Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 27 mei 2017

Margot Vanderstraeten over Mazzel tov, VPRO Boeken, 30 april 2017


Over de spagaat tussen het moderne leven en de orthodox joodse wetten

De sympathieke schrijfster en journaliste Margot Vanderstraeten werkte in haar studententijd als onderwijshulp bij het orthodox joodse gezin Schneider met vier kinderen in Antwerpen. Ze gaf hen zes jaar lang bijles en kwam dagelijks en op zondagochtend bij hen over de vloer. In haar boek Mazzel tov toont ze, vijfentwintig jaar na dato, een kijkje achter de voordeur van zo’n orthodox joods gezin dat weer anders is dan het chassidische milieu dat de Canadese Maxime Giroux verfilmde in Félix et Meira (2014).

Carolina Lo Galbo begint meteen over de achterdocht die er wederzijds was, maar vooral bij de familie Schneider.
Vanderstraeten zegt dat ze in die tijd samenwoonde met een Iraanse man en dat dit een probleem was voor de ouders. Omdat andere kandidaten afhaakten kwam ze toch weer in beeld. Haar aangeboren journalistieke nieuwsgierigheid en de noodzaak om wat geld verdienen, maakten dat ze het bijbaantje aannam.

Lo Galbo vraagt wat haar fascineerde aan die joodse wereld.
Vanderstraeten antwoordt dat de joodse wijk vlak bij haar in de buurt was, maar erg afgesloten was. Het leven speelde zich daar af in een kleine cirkel omdat de joodse wetten dat voorschrijven. Ze leerde een en ander daarover van de kinderen, die ouderwetse kleding droegen terwijl zij in minirok en blote armen binnenhuppelde.
Omdat ze op een katholieke kostschool had gezeten, dacht ze het beter te weten, maar daardoor kwam ze in botsing met zoon Jakov, onder andere over het samenwonen en homoseksualteit. In zijn milieu werd een huwelijk voorgesteld. Een man vrouw strijd volgde. Later verloor ze haar ontwapenende houding, maar in die tijd speelde die geen rol. Door het geringe zelfvertrouwen van Elzira bouwde Vanderstraeten een vertrouwensband op met haar op. Ze zat in een spreidstand tussen de moderne tijd en de orthodoxe gebruiken. Vanderstraeten voerde veel persoonlijke gesprekken met haar en leerde haar fietsen al was dat wel buiten het blikveld van de joodse gemeenschap.

Lo Galbo vraagt hoe het voor haar was om te zien dat Elzira werd achtergesteld.
Vanderstraeten antwoordt dat het meisje ook veel zelf deed en zich ontwikkelde tot een sterke vrouw.

Lo Galbo vond het interessant te lezen over de orthodoxe gebruiken. Ze vraagt zich af of het niet ingewikkeld is een orthodoxe jood te zijn in de huidige tijd.
Vanderstraeten beaamt dit. Zelf stak ze wel haar hand uit maar besefte dat die best onrein kon zijn. De orthodoxie heeft overigens meerdere kanten, de verschillen binnen dat milieu kunnen groot zijn. De kleur van keppeltjes vertegenwoordigt een bepaalde code, net als die van de sokken. Die hebben ook een politieke connotatie.

Lo Galbo brengt het hete hangijzer Israël ter sprake. Elzira ging daar naar toe.
Vanderstraeten antwoordt dat ze wat dat betreft zelf in een spreidstand verkeerde. Ze voelde zich hypocriet omdat ze geen discussie voerde over de Palestijnen en de bezette gebieden. De vriendschap hield stand. Elzira woont tegenwoordig met haar gezin in New York. Vanderstraeten bezocht haar toen haar kinderen op zomerkamp waren. Ze was bang om te vertellen over Mazzel tov, maar kreeg haar steun, wellicht ook omdat Elzira de artistieke kwaliteit van Vanderstraeten wel kan waarderen.

Hier de mooie site van Margot Vanderstraeten met meer informatie over Mazzel tov en de schrijfster zelf, een schenkster van opinies, zegt ze in haar bio, hier mijn bespreking van Félix et Meira.

vrijdag 26 mei 2017

Filmrecensie: La pirogue (2012), Moussa Touré


Odyssee van bootvluchtelingen sterk in beeld gebracht

La pirogue, dat in het Engels The pirogue en in het Nederlands De prauw betekent slaat op een vaartuig waarmee aardig wat mensen vervoerd kunnen worden. In de film zitten er dertig personen in het open ruim en zijn vanaf de buitenkant onzichtbaar. Volgens de informatie na afloop vluchtten tussen 2005 en 2010 30.000 Afrikanen met dit soort vaartuigen naar de Canarische Eilanden om vandaar verder Europa in te trekken. Een zesde van hen liet daarbij het leven. De krantenberichten over aangespoelde lijken op de eilanden zijn daarvan het trieste gevolg. De Senegalese filmmaker Moussa Touré (1958) zag in dit onderwerp een film. Volgens de informatie maakte hij die in een paar maanden tijd. De acteerkwaliteiten zijn misschien niet heel sterk, maar juist de naturelle stijl maakt de film aangrijpend.

Moussa begint met beelden van een imposante worstelwedstrijd in een kuststadje in Senegal, die met veel rituelen en hysterie omgeven is. De twee jonge mannen Baye Laye en Kaba bekijken de strijd en praten tegelijk over hun deelname aan een boottocht naar de Canarische Eilanden. Baye Laye is gevraagd om kapitein te worden, maar weet niet of hij zijn vrouw en zoon wel in de steek moet laten, Kaba wil graag een voetbalcarrière in Europa beginnen. De vrouw van Baye Laye wil liever niet dat hij haar verlaat. Ze zegt dat hij beter naar China kan gaan omdat Europa in crisis verkeert, maar tenslotte besluit hij toch het verzoek aan te nemen. Het geld kan hij goed gebruiken. Hij neemt Kaba als zijn tweede stuurman aan. Amadou, een muzikale jongen bij hem in de buurt die juist werkeloos is geworden, staat erop om met hem mee te gaan. De tocht duurt maar zeven dagen en en Senegal valt voor hem niet te bereiken.

Twee andere groepen, elk bestaande uit tien mannen, komen van elders en worden met busjes aangevoerd. Ieder heeft zijn eigen reisdoel. De leider van de groep uit Guinee draagt een fez, heeft zijn zinnen erop gezet om in Andalusië in de landbouw te gaan werken en wil organisator Lansana niet meteen het geld geven maar eerst weten wie de kapitein is. Lansana wil graag meteen het geld en wijst op Kaba die buiten met de motor bezig is. De fez vindt hem erg jong, maar Lansana verzekert hem dat hij heel handig is op een prauw en dat zij bij hem in goede handen zijn. Ze moeten alleen nog wachten tot de weersomstandigheden gunstig zijn. Het afscheid van Baye Laye van zijn vrouw Kiné is smartelijk en mooi in beeld gebracht. Ze wil dat hij een shirt voor zijn zoon Bouda meeneemt.

De reis zelf is een odyssee waarbij de vluchtelingen geen ellende bespaard blijft. Aan boord bevinden zich twee flessen met een drankje dat alleen in tijden van nood geopend mag worden. Lansana ontdekt meteen al een verstekelinge. Ze heet Nafy en wil naar Parijs omdat ze daar aan het werk kan. Omdat ze geen geld heeft moet ze voor de anderen koken. Deelnemer Yaya heeft het te kwaad in het ruim. Hij wil terug maar wordt vastgebonden en de mond gesnoerd. Dramatisch is de ontmoeting met een andere prauw die stilgevallen is en ronddobbert. Als steeds meer mensen vanuit die prauw naar hen toe zwemmen maakt Baye Laye zich uit de voeten. Hij is trots dat hij een tweede motor aan de praat krijgt als de eerst het begeven heeft. Na een zware storm, die de nodige mensenlevens kost en waarbij Kaba over boord slaat, komt ook de tweede motor tot stilstand. Lansana raakt zwaar over zijn toeren. Yaya overlijdt, terwijl anderen een slok van de vloeistof krijgen toegediend. Gelukkig gaat voor hen het spreekwoord op dat wanneer de nood het hoogst is, de redding nabij is. 

De gepassioneerde zang die af en toe te horen is geeft nog meer urgentie aan de film en vormt een mooi contrast met het eentonige dreunen van de motor, al moet die de deelnemers ook als muziek in de oren geklonken hebben. De kijker blijft achter met een gevoel van smart over de velen die omgekomen zijn in een poging enig geluk in Europa te vinden. De oproep tot een rechtvaardiger wereldorde kan niet heftiger verwoord worden.

Hier de trailer.

No Rio e no mar (2016), documentaire van Jan Willem den Bok



Milieuracisme goedgekeurd door de staat

Na de opwekkende documentaire Good morning South Sudan (2015) - waarin Jan Willem den Bok een portret schetst van een bevlogen radiomaker die de nieuwe staat Zuid Soedan een hart onder de riem wil steken, hetgeen helaas niet het gewenste effect heeft gehad zoals we inmiddels weten - reisde de documentairemaker naar een Braziliaans eilandje in de Allerheiligenbaai in de buurt van de stad Salvador, waar de bevolking bestaande uit vissers het moeilijk heeft door vervuiling door de olie- en gasindustrie. Omdat de Braziliaanse staat daar belangen in heeft, wordt de bevolking aan zijn lot overgelaten. Een tweetal vrouwen richt samen de advocaat van de vissersbond een actiecomité op om hun eisen voor een schoon milieu kracht bij te zetten. In No Rio e no mar, hetgeen lijkt op geen vlees en geen vis, maar in het Portugees staat voor ‘op de rivier en op de zee’, geeft Den Bok een fraai beeld van de moeilijke levensomstandigheden van de vissersgemeenschap. Zij vormt een van de vele schrijnende voorbeelden van de onderschikking van mensen in een kapitalistische maatschappij, waarin winst boven geluk en gezondheid gaat. 

Den Bok laat ons eerst kennismaken met de twee vrouwen uit het actiecomité. Eliete Paraguaca houdt van vissen, omdat ze eigen baas is, maar maakt zich grote zorgen over de verontreiniging van het water door de industriële activiteiten van Petrobas dat zich als een reus boven het eiland verheft. Marizella Carlos Lopes toont beelden van het monster zonder hart, dat ze op twaalfjarige leeftijd voor het eerst aanschouwde. Het was 1960 toen Petrobas met zijn activiteiten een net om het eiland Ilha de Maré spande. Na een explosie kwam naftaleen vrij die zorgde voor jeuk als men in contact kwam met het water.

Petrobas heeft weinig op met de bevolking. Oude leidingen in hun achtertuin worden niet gerepareerd en veroorzaken soms een gaslucht. Inkomsten vloeien in de staatskas en het bevolking heeft het nakijken. Onderwijsvoorzieningen bestaan niet en gezondheidszorg wordt niet geleverd. De vader van Marizella zingt strijdliederen en zou het liefst terugkeren naar Afrika waar zij ooit als slaven weg werden gehaald. Racisme is hier nog nooit weggeweest en verschijnt nu als milieuracisme.

De universiteit van Bahia heeft de kinderen op het eiland onderzocht en geconstateerd dat die veel te veel lood in het bloed hadden, hetgeen een negatieve invloed op het zenuwstelstel en schoolprestaties heeft. Kanker komt ook veel voor. Een hoogleraar zet zich in voor de belangen van de vissersgemeenschap. Hij zegt dat de locatie van de haven en de nabijheid van een elektriciteitsbedrijf ongeschikt is in de Allerheiligenbaai, de kraamkamer voor veel vis. De natuurbescherming die in reclamefilmpjes van de overheid wordt getoond, is maar schijn.

Jurist Marcos Brando spreekt demonstranten toe tijdens een protestbijeenkomst in Salvador. Hij haalt de bewijzen van de universiteit over de vervuiling aan. Marizella spreekt zich uit tegen de uitbreiding van de haven. Na een explosie op een naburig eiland gaat Eliete een kijkje nemen. De communicatie tussen Petrobas en de bevolking is bedroevend slecht. Mensen zijn ten einde raad. Helaas hebben protesten weinig effect. Niet alleen omdat de regering actievoerders gevangen dreigt te nemen, maar ook omdat de media in handen zijn van een paar rijke families, die aan de touwtjes trekken. Tijdens een herdenking van doden op zee, is er toch nog de nodige strijdbaarheid te horen. De mensen staan dan ook met de rug tegen de muur. Eliete vist weer en droomt van een toestand van vrede en gezondheid. Dat haar droom leidraad mag zijn voor milieuactivisten die zich overal ter wereld inzetten voor een schoon milieu. De strijd in Brazilië wordt vandaag de dag weer hard gevoerd. De huidige president Temer zette daarbij zelfs het leger in maar werd weer teruggefloten. 

Hier de trailer, die begint met beelden van een klein vissersbootje tegen de achtergrond van een enorm zeeschip, waarmee de strijd tussen David en Goliath aardig verbeeld wordt, hier mijn bespreking van Good morning South Sudan.

donderdag 25 mei 2017

De jacht op mijn vader (2017), documentaire van Gülsah Dogan


Schrijfster zet integriteit boven de persoonlijke relatie

Schrijfster Karin Amatmoekrim (Parimaribo, 1971) besluit na vijf romans, waaronder Het gym, een boek te schrijven over haar vader Eric Lie, die ze pas op haar 22 ste leerde kennen. Het is de vraag of de inmiddels 71 jarige man daarop zal reageren. Hij staat in Suriname bekend als een vrouwenversierder, een jager op dieren en is een bekend Taekwondo leraar. Amatmoekrim gaat met de tekstfragmenten, die ze al geschreven heeft, naar hem toe om zijn mening erover te horen. Het is spannend te zien wat dat oplevert. Gülsah Dogan, die eerder tekende voor Naziha’s lente (2014), registreert met de camera de kwetsbare relatie tussen vader en dochter.

Eric Lie blijkt in ieder geval niet de macho, die de kijker in zijn hoofd heeft na het lezen van de persoonsbeschrijving. De man luistert aandachtig naar de fragmenten die zijn dochter hem voorleest en troost haar als ze het te kwaad krijgt. Bijvoorbeeld bij passages over haar stiefvader die aan de drank was. Haar moeder Marie nam haar al snel mee naar Nederland omdat ze voorvoelde dat zij in Suriname niet de aandacht zouden krijgen die zij verdienden. Lie had relaties en kinderen bij andere vrouwen en nam daar weinig verantwoordelijkheid voor. Lie zegt dat hij niet bang is voor het boek omdat hij niet het idee heeft dat hij iets misdaan heeft.

 In een radio interview zegt Amatmoekrim dat haar boek geen afrekening met haar vader is, maar ook geen eerbetoon. Ze hoopt op waardering voor haar lef, maar vreest een conflict. Haar boek vindt ze belangrijker dan een goede verhouding met haar vader. Eerlijkheid gaat boven een goede verstandhouding. Ze weet niet of ze wel van hem houdt. Het feit dat ze nooit iets van hem hoorde zal daarmee te maken hebben. Ze bekijkt oude foto’s van Lie en ziet dat hij ooit in Rotterdam is geweest en toen niet de moeite heeft genomen om contact op te nemen. De ontmoeting tussen hen is een toevalstreffer.

De eerste scheuren in de verhouding dienen zich aan als Lie zich niet herkent in het beeld van de vrouwenversierder. Hij zegt juist dat hij altijd respect had voor vrouwen. Over het feit dat hij vroeger manager van een hoerentent was en gratis seks kreeg, kan hij lachen. Over een ander fragment, waarin hij zelf ook de hoer speelde voor een oudere vrouw, haalt hij, ondanks de omzichtigheid waarmee zijn dochter het onderwerp behandelt, zijn schouders op. Amatmoekrim is daarover opgelucht. Lie vertelt dat hij verdrietig was over het vertrek van Marie en Karin. Nadat hij zijn dochtertje nog had vastgehouden waren ze de volgende dag opeens vertrokken.

Amatmoekrim stelt in een fragment de narcistische levenswijze van haar vader aan de orde, waardoor haar moeder nooit meer onbevangen naar een man kon kijken. Als het boek eenmaal verschenen is onder de titel Tenzij de vader (2016) neemt Lie aanstoot aan het feit dat zijn levenswijze schaamteloos wordt genoemd. De onbewuste angst om te ontdekken hoe zijn dochter werkelijk over hem denkt, weerhield hem om het boek helemaal te lezen. Tijdens een bijeenkomst over het boek in Suriname zegt hij dat hij van haar houdt. Amatmoekrim is daarvan niet zo zeker, maar is wel geraakt door het verdriet van haar vader over haar oordeel over hem. Wellicht lijkt ze op hem in onverbeterlijkheid en genadeloosheid.  

Hier de trailer op vimeo, hier het gesprek van Wim Brands met Karin Amatmoekrim over Het gym (2011), hier mijn bespreking van Naziha’s lente.

Filmrecensie: Besieged (1998), Bernardo Bertolucci


Fraaie beeldtaal in verhouding tussen Italiaanse componist en Afrikaanse werkster

De Italiaanse filmmaker Bernardo Bertolucci heeft een lange staat van dienst. Zijn naam op de filmrol stond garant voor grote kwaliteit. Films als Last tango in Paris (1972) en Novecento (1976) spraken tot de verbeelding. Daarna leek zijn grootheid af te nemen. The Dreamers (2003) was van mindere kwaliteit, maar met Besieged, de Engelse vertaling van L’assedio, die hij vijf jaar eerder opnam, toont Bertolucci toch weer zijn kunnen.

Bertolucci begint in Afrika waar een man op een snaarinstrument speelt en daarbij zingt over Afrika. De toestand in zin land is niet best getuige beelden van politie die de bevolking in bedwang houdt, een opstandige onderwijzer wordt afgevoerd en instellingen voor mensen, waaronder veel jongeren, die gehandicapt geraakt zijn. Ook komt er een jonge vrouw in voor die op zoek gaat naar haar man die in de militaire gevangenis zit opgesloten. Op haar fiets maakt ze geen schijn van kans tegen de soldaten die in hun jeeps over de weg scheuren. Machteloos zakt ze op de grond. De muzikant passeert haar al zingende.

In een volgend fragment zien we de vrouw, die Shandurai heet, terug in het appartement in Rome. Ze woont in een kelder van een statig woonhuis van een componist en maakt schoon als ze niet studeert. De componist Jason Kinsky houdt haar in de gaten als ze vanaf de straat de metro in schiet. Het is meteen al duidelijk dat hij een oogje op haar heeft. Hij legt een bloem in haar kast als ze afwezig is, hetgeen door Shandurai niet op prijs wordt gesteld. Ze heeft ook weinig met de barokmuziek die Kinsky zelf speelt en aan zijn leerlingen probeert over te dragen.

Als ze een ring vindt, die van de tante van Kinsky geweest is, van wie hij het huis erfde, en die terug wil geven, vertelt Kinsky dat hij van haar houdt. Als dat echt zo is, zegt Shandurai, help me dan mijn man uit de gevangenis te bevrijden. Zonder dat dit met veel woorden gezegd wordt zet Kinsky zich daarvoor in. Shandurai ziet ook dat er steeds meer huisraad uit de woning verdwijnt, tot de vleugel aan toe. Ze deelt Kinsky mee dat haar man inderdaad vrijkomt en vraagt of hij in zijn huis kan logeren. De grootmoedige Kinsky geeft daaraan toe, waarop Shandurai hem zeer erkentelijk is, tot lichamelijk dankbaarheid aan toe.

De toenadering tussen Kinsky en Shandurai wordt op een beeldende manier gefilmd, waarbij de taal van ondergeschikte betekenis is en de lieflijke pianomuziek de rol daarvan overneemt. De kleuren zijn zacht en de details mooi. Zoals van de laatste ochtend in de stad Rome als de man van Shandurai met een taxi naar de woning van zijn vrouw rijdt, het stofdoekje dat langs de wenteltrappen neerdaalt op het hoofd van Kinsky, of de overgang van het schuim op het bier dat Shandurai met een medestudent in een café drinkt in het sop waarmee ze de stenen vloer in het huis dweilt.

Daarmee toont Bertolucci zich tot weer de filmmaker die met sterke beeldende details, omgeven door veel rust, een bijzondere wereld weet op te roepen en neer te zetten. De hoofdrol van de innemende Britse Thandie Newton als Shandurai helpt daar, net als het verhaal van James Lasdun, ook aan mee.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van The dreamers.

woensdag 24 mei 2017

Filmrecensie: Un héros très discret (1996), Jacques Audiard


Franse jongen verzint een spannend leven

De films van Jacques Audiard zijn ware kunstwerken, zoals ook weer uit zijn laatste film Deephan (2015) bleek, waarin hij de raciale moeilijkheden in beeld brengt waarmee een Tamil gezin in een Parijse voorstad mee te maken krijgt. Zijn talent bleek al in zijn eerdere films uit de jaren negentig. In Un héros très discret, die in het Engels A self made hero heet, vertelt hij het verhaal van Albert Dehousse, een Franse jongen met veel fantasie die zich bombardeert tot verzetsheld en lang de schijn kan ophouden.

Un héros très discret begint met de oudere Albert die terugkijkt op zijn leven en een anekdote vertelt waarin hij zich zelf herkent. Die gaat over een stel Wehrmachtsoldaten die jaren na de Tweede Wereldoorlog in een bunker in Frankrijk gevonden werden, zich totaal onbewust dat de oorlog allang afgelopen was. Na hun ontdekking sterven ze al gauw, omdat het gewone leven voor hen ondraaglijk was. Zelf had Albert een enorme fascinatie om zich voor te doen als een held zoals we al zien in zijn jeugd als hij spannende boeken leest en zich helemaal inleeft in de situatie. Zijn huiselijke omstandigheden helpen hem zijn verlangen achterna te gaan. Zijn in de oorlog overleden vader was helemaal niet zo’n dappere soldaat als zijn moeder voorstelt.

Albert is 22 jaar oud als de Duitsers opnieuw binnenvallen. Tijdens  bombardementen ontmoet hij de knappe Yvette, die onder de indruk is van zijn schrijftalent. De fragmenten die hij haar voorleest heeft hij echter overgeschreven uit een boek. Ze trouwen en beleven hun eerste liefdesnacht. Het beroep van schrijver is te gevaarlijk tijdens de bezetting en daarom wordt Albert een vertegenwoordiger in babyartikelen. Na de bevrijding ziet Albert dat zijn moeder wordt kaalgeschoren, omdat ze, zonder dat hij het wist, heeft geheuld met de vijand. Reden genoeg voor Albert om zich los te maken uit het dorp en naar Parijs te gaan, waar hij als portier moeizaam aan de kost komt en van een ander hoort wat hij moet doen om meer fooien te krijgen, onder andere door te glimlachen. Dat is een van de bouwstenen om een verzetsheld te worden.

Contacten met anderen brengen hem steeds dichter bij mensen die in het verzet gezeten hebben. Albert vormt zich een zo goed mogelijk beeld van de situatie toen in Engeland en doet het later voorkomen dat hij daar ook zijn bijdrage aan geleverd heeft. Het brengt hem, vanwege zijn ongekreukte verleden, tot luitenant kolonel en zelfs tot adviseur op het ministerie. Tot hij zelf, in bed met de lieve jonge soldate Servane, beseft dat hij niet onder de leugen uit kan en eerst tegen haar en later ook publiekelijk bekend dat hij niet de persoon is die hij voorwendde. Zijn zaak wordt discreet afgehandeld en hij wordt veroordeeld voor bigamie omdat hij trouwde met Servane terwijl Yvette nog steeds zijn wettige echtgenote was.

De film is opgebouwd als een documentaire waarin verschillende mensen zich over Albert uitspreken. Dat geeft een mooie gelaagdheid aan het verhaal. Volgens de informatie die we vervolgens aangereikt krijgen, bleef Albert in zijn latere leven niet vrij van de ondeugd die hem zo fascineerde. Een verzonnen leven is veel leuker dan een bestaand leven. Vandaar de aantrekkingskracht die daarvan uitgaat voor schrijvers.
Un héros très discret is gemaakt naar de gelijknamige roman uit 1989 van de Franse politicus Jean Francois Deniau, die de spanning rond het fictieve bestaan van Albert op een mooie manier doseert. Matthieu Kassovitz speelt zeer overtuigend de hoofdrol.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Deephan.

Recensie: Nachtschrijver (2017), Jannie Regnerus


Poëzie in de vorm van proza

De aankondiging van een nieuw boek van Jannie Regnerus deed me meteen opveren. Haar eerdere boeken Het geluid van vallende sneeuw (2006), waarin haar impressie van Japan evenals Het lam (2013), door Wim Brands het beste boek van 2013 genoemd, waren juweeltjes van taal en dat geldt nog sterker voor het onlangs verschenen boek met de wat prozaïsche titel Nachtschrijver.

Nachtschrijver gaat over een zekere Hannah die als restauratrice in het Rijksmuseum werkt en in de ban is van de blinde dichter Tsjebbe Hettinga, door haar Blindman genoemd. Ze zag een documentaire over hem, waarin verteld werd dat hij in zijn jeugd blind werd door een oogziekte, las zijn gedichten en sindsdien laat hij haar niet meer los. Het feit dat ze dezelfde Friese achtergrond met hem deelt, zal daar niet vreemd aan zijn, maar daarnaast is ook een grote zintuiglijke gevoeligheid een bron van overeenkomst tussen hen. Wat die zintuigen betreft probeert Hannah zich voor te stellen hoe het is om het gezichtsvermogen te missen. Ze gaat daarom samen met haar nieuwe vriend Ruben naar een geblindeerde kerk om daar te ervaren hoe het is om in het donker te leven, maar dat gaat haar niet zo gemakkelijk af. Ze beseft wat een voorrecht het is om te kunnen zien en leeft zich in in de blinde dichter die het, naast alle andere zintuiglijke gewaarwordingen, vooral zijn innerlijke zien moet hebben. Misschien is dat nog wel sterker omdat het niet vervuild wordt. Hannah is door de band, die ze met Hettinga voelt, nog meer gespitst op zintuiglijke gewaarwordingen. Op het eind van het boek als ze op een camping is waar Hettinga ook verblijft en ze in contact met hem komt, realiseert zij zich sterk hoe het ruikt in de natte tent, hoort ze hoe de regen op het tentzeil neerkomt en hoe de wind door de bomen blaast. Ze concludeert dat een blinde zo’n dag liever heeft dan een stille zonnige dag. 

Hannah, die zo heet omdat het tweede deel van de naam haar bestaan weer ongedaan lijkt te maken, is net als Hettinga, een boerenkind. Die zijn zintuiglijker, zegt ze. Ze hebben meer oog voor de vergankelijkheid en staan daar dichter bij. Dieren vormen een deel van hun leven. Futen nemen in het boek alvast een voorschot op de verbinding die met Ruben zal volgen en die heel tactiel beschreven wordt. Helaas mist Hannah de visie van een kunstenaar en daarom heeft ze maar een daarvan afgeleid beroep gekozen. Gefascineerd neemt ze met haar telescoop een zwerver waar, die eten en drinken uit een tas haalt en dat, zich onbespied wanend, in een speelplaatsje nuttigt. ‘Wanneer hij zijn boeltje bij elkaar raapt, kijkt hij om zich heen. Zijn ogen kruisen de telescoop, hij waant zich onbespied, zijn weerloze blik schroeit een gat in de lens.’

De ijle zinnen van Regnerus, zoals bovenstaande, vragen erom herlezen te worden. De beelden die ze gebruikt zijn authentiek, zoals de vergelijking van een schilderij zonder vernis met een rivierkiezel op een drooggevallen oever. Of het hoofd van Blindman dat als een nestkastje is, binnenin zingend van leven. Het paardenoog op de omslag refereert hier ook aan, want volgens Regnerus lijkt het meer op de binnenwereld dan op de buitenwereld gericht, altijd in gedachten verzonken. Ze roept een beeld opvan de Japanse architect Tadao Ando die een kerk maakte, The Church of light genoemd, waarin het licht als een kruis tussen de betonnen blokken naar binnen valt. De zelfmoord van de moeder van Blindman is in zijn poëzie een scherpe brok in de keel waar de woorden zich aan slijpen voor ze zijn mond verlaten, zoals ze dat noemt en zo kan ik verder gaan. Het is taal die bijblijft, aanhaakt. De proza in dit boek, dat een roman wordt genoemd, is zo fraai dat je hoopt dat Regnerus nog eens op een poëziefestival, bijvoorbeeld in Elswout, wordt uitgenodigd om eruit voor te lezen, net zoals Blindman daar eens met grote urgentie sprak.

Hier mijn bespreking van Het geluid van vallende sneeuw, hier het gesprek dat Wim Brands met Regnerus had over Het lam, hier mijn verslag van de documentaire In dat sykjen sunder finen (2006) van Pieter Verhoeff, die, in ieder geval voor mij, bekendheid kreeg omdat David van Reybrouck een fragment eruit liet zien in zijn Zomergasten uitzending op 24 augustus 2014, hier mijn bespreking van de documentaire over architect Tadao Ando.

dinsdag 23 mei 2017

Filmrecensie: Félix et Meira (2014), Maxime Giroux


Boeiend drama over het verband tussen geloof en liefde

De nog vrij jonge filmmaker Maxime Giroux (Montreal, 1976), levert met Félix et Meira een boeiende, ingetogen film af over de vrij onmogelijke vriendschap tussen de ongelovige, onbekommerde Félix en de jonge Meira die getrouwd is, een dochtertje heeft en in de chassidische traditie leeft, een ultraorthodoxe richting in het jodendom. In de film maakt ze zich langzaam los uit de traditie, daarbij geholpen door Félix.

Giroux brengt de lusteloosheid van Meira in haar gezin meteen sterk naar voren. Tijdens een diner bij haar thuis volgens de chassidische traditie prikt ze verveeld in haar eten en tijdens het opruimen is het contact met haar orthodoxe man Shulem ook niet al te best. Ze plaagt hem zelfs door veel geluid te maken bij het maken van muizenvallen, die natuurlijk een symbolische rol hebben. Daartegenover staat de situatie van Félix. Hij zit aan het bed van zijn stervende vader met wie hij geen goed contact heeft en aangezien de man stervende is, krijgt hij dat ook niet meer. Inmiddels jaagt hij het vermogen van zijn vader er in rap tempo doorheen.

De eerste ontmoeting tussen Félix en Meira speelt zich af nog voor de dood van de vader van Félix in een koffiezaak, waar Meira, met haar dochtertje Elishiva op schoot, zit te tekenen. Het is een activiteit die ze allebei leuk vinden om te doen. Meira is dan nog niet van plan om contact te maken. Chassidische vrouwen worden niet geacht een andere man in de ogen te kijken. Félix stopt na de dood van zijn vader een tekening van een kat in de wandelwagen van Elishiva. Hij vertelt over de dood van zijn vader en zoekt steun, maar Meira is niet zo gemakkelijk in te palmen. Ze kan haar hart echter toch niet negeren en volgt Félix naar zijn woning, waar in de hal een eerste gesprekje volgt.

De omgeving van Meira ruikt onraad. Vriendin Ruth hoort Meira uit over verlangen. Dit komt weer ter ore van Shulem, die niet wil dat ze hun leven kapot maakt. De moeilijke situatie voor Meira wordt door Giroux mooi weergegeven door een knoop die ze in een pas gewassen doek maakt, maar natuurlijk kan ze haar hartsverlangen niet weerstaan. De verhouding met Félix krijgt extra vaart tijdens het verblijf bij een nicht in New York. Ze stuurt een brief naar Félix die naar haar toekomt en zijn intrek neemt in een hotel, waar ze de nodige tederheden uitwisselen. Shulem ruikt onraad en reist ook naar New York en volgt zijn vrouw die naar Félix op weg is. Er ontstaat een handgemeen dat de knoop voor Meira alleen maar vaster trekt en tot een geloofscrisis bij Meira leidt. Een gesprek tussen de rivalen leidt echter tot een oplossing, hoewel de laatste beelden doen twijfelen of deze oplossing wel voldoet. Het zet de kijker in ieder geval aan het denken over het verband tussen geloofsbeleving en liefde.

Giroux filmt het huwelijksdrama verrassend. Zo is er een gefilmd optreden van de gitaarspelende gospelzangeres Rosetta Tharpe, die de zucht naar vrijheid van Meira (een hele mooie rol van Hadas Yaron) aanwakkert. In de hotelkamer hijst ze zich in een spijkerbroek waarin ze samen met Félix gaat dansen. Later horen we een nummer van Leonard Cohen en tegelijkertijd zien we dat Meira naar een verliefd stelletje in een woning kijkt. De sensuele sfeer wordt daarmee versterkt. Er zit ook nog een grappige kant aan dit drama. Shulem draait een plaat met vrolijke muziek als Meira hem verlaten heeft. Hij kwam eerder in verzet toen Meira die plaat draaide. Hij valt zelfs voor dood op de grond neer, zoals Meira deed als een reactie op zijn starre opvatting. Het zijn subtiele aanwijzingen die de film de nodige lichtheid geven.  

Hier de trailer.

Adriaan van Dis over In het buitengebied, VPRO Boeken, 21 mei 2015


Een dode schrijver schrijft niet

Adriaan van Dis heeft zich teruggetrokken in de Achterhoek om daar in alle rust een roman te schrijven. Zijn rust wordt echter verstoord door een innerlijke criticus, die hij zijn binnenstem noemt. Deze confronteert hem met zijn obsessies en angsten. Hij besluit daar aandacht aan te besteden door daar eerst een boek aan te wijden. Dat mocht niet te dik mocht zijn en kreeg de titel In het buitengebied. Jeroen van Kan spreekt hem daarover.

Van Kan vraagt of het rust geeft om zijn angsten op deze manier te bezweren.
Van Dis antwoordt dat dit maar eventjes zo is. Het boek is zowel grappig als akelig.

Van Kan gaat door op de sombere ondertoon.
Van Dis zegt dat een kind niet om zijn leven gevraagd heeft. Dat het leven vaak akelig is en dat men geen bijsluiter meekrijgt. Die moet men zelf schrijven. Hij gelooft daarbij in discipline en hard werken.

Van Kan houdt aan dat de dood vaak voorkomt in het boek.
Van Dis zegt dat de gasten de schrijver verlaten en aldus ruimte bieden aan krankzinnige gedachten. Hij begint over de eettafel die vaak in huizen niet meer voorkomt waarmee gezegd is dat het centrale punt waaromheen men samenkwam, ontbreekt. Tegenwoordig zit men op de bank en schuift een pizzapunt naar binnen terwijl men naar de televisie kijkt.  

Van Kan zegt dat de hoofdpersoon zelf voor het alleen zijn kiest.
Van Dis antwoordt dat hij zelfs in de hechte gemeenschap die er ook is, een eenzaat blijft. Hij haalt Tom Waits aan die zingt What is he building there? Dat herkende Van Dis. Daar gaat het over.

Van Kan vraagt waarom hij zich in deze situatie gemanoeuvreerd heeft.
Van Dis antwoordt dat dit een raadsel is maar dat hij al van jongs af aan last heeft van die binnenstem., die hem oproept alleen te blijven. Hij wil daar graag vrolijk over vertellen. Hoe meer je over de dood denkt, hoe beter je leeft, zegt hij.

Van Kan komt terug op de ondergangsgevoelens, waarbij zelfs de gedachte aan een Derde Wereldoorlog niet geschuwd wordt.  
Van Dis beaamt dat in deze tijd een klaagzang op zijn plaats is. Hij is niet te spreken over kunstminnende mensen in de provincie maar hoort daar zelf ook bij. Daaruit komt zijn zelfhaat voort.

Van Kan vraagt of het schrijven afgelopen is als deze bron opgedroogd is.
Van Dis vindt dat een tevreden leven zich niet leent voor de literatuur.

Van Kan zegt dat de schrijver het zoekt in persoonlijke nabijheid maar ook afstand bewaart.
Van Dis zegt dat hij de afwijzing opzoekt. Het leven bestaat uit aantrekken en afstoten. Leven is vooral niet dood gaan, al helpt het idee dat dit wel kan.

Van Kan refereert aan het einde van Virginia Woolf.
Van Dis begint over een pistool in een kistje waarvan de sleutel verdwenen is en over de kolkende rivier in de buurt, maar eindigt ermee dat een dode schrijver niet schrijft.  

Hier een uitgebreid leesfragment op Athenaeum Boekhandel.

maandag 22 mei 2017

Tim Parks over De roman als overlevingsstrategie, VPRO Boeken, 21 mei 2017


Schrijver geeft zijn gevoelswereld in zijn boeken weer

De Britse schrijver Tim Parks is niet alleen een begenadigd romancier en auteur van meer beschouwelijke boeken als Leer ons stil te zitten, maar ook iemand die over het schrijven en lezen nadenkt. In 2015 verscheen van hem Waarom ik lees, waarin hij beargumenteert dat de literatuur door de globalisering een ander karakter krijgt. Romans missen kraak en smaak, vormen een eenheidsworst en schrijvers lijden aan een babbelziekte. In De roman als overlevingsstrategie, opnieuw vertaald door Corine Kisling, gaat hij hierop door. In de inleiding op VPRO Boeken werd al gezegd dat Parks ervan overtuigd is dat inhoud, stijl, soort verhaal en de manier van vertellen samenhangen met innerlijke spanningen bij de persoon van de schrijver. Jeroen van Kan praat met Parks over deze boeiende stelling.

Van Kan begint over het feit dat we in de literatuuurwetenschap een periode gehad hebben waarin de tekst op zichzelf stond en de persoon van de schrijver niet ter zake deed.
Parks dat de leeservaring altijd over de relatie met de schrijver gaat. Er is geen heilige tekst. Teksten hoeven niet altijd geschikt te zijn voor een lezer, maar kunnen ook gevaarlijk zijn. Een tekst voert niet altijd naar prettige plaatsen. Zijn visie op het verband tussen schrijver, tekst en lezer is deels een reactie op de eerdere opvatting dat de tekst los staat van de schrijver, maar aan de andere kant ook iets van hemzelf. Hij verwijst naar het domineesgezin waarin hij opgroeide en waaraan hij ontsnapte aan de evangelische boeken door wereldliteratuur te lezen.

Van Kan begint erover dat Parks een roman als onderdeel van het gedrag van een schrijver ziet.
Parks refereert aan James Joyce die geld van de huidige lezer zou lenen als hij die tegenkwam. Als hij dat kreeg zou het alleen maar erger worden met verzoeken, tot seksuele aan toe. Joyce stuurde een deel van een nieuw werk naar de uitgever en als die het te obscuur vond, stuurde hij iets in dat nog meer obscuur was. Als wij hiervan op de hoogte zijn, verandert dat onze perceptie en onze leeservaring. Een ander voorbeeld is D. C. Lawrence. Hij was twistziek en vocht ruzies uit met zijn vrouw. Hij hield ervan te provoceren. Als je dat weet, weet je ook waarom je op een bepaalde manier op zijn tekst reageert. Virginia Woolf vond het al belangrijk om te weten wie iets geschreven had.

Van Kan brengt Elena Ferrante in van wie we niets weten.
Parks zegt dat haar behoefte aan anonimiteit ook veel over haar zegt. Waar komt die vandaan? In hoeverre is die oprecht? Schrijvers beschrijven hun eigen gevoelswereld. Thomas Hardy was angstig en wilde dapper zijn. Zijn huwelijk zat in het slop en hij wilde graag vreemdgaan. In zijn romans schreef hij daarover met genot, maar zijn personages die hun lusten botvierden, stonden aan het eind met lege handen. Lawrence deed wel wat Hardy niet durfde. Elfriede Jelinek vindt de wereld zo vreselijk dat ze zich schuil houdt in de literatuur. Voor Joyce was de literatuur een middel om zich superieur te wanen, al zijn er andere aspecten in zijn werk te vinden. De voorstelling van Philip Roth verandert ook als je een boek van hem gelezen hebt.

Van Kan vraagt wat dit over hem zelf zegt.
Parks antwoordt dat we onze eigen positie bepalen aan de hand van wat we gelezen hebben. We krijgen daarvan een beter idee en meer reliëf naarmate we meer lezen.
 
Hier mijn bespreking van Waarom ik lees.  

Filmrecensie: The dark horse (2014), James Napier Robertson


Oerkracht van Maori schaker kan bergen verzetten

De tweede speelfilm van acteur James Napier Robertson (New Zealand, 1982) is een waargebeurd verhaal over een geniaal schaker met een bipolaire stoornis die het als zijn levenstaak zag om ontspoorde jongeren door de schaaksport op het rechte pad te leiden. Deze Genesis Portini (1963-2011) slaagt daar niet alleen in, maar weet ook nog een neef uit handen van een gang te houden. Daarbij zorgt de achtergrond van de Maori cultuur voor een mooie sfeer in de film.

The dark horse begint met een scène waarin Genesis in de regen door het plaatsje loopt waar hij is opgenomen en in een tweedehandswinkel een schaakspel ziet dat meteen zijn interesse wekt, maar voordat hij het spel kan uitleggen, wordt hij opgehaald en onder dwang in het busje van de inrichting geduwd.

Tijdens het bezoekuur zit Genesis vaak alleen, maar soms komt zijn broer Ariki langs. Hoewel hij geen mogelijkheid ziet om Genesis mee te nemen, doet hij dat toch. De kijker ziet al vrij gauw waarop de bezwaren van Ariki gestoeld waren. Hij maakt deel uit van een gewelddadige bende, niet meteen een goede omgeving voor iemand met een bipolaire stoornis. Zijn neef Mana, de viertienjarige zoon van Ariki, vraagt hem naar zijn verleden en leest in een paar krantenartikelen die Genesis naast zijn pillen in een doos heeft meegenomen, dat zijn oom ooit een knap schaker was en dat hij de bijnaam The dark horse droeg.

Ook in de plaats waar Ariki woont wil Genesis de schaaksport verbreiden. Hij gaat midden in de nacht naar Noble, een sociaal werker, die hij nog kent van vroeger. Hoewel de man weinig ziet in de plannen van Genesis, geeft hij toch toe aan diens wens. Tijdens een ontmoetingsavond zegt Genesis tegen de jeugd dat hij met hen over zes weken de jeugdschaakkampioenschappen in Auckland wil winnen. Noble vindt het onverstandig dat Genesis valse verwachtingen kweekt, maar Genesis zet door, zelfs al wordt hij door Ariki uit diens huis geszet vanwege de slechte invloed die hij op Mana zou hebben. Mana voelt zich echter aangetrokken tot de denkbeelden van zijn oom, slaapt bij hem bij een monument, gaat mee naar de schaakbijeenkomsten en hoort van Genesis dat hij in de inrichting bleef schaken om niet weg te zakken.

Ariki is niet blij met deze gang van zaken, temeer niet omdat Mana op zijn vijftiende verjaardag zal worden ingewijd in de gang. Toevallig blijkt dat in het weekend te zijn waarin de schaakkampioenschappen in Auckland gehouden worden. Genesis zit met een probleem, trekt de stoute schoenen aan en gaat naar Ariki toe, die er niets van wil weten dat zijn zoon meegaat naar Auckland. Achterliggende reden is dat hij zelf niet lang meer te leven heeft, maar dat is niet de hoofdzaak. Hij gelooft nooit dat Genesis zijn zoon een beter leven kan bezorgen dan een bestaan in de gewelddadige gang. Het hoopvolle van de film is dat iemand die veel tegenwerking ondervindt en ook nog eens moeite heeft om zich een plaatsje onder de zon te verwerven – mooi in beeld gebracht door de monologen die Genesis met zichzelf houdt om gesprekken zoals dat met zijn broer te verwerken – toch tot het eind toe blijft strijden voor de goede zaak en tenslotte ook succesvol is, wat de toekomst verder mag brengen.

De bluesnummers en andere muziek verleent veel kracht aan het verhaal, dat door het fantastische spel van Cliff Curtis wordt gedragen. James Napier Robertson speelde zelf mee in de film als Dave, een van de leden van de schaakgroep.

Hier de trailer.

zondag 21 mei 2017

Theaterrecensie: Zohre, Marjolijn van Heemstra, Toneelschuur, 19 mei 2017


Hulp aan vluchtelinge leidt tot innerlijke strijd bij helpster

De theaterprogramma’s van Marjolijn van Heemstra zijn een grote aanwinst voor de Nederlandse cultuur en vormen een stimulans in debatten die gaande zijn rond controversiële onderwerpen. Van Heemstra begon met een project over het seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk, stelde in het programma Bommenneef vragen rond de rechtvaardigheid van het gebruik van geweld en verbeeldt dit keer met een Afghaans Nederlandse soap de moeilijkheden die een nieuwkomer ondervindt bij de ingroei in de Nederlandse maatschappij. Van Heemstra zegt dat het zeventien jaar duurt voor men hier een plaats gevonden heeft en helpers blijken net zo goed hun moeilijkheden te hebben. Van Heemstra vecht met haar voormalige Afghaanse oppas Zohre Norouzi met de nodige liefde en haat een innerlijke strijd uit, die erg mooi door haar wordt uitgebeeld.

De plaats die de jonge vrouwen op een soort steiger dat later ook een dakterras moet voorstellen is al bijzonder. Hun houdingen zijn daarbij veelzeggend. Van Heemstra staat rechtop en Zohre ligt half. Nadat de zaallichten gedoofd zijn, ontstaat in het donker een filmscherm waarop het einde van de laatste aflevering van de eerste en laatste Afghaanse soap The secrets of this house te zien is. De scène vormt een belangrijk element in de voorstelling omdat Zohre, net als haar idool Soraya, niet duidelijk kan maken wat ze wil. Van Heemstra legt uit dat na Soraya’s woorden Ik wil… een reclame volgt over mobiele telefoons waarna het afgelopen is, deze soap die zich volgens Van Heemstra wel erg traag ontwikkelde. In een latere driftbui over haar onmacht om schot in de ontwikkeling van Zohre te krijgen, verwijt ze de Afghaanse dat ze als een soort Rapunzel op haar dakterras zit te wachten tot de toekomst langs haar haren omhoog geklauterd komt, waarop Zohre gestoken verwijst naar kale plekken op haar achterhoofd vanwege de stress die zij beleefde tijdens de lange, moeizame vlucht via Turkije en Griekenland.

De persoonlijke benadering van Van Heemstra werkt elektrificerend. Haar naturelle verhaal over de ontmoeting met Zohre in 2015, het jaar dat de vluchtelingenstroom op zijn grootst was, brengt de toestand van toen weer heel dichtbij. Ze schets de euforie om deel te nemen aan het avontuur om de oorlogsvluchtelingen met open armen te ontvangen en bedacht dat ze Zohre een baantje kon geven als oppas voor haar één-jarige zoontje. Het geluk daarover kreeg al gauw een schaduwzijde, omdat Zohre vroeg of ze ook bij haar in Amsterdam kon blijven slapen. De verwarring daarover wordt door Van Heemstra fraai uitgebeeld. Hoewel ze eigenlijk wilde dat de oppas terugging naar haar flat in Alphen aan de Rijn, kon ze toch geen nee zeggen. Daarmee haalde ze zichzelf heel wat problemen op de hals, die op de Facebookpagina van Operatie Zohre te vinden zijn, maar in de voorstelling op een hoop gegooid worden, al haalt Van Heemstra in haar driftbui wel hard uit naar de inburgeringscursussen die veel leed veroorzaken. Ze verbaast zich erover dat er geen protocollen zijn over de ingroei. Volgens haar is er sprake van een blinde vlek.

De verschillen in inzichten tussen de Afghaanse en de Nederlandse worden fraai uiteengezet en al in de soap verbeeld door een gesprek tussen Soraya en de Perzische mystieke dichter Rumi. De vraag van Soraya naar het geluk wordt door Rumi beantwoordt met de uitspraak dat het er al is, maar dat men het alleen moet zien.
Zohre was alleen gelukkig op het dakterras, de enige plaats waar de Afghaanse vrouw onder het bewind van de Taliban rust kon vinden, al was dat alleen in de nacht en dan nog liggend want het gevaar om door een man gezien te worden was niet te onderschatten. De eigen wil werd daar systematisch om zeep geholpen. Tegenwoordig zit ze het liefst in de bioscoop, kijkend en wegdromend of drinkt ze graag thee met een ander. Van Heemstra vindt het maar een niksige soap. Haar idee van een stapsgewijze en doordachte ontwikkeling, die na veel geploeter geluk moet opleveren, heeft te weinig opgeleverd. Na anderhalf jaar geploeter is ze uitgeput.

Humor vormt een belangrijk wapen in de voorstelling. Zohre brengt de kunst van het kijken in, die verliefde stellen in Afghanistan heel lang kunnen volhouden. ‘Kijken is niet niets,’ zegt ze tegen Van Heemstra, die in haar dadendrang het liefst meteen alles wil regelen. Zohre’s uitbeelding van Marleen, een bezoekster in het azc die hun familie altijd uit hun slaap hield, is grappig en ook de belastingen vormen een grappig onderwerp van twist. De vrouwen kaarten al met al de kwestie van culturele verschillen op invoelbare wijze aan en zetten de toeschouwer daarmee aan het denken over de eigen westerse normen. Misschien is het zo gek nog niet om, net als Job Cohen, de eerdere burgervader van Amsterdam, deed, vaker een kopje thee met elkaar te drinken.

Hier mijn bespreking van Bommenneef, hier de Facebookpagina van Operatie Zohre.

How to meet a mermaid (2016), documentairefilm van Coco Schrijber


Zoektocht naar overleden broer omgeven door tierelantijnen

Documentairemaakster Coco Schrijber maakte een film over haar broer Lex, volgens haar een saaie boekhouder, die in de zee verdronk tijdens een duikvakantie in Egypte. Er is meer dan dat omdat Schrijber er ook twee andere verhalen aan koppelt van mensen die een sterke relatie met de zee hebben. In het eerste geval gaat het over de Britse Rebecca die op een cruiseschip verdween, daarnaast over zeesurfer Miguel die het leven in Mexico beu en de oversteek naar de Verenigde Staten over zee waagt. Het is de vraag of deze toevoegingen het verhaal van haar broer zoveel sterker maken, te meer omdat Schrijber toch vooral rouwt om zijn dood, al vijftien jaar geleden. De filosofische commentaren in de verhalen van Lex en Miguel en de wanhopige fluisterstem van Rebecca doen in ieder geval erg pretentieus aan.

De zee is niet alleen een bron van rust en schoonheid, zoals we zien in het atol in Belize, waarmee Schrijber aanvangt, maar ook een vijand, een tegenstander die zich rustig houdt maar opeens hard kan toeslaan. Tegelijk is het een oord waaruit wij voortkwamen, kortom een mysterie, zoals ook wordt verbeeld door aangetaste beelden van mensen onder water (zie poster). De aantrekkingskracht van de zee is misschien te verklaren uit het zoutgehalte dat net zo groot is als in ons bloed, zoals een Amerikaanse commentator zegt. In ieder geval besloot Rebecca na relationele problemen over boord te springen. Dit meest waarschijnlijke scenario vormt voor de ouders van Rebecca een grote bron van onzekerheid. Zij treuren nog steeds over hun dochter die werkte op een cruise schip van Disney, waar alles droom en verbeelding is, die niet verstoord mag worden, zeker niet door zo’n noodlottig ongeval. De dramatiek wordt nog vergroot omdat er camerabeelden zijn een onthutste Rebecca die de kleren draagt van de man met wie ze zojuist seks heeft gehad. Na een telefoontje naar haar vriendin aarzelt ze even maar loopt dan gedecideerd richting boeg. Hetgeen natuurlijk speculaties in stand houdt over alles wat er gebeurd kan zijn, zoals een man die zich met de zaak bezighoudt ook opwerpt.

Het verhaal van Miguel is heel anders. Hij woont zijn hele leven al aan de kust in de nabijheid van Californië, hetgeen voor sommigen een paradijs is maar niet voor hem. Hij is sinds kort vader geworden en wil een betere toekomst voor zijn zoon. De beste manier voor hem om in de Verenigde Staten te komen is door ernaar toe te surfen, hetgeen ook voor deze surfleraar nog niet zo gemakkelijk is.  

Het meest boeiend is het onderzoek naar de dood van Lex die nog steeds met raadselen omgeven is. Een vriend van Lex en zijn psychiater, die ook mee was op de duikvakantie, vertellen over hun ervaringen, waaruit blijkt dat Lex niet zo gemakkelijk was, vooral niet voor zichzelf. Tijdens een vrije dag verdween hij met achterlating van persoonlijke bezittingen, waaronder een duikmes, hetgeen voor Coco het bewijs is dat hij een eind aan zijn leven wilde maken. De psychiater zegt dat Lex eenzaam was en dat hij er ook niets aan kon doen dat Lex niet wilde praten. Het was verder nogal een gedoe met de autoriteiten die een onderzoek wilden instellen. De politie werkt daar in vergelijking met Nederland nog heel ouderwets. Een Egyptenaar die Coco aan de kust treft in de buurt van de plaats waar de groep dook, herinnert zich het geval nog. Volgens hem had de dood van Lex te maken met zijn psychische problemen. Hij raadt Coco aan zelf duiklessen te nemen. Coco aarzelt, maar hapt dan toe. De ervaring doet haar inderdaad goed, brengt haar dichter bij haar broer en dat was wellicht ook de bedoeling van haar zoektocht.

Hier de trailer, die begint met beelden van het wondermooie atol in Belize.

zaterdag 20 mei 2017

Recensie: Het einde van de rode mens (2016), Svetlana Alexijevitsj


Indrukwekkende verslagen van voormalige Sovjetburgers

Het einde van de rode mens draagt als ondertitel Leven op de puinhopen van de Sovjet Unie en is een uniek historisch portret van mensen die na de val van het communisme moesten zien te overleven in de markteconomie. Deze kreeg voet aan de grond in het Rusland van Jeltsin en had heel veel onrust tot gevolg. Svetlana Alexijevitsj peilt - een jaar voordat Sana Valiulina in de lijvige roman Kinderen van Breznjev (2014) de immense veranderingen beschrijft - als een historisch onderzoeker de  gedachten en gevoelens van de Russen over het recente verleden. In een reeks diepte-interviews laat ze een groot aantal personen van alle rangen en standen – jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, soldaten en burgers, rijken en armen, overtuigde partijleden en communistenhaters - aan het woord. Hun verhalen stemmen weinig optimistisch en bevatten vooral veel aanklachten tegen geweld. Rusland blijkt een mannen- en een soldatenland. Door zo veel mogelijk geweld te plegen in de oorlog kan men een heldenstatus verwerven. Anders blijft niet veel over dan wachten op de volgende oorlog of zich te dood drinken. Vrouwen hebben het nakijken. Die ploeteren voort om het bestaan nog enigszins leefbaar te houden.

 Alexijevitsj heeft haar boek ingedeeld in de delen Troost door de apocalys en De bekoring van de leegte. Deze geven een beeld van de eerste twee decennia na het instorten van de Sovjet Unie en spiegelen elkaar kwa inhoud: de schrijfster laat eerst fragmenten horen uit het gebruikelijke straatlawaai en de intieme gesprekken uit keukens waar mensen zoals gebruikelijk hun hart konden uitstorten. Vervolgens voert ze uitvoerige gesprekken met of over allerlei personen, in het laatste geval verteld door anderen omdat de betrokkenen het niet meer kunnen navertellen. In het eerste deel zijn deze gesprekken ondergebracht onder de titel Tien verhalen in een rood interieur, in het tweede deel moeten de verhalen het zonder interieur doen. Het is alsof Alexijevitsj daarmee aangeeft dat de toekomst ongewis is. Dat het status van de samenleving onduidelijk is na de starheid van het communisme en de teleurstelling over het kapitalisme, dat slechts leidde tot verrijking van enkelingen. De droom van een groot, ongedeeld communistisch rijk leeft alleen nog bij de uitstervende garde, zoals verwoord door de 57- jarige arts Margerita Pogrebitskaja, die een schrijver een ingenieur van de menselijke ziel noemt. Alexijevitsj gaat erin mee dat het communistisch ideaal misschien nog zo gek niet was, al werd het gecorrumpeerd door de vreselijke misdaden van Stalin, waaronder de dekoelakisatie, de liquidatie van zelfstandige boeren. De huidige ontwikkeling waarin verschillende delen van de vroegere Sovjet Unie de strijd met elkaar aangaan, zoals in Georgië, is een tegenvaller voor mensen die heilig geloofden in eenheid en in het bijzonder voor huwelijken tussen leden van de verschillende volkeren uit de Sovjet republieken. De Armeense vluchtelinge Margarita, getrouwd met een Azerbeidzjaan, kan in Moskou alleen maar griezelen van hetgeen mensen zoals zijzelf kan overkomen. Vluchtelingen zijn daar vogelvrij. Poetin blijkt niet degene te zijn die tegenstellingen kan overbruggen, maar zet mensen eerder tegen elkaar op. Hij wordt gedoogd omdat men gewend is aan een sterke leider en een democratisch alternatief afwezig is. Na twintig ellendige verhalen eindigt Alexijevitsj met een gewone vrouw die ver buiten Moskou woont en weinig van doen heeft met de politiek. Ze heeft haar hele leven geploeterd en kijkt liever naar de sering met de nachtegalen erin dan naar de televisie. Ook dat is Rusland, een onmetelijk land met een ruige natuur en mensen die daarin vooral moeten overleven.

De schrijfster begint haar indrukwekkende werk met Notities van een deelneemster geheten, waarin ze de homo sovjeticus op de korrel neemt. Zij is er zelf ook een, zo’n Sovjetsukkel zoals lieden genoemd worden die meer gaven om het lezen van boeken dan het vergaren van materie. Een van hen is een vriendin van een moeder van een gevoelige zoon, Igor Poglavoz geheten, die al op zijn veertiende een eind aan zijn leven maakte. Zij vertelt dat zij vroeger als bezetenen de Memoires van Nadjezjda Mandelstam lazen, die op dit ogenblik niet veel meer waard zijn dan oud papier. Haar vriend ziet de worst als maat van alle dingen, maar de prijzen zijn van een ander niveau dan in de vroegere Sovjet Unie. In de Notities komt al naar voren dat de Sovjet mens vooral gepreoccupeerd is met strijd en met overleven. ‘Eigenlijk waren we oorlogsmensen. Als we al niet vochten, dan maakten we ons klaar voor de oorlog.’ Zo’n uitspraak doet denken aan Noord Korea dat voor zijn voortbestaan een inval van buiten moet voorwenden. Het creëren van een vijand is een beproefde strategie, die overal waar macht tanende is, uit de kast wordt gehaald. Trump heeft straks Noord Korea om de gelederen te sluiten, al is het de vraag of mensen zo langzamerhand niet doorzien hoe dit mechanisme werkt. Alexijevitsj verwijst naar Dostojevski om inzicht te geven in de pijnlijke, moeilijke en tragisch weg die naar de vrijheid voert. ‘Een mens moet steeds kiezen: voor vrijheid of voor welstand met een geregeld leven, voor vrijheid met pijn of voor geluk zonder vrijheid. De meesten kiezen voor de tweede weg,’ schrijft ze. Het is ook niet gemakkelijk om revolutie te bedrijven. Studente Tanja Koelesjova deed mee met de protesten in Wit Rusland tegen de vervalste verkiezingsuitslag van Loekasjenko in 2010 en werd hard aan- en opgepakt. Minutieus beschrijft ze haar angstige ervaringen in de gevangenis. Na haar vrijlating een maand later werd ze ook nog beschimpt door haar vriend. Later verhuisde ze naar Moskou om daar een beter leven op te bouwen. Ze was in ieder geval blij om daar medestanders te vinden. Angst is een groot struikelblok om tot een vreedzamer maatschappij te komen en die wordt door autocratische leiders ingepompt. De methoden die Loekasjenko gebruikte, worden op dit moment weer door Erdogan van stal gehaald. Het Westen staat erbij en kijkt ernaar.

Het voert te ver om in te gaan op alle interviews, zoals het lezen van alle ellende soms ook te veel werd. De tijd dat het geluk naar de Russen toe leek te komen, rond de volksopstand die Jeltsin in 1991 leidde, was maar kort, al was men blij met een koffiemolen. Het is toch vooral allemaal moord en zelfmoord wat de klok slaat, zoals over studente Ksenja Zolotova die in 2004 zwaar gewond raakte bij de aanslagen op de metro in Moskou of Olesja Nikolajeva die dienst deed in Tsjetsjenië, daar onder duistere omstandigheden stierf en op geen enkele manier herdacht werd. Daarnaast tekent Alexijevitsj het bijzondere verhaal op van een vrouw die met de moordenaar van haar man trouwde en dat van een ander die man en kinderen in de steek liet om een met moordenaar in een verre en zwaar beveiligde gevangenis in het huwelijk te treden. Dan is er ook nog een man die zijn jeugd doorbracht in Sachalin en leed onder de opvoeding van zijn oorlogsgezinde vader. De schrijfster had zelfs contact met geheime bronnen in het Kremlin die vertellen over maarschalk Achromejev die na de coupe van 1991 de hand aan zichzelf sloeg. De 59 jarige architect Anna M. gaat terug gaat naar het kamp in Kazachstan waar ze haar jeugd heeft doorgebracht. Ze begreep alle commotie niet rond Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj waarin Solzenitsyn op zeer invoelende manier het kampleven beschrijft. Zelf wist ze niet beter. Haar zoon is ervan overtuigd dat de bijl zijn baas overleeft en sluit daarmee het eerste deel in mineur af. Het tweede deel, over de tijd gaat waarin de contrarevolutie zich bestendigde is qua sfeer niet vrolijker.

Alexijevitsj geeft spaarzaam commentaar op de interviews, maar ze geeft wel duidelijk aan wanneer iemand zwijgt en ze noteert ook dat een vrouw in het eerste interview zegt dat ze zeker weet dat haar controversiële uitspraken geschrapt worden, hetgeen overigens niet het geval is. Alexijevits wil een onwelgevallige versie handhaven en de tijd zelf laten oordelen. Door haar enorme inzet voor het goede zaak verdiende ze de Nobelprijs voor Literatuur in 2015. De immensiteit van de veranderingen, door Valiulina in fictie gevat, kan niet vaak genoeg beschreven worden ter lering voor allen die zoeken naar een samenleving waarin men vreedzaam kan samenwonen, gespaard blijft voor geweld en rechtvaardig behandeld, tot welke etniciteit, klasse of gender men ook behoort.

Hier mijn bespreking van het eerste deel van de memoires van Nadjezjda Mandelstam.