Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 13 februari 2017

Recensie: En ik herinner me Titus Broederland (2016), Auke Hulst


Boeiend relaas over tweelingbroers loopt verloren in zwaarte

Auke Hulst schreef in 2012 de roman Kinderen van het Ruige Land, een autobiografische roman over een gezin dat aan de bosrand in Groningen woont en verloedert als de vader overlijdt. En ik herinner me Titus Broederland lijkt een variatie op dit thema, zij het dat de moeder dit keer afwezig is. Ze liet het leven nadat ze de tweeling op aarde had gezet. De ik-verteller is de helft van deze tweeling en denkt dat hun vader het hem en zijn broer Titus kwalijk neemt dat hij zonder zijn vrouw moet voortleven. Desondanks is de vader geen agressieveling, maar een godvrezend en mild mens. Hij heeft een baan in de oliewinning en, als compensatie voor dat smerige werk, werkt in zijn moestuin maar veel producten verkoopt hij niet. Het nogal excentrieke gezin ligt niet goed in de dorpsgemeenschap. De ik figuur en Titus worden gezien als duivelskinderen en moeten altijd op hun hoede zijn als ze zich in de buurt van het dorp vertonen.

De spanning neemt toe als de bodem bij hen in de buurt wegzakt. De roman heeft daarmee grote actualiteitswaarde, ook al is in Groningen de gaswinning oorzaak van de problemen en niet de oliewinning. De jongens proberen hun vader over te halen te vluchten, maar die is te zeer verknocht aan zijn grond om weg te kunnen gaan. Op het moment dat de aarde heet onder hun voeten begint te worden, blijkt de oude man dood in zijn bed te liggen en wordt door zijn zoons het zinkgat ingegooid, waarop de vlucht begint, die me heel erg deed denken aan de film The road (2009) van John Hillcoat die ik rond dezelfde tijd zag. Daarin vlucht een vader en een zoon, net als de tweeling, ook naar de kust na een ramp van jewelste.

De band tussen de twee jongens is speciaal. De tweeling heeft een eigen taal, de tweetaal, ontwikkeld om met elkaar te communiceren maar ze hebben ook een haat liefde verhouding met elkaar. Verder op in de roman komen we middels een brief van Titus aan zijn broer te weten dat hij op jonge leeftijd door zijn vader naar een pleeggezin gebracht is, waar hij erg geslagen werd. Het trauma dat Titus daardoor opliep speelt mee in zijn moeilijke contact met anderen. Hij ziet in zijn broer, die zich van de hele geschiedenis niet meer kan herinneren, ook het lievelingetje van zijn vader. Op hun vlucht nemen ze, behalve een pistool, een gitaar mee, waarmee ze hun gevoelens enigszins kunnen verklanken, al geldt dit meer voor de ik figuur dan voor Titus. Het is een voorbeeld voor de romantische saus die over het verhaal ligt, net als het liefdesverlangen van de ik-figuur voor een sproetenmeisje uit zijn dorp. Dat Titus de b’s als kersenpitten uit zijn mond spuugt is trouwens mooi gezegd.

De sfeer is ouderwets en herinnert aan de periode toen de eerste auto’s op de weg kwamen. De vader leest de Edicten, een variatie op de bijbel en ziet in zijn zoons een soort Kain en Abel ofwel in diens schrift Joha en Torf, al bleef Joha zondeloos in de baarmoeder. Een mooie dag heet een mooidag en een borrel een Fladderak. De aardolie wordt steeds als aardbloed aangeduid waardoor het verhaal een lugubere sfeer over zich krijgt. Helaas brengt het verloop van de vlucht weinig verrassing met zich mee. De jongensboekenachtige sfeer wordt, naarmate het eind in zicht komt, steeds somberder. Weinig blijft de tweeling bespaard, zelfs een breuk niet. Gelukkig weten we al door verwijzingen van de ik figuur, dat hij goed terecht is gekomen, maar anderzijds is zijn geschiedenis wel erg droevig. Ik moest, misschien ook door de paarden waarop de jongens een groot deel van hun tocht rijden, denken aan de Duitse avonturenserie Silas, gebaseerd op een kinderboek van de Deen Cecil Bødker, waarin de odysee van hoofdpersoon Silas toch net wat meer variatie kent. Hopelijk gaat Hulst verder op een lichtere toon.

Hier mijn bespreking van Kinderen van het Ruige Land, hier mijn bespreking van The road.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen