Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 22 september 2017

Stank voor dank (2016), documentaire van Frans Bromet


Wie klikt wordt vervolgd

Onlangs werd ik getroffen door klokkenluider Jim Harper die in de documentaire De Klimaatontkenners tegen Gideon Levy vertelt dat hij niet wilde meewerken aan een beleid van Rick Scott, gouverneur van Florida, waarin de klimaatverandering ontkend wordt. Zijn kracht om daar tegen in te gaan ontleende hij aan het feit dat hij als streng christelijk opgevoede homoseksueel eerder een strijd voor zichzelf uitgevochten had. Tegen een baas in gaan is niet gemakkelijk, zo zien we in de vier gesprekken die Frans Bromet met klokkenluiders voered. De uitkomsten zijn dan ook wisselend, maar vast staat dat de verdiensten van klokkenluiders  niet hoog genoeg ingeschat kunnenworden. Zij zijn de ware helden in een maatschappij die dol gedraaid is.

Wim van den Haak werkte bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat en had nooit gedacht dat hij ooit een klokkenluider zou worden. Hij stuitte echter op een afgifte van vergunningen aan het Waterschap achteraf, die niet door de beugel konden. Zijn collega’s vonden dat hij niet zo moeilijk moest doen, maar dat kon hij niet. De opmerking van Bromet dat overal wel iets niet klopt, legt hij terzijde. Hij leest voor wat hij bij aantreden beloofd had (zie foto) en doet daar geen afstand van. Hij legde het probleem voor aan vijf of zes instanties, maar dat leverde weinig op. De zaak bepaalde zijn hele leven en dat van zijn vrouw die hem ter zijde stond, maar op een gegeven moment niet meer mee wilde naar de rechtszaal. Hij is blij dat er Kamervragen kwamen naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant. Van der Haak had een werkloosheidsuitkering maar heeft inmiddels een eigen bedrijf opgezet. Terugkijkend ziet hij zichzelf als een slachtoffer van zijn calvinistische opvoeding.

Victor van Wulfen werkte bij de Koninklijke Luchtmacht en groeide in zijn rol als klokkenluider, omdat hij na overschakeling van de F-16 naar de Hercules gaten in de protocollen ontdekte. Hij probeerde dat aan te kaarten omdat de veiligheid in het geding was, maar hoorde daarop niets terug. Tijdens een vakantie deed men het voorkomen dat hij psychische problemen had en  vervolgens stuurde men hem naar huis, waar hij zich ruim vier jaar lang samen met zijn vriendin over zijn zaak boog. Daarna mocht hij weer terugkomen. In de tussentijd had men maatregelen genomen om de door Van Wulfen gesignaleerde gebreken te herstellen. Een rapport stelde hem in het gelijk maar de mensen die hem tegenwerkten zijn nooit bestraft. Die zijn met pensioen of zitten er nog. Hij trekt zich dat niet aan.

Hetty van de Laar werkte bij de vastgoedafdeling van de SNS bank en merkte vreemd gedrag van haar meerderen bij de verkoop van vastgoed. Ze zag op een gegeven moment dat men het vastgoed voor een klein prijsje aan zichzelf verkocht. De zaak kwam uitgebreid in de media maar Van de Laar heeft daar weinig baat bij gehad. Haar bazen wilden dat ze zelf meedeed met de zwendel maar daar paste ze voor. De FIOD bemoeide zich met de zaak, maar zij werd ziek van al het gevraag en zag aan nog eens haar relatie stranden. Zwijggeld weigerde ze. Ze zegt dat haar baas, die achttien maanden gevangenisstraf kreeg, in de cel kan uitrusten terwijl zij slapeloze nachten heeft. Ze schrijft een boek over de zaak, maar haar vertrouwen is kapot en ze durft geen bedrijf meer te beginnen. Ze weet zeker dat ze nooit meer aan de bel zal trekken.

Paul Schaap werkte als operator bij ECN in Petten en protesteerde tegen het feit dat de veiligheid het moest afleggen tegen de winstgevende productie van radioactief materiaal voor medische doeleinden. Hij moest op het matje komen, werd bedreigd en de misstanden werden niet aangepakt. Nadat hij een zwartboek gemaakt had, werd hij overgeplaatst naar een andere afdeling. Daarop volgde een juridische strijd over ontslag op grond van een verstoorde werkrelatie. Een mediator die ingeschakeld werd diende ertoe om zijn collega’s tegen hem op te zetten, hetgeen sommigen doorzagen. Hij kon een zak geld krijgen om af te zien van een kort geding maar de veiligheid op zijn werk was hem meer waard. Hij werkt nu als journalist en heeft nog steeds zijn bedenkingen over de veiligheid van de kerncentrale.

Hier de preview op KRO NCRV, hier mijn bespreking van De Klimaatontkenners.

donderdag 21 september 2017

In the basement (2014), documentaire van Ulrich Seidl


In de kelder komt de lagere kant van de mens tot zijn recht

In de documentaire Seidl, a director at work (2014) van Constantin Wulff zagen we al iets van de documentaire In the basement, die in het Duits Im keller heet. De kelders van de grote Oostenrijkse huizen zijn bij uitstek plaatsen waar men activiteiten kan verrichten die het daglicht nauwelijks kunnen verdragen. Seidl toont een aantal vormen van dit soort activiteiten en laat daarnaast ook stilstaande portretten zien van personen in hun kelder, ingericht als bar, als geluidsstudio, als wasruimte, maar natuurlijk ook als treinlandschap. Steeds dieper daalt Seidl af in de krochten van de menselijke geest, zonder daarover een oordeel te geven.

Een vrouw daalt regelmatig af om haar poppen toe te spreken. Ze liggen in dozen op een stellage in de kelder en worden op een liefdevolle wijze begroet, die veel zelf over het isolement van de vrouw zelf.

Een man toont de vele uitheemse dierenkoppen aan de muur, die hij in Afrika geschoten heeft.

Heftiger wordt het als er schietoefeningen worden gehouden. Een man die zich eerst voordoet als operazanger te midden van schijven waarop geschoten kan worden, praat met een aantal wapenbroeders over Turken in hun land die achterlijk zijn. Hij oefent ook met virtuele situaties om zijn behendigheid te vergroten.

Een erfelijk belaste alcoholist die graag met zijn kornuiten op een blaasinstrument speelt, doet dit onder een portret van Hitler en de vlag van de nazi’s. Op zondagochtend wordt er eerst gerepeteerd en daarna gezopen tot men laveloos is. Ze hebben het erover dat de vrouw van de man in bikini naar beneden zou komen. In werkelijkheid komt ze daar nooit. De man communiceert met haar over de telefoon of tikt op de verwarmingsbuis als hij wil weten of het eten klaar is. In ieder geval staat hij geregistreerd bij de politie.

Nog heftiger wordt het als er seksualiteit aan te pas komt. Een hoerenloper in onderbroek (zie foto) zegt dat hij vaak gratis mag omdat hij de prostituée verwent, bijvoorbeeld door haar te beffen in de stoel van een gynaecoloog. Een man maakt in zijn blootje de kelderruimte schoon. Hij blijkt de slaaf van een meesteres die vertelt dat ze zich allebei kunnen vinden in hun rol, waarbij zij zelfs zijn ballen in een klem zet of ophangt aan een katrol.

Het meest uitgebreid is het portret van een masochiste die haar levensverhaal meedeelt terwijl ze ingesnoerd in touwen voor de camera staat. Tussendoor wordt ze door meneer Walter op haar billen geslagen, eerst met een zachte zweep, daarna met een batje en tenslotte met een venijnige zweep. Deze vrouw vertelt dat ze op haar vijftiende haar doodvonnis tekende door haar omgang met een man die haar als eigendom zag. Tenslotte stak ze hem een mes in zijn lijf. Daarna kreeg ze een relatie met een alcoholist die geen taboes kende. Nadat ze gevlucht was deed ze aangifte waarop de man vier jaar in de cel belandde. Ze werkt tegenwoordig voor Caritas en helpt mishandelde vrouwen. Zelf wil ze graag een man die op seksueel gebied de dienst uitmaakt.

Waakzaamheid rond dit soort activiteiten blijft vereist, schreef ik in mijn verslag van Seidl, a director at work.

Hier de trailer van In the basement, hier mijn verslag van de documentaire Seidl, a director at work.

woensdag 20 september 2017

Recensie: Halleluja (2017), Annelies Verbeke


Er valt weinig te juichen in dit ondermaatse, maar leuk om erover te lezen is het wel

Hij wilde zich bij iedereen verontschuldigen. En hij wilde iedereen vergeven.’ Dit motto van Akutagawa uit Verhaal van een afgevallen hoofd, bevat een formidabele twist, die ook vaak in de verhalenbundel Halleluja van Annelies Verbeke te vinden is. Willen liefhebben, maar eenzaam zijn is helaas een werkelijkheid in het menselijk bestaan. In het verhaal Start ontmoeten we gedetineerde Brad die vrij komt maar nog lang niet zijn plaats heeft gevonden. Hij stuit op Wouter, de vriend van zijn zus Kyara, niet communiceert en alleen maar met zijn drone bezig is. Ik geef het Brad te doen om zich bij zo iemand ooit op zijn gemak te voelen.

Er heerst vaker spanning door het gebrek aan consensus, zoals in Vluchtplan of in Wilde dieren. In beide verhalen gaat het om relationele problemen en worden zeer smakelijk beschreven. In Vluchtplan haalt binnenhuisarchitect Robert zogenaamd toevallig de knappe journaliste Diana met de auto op als hij zijn dochters Minnie en Olivia naar zijn moeder brengt, zodat hij samen met Diana in Rotterdam kan gaan uitspatten. We horen ook de visie van Diana die Robert en zijn vrouw eerder interviewde en in de ban was van het lijf van Robert die verder een vreemde voor haar blijft. Daarnaast is het wantrouwen van oma die toch maar naar Robert belt dat een van de meisjes ziek is geworden waarop hij belooft dat hij hen meteen de volgende dag hen weer ophaalt. In Wilde dieren gaat het om een muzikaal stel, Erika en Johannes, te vergelijken met Jacqueline du Pré en Daniel Barenboim die na een lange relatie met veel strijd en overspel waarbij zij de klep van de piano op zijn vingers laat vallen, wel twintig jaar later hun droom om naar de Serengeti te gaan in vervulling laten gaan, al loopt dat natuurlijk niet goed af in de wildernis waar leeuwen vrij rondlopen.

De door mij vermoede invloed van de Japanse literatuur die vaak de menselijke vervreemding tot onderwerp heeft - al kon Kafka daar ook wat van- komt duidelijk naar voren in De beer. Daarin is sprake is van een metamorfose van de alter ego van de auteur. Tijdens het lezen vroeg ik me af waarom we niet het woord autrice hebben naast auteur zoals actrice naast acteur Overigens vond ik het verhaal minder sterk van stijl en inhoud en vroeg me af of het eerder werk van Verbeke is, dat precies middenin de vijftien verhalen is ingevoegd. Dramatischer is de vervreemding in Bus 88. Daarin denkt de schrijfster aan dichter Tomas Tranströmer terwijl ze zich in een onbekende echtelijke slaapkamer bevindt waar een dichtbundel ligt van Friedrich Hölderlin ligt. Een mooie beschreven dreinend kind zet haar aan het leven van andere vrouw te leiden. Nadat ze haar naar school heeft gebracht, krijgt ze een telefoontje van de vader, waarop ze besluit de rol van moeder maar op zich te nemen.

Verbeke schrijft in deze verhalen in een net zo vervreemdend proza zoals bijvoorbeeld in de formulering: ‘Het gelach is als een met trommen, toeters en bellen aangeklede figuur die zijn pas vertraagt, tot stilstand komt.’ Dat gelach komt van medewerkers van een bedrijf die op uitnodiging van de baas naar New York gekomen zijn om daar zijn schuilkelder onder zijn huis in ogenschouw te komen nemen.

Verbeke opent sterk met Huilbaby vanuit het perspectief vanuit Levi die net op de wereld is gekomen, nog alwetend is maar weet dat dit gaat veranderen. Ze eindigt met het mooie verhaal Emeritus, dat ze aan haar vader heeft opgedragen. Het is een afscheidsrede van een homoseksuele taalwetenschapper die terugdenkt aan de brief van zijn vriend Rob die een eenzame dood verkoos. De toegift komt uit het hoofd van een oude volksvrouw die geen blad voor mond nam en de liefde in haar leven als beginsel had, waarmee die toch nog over alle eenzaamheid triomfeert, ook al was dat theater. 

Hier mijn verslag van het gesprek dat Jeroen van Kan met Annelies Verbeke had.

Laatste kans voor de euro, Tegenlicht, 17 september 2017


Financieel journalist peilt de economische toestand in Italië

Regisseur Martijn Kieft vervolg de uitzending Geldscheppers. Hij nodigt financieel journalist Maarten Schinkel uit om de toestand van de euro te peilen, die eerder aan een zijden draadje hing maar na de opleving van de economie en het presidentschap van Macron geen probleem meer lijkt te vormen. Niets is minder waar, volgens Schinkel. Tijdens een onvermijdelijke volgende recessie zal het probleem weer opduiken en dan heeft men ook geen mogelijkheden meer om met de geldschepper het probleem te verdoezelen.

Schinkel voorziet dat Italië als eerste in de problemen komt omdat de productiviteit daar achterblijft bij de andere Eurolanden. Europa scheurt daardoor als het ware uit elkaar. Een oude Italiaanse kapper vertelt hem dat de prijzen verdubbeld zijn en dat de pensioenen achterblijven. Carla Ruocco van de Vijfsterrenbeweging vindt dat er iets moet veranderen in het beleid rond de euro om het gevaar van uiteenvallen af te wenden. Schinkel schetst een scenario waarbij een Italiaanse bank omvalt en het ECB niet meer bij machte is om die weer op zijn poten te zetten. Geopolitiek onderzoeker Dario Fabbri denkt dat Duitsland dan de stekker eruit trekt. Het vroeger zo eurofiele Italië ziet steeds meer dat haar belangen niet door de euro behartigd worden.

Volgens Schinkel is een politieke unie nodig is om de euro in stand te houden en daar is op het ogenblik weinig animo voor. Fabbri denkt dat na het instorten van de euro Noord Italië in monetair opzicht naar Duitsland zal neigen waardoor de spanning in het land zal toenemen. Investeringsbureau Pimco stelt dat de hoge jeugdwerkloosheid in het zuiden van Europa de euro bedreigt en bepleit om, zoals een relatietherapeut doet, een oplossing voor het geschil te zoeken, want oorlog is ook geen oplossing.

En oudere Italiaanse ijsmaker zegt dat Italianen minder willen werken en meer verdienen. Volgens hem biedt de euro vrijheid maar het bestuur daarover moet verbeterd. Schinkel praat over het cultuurverschil tussen Noord - en Zuid Europa met de Italiaanse oud bankier en minister Paolo Savona, die het populisme niet als oplossing ziet voor de problemen. Hij zegt dat de euro een private munt is, die berust op vertrouwen. Er is een staat nodig om dit vertrouwen te vestigen, maar die komt er niet en daarom ontploft straks het systeem.

Schinkel vraagt wat ons plan B is. We hebben wel een tactisch plan om niet in chaos om te komen, maar geen strategisch plan. Hij wijst erop dat afgesproken vereffeningen in de Eurolanden niet zullen plaatsvinden waardoor rijke landen met veel vorderingen zoals Duitsland en Nederland het zwaarst getroffen zullen worden. De Duitse econoom Hans Werner Sinn bepleit een flexibele monetaire unie, waardoor de Grieken weer zelf hun tomaten kunnen gaan verbouwen.

Schinkel voorziet problemen met de gulden die waarschijnlijk te duur wordt waardoor de export inzakt. Vanwege de onvoorspelbaarheid pleit Markus Kerber voor een gezamenlijke munt voor Duitsland en Nederland, de guldenmark en ook voor gezamenlijke begrotingen. Het idee dat Nederland een provincie wordt van Duitsland gaat Schinkel te ver.   

Alles bij elkaar was dit een behoorlijk naargeestige uitzending. Gelukkig maar dat de toekomst niet in een rechte lijn verloopt, maar dat er allerlei factoren zijn die daar invloed op hebben, zoals een overgang van een duurzame energie en nieuwe ideeën over democratie. De huidige crises maken de weg vrij om onze aandacht op een betere toekomst te richten die minder nationaal zal zijn en meer Europees. Italië verdient alleen al vanwege de opvang van vele vluchtelingen onze steun.

Hier meer informatie op de site van Tegenlicht, hier meer informatie over de landelijke meet-up vaavond in Pakhuis de Zwijger. Op de site ook artikelen over het onderwerp uit NRC, FD en De Groene Amsterdammer. Hier mijn bespreking van Geldscheppers.

dinsdag 19 september 2017

Christian Felber over de Gemene Goed Economie, Pakhuis de Zwijger, 18 september 2017


Hoopvolle gedachten over een economie met een menselijk gezicht

De gesprekken over nieuwe vormen van democratie zijn inmiddels de tweeëntwintigste avond ingegaan. Moderator Natasja van den Berg memoreert dat ze ooit begonnen zijn met een raamwerk vanuit het transitiedenken, ingebracht door hoogleraar John Grin, die vanavond ook aanwezig is. Hoewel de uitgangspunten van dit denken niet expliciet naar voren komen, is er wel een duidelijke behoefte om de besproken ideeën meer te laten wortelen in de praktijk. In het laatste deel van het gesprek dat volgt op de voordracht van Christian Felber wil Van den Berg daarom expliciet ingaan op de vraag hoe ideeën over het Gemene Goed in het denken over een alternatieve economie een plaats kunnen krijgen. Daarmee is meteen aangegeven dat er een direct verband is tussen democratie en economie.

Dat laatste komt ook duidelijk naar voren in de voordracht van Felber, die rustig en duidelijk het standpunt van de Gemene Goed Economie uitlegt en zelfs op zijn hoofd gaat staan om dit te verduidelijken. De economie is geen doel op zichzelf, geen manier om steeds meer geld te vergaren, zoals in het kapitalisme gebeurt, maar een middel om het welzijn van de mensen te vergroten. Felber, die verbonden is aan de universiteit van Wenen en zijn ideeën heeft beschreven in Ware winst, baseert zich op Aristoteles en heeft vastgesteld dat de overgrote meerderheid van de Oostenrijkers en Duitsers zo’n andere economie wil. Tegenover het There is no alternative van Thatcher stelt hij There are plenty alternative systems. Zelf hanteert hij een holistisch uitgangspunt. De economie is ingebed in de samenleving en die weer in het ecosysteem (zie afbeelding). Het doel van de economie, zo ontdekte hij na contemplatie, is het voortbrengen van gemene goederen. Daarbij hebben we de grondwet mee, zegt Felber. Het kapitalisme zet de boel op zijn kop. We kunnen het anders organiseren en daarbij voorkomen dat een kleine minderheid er met de buit vandoor gaat, zoals nu het geval is. Hij haalt Adam Smith aan om te benadrukken dat een bedrijf een bijdrage dient te leveren aan de samenleving en heeft ook een instrument om dat vast te stellen, namelijk uitspraken door de samenleving gedaan. Efficiency maakt plaats voor effectiviteit, coöperatie vervangt de concurrentie, die indruist tegen de menselijke natuur. Om zijn betoog te illustreren doet hij een gedachtenexperiment met een deel van de zaal die zelf bepaalt hoe groot het verschil mag zijn tussen laagste en hoogste inkomens. Als men de verschillen te pijnlijk vindt kan men dat aangeven door een of twee armen in de lucht te steken.

In het groepsgesprek gaat het allereerst om het concept van Felder en daarna over manieren om tot een Gemene Goed Economie te komen. Caroline van Leenders, auteur van Tien tips voor slimme sturing, herkent veel in de ideeën van Felder die de tijdgeest weerspiegelen. Arjo Klamer mist de notie van culturele en het sociale in het verhaal. Felber krijgt uitgebreid de kans daarop in te gaan, maar Klamer vraagt zich nog steeds af waar de legimititeit van de Gemene Goed Economie vandaan komt. Felber komt niet verder dan dat de menselijke waardigheid een doel in zichzelf is, maar hij krijgt steun van Diego Isabel La Moneda, die stelt dat in de nieuwe economie het sociale en het economische niet van elkaar gescheiden zijn. In ieder geval wil Felber volledige werkgelegenheid die ook nog zinvol is en stelt Diego dat jongeren er niet van houden om consumenten te zijn maar makers. Op dat moment plaatst Jan Juffermans, die wel even door Van den Berg bij naam genoemd had kunnen worden, twee opmerkingen, namelijk over de verhouding tussen Europa en de wereld en de duurzaamheid van de Gemene Goed Economie. Felber laat iedereen een halve minuut de ogen dichtdoen om na te denken over het gelukkigste moment in het leven dat in één woord altijd met de natuur of met intieme relaties en dus niet met geld te maken heeft. Overvloed maakt ongelukkiger, had hij al eerder gezegd. Opnieuw werd duidelijk dat de coöperatieve gedachte heel wat gezonder is dan de ellebogenmaatschappij waarin wij ons bevinden. De weg om daar te komen, was nog niet helemaal duidelijk, maar op de ideeën konden we heerlijk dromen.

Hier meer informatie op de site van Pakhuis de Zwijger, ook over de gesprekspartners en het boek Ware winst, hier mijn verslag van de eerste bijeenkomst over New Democracy, hier meer informatie over Gemene Goed Economie in Nederland. Hier de pdf van Tien tips voor slimme sturing, met een voorwoord van John Grin.

In transition, New Democratie 1, Pakhuis de Zwijger, 20 januari 2016


Democratie, dat is nogal wat

De nieuwe debatserie in Pakhuis de Zwijger over nieuwe vormen van democratie begint met een kort college van hoogleraar John Grin (zie foto) over transitie. Deze term werd al in een eerdere Tegenlicht uitzending uit 2013 rond Jan Rotmans uit de doeken gedaan. Inmiddels heeft men niet stil gezeten, zoals de sites Transitie Nederland en Transitiepraktijk laten zien. Moderator Natasja van den Berg probeert in een gesprek met Grin, Albert Jan Kruiter van het Instituut voor publieke waarden en politicologe Monique Leyenaar een bodem te leggen die het mogelijk maakt om in volgende debatten verder te praten over democratische vernieuwing. Ze gaat door waar Het Filosofisch Kwintet laatst stopte, ook al is klopt dit niet in als we de chronologie in acht nemen.

Grin legt uit dat transities veranderingen bewerkstelligen op allerlei maatschappelijke gebieden. Parallelle ontwikkelingen breken door gewone gang van zaken heen. Grin noemt het voorbeeld van de elektrificatie die de kolenboer aan de dijk zette. Om een verandering teweeg te brengen is een taal nodig. In het geval van de elektrificatie was dat een term als energiecentrale. In de transitietaal worden termen gebruikt als regime, nichepraktijken en landschap. Een materiële structuur dient aanwezig te zijn. In de energietransitie zijn dit zonnepanelen. Een nichepraktijk laat zien dat die in de vorm van dakpannen gelegd kunnen worden. De transitie gaat sneller als verschillende dynamieken elkaar versterken. Op het vlak van democratische vernieuwing kunnen dit soort begrippen ook gebruikt worden om inzicht te krijgen in het veranderingsproces.

Van den Berg leidt het gesprek in met de vaststelling dat de democratie beter kan. Ze vraagt wat de gasten eerst willen zeggen over het huidige regime. Kruiter vindt dat het burgerschap afneemt, zoals te zien is in de daling van de leden van politieke partijen. Het individualisme en het cliëntelisme is groot. Hij voorspelt over zeven jaar een ondergang van ons democratisch systeem. Leyenaar zegt dat de maatschappij veranderd is maar de politiek niet. In termen van transitie kunnen we zeggen dat het landschap veranderd is. De verschillen tussen de partijen zijn veel kleiner geworden en de mensen mondiger. Burgers willen meer zelf doen.. Kruiter zegt dat dit niet automatisch inhoudt dat daarmee de democratie gediend is. Er zit ook veel eigenbelang bij.   

Van den Berg wil weten in welke de politiek moet veranderen om aansluiting te vinden bij de tijdgeest. Leyenaar bepleit andere vormen van democratie dan de representatieve, omdat verschillende groepen daarin buiten de boot vallen. Zij denkt aan meer directe en participatieve vormen en is voorstander van burgerjury’s. Grin zegt dat die ook een schakel kunnen vormen bij vragen zoals in welk land we willen leven. Een filosoof in de zaal merkt op dat private belangen het democratisch ideaal ondermijnen. De burger is een consument geworden. De taal is daarmee gewijzigd. Grin wijst op een nichepraktijk als Buurtzorg die meer kwaliteit biedt tegen minder kosten. Een ander uit de zaal brengt het atlas complex naar voren waarbij politici menen dat zij de beslissingen nemen terwijl die in werkelijkheid wereldwijd door kapitalisten en op lokaal niveau door burgers genomen worden. Nog een ander brengt het welbegrepen eigenbelang in dat tussen algemeen en eigenbelang in zit en dat voor goede ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van de woningbouw, heeft gezorgd.

Ook de initiatieven van David van Reybrouck, digitale praktijken en deliberatieve vormen als de G-1000 komen aan bod. Die kunnen ook gezien worden als nichepraktijken, maar op een of andere manier lijkt met het aandragen van bouwstenen het zicht verloren te gaan op de richting die we uit moeten. Kruiter verzucht dat het nogal wat is, die democratie. Loten wie deelneemt aan een gesprek vindt hij in ieder geval depolitiseren. Iemand uit de zaal merkt op dat de decentralisatie van overheidstaken de burger alleen maar nijdiger heeft gemaakt. Kruiter merkt op dat die tot beleidsinstrument is gemaakt. De overheid vult de rol van de burger zelf in. De vraag van een ander hoe ver we inmiddels met de transitie zijn, is moeilijk te beantwoorden. Het verzet van het regime tegen verandering is taai denk ik en elke adempauze wordt gebruikt om gebied terug te veroveren. De nationale politiek krijgt steeds minder te zeggen, klem als ze zit tussen Europese regelgeving en lokale initiatieven. Maar het denken in termen van transitie lijkt me waardevol om het veranderingsproces te begrijpen.

Hier mijn verslag van TransitieNL, hier de site van Transitie Nederland, hier die van Transitiepraktijkm waarop men zelf met een transitie aan de slag kan gaan, hier de site van Pakhuis de Zwijger met een livestream van deze uitzending, waarop men de powerpointpresentatie van Grin in zijn geheel kan beluisteren, hier mijn bespreking van Het Filosofisch Kwintet over de toekomst van de democratie, hier meer over het Instituut voor Publieke Waarden, die in De Tocqueville een belangrijke inspirator ziet.  

maandag 18 september 2017

Wytske Versteeg over Grime, VPRO Boeken, 17 september 2017


Woorden geven aan het onvanzelfsprekende

Het is alweer bijna vier jaar geleden dat Wytske Versteeg tegenover Wim Brands zat om te praten over haar roman Boy. Brands vertelde toen dat ze ooit de jongste gast was die bij hem aan tafel zat. De tijd na Boy besteedde ze aan de roman Grime. Jeroen van Kan voelt haar daarover aan de tand.

Van Kan begint met een korte inleiding op de inhoud, omdat de luisteraar de draad van het verhaal gemakkelijk kwijt kan raken. Het speelt zich af rond vier personen die in een huis wonen nabij het onderwijsinstituut Shelterwood. Verteller Nino onderzoekt een gebeurtenis tijdens hun laatste maanden samen in dat huis. Vervolgens vraagt Van Kan hoe het boek haar bezocht heeft.
Dat is de vraag, zegt Versteeg meteen. Het begint vaak met een setting. Ze hoorde een verhaal over een student die in een huis woonde waarin twee meisjes om de beurt thuis kwamen om in huilen uit te barsten. Ze zochten bescherming bij de student.

Van Kan noemt de andere personages: de getroebleerde Syrin, de net zo getroebleerde Michael, die een vriend van Nino is en de doodgewone Sophie.
Versteeg zegt dat het er niet toe doet hoe de relaties zijn ontstaan, want het is een proces van jaren waarin de verhoudingen zich in haar hoofd ontwikkelden.    

Van Kan zegt dat angst een grote rol speelt in de roman. Hij vraagt of dat gewoon bij het leven hoort of dat zij dat wilde exploreren.
Versteeg zegt dat een schrijver de wereld inademt en dat onderwerpen die spelen in het boek terecht komen, zoals over de betrouwbaarheid van de waarneming. Grime is een modern spookverhaal. Ze houdt zelf niet van het genre, maar vindt het belangrijk om een onderwerp te behandelen waar we geen woorden voor hebben. Grime is een spookgedaante die Syrin achtervolgt en niet helemaal duidelijk wordt. Door het maken van een film proberen de vier hun angst te verbeelden.

De film heeft volgens Van Kan de angst niet onschadelijk gemaakt.
Versteeg antwoordt dat dit niet aan de verbeelding ligt. Als zij die in een roman onschadelijk zou kunnen maken, hoefde ze verder niet meer te schrijven. Ze vertelt dat Grime gebaseerd is op een waargebeurd verhaal over een figuur op internet die Slenderman heette en een boeman was. Er werd in fora over hem gesproken en twee meisjes van dertien of veertien jaar, dus nog in de gelovige leeftijd, geloofden dat hij echt was en probeerden bij hem in de gunst te komen en vielen daartoe zelfs een klasgenoot van hen aan. Versteeg vroeg zich af hoe iets onbestaands zoveel invloed kon hebben.

Op de vraag van Van Kan of zij richting kon geven aan de personages, die de normaliteit uit het oog verliezen, antwoordt zij dat die hun eigen leven leiden. De schrijver houwt als een beeldhouwer de vorm uit die al in het materiaal zat.

Van Kan vraagt over de rol van de normale Sophie.
Versteeg zegt dat zij de meest tragische figuur is, maar dat haar rol kleurloos is omdat ze niet wordt gezien door verteller Nino, opgesloten als hij zit in zijn queeste. Het schrijven vanuit een onbetrouwbare verteller bevalt haar wel. Een schrijver die een verhaal verzint en daarin eerlijk probeert te zijn, steekt af bij de leugens in het alledaagse leven. Dat is voor haar geen programma maar geeft haar wel een reden om te schrijven. De meeste mensen hebben het niet nodig om een kleine wereld te scheppen waarin ze de verbeelding hun gang kunnen laten gaan. Daartoe moet er iets zijn dat niet vanzelfsprekend is.

Dat laatste deed me denken aan de dood van Wim Brands. Een onvanzelfsprekendheid die vooral in zo’n gesprek toch weer de aandacht opeist.  

Hier een leesfragment op de site van Athenaeum Boekhandel, hier de site van Versteeg, hier mijn bespreking van de eerste helft van Boy, hier mijn verslag van het gesprek dat Wim Brands met Versteeg over Boy had.

Unknown male number 1 (2017), documentaire van Hugo Berkeley


Toepassing DNA test in strafzaken nog niet zo gemakkelijk

De maatschappelijk betrokken, half Britse en half Amerikaanse filmmaker Hugo Berkely maakte na Land Rush (2012) over de grootschalige landontwikkeling in Afrika een bijzonder portret van de Italiaanse maatschappij die te maken kreeg met de moord op de dertienjarige Yara Gambirasio uit het Noord Italiaanse dorp Brembate in 2010. Die hield het land zeven jaar in haar greep. De manier waarop de sympathieke hoofdofficier Letizia Ruggeri (zie foto) over het onderzoek vertelt is spannend en aangrijpend. Zelf houdt ze, als moeder, ook haar tranen niet droog, wetende hoe zwaar het moet zijn voor de moeder van Yara die eerst niet wist wat er met haar dochter gebeurd was en daarna heel lang geen idee had in welke hoek de moordenaar gezocht moest worden. De spanning over Yara en haar moordenaar wordt vergroot door het opdelen van het verhaal in kopjes.  De documentaire is daarnaast informatief over het gebruik van DNA bij strafzaken. De toepassing blijkt nog zo simpel niet.

Berkeley begint met de vermissing van Yara, die volgens de buurvrouw een net meisje is uit een keurige familie en een enthousiast turnster. Na een bezoek aan een sportschool kwam Yara niet meer thuis. Allereerst wordt de route van haar mobiel bekeken, maar die loopt dood in de buurt. Afgeluisterde telefoongesprekken van de familie leiden evenmin ergens naar toe. Honden sturen de politie naar een bouwplaats in de buurt. Men luistert telefoongesprekken van bouwvakkers af en arresteert een tegelzetter die gezegd zou hebben dat hij haar niet vermoord zou hebben. De man moet worden vrijgelaten omdat het een krachtterm geweest was. Vrijwilligers zoeken stad en land af.

Op een bedrijventerrein tien kilometer verderop ontdekt men per toeval het lijk van het meisje. Een scan maakt duidelijk dat ze zwaar gemarteld is. Men onderzoekt haar kleding op DNA van een nog onbekende man, Ignoto 1 ofwel Unknown male nr. 1. Daaruit blijkt dat het moet gaan om een man met lichte ogen. Duizenden mensen uit de omgeving staan speeksel af, maar tot resultaten leidt dit niet. Men vermoedt dat de dader in de buurt van het bedrijventerrein moet wonen of daar moet werken, maar afgeluisterde telefoongesprekken brengen niets aan het licht. In 2011 wordt in Rome een Y chromosoom geselecteerd dat alleen in het mannelijk lichaam te vinden is. Dat leidt tot Damiano Guerinoni die echter in Zuid Amerika was ten tijde van de moord maar wel een moeder had die gewerkt had bij de ouders van Yara. Men komt daardoor in het kleine dorp Gorno, maar DNA onderzoek levert geen verder resultaat op. Onderzoek van het DNA van de overleden vader van Guerinoni, die buschauffeur was, leidt tot het spoor van de moeder. Op het laatste moment, voordat de zaak van hogerhand gesloten wordt, stuit men op Ester Arzuffi, die drie kinderen heeft, onder wie dus een kind van Guerinoni. Haar zoon Massimo Bossetti is metselaar en blijkt lichte ogen te hebben. Men organiseert een alcoholtest om aan zijn DNA te komen dat inderdaad een match vertoont met de onbekende man nr. 1. Bossetti probeert nog te vluchten maar wordt ingerekend. Zijn verdedigster Gazzetti trekt zich terug omdat Bossetti volhoudt dat hij onschuldig is, maar Ruggeri eist in de rechtszaal levenslang, hetgeen ook door de rechter opgelegd wordt. De advocaat van Bossetti neemt het bewijs flinterdun en wil dat de DNA test opnieuw gedaan wordt, omdat het zogenaamde mitochondriale DNA niet gevonden is, waarmee de zaak vooral een specialistische aangelegenheid wordt.  
  
Hier de in het Engels ondertitelde trailer op vimeo, hier mijn bespreking van Land rush, hier het uitgebreide verslag over de moordzaak van Tobias Jones in The Guardian van 8 januari 2015, waaruit ik ook de foto overgenomen heb.

zondag 17 september 2017

Nicolien Mizee over De kennismaking, VPRO Boeken, 17 september 2017


Onbeantwoorde faxen hebben een belangrijke functie

Na een aantal romans heeft de Haarlemse auteur en schrijfdocent Nicolien Mizee (1965) haar faxen geopenbaard die ze in de jaren 1994 – 1997 aan scenarioschrijver Ger Beukenkamp schreef. Hoewel Beukenkamp nooit terug schreef betekenden de faxen veel voor Mizee. In het gesprek met Jeroen van Kan zelf ze zelfs dat het feit dat ze nooit iets terughoorde, meer voor haar betekende dan een antwoord, want dan was het faxen, dat ze nog steeds aan hem doet, wellicht gestopt.

Van Kan vraagt of ze alles over haarzelf in die faxen vertelde.
Alleen datgene waarvan Mizee dacht dat het voor Beukenkamp interessant was. Hij was haar leraar en zij zag hem als een God die onbereikbaar was. Ze vindt dat bespottelijk, maar bewondert hem nog steeds. Vaktechnische aspecten en meer persoonlijke staan daarbij niet los van elkaar. Ze kent hem nog steeds niet omdat hij ondanks hun vriendschap afstand houdt, maar ze prefereert afstandelijkheid boven gevoelens die vaak onoprecht zijn. Dan is de analytische Beukenkamp die eerlijk zegt dat hij iets niet weet, haar liever. In de tijd dat ze geen werk kon vinden en eenzaam op een zolderkamer zat, was Beukenkamp een klankbord voor haar. Ze zou als vijftienjarige graag zelf zo’n boek lezen om herkenning te vinden voor de problemen die men in het leven tegen kan komen. Die vijftienjarigen zijn haar geheime publiek, dat er baat bij heeft dat zij iets onbekends in kaart brengt.

Van Kan zegt dat zij ook beslist over komt, bijvoorbeeld ten aanzien van werk.
Mizee zegt dat ze buitengewoon slecht was in het opvolgen van adviezen. Die waren nooit een succes. Ze zegt dat haar situatie als getrouwde vrouw rianter is dan die van een werkloze vrouw op een zolderkamertje.

Van Kan merkt op dat de fragmenten in de faxen tot een grens gaan, waarbij het verlangen naar fysieke omgang niet geschuwd wordt.
Mizee antwoordt dat Beukenkamp het zo ver niet liet komen, maar dat dit wat haar betreft wel mogelijk was geweest. Zelfs het bijten in de nek had ze aantrekkelijk gevonden, al is dat sinds de overgang minder.

Van Kan vraagt of ze veel in de faxen geknipt heeft.
Mizee zegt dat ze scenario’s eruit gehaald heeft en dat snerende opmerkingen over anderen wel meevielen. Ze had gedacht dat haar toon zuurder was. Ze vond het een kwelling de faxen terug te lezen, maar vond wel dat ze goed kon schrijven. Inmiddels heeft ze haar verteltoon wel te pakken heeft, maar dat was in die tijd, waarin ze leed aan depressies, niet het geval.   

Van Kan vraagt of haar gevoel om ongeschikt te zijn voor het leven toe – of afgenomen is.
Mizee antwoordt dat het afgenomen is. Ze heeft veel te danken aan een betere sociale positie. De angst en de argwaan van een werkloze herinnert ze zich maar al te goed.
Daarnaast is ze ook veel vergeten, maar dat hoort bij het leven, net als een jonge moeder de pijn van de bevalling vergeet en zegt dat ze nog wel een kind wil.

Hier een leesfragment op de site van Athenaeum Boekhandel.

Filmrecensie: A cottage in Dartmoor (1929), Anthony Asquith


Beelden zeggen meer dan woorden

De stomme, zwart-wit film A cottage in Dartmoor werd voor de gelegenheid vorig jaar voorzien van nieuwe muziek. Het verhaal gaat over de dramatische liefdesrelatie tussen Joe en Sally die elkaar leren kennen in een kapperszaak in Devon waar ze allebei werken, Joe als kapper en Sally als manicure, maar die geen gelukkige afloop kent. Joe is in het begin van de film ontsnapt uit de gevangenis en hard op weg naar het huis waar Sally woont met echtgenoot en kind.

De eerste afspraak tussen Joe en Sally gaat al met de nodige hindernissen gepaard. Eerst wil Sally niet met hem naar de bioscoop en later is hij de kaartjes kwijt. Ze nodigt hem uit bij haar in het pension waar ook enkele akelige oude vrouwen wonen, die het stel in de gaten houden. Tot het eind aan toe, als een van hen het licht uitdraait nadat Sally Joe met de nodige verontschuldigingen voor de saaie avond heeft uitgelaten.

Joe is echter niet teleurgesteld. Hij heeft zijn hoop op Sally gesteld en maakt dat duidelijk door haar een bloemetje te sturen met daaraan een kaartje dat zij een bloem in het haar moet dragen als zijn hoop gerechtvaardigd is. De persoon die het bloemetje naar het pension brengt verliest echter het kaartje waardoor Joe zich de dagen daarna op zijn werk verbijt. Zijn frustratie neemt toe als hij ziet dat Sally wordt ingepalmd door de knappe herenboer Harry die een cottage in Dartmoor heeft.

Harry vraagt Sally mee naar de bioscoop. De opnames in de bioscoop duren erg lang, maar de frustratie van Joe, die net als de tantes enkele plaatsen achter hen heeft plaatsgenomen, wordt fraai in beeld gebracht met de nodige flashbacks die steeds chaotischer worden. Joe volgt het stel zelfs naar het pension waar Harry alvast een ring aan Sally geeft, ook al is zij niet geheel overtuigd van haar liefde.

De volgende dag bereikt de frustratie van Joe een climax als Harry weer in de kapperszaak komt. De woede van Joe wordt ingevuld met beelden van oorlog en zelfs met een rood shot. Onderwijl scherpt Joe zijn kappersmes. Hij zeept het gezicht van Harry in terwijl Sally tegelijkertijd de vingers van Harry verzorgt, kan zich tenslotte niet meer inhouden en verwondt zijn rivaal. Tegen de gealarmeerde politie zegt hij dat het niet zijn bedoeling was, maar dat neemt niet weg dat hij wordt opgesloten.  

Vervolgens keren we terug naar het begin waarin Sally, opkijkend van het bedje met haar zoon, de verschrikte Joe in de slaapkamer ziet staan. Ze weet niet goed als ze ook het slachtoffer van zijn woede zal worden, zoals hij eerder gezegd had. Nog voor ze met elkaar kunnen praten wordt er aangebeld door gevangenismedewerkers. Sally laat Joe bij haar kind en houdt de bewakers aan de praat, maar als Harry thuiskomt en hun kind wil zien, dan is het geheim niet langer vol te houden. Harry is echter de beroerdste niet en helpt Joe te ontsnappen. Sally geeft hem een jas mee en geld. Later blijkt dat ze ook nog een foto van haarzelf bijgeleverd heeft. Het verlangen naar Sally is zo groot dat Joe toch weer teruggaat al moet hij dat met zijn leven bekopen, maar hij sterft wel in haar handen.

De rollen van Joe en Sally worden grandioos vertolkt door Uno Henning en Norah Baring. De eerste was een Zweeds toneelspeler, de tweede een Engelse kunststudente en filmactrice die een jaar later in de film Murder! van Hitchcock speelde en daarna nog in een paar andere films, maar geen lange carrière beleefde.  

Hier meer informatie over de regisseur op de site van San Francisco Silent Film Festival.


zaterdag 16 september 2017

Theaterrecensie: Vita, Boost producties, Toneelschuur, Haarlem, 15 september 2017


Acrobatiek leidt niet als vanzelf naar theater

Na de zoiets-heb-je-nog-nooit-gezien voorstelling Man met hoed komt Boost producties met de moet-je-zelf-zien voorstelling Vita in de regie van Lennie Visser, die in de vorige productie ook al de circusregie op zich nam. Ditmaal speelt de voorstelling zich af in de benedenzaal van de Toneelschuur die meer ruimte biedt voor allerlei capriolen. Net als de vorige keer staat er weer een ingenieuze houten constructie op het podium, dat de behuizing vormt waarin en waaromheen drie acrobaten hun kunsten vertonen. Die spelen zich af rond de strijd die Vita voert om haar leven tot rijkdom te brengen en eindigt na heel veel balanceerkunst letterlijk in een hoogtepunt.

De première voorstelling begint met Vita (Marieke Thijssen) die uit het bouwwerk komt en nieuwsgierig om zich heen kijkt, al is ze de eerste vrouw op aarde. Al gauw valt er een man (David Mupanda) naar beneden en Vita probeert contact met hem te maken, maar helaas zit er nog weinig leven in hem. Vita wekt de leden pop tot leven en probeert vriendschap met hem te sluiten maar dat wordt door hem afgewezen. Hetzelfde gebeurt met de tweede man (Wilko Schütz). Het is een spel van toenaderen en afstoten dat gespeeld wordt dat nog het meest doet denken aan de apenrots in Artis waar de dieren ook schijnbaar zonder reden achter elkaar aan zitten, elkaar te lijf gaan of zich met elkaar verzoenen. Op het toneel klimt, glijdt en klautert men over de panelen en gebruikt men elkaar om allerlei capriolen te tonen, al doen de koprollen van de mannen gekunsteld aan.

Vita geeft niet op en probeert steeds weer aansluiting te vinden bij de mannen die liever met elkaar zijn, maar weet tenslotte, zoals elke aanhouder, wel haar verlangen te verwezenlijken. Marieke speelt haar rol met veel energie en overtuigingskracht en wordt daarin geholpen door sterk tegenspel van de mannen. Mooi is een scène waarin ze als een vogeltje uit haar huis gevlogen lijkt te komen en liefdevol wordt opgevangen door de mannen, in een andere scène is ze heel onzeker hetgeen mooi tot uiting komt in haar bewegingen. Op zo’n moment komt er ook spanning in de voorstelling. Helaas is het verhaal rond haar emancipatiestrijd nogal mager hetgeen leidt tot een herhaling van dezelfde patronen. Anders dan in Man met hoed is de humor helaas ook ver te zoeken.

De muziek is sterk bepalend in de voorstelling, van de eerste regendruppels, het hanengekraai tot schrijnende violen en triomferende vogelzang. Het gevarieerde klankbed geeft de sfeer aan, die verandert van uitbundig tot ingetogen, van versnellend naar vertragend, van conflictueus tot harmonieus. De kleuren van de kostuums - Marieke in een olijfgroen broekpak, David in een witte en Wilko in een bordeauxrode overall – passen mooi bij elkaar en het decor is een fraai samenstel dat op allerlei manieren gedraaid kan worden tot het tenslotte als een gemaakte legpuzzel op de vloer ligt, maar het idee om acrobatiek en theater met elkaar te verbinden blijkt toch moeilijker dan gedacht.

Hier een impressie van de voorstelling Vita, hier mijn bespreking van Man met hoed. De foto van een repetitie is van Casper Koster.

Nacht van de poëzie, 23 september 2016, Tivoli/Vredenburg, Utrecht


Net zoals Wim Brands in 2015 deed, praat Jeroen van Kan met vier dichters tijdens de 34-ste editie van de Nacht van de poëzie, die geopend werd door Ester Naomi Perquin,. Tussendoor lezen bekende en onbekende dichters uit hun hoofd gedichten voor.

F. Starik leest Zweef, een gedicht uit de bundel Staat (2015) dat ook niet de wereld zal veranderen, zoals hij zelf zegt, al zit er een sprankje hoop in. De verbeelding keert zich echter tegen hem naarmate hij ouder wordt. Toch kan hij als dichter vormgeven aan bestaan. Hij vindt het een feest om dichter te zijn en werelden tevoorschijn te toveren. Wat dat betreft is hij volgens Van Kan niet zo ver verwijderd van de jongen die kon vliegen. Starik zegt dat een achtjarige leeftijd beter bij de jongen past dan een veertienjarige. Hij refereert aan de zondagse sfeer bij hen thuis als zijn vader naar klassieke muziek luisterde en daarbij de dirigent speelde terwijl zijn oudste broer net deed alsof hij een trompettist was. Zijn moeder zei dat hijzelf aan de tafel kon schrijven en tekenen, hetgeen voor F. de ingang vormde om een artistiek beroep te wensen. Van Kan geeft hem het boekje van De nacht waarin hij een gedicht voor en over Wim Brands heeft geschreven, getiteld Verbeeld je niks, dat over Diesel, de bescheiden hond van Brands gaat. Zelf heeft hij meer met katten, al zijn ze slecht opvoedbaar, hetgeen Van Kan tot de term kattenzelfbestuur brengt, waarmee het gesprek geanimeerd wordt besloten.

Marieke Rijneveld leest het gedicht Hol genoeg om een echo te verbergen, waarop Van Kan zegt dat er veel verlies in haar werk voorkomt. Hij vraagt haar met welk gevoel ze dat deelt. Rijneveld vertelt dat het lang duurde voor ze dat kon uiten. Ze vond het spannend, vooral voor haar ouders, die het mooi vonden wat ze gemaakt had. Ze werd gereformeerd opgevoed, kende alleen de bijbel en was op negentienjarige leeftijd onder de indruk van het gedicht Slaap je niet dan lieg je van Anna Enquist dat aan de muur hing bij de logopediste. In de brugklas droeg ze een buitenboordbeugel waardoor ze weinig praatte, net zoals gebruikelijk was in haar ouderlijk milieu, in ieder geval niet over emoties. Ze schreef eerst verhalen, geïnspireerd door Jan Wolkers, en eenmaal op kamers  kon ze haar ongemak vanwege haar spraakgebrek nog meer vormgeven. Thuis had ze wel geleerd om te observeren en te letten op kleur, geur en sfeer. Poëzie is een omweg om langs de schaamte vorm te geven aan wat ze wil zeggen. De schaamte raakt ze niet kwijt, zegt ze. Aan het eind voegt ze daaraan toe dat ze in taal zelfs schaamtevoller kan zijn.

De Vlaamse dichter Charles Ducal, die qua dictie aan Gerrit Komrij doet denken, leest Ballade van de Zee dat geïnspireerd is op de Ballade van de twee koningskinderen. De verdrinking van de zoon staat symbool voor de liefde. Het verwijst ook naar de talloze vluchtelingen die in de Middellandse Zee zijn omgekomen en de onverschillige houding van Europeanen daaromtrent. Van Kan merkt op dat hij zich, anders dan poëten die hun persoon centraal stellen, aansluit bij de tijd. Ducal zegt dat hij als mens van deze tijd moeilijk anders kan, hoewel hij ook persoonlijke gedichten heeft geschreven over zijn ouders, zijn dorp, het geloof en de liefde. Het een sluit het ander niet uit. In het hart van een gedicht zit, als het goed is, altijd een emotie, anders wordt het maakwerk. De helft van zijn gedichten zijn nog onaf en legt hij opzij om daar later, als dat kan, verbeteringen in aan te brengen. Dichten is schaven. Wat Van Kan een schaduwoeuvre noemt is voor Ducal een schatkamer waarin hij kan snuffelen. Hij houdt van een dwingende vorm. Dat Van Kan het woord ‘gebeiteld’ gebruikt, vindt hij dan ook mooi gezegd.

Astrid Roemer leest Vanwege het meisje April. Van Kan leest daar een aanklacht in, maar Roemer kan zich daarin niet vinden. Het is een signaal van een naargeestig gebeuren, zegt ze, dat plaatsvond in 2013, toen een zesjarig meisje dat na schooltijd nog even buiten ging spelen werd meegenomen door een man met een busje, een huisvader nota bene, die haar meenam naar een cottage waar hij haar misbruikte en vermoordde. Ze zag het op televisie en het duurde anderhalf jaar voor ze het in een gedicht kon uitdrukken. Ze schreef het opdat wij dit niet zouden vergeten. Ze merkt nog op dat de dader na de moord heel erg moest huilen. Ze vond het belangrijk te vermelden omdat de man deel was van de gebeurtenis, maar ze weet niet of ze daarmee recht wil doen aan de man.   

Hier mijn verslag van de Nacht van poëzie 2015, hier alle voordrachten van de optredende dichters, hier fragmenten uit de gedichten van de vier geïnterviewde dichters met daarbij de vorm en de tijd waarin het gepubliceerd is. 

vrijdag 15 september 2017

Filmrecensie: The place beyond the pines (2012), Derek Cianfrance


Complex verhaal verdoezelt het ontbreken van diepgang

De Amerikaanse filmregisseur Derek Cianfrance (1974) ontwikkelt zich tot een maker van niet al te positieve, heftige en complexe drama’s. Twee jaar na Blue Valentine (2010) dat ik omschreef als een zoetsappige en tegelijk wrange schets van een weinig gelukkige liefdesrelatie, verbeeldt hij in The place beyond the pines het verhaal van een jonge motorrijder die ontdekt dat hij een zoon heeft van een korte relatie. De poging om de jongen een goed leven te bezorgen, leidt tot heel veel narigheid. Helaas verdoezelt het complexe verhaal het ontbreken van diepgang. Net als Blue Valentine blijft het een glad product van Amerikaanse makelij.

Luke werkt als motorrijder op een kermis in een plaats waar Romina woont, een jonge vrouw met wie hij ooit een nacht doorbracht hetgeen leidde tot een zoon, Jason, iets waar Luke pas achter komt als hij op bezoek gaat bij Romina en daar haar moeder treft met een kind op de arm. Hij gaat vervolgens naar de eettent waar Romina werkt. Omdat ze het druk heeft en moeite de touwtjes aan elkaar vast te knopen, staat Luke haar bij.
Omdat het niet lukt met het salaris dat hij in het circus verdient, gaat hij met een andere crosser met wie hij bevriend raakt, banken beroven. Het is mooi om te zien dat hij met zijn buit op de motor de witte vrachtwagen inrijdt, die zijn vriend Rob Van der Hook verdekt heeft opgesteld. Luke is trots op een foto waarop hij, Romina en Jason bij zijn motor poseren.  

Helaas is Kofi, de zwarte vriend van Romina, niet gediend van de cadeaus die Luke het huis binnen brengt. Een ruzie leidt tot mishandeling, waarvoor Luke wordt vastgezet. Rob zorgt ervoor dat hij op borgtocht vrij komt maar wil daarna niets meer met hem te maken hebben. Een overval in zijn eentje loopt niet goed af. Luke wordt in het huis waar hij zich verschanst heeft, doodgeschoten door politieman Avery. Exit hoofdpersoon.

Avery raakt nogal getraumatiseerd over de moord als hij te horen krijgt dat Luke een zoon achterliet die net zo oud was als zijn eigen zoon AJ. Zijn vrouw Jennifer is bezorgd over de toekomst van haar man, die nog steeds niet goed kan lopen. Ze staat oogluikend toe dat een stel collega’s hem meenemen voor een ontmoeting met fans van de held. Ze gaan echter naar het huis van Romina, in de hoop daar het geld aan te treffen dat Luke aan haar gegeven heeft. Avery houdt Jason vast terwijl een collega de buidel geld onder het matrasje vandaan trekt. Avery krijgt zijn deel maar wordt daarmee wel chantabel.

Eerst vallen hem echter nog de nodige onderscheidingen ten deel. Zijn vader hint al op een politieke carrière en wijst daarbij op het presidentschap van de aan zijn benen verlamde Franklin D. Roosevelt, die, zoals te zien is in Eleanor Roosevelt, the first lady of the world, veel steun kreeg van zijn vrouw. Avery kaart een promotie aan bij zij chef maar die wil daar niets van weten. Een van de agenten die in het complot zitten wil hem betrekken bij een smerige zaak met een hoer en coke, maar Avery wil daar niets mee te maken hebben. Hij wil zijn deel van de buit teruggeven aan Rimona maar als die weigert het aan te nemen, gaat het ermee naar zijn chef, die daar niets mee wil doen.

Op advies van zijn vader, neemt Avery, na een bedreiging door de clan, een gesprek over de smerige zaak met een van de collega’s op. De chef is daardoor wel genoodzaakt om tegemoet te komen aan een promotie van Avery. Vijftien jaar later zien we waar dit toe geleid heeft. De ontmoeting tussen Jason en AJ is nogal bedacht en leidt tot een herhaling van de eerdere geschiedenis. Laten we hopen dat The light between oceans de oppervlakkigheid van The place beyond the pines weet te vermijden.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Blue Valentine, hier mijn bespreking van Eleanor Roosevelt, the first lady of the world.

donderdag 14 september 2017

Dennis Hopper – an uneasy rider (2016), documentaire van Herman Vaske


De Shakespeare kid uit Dodge City blijkt een man met twee kanten

Herman Vaske begint de schets van het leven van acteur en regisseur Dennis Hopper (1936-2010) met een stukje gitaarmuziek van Dave Stewart. Het bandlid van de Eurythmics probeert het gevoel van Hopper op gitaar te vertolken. Hopper leefde een leven dat niet gemakkelijk was, zegt acteur Michael Madsen, maar wat daar precies de oorzaak van was komt niet aan bod. In een interview uit 1998 zegt Hopper over zijn jeugd dat die ongelukkig was omdat hij wel ambitie had om iets met zijn leven te doen, maar geen opleiding zodat hij, met zijn voorliefde voor stukken van Shakespeare, maar acteur werd. Zijn assistent plaagde hem er wel eens mee dat hij uit Kansas kwam en dus een boerenpummel was die uit de toon viel in Hollywood. Hopper deed er weinig aan om zijn imago van explosieve drinkebroer te wijzigen. Tot hij na een verblijf in een ontwenningskliniek zijn leven drastisch veranderde. Wim Wenders zegt dat hij van onberekenbaar persoon een lieve, tedere man werd.

In het portret komen veel filmregisseurs aan het woord, maar ook Hopper zelf, In fragmenten waarin hij en profile in beeld komt, doet hij filosofische uitspraken over de kunstenaar die zijn tijd moet nemen om zijn ideeën te laten rijpen en geduld moet betrachten, zoals een boer in de Midwest die zaait en ervanuit gaat dat er straks wat te oogsten valt. Hij raadt aan om in de eigen ziel een aanknopingspunt te zoeken, het leven daarnaar in te richten en het lot te dragen als dit geen succes brengt.

Vaske volgt de carrière van Hopper van begin tot eind. Die begint met een rol in Rebel without a cause (1955) van Nicholas Ray. Wenders zag dat Hopper met zijn jeudig elan gefascineerd werd door hoofdrolspeler James Dean en hoe verslagen hij was toen Dean in datzelfde jaar door een auto ongeluk om het leven kwam, hetgeen wel de weg vrijmaakte om zelf de beste filmacteur in de wereld te worden. Na zijn film Easy Rider (1966) zegt Wenders dat het uit leek met de pret omdat Hopper aan zijn drugs en alcoholverslaving ten onder ging. Joe Pytka vond zijn volgende film The last movie (1971) evenwel nog beter, maar Wenders zegt dat die kapot gemonteerd is. Volgens zijn assistent wilde Hopper weg uit het wereldje in Hollywood. Hij kwam terecht in Taos, New Mexico, waar hij volgens zijn assistent achterna gezeten werd door de belastingdienst. Hopper had het volgens hem niet op al die instanties met hun drieletterige afkortingen.

Julian Schnabel, regisseur van The diving bell and the butterfly (2007) noemt Hopper een rebel en een buitenstaander. Alex Cox leerde hem kennen tijdens de film Mad Dog Morgan (1976). Hopper kwam zonder bagage in Sydney aan en verbleef daar meteen een nacht in een cel omdat hij zich sterk identificeerde met zijn personage Daniel Morgan. Na de opnames verliet hij het land met de grootste hoeveelheid alcohol in zijn bloed die daar ooit geconstateerd was. Wenders ontmoette hem in 1975 en bood hem een rol aan in Der Amerikanische Freund (1977), maar Hopper was nog druk bezig met Apocalypse now (1979) van Francis Ford Coppola. Actrice Diane Kruger zegt dat Hopper tien dagen in het Filipijnse oerwoud verdween en na afloop geen idee had wat hij daar uitgespookt had. Later kwam Hopper stoned naar Hamburg, waar hij eerst een onenigheid met Bruno Ganz moest uitvechten voor ze als brothers in arms hun rollen konden spelen.  

De laatste drieëntwintig jaar van zijn leven onthield Hopper zich van verdovende middelen en ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig kunstenaar. Isabelle Rossellini was verwonderd dat hij in Blue Velvet (1986) niet gescript moest huilen terwijl zij in de rol van Dorothy Vallens een lied zong. Anton Corbijn maakte foto’s van hem in de jaren negentig in een desolate hotelkamer in Duitsland, die hij ongeëvenaard noemt wat betreft beeldende kracht. Hopper hanteerde zelf ook de fotocamera, droeg er zelf drie tegelijk om zijn nek, maakte authentieke portretten en liet zichzelf in een performance opblazen. Schnabel zegt dat hij zichzelf als de ware kunstenaar steeds weer probeerde uit te vinden. Dat had niet altijd succes. Hij haalt een zinssnede aan van Vincent van Gogh dat de weg altijd naar boven gaat, maar dat die wel van de vroege ochtend tot de late avond duurt. 

Isabel Coixet ontmoette hem in Barcelona toen hij meer aandacht had voor twee knappe Japanse meisjes maar vroeg hem later voor een rol in Elegy (2008) naast Ben Kingsley. Hopper vertelde haar dat hij graag dood ging in films, maar de kus die hij van Kingsley kreeg confronteerde hem daar op onaangename wijze mee. In datzelfde jaar speelde hij in Palermo Shooting van Wenders die nog regelmatig met hem telefoneerde toen hij kanker had. Vlak voor zijn dood kreeg hij nog een plaatsje op de Hollywood Walk of Fame, hetgeen hem zichtbaar goed deed. Kris Kristofferson zingt de documentaire op gepaste wijze uit.  

Hier mijn bespreking van Elegy, hier de trailer, aan het eind waarvan acteur Michael Madsen nog zegt dat het niet gemakkelijk was een uneasy rider te zijn