Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 30 maart 2017

Recensie: In de wereld (2017), Robert Anker


Zwerftocht van een gildebroeder door het Middeleeuwse Europa

Schrijver, dichter en docent Nederlands Robert Anker begeesterde mij in de jaren negentig voor de literatuur met romanfragmenten uit Vrouwenzand die me de adem deden inhouden. Helaas is hij niet meer, maar hij laat nog wel postuum met In de wereld een kolossaal werk achter waarin we kunnen nagenieten van zijn grootse stijl, woordkeus en taalgebruik.

Deze laatste roman speelt zich wonderlijk genoeg af in de Middeleeuwen en vertelt over het leven van de Gentse schrijnwerker Joris de Neve, die in een politiek onrustige tijd zelf op drift raakt en door Europa trekt om tenslotte gelouterd weer terug te komen in zijn woonplaats waar hij als zeventigjarige terugziet op zijn leven. Het zou Robert Anker zelf kunnen zijn die terugziet op zijn leven in een maatschappij die niet eens zo zeer verschilt van die van Joris, waarin politieke en kerkelijke machten de burger ringeloren, al ging het er in de Middeleeuwen heel wat boertiger aan toe dan in onze strak geregisseerde tijd. Joris laat zich niet kisten, zelfs niet door de lepra die bij hem wordt vastgesteld, sluit zich onder schuilnamen aan bij verzetsbewegingen en trekt later nog naar Engeland om daar als partner van een lakenhandelaar zijn zak te spekken, al komt hij bedrogen uit.

Voorafgaande aan het verhaal over De Neve brengt Anker een blik op de, zoals de omslag al laat zien, kleurige Vlaamse maatschappij aan het eind van de vijftiende eeuw. Hij begint in Gent met de aankomst van de hertog die de stad aan zich wil onderwerpen maar buiten het verzet van het volk gerekend heeft. Zijn intocht, een dag voor een bonte jaarlijkse processie met gilden en al, leidt tot een volksoproer die met grove middelen bedwongen wordt. Joris zit met zijn dochter Marieke, een veertienjarig vaderskindje, in de kroeg, waar de verontwaardiging breed gevoeld wordt. De nacht brengt Joris door bij zijn geliefde, terwijl zijn vrouw Bette een knecht gebruikt om in haar seksuele behoefte te voorzien.  

De eerste symptomen van melaatsheid, pakerie genoemd, brengen Joris in een gasthuis, waar hij ook wel uit mag, als hij tenminste een vuilbrief en een ratel meeneemt om de mensen te waarschuwen. Het vormt geen beletsel om zijn minnares te bezoeken, die zich afvraagt of de diagnose wel juist gesteld is. Contact met andere gildeleden die tegen de macht van de hertog en de kerk ingaan, brengen Joris en Marieke na een aanval op de directrice van het gasthuis buiten de stad. Een per ongeluk gepleegde moord op een wijnhandelaar brengt hem verder van huis. Dat geldt nog sterker als hij per ongeluk zijn dochter neukt die in een bordeel in Hevelgem werkt.

Op zoek naar de verkrachter van Marieke vermomt Joris zich als Jacob Rebbe en Marieke als Willem om een intrigant te worden aan het hof van een seksueel geobsedeerde kanunnik in Brussel. Hij wil graag met de knappe Isabelle trouwen die een dochter heeft van de kanunnik en daardoor aan het hof gebonden is. Verraad brengt hem naar de overkant van de Rijn waar een vrouwenvolk woont dat geen namen kent, maar wel oprecht is en zich ver houdt van de godsdienstige twisten die elders worden uitgevochten. Jacob en Willem nemen paarden mee van de amazones, reizen naar Keulen en weer terug naar Brussel, waar hij zich als monnik Jeroen en zijn dochter als Hilde aansluit bij de Leprozen Liga, die geld verkregen uit overvallen van rijken naar armen overhevelt. Een moord op een leider maakt dat hij en Marieke terug naar Gent vluchten.

In Gent zoekt Joris een ingang in het drukkersvak om strooibiljetten voor de Liga te laten vervaardigen. Dat brengt hem weer in Keulen waar hij een boeiende tijd heeft bij vrije geesten, die als een hippies avant la lettre het leven en de liefde met elkaar delen. Het is een van de meest interessante hoofdstukken van het boek vanwege de mooie beschrijvingen van de communebewoners die graag belevenissen krijgen, zoals dat heet. Tenslotte wordt Joris door Marieke en haar nieuwe geliefde gered. Terwijl de laatsten naar Londen gaan om daar een nieuw bestaan op te bouwen, stort Loris zich op de strijd tegen de Fransen. Het verlies van zijn dochter doet echter te veel pijn. Connecties met een lakenhandelaar in Dordrecht brengen hem naar Engeland, al moet hij daartoe eerst nog naar Venetië, Florence en Rome vo zakelijke besprekingen. In Engeland komt hij terecht in de wolhandel. Hij maakt daartoe zelfs een hallucinerend uitstapje naar Ierland.

De avonturen die Joris met of zonder zijn dochter beleefd worden met veel opsmuk verteld. Mooi zijn alle ouderwetse termen zoals pakerie voor lepra, stoof voor bordeel en groten voor de munteenheid, hetgeen veel onderzoek moet hebben gevraagd. Daarmee trekt Anker de lezer de Middeleeuwen in. De taal is veelal volks en uit het leven gegrepen zoals in ‘Zohee, dat gaat er hardhandig aan toe, dat schapenwassen.’

Langzaamaan krijgt Joris door dat zijn omzwervingen zonder doel zijn, ook omdat Marieke onvindbaar blijft. Als hij bestolen wordt door een compagnon en daarna ook nog zijn nieuwe Engelse vrouw in een storm tijdens de overtocht naar het vasteland overlijdt, neemt hij, alweer onder een andere naam, een baan aan als klerk in Gent, houdt zich bezig met  zijn geliefde dichtkunst en denkt na over zijn leven en de woelige wereld om hem heen. De nabeschouwing biedt na alle actie een mooi moment van contemplatie. De politieke ambities zijn tevergeefs gebleken. Net als in onze dagen wordt er gebouwd aan een groot rijk dat naast Frankrijk en Engeland het leven bepaald en ook de kerk heeft geenszins aan macht ingeboet. Toch is Joris niet teleurgesteld. Hij is gelouterd uit de strijd gekomen en vindt het zelfs niet meer erg om dood te gaan.

Vaarwel vriend Anker, het ga je goed waar je ook bent, dan het daar beter moge zijn dan in het leven waarin je je, zoals je schrijft, nooit thuis voelde en dat je je opgenomen mag weten door een goede herder die een arm om je heen slaat. Ik dank je voor al het prachtige aan romans zijn, gedichten of essays dat je ons hebt gebracht en dat altijd nog binnen handbereik ligt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen