die dreigen hem ook te worden afgenomen. Hij noemt het een stom genetisch foutje, dat geen reden betekent om op te geven. Een doventolk vertaalt op het podium de zinnen die Bijlo uitspreekt, waaronder de zin: ‘Ik hoor alles.’  

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Het instituut.

woensdag 15 november 2017

De stamhouder (2017), documentaire van Ger Poppelaars


Schrijver van turbulente familiegeschiedenis blikt veelbetekenend achterom

Filmmaker Ger Poppelaars, die eerder onder andere de documentaire Vlucht uit Holland maakte, schetste het leven van schrijver en journalist Alexander Münninghoff, die dat een paar jaar eerder onder dezelfde titel in boekvorm deed. Over dat boek sprak Wim Brands drie jaar geleden met Münninghoff, zodat een deel van het verhaal al duidelijk was. De beelden van Poppelaars hebben een toegevoegde waarde, vooral op momenten dat hij de schrijver directe vragen stelt, waar de man zich niet zo heel goed raad mee weet.

Poppelaars begint met beelden van Münninghoff als verslaggever voor het NOS journaal. Daarnaast is hij ook correspondent geweest in Moskou. Omdat zijn beide grootmoeders uit Rusland komen, heeft hij een grote affiniteit met dat land. Zelf noemt hij zich een lone wolf die de schaaksport gebruikte om zich achter te verschuilen. Voornamelijk voor zijn familie die een duizelingwekkend verleden had, zoals ik mijn verslag van het gesprek van Brands met Münninghoff betitelde.

Münninghoff toont een foto van zijn vader Franz uit 1948 over wie hij lang niet kon praten. Hij noemt hem een knokker, maar naïef als het gaat om zijn oorlogsdienst in de Waffen SS. Dat had te maken met de wens om het familiebezit in Riga terug te krijgen, dat door de Russen geconfisceerd was. Tijdens een lezing in Bladel horen we meer over de katholieke grootvader Johan, die in 1883 in Laren werd geboren maar vanwege de handel in Riga belandde, daar met een Russische trouwde en veel geld verdiende als industrieel. Franz had daardoor een welgestelde jeugd, die echter op zijn twaalfde finaal werd doorbroken door katholieke opvoeding in een internaat in Oss, gevolgd door een niet afgemaakte jezuïetenopleiding in Den Haag.

Tijdens een vakantie in Riga leerde Franz de knappe, getalenteerde Wera kennen, die begin 1940, na de inval van de Sovjet Unie in Letland, met de familie meeging naar Nederland. Terwijl Johan zich aansloot bij het verzet, koos Franz voor de Waffen SS, niet alleen vanuit het idee om het familiebezit terug te veroveren, maar ook als rebellie tegen zijn vader die hem een Hollandse opvoeding had opgedrongen. Na desertie uit het leger, woonden Franz en Wera in Polen waar Alexander in 1944 werd geboren. Omdat de relatie tussen Franz en Wera op zijn eind liep en zijn door de oorlog beschadigde vader aan lager wal raakte, werd hij samen met zijn moeder door Johan opgehaald en meegenomen naar Voorburg. Met zijn moeder woonde Alexander op een armoedige zolder in Den Haag. Nadat er ook nog een buitenechtelijk kind werd geboren, wilde Johan de voogdij over zijn stamhouder weer aan Franz overdragen. Wera vluchtte echter met Alexander naar haar moeder in Duitsland, waar Alexander terug werd ontvoerd door Johan, waardoor de jongen zijn moeder pas achttien jaar later zou terugzien, hetgeen een mooi shot oplevert van de peinzende Münninghoff.

Franz hertrouwde met een vrouw die door Alexander met tegenzin als zijn moeder werd geaccepteerd. Door het schaken zonderde hij zich af van de familie. Daardoor wist hij te overleven. Alleen zijn vrouw Ellen stelde hij op de hoogte van zijn achtergrond. Zijn twee kinderen hoorden er pas later over vanwege de verschijning van het boek. Zijn vader Franz heeft hij nooit kunnen vergeven en een bezoek aan zijn moeder Wera in 1969 in Würzburg leverde moeilijk te doorgronden emoties op. Hij hoorde dat zij ooit nog verder gewild had met Franz maar dat die de verbinding verbrak. Op de vraag van Poppelaars hoe hij er zo goed uitgesprongen is verwijst Alexander met een veelbetekenende blik naar Ellen, zijn maatje.    

Hier de teaser, hier mijn verslag van het gesprek van Brands met Münninghoff, hier mijn bespreking van Vlucht uit Holland.

Filmrecensie: Nena (2014), Saskia Diesing


De wisselvalligheden van een opgroeiende tiener met een gehandicapte vader

 De eerste speelfilm van televisiemaker Saskia Diesing (1972) gaat over het zestien jarige meisje Nena (Abbey Hoes), dat in een tijd van sociale verandering opgroeit in de grensstreek met Duitsland, niet heel ver van de Martinitoren en het niet gemakkelijk heeft met haar gescheiden ouders en haar zieke Duitse vader. Helaas wordt in de film wel heel erg gefocust op het gezicht van Nena zelf, waardoor het meer een reclame lijkt voor de hoofdpersoon dan een portret van een plattelandsmeisje tegen de achtergrond van de val van de Muur die verder niet echt gevolgen voor haar heeft.

Diesing opent met beelden van de vader die in het zwembad gerevalideerd wordt na een ziekte die verder buiten beschouwing blijft. Het is wel duidelijk dat zijn dochter Nena veel van hem houdt want zij zwemt om hem heen terwijl een fysiotherapeut zijn arm manipuleert. De toestand van de vader, Martin geheten, maakt dat hij door zijn broer Paul, een vrijzinnige geestelijke, wordt opgenomen in de pastorie waar hij woont. Samen met de potige vriend Theo wordt de verhuizing geregeld, waarbij Nena natuurlijk niet kan ontbreken. Daarna wacht echter weer de school en het verblijf bij haar moeder (Monic Hendrickx). Een blik op het meisje in haar bed toont een jongere met zorgen.

Gelukkig leert ze tijdens de honkbal Carlo leren, een pitcher met een groot hart. Hij is een houvast in een tijd waarin haar vader na een zelfmoordpoging in het ziekenhuis terecht komt. Vooral het feit dat Nena niet weet dat het niet de eerste keer is dat hij dit deed, maakt haar overstuur. Ze gaat naar de pastorie en leest Het lijden van de jonge Werther op het bed van haar vader. De problemen voor Nena lijken helemaal niet meer te overzien als Carlo staat te zoenen met de vervelende klasgenote Heidemarie, maar gelukkig blijkt dat van voorbijgaande aard en blijkt ook haar vader te helpen.

Nena is erg gestileerd en bevat veel stilte, hetgeen afbreuk doet aan de identificatie van de kijker met haar. Die ziet vooral haar knappe gezicht met de grote amandelvormige ogen op verschillende momenten, maar vergeet daardoor de moeilijkheden die het meisje op haar levenspad ondervindt. In de film staat Nena vaak voor de keuze van het een of het ander. Ze maakt daar een spelletje van dat ze ook met Carlo speelt die daar graag in meegaat. Wie van de twee zou je kiezen: Madonna of Samantha Fox? Een zoen of een kus? 

Het effectbejag maakt de film er niet sympathieker op, zoals in beelden van de vader die in de kerk ligt zolang zijn kamer in de pastorie opgeknapt wordt, van de rode luchtballonen die Carlo voor Nena heeft gekocht om het weer goed te maken of van de planken die Nena koopt om haar vader te helpen en achter zich neerzet in het café, waar ze zichzelf moed indrinkt. Welllicht dat de samenloop met de val van de Muur in het najaar duidt op de bevrijding die haar vader na een lang ziekbed tegemoet gaat. Samen zingen ze in ieder geval op weg naar de plaats waar haar vader de dood zal treffen, weemoedige Duitse liederen over het leven dat voorbij gaat maar de trouw die eeuwig zal blijven bestaan.   

Schrijfster Esther Gerritsen maakte samen met Saskia Diesing het scenario van de film die geselecteerd werd voor het filmproject De oversteek, bedoeld om nieuw talent een kans te geven zich waar te maken. Out of love van Paloma Aguilera Valdebenito was een andere film in deze klasse.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Out of love.

dinsdag 14 november 2017

Sonita (2016), documentaire van Roksareh Ghaem Maghami


Feelgood documentaire over een jonge Afghaanse die zich verzet tegen uithuwelijking

De vijftienjarige rapper Sonita uit Herat, Afghanistan woont samen met haar zusje en nichtje in Teheran waar ze een opleiding krijgen in een centrum voor illegale buitenlandse jonge vrouwen. Haar conservatieve familie woont nog in Afghanistan en wil dat de knappe en schrandere Sonita, zoals de traditie voorschrijft, zich laat uithuwelijken om daardoor de som van negen duizend dollar op te strijken.

In het begin van de documentaire werkt Sonita aan haar plakboek. Ze heeft een foto van een uitzinnig publiek en wil dat later ook hebben, maar in de tussentijd wast ze ramen en volgt ze lessen in het centrum, waar gewerkt wordt aan hun ontwikkeling en bewustzijn. Ze bedenkt in een les over haar wensen dat ze de dochter van Michael Jackson en Rihanne geweest had willen zijn en ze doet mee aan een toneelles waarin ze een overval van de Taliban beschrijft door haar familieleden als standbeelden in die situatie neer te zetten, maar later ook in een gelukkiger beeld, waarbij van een overval geen sprake is.

Samen met Ahmed, een jonge Afghaanse bouwvakker, probeert ze een rap opgenomen te krijgen, maar ze hoort dat ze daarvoor een vergunning nodig heeft en dat ze daar ook nog eens duizend dollar voor moet betalen. Resteert dus het plakken van foto’s in haar plakboek en verder te dromen over een mooi huis en een mooie auto. Maghami vraagt haar of ze ooit verliefd is geweest, hetgeen niet het geval was, maar Sonita bedenkt wel dat ze met de camera van de documentairemaakster een clip kan opnemen, hetgeen door Maghami goedgevonden wordt.

Er komt een crisis in haar leven als haar broer in het appartement geweest is en alles kapot heeft gemaakt. Het is zijn manier om te vertellen dat ze naar huis moet komen om zich te laten uithuwelijken waardoor hij geld heeft om ook te trouwen. Sonita belt haar moeder en vraagt haar om naar Teheran te komen om over de zaak te praten. De ontmoeting op het busstation is emotioneel maar de moeder blijkt geen krimp te geven. Ze onderhandelt met de directrice van het centrum over geld dat ze wil lenen, hetgeen de organisatie voor een groot dilemma stelt. Zelfs de geluidsman bemoeit zich ermee. Hij is van mening dat de moeder terug zal komen als ze haar zin krijgt en een hoger bedrag zal eisen, maar de directrice besluit toch maar op het voorstel van de moeder in te gaan: voor tweeduizend dollar mag Sonita nog zes maanden in het centrum blijven.

Daarop neemt Sonita een clip op in een bruidsjurk en een barcode op haar voorhoofd als protest tegen het feit dat jonge Afghaanse vrouwen nog steeds uitgehuwelijkt kunnen worden. Ondanks de positieve reacties mag ze daarna niet meer op het centrum blijven: de wet verbiedt namelijk dat vrouwen gaan zingen. De teleurstelling bij Sonita wordt goedgemaakt door een uitnodiging om naar de Verenigde Staten te komen. Ook daar is haar clip niet opgemerkt gebleven. Ze krijgt een studiebeurs maar moet alleen nog een paspoort regelen in Kabul. Zelfs dat lukt waarop we Sonita in spijkerbroek en met lange losse haren zien optreden in de Verenigde Staten.

Hier de clip.

Radicaal in Birmingham, Tegenlicht, 12 november 2017


Zonder onderling vertrouwen is oplossing voor het jihadisme ver weg

Tijdens zijn ronde door Europa om de stemming te peilen rond de integratie van moslims in de maatschappij, deed Jan Leyers ook het noorden van Engeland aan, waar de moslims in de achterwijken een gesegregeerd bestaan leiden, die, zo luidt de conclusie, een metersdiepe kloof heeft veroorzaakt met de westerse opvattingen en een grote gevoeligheid voor het jihadisme. In Radicaal in Birmingham blijkt dat ditzelfde ook geldt voor de tweede stad van Engeland, waarin een vijfde van de bevolking moslim is. Pogingen van de overheid in 2003 om met het anti radicaliseringsprogramma Prevent de angel uit het probleem te halen, kostten veel geld en hebben echter vooral geleid tot tegen onder personen die hun best doen de situatie vooral te normaliseren.

Regisseur Nirit Peled ging naar de islamistische wijk Sparkhill in Birmingham en luisterde wat mensen die daar wonen en werken te zeggen hebben over Prevent en hun initiatieven. Ze stuit meteen al op een demonstratie tussen extreemrechtse en linkse aanhangers. Anti discriminatie adviseur Mahmood heeft zijn handen vol om de toestand niet uit de hand te laten lopen. De voormalige jihadist Butt (zie foto), die eerder in Bosnië en in Afghanistan vocht en zich inmiddels inzet voor de jongeren in de wijk, zegt dat er een beeld van de wijk geschapen wordt met no go zones die helemaal niet klopt. Hij is aanhanger van het multiculturalisme en zegt dat er met het radicalisme van jongeren niets mis is, maar dat het zorgt voor verandering.

In 2007 werd er een anti terreur strategie toegepast vanwege de dreiging van aanslagen door bewoners in wijken als Sparkhill ,die ervoor zorgde dat de leefbaarheid minder werd. De moslimjurist Ballali kan erover mee praten want hij werd vaak lastig gevallen en behandeld als een crimineel. Hij zegt dat het idee om radicalisme door Prevent in de kop te smoren goed klonk, maar dat onderwijzers en dokters, die werden ingezet om daaraan mee te werken, geen terrorisme deskundigen zijn. Hij werkte ook zelf op een ambulance in Libië en vindt dat slachtoffers in de eerste plaats hulp nodig hebben. Er dient een veilige ruimte te zijn waar men de eigen mening kan uiten. Een moslima in de wijk die een sportschool heeft opgericht, verzet zich tegen de stigmatisering van de moslims en wil niets met Prevent te maken hebben. In plaats van overheidsgeld aan te nemen blijft ze liever onafhankelijk.

De islamtische hulpverlener Ashfas, die een eigen lokale programma in een andere achterstandswijk heeft om de weerstand van jongeren tegen het jihadisme te versterken, neemt wel geld aan van Prevent, maar vooral omdat het moeilijk is zijn project op een andere manier te financieren. Mensenrechtenactivist Begg, die in Guantanamo Bay gemarteld werd en zich het slachtoffer van de overheid voelt, stelt dat men met Prevent een noot probeert te kraken met een moker en stelt dat de onzichtbare oorlog die het Westen in het Midden Oosten heeft gevoerd geen goed heeft gedaan in de ogen van de jonge moslims. Butt kent de woede van de jongeren uit eigen ervaring, pleit voor een pragmatische aanpak en zet de deur ook open voor Prevent. Buurtmedewerker Iqbal vindt Prevent verderfelijk en wil zich niet de tegenstand van de buurt op de hals halen, waar men zich toch vooral een Brit voelt.

Voormalige leidster van een islamitische studentenvakbond Bouattia was er fel op tegen om studenten als verdachten te kenmerken en nog meer om vrouwen als een probleem te zien in plaats van een deel van de oplossing. Haar moeder klaagt dat ze op de school waar ze lesgeeft niet vrijuit kan praten met een camera in de klas die alle communicatie op een goudschaaltje legt.  

Hier meer informatie op de site van Tegenlicht, hier meer over de meet-up, vanavond in Pakhuis de Zwijger, ook over het beleid tegen radicalisering in Amsterdam, met onder andere regisseur Nirit Peled, hier mijn verslag van de serie Allah in Europa met Jan Leyers.

maandag 13 november 2017

Filmrecensie: Mustang (2015), Deniz Gamze Ergüven


Achterlijke cultuur beknot vrijheid van vijf levenslustige zusjes

Mustang, de eerste lange speelfilm van de Turkse regisseur Deniz Gamze Ergüven (Istanbul,1978), mag er zijn. In een tijd waarin de Turkse autoriteiten het volk onder de knoet proberen te krijgen, past het om een liberaal alternatief te tonen en te laten zien hoe vervelend het is als jonge meisjes beknot worden in hun psychosociale ontwikkeling.

Mustang laat in het begin iets zien van die vrijheid als de vijf zussen aan het begin van de zomervakantie niet, zoals gebruikelijk, met het busje naar huis gaan, maar langs zee. Mooi zijn de beelden van de meisjes met de lange zwarte haren die met de jongens in zee stoeien en later appels stelen. Omdat ze bedreigd worden door de eigenaar met een geweer vallen ze opgewonden het huis binnen van hun oma die hen opvoedt omdat hun ouders al tien jaar niet meer leven. Voorafgaande aan de eerste beelden zegt hoofdpersoon Lala al dat het was alsof alles in een oogwenk veranderde.

Oma roept de meisjes om beurten bij zich, om te beginnen met de oudste Sonay. Daarna volgen Selma en Ece. Onderwijl protesteren de anderen heftig. Oma is woedend dat de meisjes zich hebben ingelaten met de jongens, horen ze. Een buurvrouw heeft haar daarover opgebeld. Nur, de een na jongste, is zo verontwaardigd dat ze op het terras een stoel in de fik wil steken omdat ze daar met haar achterste op gezeten heeft waardoor die net zo besmet is als de nekken van de jongens op wiens schouders ze in zee een paard en ruiter gevecht deden. De meisjes gaan vervolgens verhaal houden bij de klikkende buurvrouw maar oma grijpt in en slaat Lala neer.

De thuiskomst van oom Erol is een spannende gebeurtenis, waarbij het lijkt alsof men zich toch niet zo goed raad weet met het gedrag van de meisjes. Erol zegt eerst tegen zijn moeder dat ze hen hun vrijheid moet gunnen, maar anderzijds wil hij de knoet erover leggen, zoals ook zijn president tegenwoordig doet. Oma vindt het weer niet goed dat hij te hardhandig ingrijpt. Om er zeker van te zijn dat de meisjes hun maagdelijkheid niet verloren hebben worden de oudste drie onderworpen aan een onderzoek in het ziekenhuis. Dat stelt oma gerust, die daarop de meisjes opsluit en hun allerlei klusjes laat doen zoals het leren koken onder leiding van tante Emine.

Lala, die met haar onverzoenlijke blik aan een wild paard doet denken, probeert uit de gevangenis te breken, met averechts gevolg, want oma besluit de oudste meisjes uit te huwelijken, hetgeen op een nog donkerder blik van Lala komt te staan. Ze probeert de huwelijken tegen te houden, maar kan niet op tegen de islamitische traditie. De prachtige scène op het eind als ze samen met Nur protesteert tegen de gang van zaken door zich in het door tralies omringde huis te op te sluiten en dat te barricaderen, wordt gevolgd door de uitvoering van een plan dat Lala al eerder in gedachten had.     

Ergüven geeft ons een mooi inkijkje in de achterlijke cultuur in het noorden van Turkije, waarin een jongen na de huwelijksnacht het bedlaken moet tonen aan de familie als bewijs dat zijn nieuwe vrouw nog maagd was. Op de televisie wordt de kuisheid van de vrouw nog eens benadrukt. Ze dient geen aanstoot te geven aan de man die de dienst uitmaakt. De behoefte van Lala om uit het keurslijf te stappen wordt met mooie beelden duidelijk gemaakt, waaronder haar voettocht op roze muiltjes naar Istanbul, die door de verder goedwillende groenteverkoper Yassin belachelijk wordt gemaakt. Wat overblijft is de gedachte hoe goed wij het hebben in Europa met onze burgerlijke vrijheden.  

Hier de trailer.

Alan Hollinghurst over De Sparsholt affaire, VPRO Boeken, 12 november 2017


Romanstructuur vormt zich naar het leven

Jeroen van Kan praat met de Britse schrijver Alan Holinghurst (1954) over zijn nieuwe roman De Sparsholt-affaire, die begint met het studentenleven van David Sparsholt in Oxford in de Tweede Wereldoorlog en later overgaat op het leven van zijn homoseksuele zoon Jonathan.

Van Kan zegt dat de roman breed uitwaaiert en dat er veel onbekend blijft.
Hollinghurst antwoordt dat hij niet zo geïnteresseerd is in de details van de affaire die David in 1948 in Oxford beleefde maar meer in de macht die de jongeman verwierf, hetgeen met onvermijdelijke moeilijkheden gepaard ging. Over de affaire zelf horen we acht jaar na dato wanneer die slechts nog een vage plek in het collectief geheugen inneemt, zoals dat gaat met affaires. Zoon Jonathan dient ermee te leven.

Van Kan zegt dat de roman daarmee een ouderwetse aanpak kent.
Hollinghurst vindt de affaires, waaronder ook een meer openbare, banaal. Het ging hem meer om de impact ervan. Hij houdt van het mysterie dat pas op het eind wordt opgelost, hoewel hij nog steeds reacties van lezers krijgt over de vraag wie eigenlijk het Kind van een vreemde uit zijn vorige roman is.

Van Kan zegt dat hij de romanstructuur op het leven wil laten lijken.
Hollinghurst antwoordt dat het leven fragmentarisch is en dat er daarom veel lucht in het boek zit. Wat betreft de verhouding tussen de openbare en de privésfeer rond homoseksualiteit is in de jaren na de Tweede Wereldoorlog veel ten goede veranderd. Dat heeft ook gevolgen voor een romanschrijver. Als schrijver voelt hij zich aangetrokken tot de tijd waarin homoseksualiteit verboden was, maar als mens is hij blij dat hij op dit moment leeft.

Van Kan refereert aan het seksleven van Jonathan dat online te volgen is.
Hollinghurst antwoordt dat Jonathan een overgangsfiguur in een tijd van sociale veranderingen is, die later ongestoord naar gayclubs kon gaan. Hij is een niet al te goed kunstschilder die de schilderijen van zijn ouders aan zijn vriend toont, waarmee aangegeven wordt dat kwaliteit verloren gaat. Hollinghurst vond het leuk om eens niet over een middelmatig schrijver te schrijven. Die komt ook in de roman voor onder de naam Evert Dax, een humorloze auteur. Dat brengt hem op de grilligheid van de reputatie van de schrijver na diens dood, maar hij vindt het zinloos zich daar zorgen over te maken. Zijn eerste boek De zwembadbibliotheek kreeg in 1988 veel aandacht vanwege de homoseksuele sfeer en De schoonheidslijn vanwege De Man Booker prijs in 2004, hoewel hij zich afvraagt wat al die lezers nou van de roman vinden.  

Van Kan noemt de stijl van zijn werk complex, alsof over elke zin is nagedacht.
Hollinghurst antwoordt dat hij een langzame schrijver is die eerst de structuur van zijn roman duidelijk wil hebben en daarna veel tijd besteedt aan het invullen van de zinnen. Klank en beweging zijn z’n stilistisch DNA, maar hij is zich daar tijdens het schrijven niet van bewust en vindt het fijn als het goed gaat. Het verhaal zelf interesseert hem minder dan de stemmingen en de verhoudingen tussen de personen. Hoewel hij een verhalende vorm vermijdt wil hij de lezer wel verleiden.

Van Kan vraagt of de roman hem achteraf iets zegt over hemzelf.
Hollinghurst antwoordt dat dit pas later in de tijd gebeurt. Hij is tijdens het schrijven niet teveel met zichzelf bezig en ziet het als een beloning dat hij verrast wordt tijdens het schrijven. In een roman kan hij zijn personages van een klif duwen, maar in De Sparsholt-affaire wilde hij een goede afloop met een vrolijker seks dan de manupulatieve uit eerdere jaren.