Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 6 februari 2017

Kees ’t Hart over Wederzijds, VPRO Boeken, 5 februari 2017


Burenorganisatie helpt van de wal in de sloot

Kees ’t Hart schreef een nieuwe roman over geluidsoverlast in de buurt. Wijkorganisatie
Wederzijds helpt om die te bestrijden, maar bewoners die zich daarbij aansluiten raken van de wal in de sloot. Wederzijds is vooral een roman met humor en houdt een spiegel voor over ons gedrag in de buurt. ‘t Hart is een laatbloeier; hij publiceerde pas op zijn 44ste zijn eerste boek. Eerder gooide hij veel weg omdat hij het niet goed genoeg vond, maar hij leerde zichzelf te ontremmen.

Carolina Lo Galbo vraagt meteen wat voor buur hij zelf is.
’t Hart zegt dat hij een rustig persoon, een brave borst is, die de overlast die er soms om zich heen is, aanvaardt. Samen met zijn vrouw zou hij zelf de hoofdpersoon van zijn roman kunnen zijn. Later blijken dit stel, een vroegere conrector en zijn vrouw, in zee te gaan met een foute organisatie. Ze voelen zich gedwongen eraan mee te doen, maar worden daardoor ook minder correct. ’t Hart houdt ervan de intellectuele stadse bovenlaag te kwellen met hun gedachten over overlast. Hij houdt hen en zichzelf een spiegel voor. Het verhaal is persoonlijker dan Teatro Olimpico. Ooit werd bij hem een kastje van de kabeltelevisie met graffiti besmeurd. Anders dan de conrector in het boek, schilderde zijn vrouw het kastje over. Dat zegt iets over de traditionele verhoudingen. Die staan garant voor een duidelijk en rustig leven. Niet voor niets heeft ’t Hart het boek aan zijn vrouw opgedragen.

Lo Galbo begint over een wraakoefening die met een roofvogel wordt ingezet.
’t Hart antwoordt dat dit een reactie is tegen duivenmelkers die overlast in de buurt
veroorzaken. Men weet niet waarom men op deze manier actie onderneemt. Een vrouw wordt zelfs door het beest gepikt. ’t Hart houdt ervan dat de verteller fouten maakt. De familie van de overlastgever krijgt daar zelf last van, maar krijgt hoopt niet dat de lach van het gezicht van de lezer verdwijnt.

Lo Galbo stelt een vraag naar zijn werkwijze.
’t Hart legt uit dat de eerste versie nog te leuk was en dat er meer pijn in het verhaal moest zitten, maar dat er ook veel te lachen moest overblijven, zoals over buurtpreventie en eigen rechter spelen. Het verhaal wordt achteraf verteld waardoor de lezer het idee heeft dat hij iets verbodens leest. De conrector heeft weinig inzicht in zichzelf, lijkt aardig maar is een amorele klootzak.

Lo Galbo vraagt of mensen asocialer zijn dan vroeger.
’t Hart vindt van niet. Zelf is hij nooit zo sociaal geweest. Hij vindt het belangrijk om zelf overeind te blijven. Het is kenmerkend dat de hoofdpersoon een held denkt te zijn als het gaat om racisme maar tegelijkertijd wel lid is van een semi racistische organisatie. 

Lo Galbo merkt op dat ’t Hart drie jaar al een verhaal schreef over dit onderwerp.
’t Hart vond dat hij er een roman van kon maken als hij het verhaal verder doordacht. De eerste versie is altijd erg onbeholpen omdat hij nog niet te veel op stijl let. Tijdens het schrijven bedacht hij de concurrerende organisatie Vice versa en het einde.

Lo Galbo weet dat ’t Hart het eerste exemplaar aan de betreffende Haagse wethouder uitreikte.
Die woont bij ’t Hart in de buurt. Ze kennen elkaar. Vandaar dat de presentatie met veel humor verliep. Zijn bedoeling was ook om een roman met veel humor te schrijven. De wereld om ons heen is al humorloos genoeg.

Hier mijn bespreking van Teatro Olympico, hier de site van Kees t Hart, die enige bijwerking behoeft.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen