Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 19 april 2017

Filmrecensie: Brozer (2014), Mijke de Jong


De onvermijdelijke overgang van leven naar dood vloeiend gefilmd

Tot de dood ons scheidt, de ondertitel van Brozer, zegt voldoende over het onderwerp. Het collectief dat in 1997 Broos maakte, verzamelt zich, met uitzondering van Maartje Nevejan die zich op het maken van films heeft gestort, rond de ernstige ziekte van Leonoor Pauw, Muis in Broos. De scheiding tussen fictie en werkelijkheid wordt steeds moeilijker vol te houden. Adelheid Roosen verzucht dat ze het moeilijk heeft met het verschil tussen haar rol van Carlos en haar zelf, maar tegelijk blijft Brozer daarmee een uniek en waarheidsgetrouw portret van vriendschap in tijden van sterven.

Brozer begint met Teddy (Marnie Blok) die de tuin van de zieke Muis wil bijhouden, hoewel die zich dan nog wel goed voelt. Ze praat over het rare idee van stervenden om alvast bandjes in te spreken voor de nabestaanden, voor de kinderen die die dan op hun verjaardag kunnen afspelen. Carlos heeft vier dezelfde rood gebloemde jurkjes bij zich om aan te geven dat ze samen een roedel vormen. Hoewel ze niet allemaal meteen het idee omarmen, lopen ze toch vaak in die opvallende jurkjes rond. Ook in het ziekenhuis waar alleen nog palliatieve zorg kan worden geboden. Muis gaat daarna op de brommer naar huis. Ze laat zich nog niet klein krijgen.

In een volgende scène zijn de vier vrouwen op een avond samen in de woonboot van Muis. Carlos zegt dat ze druk wordt van het kalm moeten zijn, hetgeen door Teddy grappig wordt gevonden. De vrouwen spelen pim pam pet en Muis rookt een joint en drinkt Cevet. Ze zegt dat ze graag naar de Lofoten wil hetgeen ze later ook doen. Eerder bedenkt Lian (Lieneke le Roux) een plan om samen een tochtje in een luchtballon te maken. Ze is teleurgesteld dat Muis daar niets in ziet.

Inmiddels is Muis doodmoe. De altijd zorgzame Teddy praat met haar openhartig over de dood. Ze voert ook een discussie met de twee anderen over hun houding tijdens het verdere stervensproces, dat, zoals vaak, veel onzekerheid met zich meebrengt en heeft moeite om mee te doen met het project van Carlos om allen alvast in haar atelier in een kist te gaan liggen om te ervaren hoe het is om dood te zijn.

Muis dubt over de vraag of ze nog wel een chemo moet gaan doen. Ze vertelt hoe zij en haar gezin omgaat met haar ziekte. Het verdriet is groot en onvermijdelijk, maar brengt ook samen. Muis doet haar dochter voor hoe ze de wasmachine bedient. Fraai is een dansje dat Muis maakt tegen witte wanden, waarna ze uitgeput neervalt.

Na de reis naar de Lofoten, waarin Muis in een rolstoel wordt meegenomen naar buiten of op het balkon geniet van de fraaie vergezichten, neemt, vooral bij Carlos, de verwarring over film en realiteit verder toe. Muis trekt zich meer terug in zichzelf en meent dat men wel geholpen zal worden met de overgang naar een ander stadium. Wat later blijkt ze dood. Het overgaan is heel rustig gefilmd, maar daarom nog steeds wel schokkend. Teddy kiest samen met de dochter van Muis een lipstick om haar lippen te kleuren.

Hier de trailer van Brozer, die begint met de aankomst van Carlos bij Muis, die spontaan tot stand kwam, hier mijn bespreking van Broos.

Shadow world (2016), documentaire van Johan Grimonprez


Wapenindustrie drenkt, geholpen door politici, onze aarde in bloed.

De Belg Johan Grimonprez (1962) levert met Shadow world een beeldende en boosmakende documentaire af over de onstuitbare ontwikkeling van de wapenhandel in de 21-ste eeuw. Wat dat betreft gaan we de vorige eeuw achterna die ook begon met goede bedoelingen maar die gesmoord werd in bloed. Aldus de Uruguyaanse schrijver Eduardo Galeano die de verschillende passages begeleidt. Politici blijken marionetten van wapenhandelaars, die op geen enkele manier malen om democratie, maar enkel de eigen zakken willen vullen en daardoor kwistig steekpenningen rondstrooien. De wereld die zich achter alle mooie schijn begint, werpt een donkere schaduw over de door bloed doordrenkte aarde, vandaag de dag onder andere in Syrië. Alleen liefde kan ons redden, zegt de voormalige Amerikaanse oorlogsjournalist Chris Hedges, die uit ervaring weet dat samenwerking met de wapenindustrie tot dood en verderf leidt.

De eerste beelden van een paard dat voor een oorlog ingescheept wordt aan het begin van de vorige eeuw, worden gevolgd door beelden van onze aarde vanuit het heelal gezien. Tijdens de toespraak die Obama hield nadat hij de Nobelprijs voor de vrede had gekregen, zegt hij vreemd genoeg dat de oorlog nog niet gedaan is. Daartegenover staan beelden van Duitsers en geallieerden die zich tijdens de kerstnacht met elkaar verbroederden, waarna het schieten weer opnieuw begon. Het idee was dat daarmee de democratie gered zou worden, maar wapenhandelaars sloegen, zoals nog steeds gebeurt, een slaatje uit de vijandelijkheden.  

Grimonprez schenkt veel aandacht aan de vriendschap tussen Reagan en Thatcher die als wolven in schaapskleren aan de wieg stond van een enorme wapendeal tussen Soedi-Arabië en Groot-Brittannië, waar British Aerospace veel garen bij spon. David Leigh van The Guardian publiceerde over deze Al Yamadan deal die later tot een rechtszaak leidde. Een ingewijde zegt dat er altijd callgirls bij dit soort transacties betrokken waren, die nog eens extra werden beloond als ze informatie aan hun bedpartners konden ontfutselen. Later nam Tony Blair het stokje van Thatcher over en toonde zich, ondanks alle mooie woorden, een verdienstelijk marionet van de Britse wapenindustrie. De War on Terror bood een geschikte kans om zonder restrictie oorlog te kunnen voeren en daarbij steeds geavanceerdere middelen in te zetten.

Militaire belangen blijken belangrijker dan het welzijn van de bevolking, zoals we eerder zagen in Chili, Nicagarua en andere landen in Latijns Amerika. Het bombarderen van tegenstanders werd het model van de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. Nog steeds is dat zo. Vorige week nog zagen we het afwerpen van de grootste niet nucleaire bom op de bergen in Afghanistan. Met het geld daarvan hadden heel wat mensen in Afrika van de honger gered kunnen worden. De wapenindustrie lijkt echter de toekomst te dicteren. Ook de zogenaamde noodzaak Europa verder te militariseren, komt de wapenhandel goed uit. Het idee van Buma om bewapende drones in te zetten, past precies in het straatje waarin deze wapens geëtaleerd worden.

Shadow world is losjes gebaseerd op het gelijknamige boek van de voormalige Zuid Afrikaanse politicus Andrew Feinstein uit 2012. Een jaar eerder schreef hij Handelaren des doods. Chris Kijne interviewde hem daarover en hoorde toen ook al over de wapendeal tussen Soedi-Arabië en Groot-Brittannië.

Hier de trailer, hier mijn verslag van het gesprek dat Chris Kijne in 2012 met Feinstein had.

dinsdag 18 april 2017

Filmrecensie: Selma (2014), Ava DuVernay


Onverzettelijkheid activisten leidt tot stemrecht zwarten

Selma vertelt het waargebeurde verhaal van de mars die voorstanders van burgerrechten voor zwarten in 1965 hielden van Selma in Alabama naar de hoofdstad Montgomery. De mars was pas de derde maal succesvol en toont de grote wilskracht van burgers onder leiding van dominee Marten Luther King. De route is inmiddels tot een historische route aangewezen met de Edmund Pettus brug over de Alabama rivier, waar de mars tot twee maal toe gestuit werd, als beeldbepalend symbool voor bevrijding.

De film die gemaakt is op basis van een tekst van Paul Webb, begint drie maanden voordien als King zich voorbereidt op zijn aanvaardingstoespraak voor de Nobelprijs. Terwijl de zinnen moeiteloos uit zijn mond rollen, heeft hij problemen met zijn stropdas. Coretta, zijn vrouw, helpt hem. King belooft haar dat ze straks een rustig domineesleven zullen leiden, maar dat wordt heel anders door een dodelijk incident, waarbij vier meisjes opgeblazen worden. Daarna is er nog een ander incident met de zwarte Annie Lee Cooper die laat zien hoe onmogelijk het is om als zwarte een stem uit te brengen. In het bureau in Selma waar ze zich wil registreren, wordt ze voor een onmogelijke opgave gesteld en daarop weggestuurd. King gaat met president Johnson praten maar die houdt zijn poot stijf. Hij zegt tegen King dat hij eerst de armoede in het land wil oplossen.

Tijdens een bijeenkomst in Selma krijgt King een klap in zijn gezicht, hetgeen tegelijk een klap in het gezicht van de regering is. Johnson vindt het goed dat J. Edgar Hoover, hoofd van de FBI, een andere tactiek gebruikt, namelijk om Coretta bang te maken met intimiderende telefoontjes. Die zorgen ervoor dat de verhouding tussen de twee, die toch al niet harmonieus was, nog meer onder druk komt te staan.

Voordat King vanuit zijn woonplaats Atlanta opnieuw naar Selma gaat, belt hij Mahalia Jackson die een bemoedigende gospel voor hem zingt. De toespraak die King in Selma houdt, is gericht op geweldloosheid, maar daarom nog niet zonder angel. Men besluit te protesteren voor het gerechtsgebouw waar het stembureau in gevestigd is waar Cooper eerder werd weggestuurd. Een onbehouwen sheriff slaat wild om zich heen en sluit King en medewerkers een nacht op.

De volgende stap van Hoover is het hardhandig uit elkaar slaan van zwarten na een nieuwe toespraak van King in Selma. De dood van de jonge Jimmy Lee Jackson leidt tot het plan voor een mars naar Montgomery, de hoofdstad van Alabama. King is daarbij niet aanwezig omdat Coretta dodelijk ongerust is en ontkomt daardoor aan de harde klappen die de anderen bij de brug oplopen. Dat verhindert hen niet om het nog eens te proberen. Als King die tweede keer voor de politie terugdeinst (zie poster), leidt dat tot grote discussie maar door alle media aandacht neemt de belangstelling voor deelname zozeer toe dat men de derde maal, met goedkeuring van de rechter, ongehinderd de mars kan volbrengen, waarop Johnson niet anders kan dat een wet in te dienen die zwarten stemrecht geeft.

De tikkende letters met korte informatie op het scherm en de latere archiefbeelden van de mars benadrukken de urgentie aan deze historische film, die vooral het doorzettingsvermogen laat zien van activisten die opkwamen voor mensenrechten. Ze kunnen een inspiratie vormen voor huidige vernieuwers, als die wel eens het gevoel hebben dat ze tegen windmolens vechten.

Hier de trailer.

Hanna Bervoets over Fuzzie, VPRO Boeken, 16 april 2017


Pluizige bolletjes zorgen voor genegenheid in tijden van gemis

Hanna Bervoets houdt ervan om zaken in romanvorm te onderzoeken en doet dat op uiteenlopende gebieden. Ruim een jaar geleden zat ze, naar aanleiding van het verschijnen van haar roman Ivanov, nog tegenover Wim Brands om te praten over identiteitskwesties naar aanleiding van voortplantingsonderzoek, dit keer vertelt ze tegen Carolina Lo Galbo in bevlogen termen over een onderzoek naar het verschijnsel genegenheid dat ze in het modern realistische sprookje Fuzzie uitwerkte. Hierna gaat ze eerst een toneeltekst schrijven en daarna weer verder met een nieuwe roman.

Lo Galbo begint over de worsteling die de hoofdpersonen in Fuzzie hebben met het leven en de liefde en getroost worden door pluizige bolletjes die Fuzzies heten, maar stapt dan over op de twee prijzen die Bervoets onlangs ontving, een prijs voor Ivanov en een prijs voor haar gehele oeuvre. Ze wil weten wat Bervoets daarvan is bijgebleven.
Bervoets vertelt dat ze zo’n juryrapport maar een keer heel vluchtig leest omdat ze bang is dat ze daardoor in haar werk beïnvloed zal worden en de lezer te veel tegemoet te komen.

Lo Galbo wijst er echter op dat haar werk steeds vernieuwend is.
Bervoets bevestigt dit aan de hand van een vergelijking van de roman Ivanov met Fuzzie, dat een reactie is op het manipuleren van de lezer in het eerst genoemde boek. Ze schreef een aantal fragmenten van Fuzzie op de achterkant van de drukproeven van Ivanov en ontdekte dat ze geen balletjes niet meer wilde opgooien, maar vrijer wilde schrijven en niet alleen geleid worden door het plot. Daaruit is een mozaïekroman tot stand gekomen over vier hoofdpersonen die niet erg gelukkig zijn in het leven en de liefde en hun behoefte aan genegenheid op een pluizig bolletje projecteren. Dat houdt welsprekende monologen tegen hen om de moed erin te houden en het gat van het gemis te vullen.    

Lo Galbo wil weten hoe ze aan haar onderwerp gekomen is.
Bervoets kijkt naar wat haar op dat moment bezig houdt. Dat hield verband met allerlei scheidingen en liefdesverdriet in haar omgeving, zichzelf niet uitgezonderd. Dat riep de vraag op naar het belang van genegenheid. Ze stelt dat in relaties een onzichtbare weegschaal werkzaam is, waarbij men de genegenheid voor elkaar afweegt. Dat is niet het geval bij verhoudingen met dieren, kleine kinderen, exen of overleden personen. Daarbij speelt die afweging niet. De liefde lijkt daardoor groter.

Lo Galbo stelt de interessante vraag of dit wel zo is.
Bervoets antwoordt dat dit wel en niet het geval is. Het is gemakkelijker om te gaan met een Fuzzie, maar het heeft ook iets horoscoop-achtigs, namelijk omdat het in algemene termen de ideeën of wensen van de persoon bevestigt, terwijl het in de liefde om wederzijds vertrouwen gaat. Ze moest tijdens het schrijven denken aan het contact met ouderen met zorgrobots hebben. Ze weet zelf niet of die een positieve of negatieve invloed hebben en daarom heeft ze daar een onderzoek aan gewijd. Het bolletje heeft bij de verschillende personen ook andere functies zoals die van een surrogaat of een goeroe. Ze verwijst naar een Japans simulatiespel waarbij men met een meisje dat Ringo heet kan praten en men zelfs met haar kan trouwen, hetgeen in Japan heel populair is.

Lo Galbo gaat door over de homoseksuele aard van de hoofdpersonen.
Bervoets kent die goed en heeft zelf ook een lesbische relatie, maar anderzijds gaat het daarbij niet, zoals in Ivanov waarin een aidsepidemie voorkomt, over hun geaardheid maar over hun persoonlijkheid. 
  
Hier mijn verslag van het gesprek tussen Bervoets en Brands over Ivanov.

maandag 17 april 2017

Filmrecensie: The immigrant (2013), James Gray




Jonge Poolse immigrante in New York in de luren gelegd

Twee jonge Poolse vrouwen komen aan op Ellis Island. Het is 1921. Ze zijn met velen die Europa verlaten hebben en een nieuwe toekomst in de Verenigde Staten willen opbouwen. Zoiets gaat zelden gemakkelijk, zoals het verhaal van de twee katholieke zussen Ewa en Magda Cybulska uit Katowice laat zien. Magda is ziek en moet een half jaar op Ellis Island in quarantaine blijven. Ewa is overgeleverd aan de gunst van de schimmige theaterregisseur Bruno Weiss, die meer invloed uitoefende op haar leven dan Ewa en de kijker konden voorzien.

De immigratieambtenaar komt met een paar vervelende berichten. Ewa zou zich aan boord van het schip geprostitueerd hebben en het adres van de tante en oom blijkt niet te bestaan. In de rij om afgevoerd te worden, ontmoet Ewa Bruno die haar zou kunnen redden. Haar verzoek wordt verhoord. De man neemt haar mee naar zijn huis en biedt haar een slaapplaats aan. Met een schroevendraaier legt Ewa zich ten ruste. Vertrouwen doet ze de man niet, maar hij weet haar wel in te passen in zijn plannen, want zij heeft geld nodig om de tbc behandeling van Magda te betalen.

Met tegenzin gaat ze mee naar het theatertje waar deze Bruno ook andere vrouwen voor zich laat werken. Hij stelt Ewa aan de klanten voor als Miss Liberty. Ze gaat tegen haar wil in naar bed met de zoon van een kleermaker die volgens zijn vader wel eens ingewijd moet worden in de liefde. Bruno wil het liefst ook van haar genieten, maar wordt door Ewa afgewezen, waardoor zijn verlangen alleen maar heftiger wordt. Ewa vlucht weg nadat ze gehoord heeft dat het adres van haar oom en tante wel kloppen. Ze ervaart daar in eerste instantie veiligheid maar komt van een koude kermis thuis als oom Wojtek vanwege haar schandelijke gedrag op het schip de politie erbij haalt. Bruno redt haar ten tweede male.

Veel liefde levert hem andermaal niet op. Het optreden van de hoopvolle magiër Orlando op Ellis Island leidt tot een beginnende relatie tussen hem en Ewa, die door Bruno met pijn in het hart wordt bezien. Een ruzie tussen Orlando en Bruno leidt uiteindelijk tot de dood van Orlando die graag met Ewa naar Californië had gewild. Na diens dood wordt Bruno door de politie aangehouden. Daarbij nemen ze het geld mee dat hij in zijn laars verstopt had en dat voor de vrijlating van Magda bedoeld was. Bruno bekent tegen Ewa dat hij haar wilde bezitten, voelt zich daarover schuldig en laat haar vrij. Ook regelt hij dat Ewa met het geld van haar tante Magda kan vrijkopen, waarop de zussen alsnog naar Californië kunnen gaan.

De filmbeelden komen onlangs het mooie spel nogal somber over. Alsof er een soft focus over de camera is gelegd, die alleen tijdens een flashbacks naar de gelukkige jeugd in Katowice in Silezië is verwijderd. Het daglicht komt verder nergens goed door, maar dat kan ook komen door de treurnis die Ewa in al haar tegenslag ervaart.

Marion Cotillard speelt een fraaie hoofdrol als Ewa Cybulska, net zoals ze een jaar later zou doen in de heel wat heldere film Deux jours, une nuit van Jean Pierre en Luc Dardenne. Haar tegenspeler Joachim Phoenix was eerder te zien in de film Two lovers die Gray n 2008 maakte. Scenario schrijver Ric Menello werkte ook mee aan deze film. Hij stierf in het jaar dat The immigrant werd uitgebracht.

Hier de trailer. Ik zie dat ik de film Two lovers twee keer besproken heb, hier in 2015, hier in 2013. De laatste vind ik zelf leesbaarder. Hier nog mijn bespreking van Deux jours, une nuit.

Marijn Sikken over Probeer om te keren, VPRO Boeken, 16 april 2017


Er zijn vele Michelles op deze wereld die ons mededogen kunnen gebruiken

De debuutroman Probeer om te keren van Marijn Sikken (1990) gaat over het kleine dorp Leem, waar de middelbare scholieren na hun examen uitvliegen, zo niet de laagbegaafde Michelle. De achttienjarige klasgenote Eline neemt het voor haar op. Dat wordt met gemengde gevoelens bezien door Alma, de moeder van Michelle, die zelf niet goed met haar dochter kan opschieten.

Carolina Lo Galbo vraagt hoe lang Sikken aan het boek gewerkt heeft.
Sikken vertelt dat ze er in 2011 aan begonnen is en dat ze er dus zes jaar mee bezig is geweest. Ze vindt het moeilijk om te zeggen waarom ze wil schrijven maar ervaart het als prettig als er iets op papier komt. Ze vindt het daarom heerlijk als het witte papier bedwongen is en ze kan gaan kijken of er staat wat ze ook wil zeggen. Haar invallen omschrijft ze als iets dat van een boom valt. In het geval van haar romandebuut Probeer om te keren begon het met een alinea over een achttienjarig meisje dat sigaretten zit te draaien. Daaruit kwam een roman met drie verschillende perspectieven voort, waarbij Michelle, om wie het allemaal draait, buiten schot blijft. De lezer komt alleen iets over haar aan de weet via anderen zoals Eline of haar moeder Alma.

Lo Galbo gaat in op de moeder dochter relatie, die niet gemakkelijk is.
Sikken zegt dat men in beweging moet komen, maar dat lukt vaak niet, ook in het geval van Eline niet. Een zorgtaak levert identificatie op zoals Eline en Alma ervaren. Alma heeft geen toekomst of verleden, maar leeft alleen voor Michelle.

Lo Galbo vraagt of de reuma van Sikken een rol heeft gespeeld in de beschrijving van de afhankelijkheidsrelatie tussen Michelle en de anderen.
Sikken antwoordt dat het verder gaat dan het persoonlijke, dat iedereen moeite heeft met loslaten. Iedereen wil de touwtjes zelf in handen houden. De behoefte aan controle zit ook in het verhaal. Ze stuitte zelf op de worsteling van Alma om haar dochter los te laten. De titel van de roman komt ook terug in twee fragmenten die met een navigatiesysteem te maken hebben, om te beginnen met de route die Eline en haar vriend Fred naar de vogelopvang volgen. Het in beweging komen is een sleutelmoment.

Lo Galbo vraagt of ze zelf zo’n moment gekend heeft.
Sikken weet niet of ze dat zelf ervaren heeft, maar in de roman komt dat voor als Alma vroeg op de ochtend gaat zwemmen en ook als ze yoga gaat doen. Dat laatste maakt haar zelfs recalcitrant. Voor Sikken zelf vormde dat een verrassing. Het maakte dat ze tegen een muur botste en moest inzien dat het verhaal een andere kant op wilde.

Lo Galbo vraagt hoe ze zich heeft ingeleefd in de moeder.
Sikken had er zelfs vragenlijsten bij om de persoon duidelijk te krijgen, om te zien wie ze was. Ze vroeg zich af hoe Alma op het loslaten zou reageren. Dit staat min of meer los van haar eigen situatie, waarin haar moeder geen zorg meer verleent. Het verhaal is meer algemeen.

Lo Galbo vraagt welke conclusie zij over het verhaal trekt.
Sikken antwoordt dat ze verbaasd was over de manier waarop moeder en dochter zich ten opzichte van elkaar verhouden. Ze wilde het verhaal over mensen die niet van de grond komen zonder cynisme beschrijven. Ze zegt dat er vele Michelles zijn in deze wereld, die ons maar mededogen nodig hebben. Eline heeft zelf het nodige cynisme in zich, maar niet ten opzichte van Michelle.

Hier leest Marijn Sikken de lezersrecensie van Anne Oerlemans op Hebban voor, waarmee ze blij is.

zondag 16 april 2017

Eva Hesse (2016), documentaire van Marcie Begleiter


Getraumatiseerde kunstenares gedreven tot vernieuwing

Beeldend kunstenaar Eva Hesse werd geboren in een joods gezin in 1936 in Hamburg. Haar vader was een strafrechtadvocaat en haar moeder deed een kunstopleiding. Het gezin moest vluchten voor de nazi’s. Eva en haar zus Helen werden op Kindertransport naar Nederland gezet en belandden in een weeshuis voordat ze vlak voor de oorlog via Groot Brittannië naar New York reisden. Eva deed daar een kunstopleiding en werd een vermaard kunstenaar tot het noodlot opnieuw toe sloeg. Marcie Begleiter vertelt haar verhaal aan de hand van dagboeken van Eva en gesprekken met nabestaanden waaronder kunstenaar Sol de Witt en haar man Tom Doyle.

Sol de Witt heeft altijd veel contact met haar gehad en zegt dat ze door angsten achtervolgd werd. Dat had onder andere te maken met de zelfmoord van haar moeder, die na een depressie vanwege de ondergang van haar familie in de vernietigingskampen van het dak van de flat sprong. Eva was toen tien jaar oud. Ze trouwde in 1961 met Tom Doyle. Enkele jaren later werkten ze anderhalf jaar in Duitsland op uitnodiging van een geldschieter. Ze hadden een atelier in een lege textielfabriek in Kettwig in het Ruhrgebied en vandaar uit reisden ze naar plaatsen die Eva gekend had en naar vele musea. Het werk van Eva kwam, anders dan dat van Tom, niet van de grond. Ze was depressief en had nachtmerries. Ze schreef daarover aan De Witt, die haar aanraadde zich over haar problemen heen te zetten en haar geruststelde dat ze niet verantwoordelijk was voor de problemen in de wereld. Ook de relatie met Tom ging niet goed. Hij dronk teveel en zat achter andere vrouwen aan. Eva richtte zich op het maken van reliëfs met materialen die ze in de fabriek vond en exposeerde die ook waardoor ze met meer zelfvertrouwen terug ging naar de Verenigde Staten.

Daar was men inmiddels beland in het tijdperk van het minimalisme waar Eva zich bij aansloot al bleven de erotische en spirituele elementen in haar werk zichtbaar. Ze voelde zich in de steek gelaten door Tom toen die van haar wilde scheiden en ging onvermoeibaar met haar werk voort. Robert Mangold was zeer onder de indruk van haar werk Hang up dat hij op een expositie zag. Haar vader begreep haar echter niet. Hij vond dat zijn dochter beter een baan kon zoeken waardoor ze financieel onafhankelijk zou kunnen zijn. Voor Eva gold echter alleen de kunst. Ze was doodbedroefd toen haar vader in 1966 in Europa overleed en ging, met steun van De Witt, nog harder werken. Tegenstellingen waren belangrijk in haar werk, dat nog steeds weinig aandacht kreeg.

De invloed van Simone de Beauvoir leerde haar dat vrouwen de tweede sekse waren, ook in de kunstwereld. Ze verzette zich daar fel tegen en veroorzaakte barstjes in het mannenbolwerk. Discriminatie in de kunst wilde ze met kunst bestrijden. Ze maakte gebruikt van de Canal Street technologie, genoemd naar een straat in Lower Manhattan waar men gadgets kon kopen die met in een kunstwerk kon gebruiken. Ze leerde ook over nieuwe technieken als rubber, plastic en glasvezel en gebruikte die in haar werk. Nadat het echtpaar Ganz werk van haar kocht, was haar naam gevestigd. Ze had internationaal exposities. Helaas maakte een tweemalige hersentumor een eind aan haar leven. Ze maakte nog een ontwerp in het ziekenhuis dat door studenten werd uitgevoerd. Toen Eva de afbeelding zag, riep ze dat zij dat zelf was. Trots op hetgeen ze bereikt had stierf ze op 34 jarige leeftijd in 1970. In 1972 was er in Guggenheim een overzichtstentoonstelling van haar werk, bestaande uit materialen die de tijd niet overleven, maar zo is het leven ook, vond Eva al.  

Helaas is de Nederlandse weergave van de documentaire onder de titel Eva Hesse – tracing the rope met de helft verkort.

Hier meer informatie op de site over de documentaire, waaronder een trailer






De Matthäus Missie van Reinbert de Leeuw (2016), documentaire van Cherry Duyns


Het ontpellen van een jaarlijks terugkerende traditie werkt inspirerend

Het is alweer bijna dertig jaar geleden dat Cherry Duyns pianist, componist en dirigent Reinbert de Leeuw interviewde over moderne klassieke muziek. Inmiddels heeft de achtenzeventigjarige zich gewend naar de Matthäus Passion van Bach. Hij heeft zich grondig verdiept in de partituur en bereidt zich met het Nederlands Kamerkoor en Holland Baroque voor op een uitvoering in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Dat gaat in tegen de traditie om de Passion jaarlijks in het Concertgebouw uit te voeren, maar er zijn ook inhoudelijke veranderingen.

De documentaire begint heel rustig met een fragment uit de Matthäus Passion, op de piano gespeeld door Reinbert de Leeuw. Daarna zien we Judith Steenbrink van Holland Baroque die in de Nieuwe Kerk haar viool uitprobeert met een koraal. De Leeuw luistert toe en is tevreden over de klank in de sacrale omgeving. Hij had nooit gedacht dat hij ooit de Matthäus Passion van Bach zou dirigeren. Het kwam op zijn weg door inleidend werk eraan in het Limburgse. De laatste tijd heeft hij zich intensief met elk woord en elke noot van de Matthäus Passion beziggehouden. Hij spreekt zelf van een obsessie, maar het is voor de zangers en musici een voorrecht daaraan mee vorm te geven.

Peter de Groot van het Nederlands Kamerkoor spreekt van een weg terug die De Leeuw inslaat en daarmee doelt hij op de interpretatie van De Leeuw, die meent te weten wat Bach bedoeld heeft. Zelf zegt De Leeuw dat we, anders dan bijvoorbeeld Strawinsky, niets van Bach weten, maar dat hij de arrogantie heeft om in diens schoenen te gaan staan. De Groot noemt de keuzes die De Leeuw maakt, gedurfd. Zijn ode aan de verinnerlijkte retorica brengt hem na vijfentwintig jaar uitvoeren in tranen. Ook Judith Steenbrink is zeer geraakt door het samenwerken met De Leeuw. Zijn broosheid maakt dat nog ontroerender. Ze ziet dat De Leeuw de emoties tijdens het dirigeren meebeleeft en dat bezorgt haar een brok in de keel. Alle achtenzestig nummers moeten door het orkest opnieuw ontpeld worden en dat geldt ook voor het koor.

We zien een repetitie, waarbij De Leeuw met het koor aan de slag gaat. Een collectieve woedeuitbarsting moet volgens De Leeuw spetteren. De klanken dienen scherper naar voren gebracht te worden. Hij wijst het orkest erop dat ze geen lettergrepen moeten spelen maar zinnen, zoals het koor doet. Tegen Duyns zegt De Leeuw dat de Matthäus Passion muzikaal gesproken het hoogst bereikbare is en dat het onvoorstelbaar is dat één persoon de partituur heeft geschreven. Hij gaat in op de kruisvorm ervan met in het midden de verloochening van Jezus die gevolgd wordt door het Erbarme dich. De Leeuw denkt dat Bach zich met Petrus identificeerde. Ook noemt hij drie zuilen, ingeluid door een jongenskoor uit Rolde, die daarmee de zaak met een soevereine rust aan de gang brengen.

Aan de piano gezeten praat hij verder over de muzikale grootte van de Matthäus Passion. Hij speelt de strofe Meine Seele ist bedrübt bis an den Tod en vertelt dat daar vier mollen in zitten die een mooie verbinding vormen met het stuk van de tenor dat begint met een des. Hoe meer mollen des te menselijker de toon. Dat zien we terug in de uitroep Eli, Eli, lama sabachtani als Jezus sterft. Opeens wendt hij zich niet meer tot de vader maar tot God waarmee hij zijn mens-zijn uitdrukt. Voor het concert op 21 maart 2016 zit De Leeuw lang met zijn handen voor zijn gezicht om zich voor te bereiden op datgene dat, zoals hij zelf uitdrukt, groter is dan een mens kan bevatten. Het is al een pracht om het werkproces vanaf de zijlijn te volgen en net als het eerdere interview een zeer inspirerend staaltje televisiemaken.

Hier de trailer, hier mijn verslag van het interview van Duyns met De Leeuw

zaterdag 15 april 2017

Filmrecensie: Richard III (1995), Richard Loncraine


Prachtige verplaatsing van koningsdrama naar het moderne Engeland

Richard Loncraine plaatst voor de verandering het toneelstuk Richard III uit de tijd van Shakespeare in de Engelse jaren dertig van de vorige eeuw en dat levert een fantastische film op. De gedragen verzen van de oude bard gaan heel mooi samen met esthetisch verantwoorde decors en verrassende scènes uit de jaren voor de Tweede Wereldoorlog. Meteen in het begin zijn we daar getuige van, als de tank van Richard, graaf van Gloucester, het hoofdkwartier van het Huis van Lancaster aan gort rijdt en koning Henry en zijn zoon prins Edward vermoord. De sluwe Richard kijkt de camera in en vertelt de kijker wat hij nog meer van plan is en daarmee wordt men de hele film zoetgehouden.

De ongelukkig geschapen Richard declameert na de overwinning de eerste verzen van Shakespeare en gaat daarmee door als hij het urinoir bezoekt. Hij werpt daarna een blik en de spiegel en verfoeit zijn lelijke voorkomen, zijn bochel, zijn manke been en zijn onwillige linkerhand. Dat zal hem niet weerhouden op een aanspraak op de troon die door zijn niet als te sterke broer Edward IV bezet wordt gehouden.

Allereerst neemt hij Anne Neville, de weduwe van prins Edward tot zijn vrouw. Gemakkelijk gaat dat niet. Als Anne in het mortuarium haar geliefde man bezoekt, dringt Richard zich op en speelt hoog spel door haar de keuze te geven om zijn echtgenote te worden of toe te zien dat hij zichzelf doodsteekt. Dat laatste kan Anne zich niet over haar hart verkrijgen. Vervolgens mengt Richard zich in het conflict tussen zijn broer Edward en Clarence die in de Tower zit opgesloten. Hij verbrandt een brief waarin Edward Clarence gratie geeft en geeft twee handlangers waaronder James Tyrell, opdracht zijn broer te vermoorden. In een fraaie scène in een badhuis  van de gevangenis maakt men korte metten met Clarence die net rustig de krant zat te lezen, al had hij daarvoor wel een droom gehad waarin het niet goed met hem afliep.   

Edward stort in als Richard tijdens een uitstapje naar zee door Richard van het tragische nieuws op de hoogte wordt gebracht. Zijn vrouw, koningin Elizabeth, is furieus en wordt nog bozer als Richard haar broer, Lord Rivers, in zijn bed laat doodsteken, juist als hij gepijpt wordt door een wellustige jonge vrouw. Het idee om de prins van Wales na de dood van Edward op de troon te zetten, wordt ook verijdeld door Richard die steeds meer handlangers om zich heen verzamelt, waaronder de graaf van Buckingham die hij een graafschap belooft als hij zich onder zijn medestanders schaart.

Hij weet anderen ervan te overtuigen dat de prins van Wales een bastaardzoon is en bedenkt een sluwe strategie om zelf de kroon toe te eigenen. Door zich voor te doen als een godsvruchtig mens die de troon helemaal niet wil, wordt hij tot Richard III geslagen. Een van de eerste acties die hij onderneemt is het laten opsluiten en doden van de kinderen van Edward IV en Elizabeth om te voorkomen dat zij hem een voet dwars kunnen zetten. De graaf van Buckingham dringt na zijn medewerking aan op zijn beloofde landgoed maar wordt vermoord. De verslaafde Anne legt zelf het loodje waarna Richard III zijn zinnen zet op de knappe dochter van Elizabeth. Na een adembenemend onderhoud tussen Richard III en Elizabeth in een treincoupé, kiest de voormalige koningin echter toch voor een verbintenis van haar dochter met de graaf van Richmond, die vanuit Frankrijk de wapens tegen Richard III opneemt. In een felle strijd gaat de laatste ten onder, nadat eerder al zijn legervoertuig slipte en hij zijn koningschap verwenste voor een paard.

Het was opvallend dat de sfeer aan het hof van Richard III, zoals ook op de poster te zien is, erg nazistisch oogde. Richard Loncraine zet zijn hoofdpersoon, prachtig gecast door Ian McKellen, neer als een brute machtswellusteling, terwijl er ook andere interpretaties zijn. Wart Kamps bracht vorig nog een heel andere Richard naar voren in De goede Richard III.   

Hier de trailer, hier mijn bespreking van De goede Richard III.

The man who mends women (2015), documentaire van Thierry Michel




Seksueel geweld tegen vrouwen als oorlogswapen

De documentaire The man who mends women gaat over de onvermoeibare Congolese gynaecoloog Denis Mukwege die zich inzet voor de beëindiging van het seksueel geweld in zijn land, waarvan vele vrouwen de dupe worden. Hij heeft een eigen ziekenhuis opgericht waar hij in zestien jaar tijd al 40.000 vrouwen geholpen heeft om de gevolgen van verkrachtingen en erger te verhelpen. Daarnaast heeft hij ook het centrum City of Joy opgericht waar de vrouwen de psychische schade kunnen verwerken. Mukwege reist de wereld rond om de misstanden bekend te maken, tot in de Verenigde Naties aan toe.

De oostelijke provincie Kivu van de Democratische Republiek Congo is een onrustig gebied na de massaslachting in 1994 van Tutsi’s door Hutu’s in buurland Rwanda. Naast het regeringsleger van Congo wordt er strijd geleverd door verschillende milities. De dure delfstoffen die gebruikt worden in mobiele telefoons vormen de oorzaak van het geweld. Hoewel Congo volgens Mukwege rijk zou kunnen worden met de verkoop van ertsen graait iedereen rond in de mijnen en dompelt daarmee de bevolking onder in armoede. Seksueel geweld is een oorlogswapen waarmee niet gemakkelijk een eind gemaakt kan worden. Na een bloedbad twintig jaar geleden in een ziekenhuis in Lemera, dat het begin van het grootschalige geweld vormde, werd niemand opgepakt. Datzelfde gold voor een bloedbad in een kerk in Kasiko. De Congolese overheid houdt zich op de vlakte en laat daders gaan als ze honderd dollar betalen. De vrouwen die slachtoffer worden van geweld worden uitgestoten door hun familie en de gemeenschap en kunnen nergens naar toe. Mukwege ziet het verdriet op de gezichten van slachtoffers in het ziekenhuis liggen en constateert dat een glimlach een eerste teken van leven is.

Er komt een jongen voor in de documentaire die een grote pleister boven zijn rechteroog heeft. Hij heeft veel pijn en vertelt huilend dat zijn ouders voor zijn aangezicht zijn afgeslacht. Daarnaast zijn er vreselijke verhalen over zoons die hun moeder moesten verkrachten en doodgeschoten werden als ze weigerden. Mukwege schrok in 2008 van een meisje dat hij opereerde die zelf een kind was van een verkrachte moeder die hij eerder had behandeld. De cirkelgang van het seksueel geweld bracht hem naar de Verenigde Naties. Tijdens zijn bewogen toespraak zag hij dat de zetel van zijn eigen land leeg bleef. Hij vluchtte zelf met zijn gezin naar Europa na een aanslag op zijn leven, maar werd teruggehaald door een vereniging die zich inzet voor verbetering van het lot van vrouwen in Congo. Op zijn tochten naar zieken wordt hij begeleidt door Egyptische blauwhelmen.

Domineeszoon Mukwege vertelt dat hij als kind met zijn vader meeging om de zieken te bezoeken. Hij werd daardoor geïnspireerd om een medische opleiding te gaan volgen en daarin gesteund door zijn moeder die trots naast hem zit. Bijzonder is het fragment waarin Mukwege in de City of Joy praat met de slachtoffers om zo hun eigenwaarde te vergroten. Door herinneringen toe te laten en het verdriet te accepteren kan men boven de ellende uitstijgen en weer een plaats vinden in de maatschappij.

Hoewel het Congolese leger eind 2013 de controle over het gebied overnam, is de ontwrichting nog steeds gaande. Tijdens een vergadering horen we dat medicijnmannen achter het geweld tegen vrouwen zitten. Seks met een jong meisje zou rijkdom in de hand werken. Zelfs vaders maken misbruik van hun dochters. Mukwege roept de aanwezigen mannen op zich te verenigen in de strijd om een einde te maken tegen het seksuele geweld. ij


De muziek uit de Mattheus Passion past heel goed bij de verhalen van de misbruikte vrouwen, die volgens Mukwege niet altijd meer zullen kunnen beschikken over hun biologische vrouwelijke functies. Het lijden is groot, ons medeleven hard nodig. Misschien kunnen we aan de slachtoffers denken, als we onze mobiele telefoons oppakken.

Hier de trailer.

vrijdag 14 april 2017

Theaterrecensie: Onschuld, De Roovers, Toneelschuur, 13 april


Wrange sketches schreeuwen om een andere manier om met schuld om te gaan

Na de uitzinnige voorstelling Alsemkomt over het leven aan de maatschappelijke onderkant op basis van een tekst van Eugène O’Neill, tappen De Roovers met Onschuld van Dea Lohrer uit een heel ander vat, maar dat smaakt zeker niet minder goed. De tekst van Lohrer haakt net als die van O’Neill aan bij het sociaal realisme, maar kent daarnaast een absurdistische en poëtische strekking, die de uitgebeelde werkelijkheid een diepere laag geeft en het kijkspel tot een fascinerende ervaring maakt.

Dat laatste komt ook door de collage vorm. In negentien scènes horen we vanuit verschillende oogpunten over de aspiraties van door het leven gebeukte en aan schuldcomplexen lijdende mensen in de moderne westerse maatschappij. Daarbij springen de visie van twee illegale Afrikanen, een aan diabetes lijdende, negatieve vrouw in een rolstoel en een filosofe die al haar boeken heeft verbrand op De onbetrouwbaarheid van de wereld na, meteen in het oog, maar ook de inbreng van de anderen, zoals een goedwillende, blinde paaldanseres en een nette christelijke vrouw die vergeving vraagt voor misdaden die ze niet heeft gepleegd, trekken de aandacht.

Het is verrassend dat de scènes, net zoals in verhalenbundels waarin de verhalen met elkaar te maken hebben, in elkaar grijpen, waardoor er steeds meer samenhang ontstaat, die tenslotte op het eind culmineert in een evaluatie waarin ieder zich kan uitspreken over de eigen wensen. Die van de suikerpatiënte in de rolstoel was al wel duidelijk. Om de haverklap riep ze dat ze het liefst een pompbediende zou zijn die de boel in de hens zou laten vliegen.

Onschuld opent met een wanhopige roodharige vrouw die tegen een donker geschubd zeegordijn haar jurk uittrekt en een sprong maakt. Haar plaats wordt overgenomen door Elisio en Fadoul, twee illegale Afrikanen die zich juist op het strand buigen over hun toekomst als ze de verdrinkingsdood van de vrouw gewaar zijn. Vooral Elisio laat de wanhoopsdaad niet los. Hij kan zich niet voorstellen dat iemand in het rijke westen zich van het leven beneemt. Fadoul is minder met de onbekende vrouw bezig. Hij vindt een tas met geld die hem goddelijke aspiraties geeft. Hij wil daarmee de blinde paaldanseres een nieuw gezichtsvermogen geven.

Kijken en bekeken worden vormt een belangrijk thema in de voorstelling. Dat geldt niet alleen voor de blinde danseres die zich graag door mannen laat bekijken, maar ook voor alle anderen die ons een blik geven in hun levens, waarin slachtofferschap en daderschap nauw met elkaar verbonden zijn. Fraai wordt dat uitgewerkt in een scène waarin de ouders van een vermoorde dochter samenkomen met de moeder van een zogenaamde dader. De gevoelens ontlopen elkaar niet veel: de wanhopige vader schreeuwt het uit dat hij zijn dochter niet weerbaarder heeft gemaakt tegen de wereld, zijn vrouw kan alleen maar kotsen en de moeder van de ongeboren zoon zoekt troost. Ook in de scène tussen de suikerpatiënte en haar dochter Rosa (zie foto van Stef Stessel) is dat thema te herkennen. De kettingrokende Suiker wenst na veertig jaar bij de posterijen geen verantwoordelijkheid meer voor haar leven te nemen en geeft haar lot in handen van Rosa, die liever een kindje zou hebben met haar man. Deze heeft echter hele andere aspiraties en wel in de vorm van het vertroetelen van de doden.

De sobere wijze waarop de scènes in hun vorm gegoten worden en de overlap waarmee ze elkaar opvolgen geeft nog meer kracht aan de voorstelling. Het doorzichtige gordijn schept daarbij een achtergrond vanwaar bijvoorbeeld door de groep commentaar gegeven wordt op een zelfmoordenaar, die op een dak van een flat staat. Men roept hem op om eindelijk eens te springen zodat hun leven door kan gaan. Zijn sprong lijkt tussen haakjes een kopie van de sprong van de vrouw in zee in de eerste scène.  

Gelukkig is er te midden van alle rampspoed ook veel humor, zoals uit de mond van Suiker, die bot om zich heen slaat en zich zelfs in haar rolstoel verheft om haar schoonzoon het hoofd te bieden. Sterk ook is de uitstraling van de blinde danseres en hoekige motoriek van de filosofe, die op het laatst alleen nog maar losse woorden kan uitbrengen, gefrustreerd in haar verlangen om het leven te delen met haar man die echter als edelsmid meer oog heeft voor zijn blinkende metalen. De wrange sketches schreeuwen om een andere manier om met schuldbesef om te gaan. Van dat soort pogingen kunnen er nooit genoeg zijn.

Hier meer informatie, waaronder foto’s en informatie over de gastspelers op de site van De Roovers, hier mijn bespreking van Alsemkomt.

Claude Lanzmann: Spectres of the Shoah (2015), documentaire van Adam Benzine


Ontroerende terugblik op monumentaal kunstwerk over de holocaust

In 1985 voltooide Claude Lanzmann de ruim negen uur durende film Shoah waar hij twaalf jaar aan had gewerkt. De Britse documentairemaker Adam Benzine kijkt dertig jaar later met Lanzmann terug op dit huzarenstukje. De uitspraak van vriend Jean Paul Sartre, dat engagement geen woord is, maar een daad, is het motto van de documentaire.

Lanzmann vertelt dat hij lange tijd in rouw verkeerde na het voltooien van de film Shoah, die gemaakt werd op bestelling. Hij maakte in 1973 namelijk de film Pourquoi Israel en werd daarop gevraagd een film over de uitroeiing van de joden vanuit hun gezichtspunt te maken. Hij liep een zomernacht door Parijs voordat hij het voorstel accepteerde. Hoewel hij als jeugdig soldaat de oorlog uit persoonlijke ervaring kende, doorleefde hij pas tijdens de film wat de joden hadden moeten doorstaan. Zijn film moest over de doden gaan, die zich niet bewust waren wat hen te wachten stond. De gaskamer was het onderwerp. Omdat de nazi’s alle sporen van hun wandaden wilden uitwissen, maakte hij geen gebruik van archiefbeelden.

Lanzmann maakte indrukwekkende portretten van personen die als lid van een Sonderkommando in de gaskamer werkten. Hij noemt Filip Müller een held en spoorde in The Bronx kapper Abraham Bomba op, die in de gaskamer het haar van vrouwen scheerde. Lanzmann vroeg zich af hoe hij deze onmenselijkheid voor het voetlicht moest brengen en bedacht om Bomba in een kapperszaak te laten knippen terwijl hij zijn verhaal vertelde. Op het moment dat het verleden te dichtbij kwam spoorde Lanzmann hem broederlijk aan om door te gaan. Lanzmann noemt de tranen van Bomba een zegel van de waarheid.

Omdat Lanzmann ook nazi’s in de film wilde, besloot hij met een verborgen camera te werken. Hij stapte onder een vals voorwendsel bij daders binnen en ging men hen het gesprek aan. Te welwillend, zeiden critici, maar Lanzmann vond dat hij anders nergens zou komen. Benzine vraagt naar een geval van ontmaskering. Lanzmann wil daar eerst niet over praten maar vertelt daarna toch dat hij met een medewerkster bij een nazi zat en dat diens vrouw ontdekte dat het gesprek werd opgenomen en een stel bullebakken binnenriep, die hem in elkaar sloegen, waardoor hij een maand in het ziekenhuis lag. Lanzmann vond dat zijn leugen niet opwoog tegen het immorele gedrag van de nazi’s, maar lichtte zijn gesprekspartners wel altijd na afloop in en gaf hun geld voor hun medewerking.

Hij vertelt dat de montage heel zwaar was, omdat hij precies en koppig was. In die dagen zwom hij eens in zee in Israël toen hij mee werd gevoerd door de onderstroom. Hoewel hij gered werd door een man, was hij daar niet eens blij mee. Van hem had het toen ook wel afgelopen mogen zijn. Hij kreeg veel steun van Simone de Beauvoir, met wie hij eerder een zeven jaar durende liefdesrelatie had. Ze schreef een lovend artikel in de krant uit vrees dat ze voor het uitkomen van de film zou overlijden. Dat bleek niet het geval zijn. Sartre overleed wel eerder. Lanzmann betreurt het dat Sartre de film nooit heeft kunnen zien.

Achteraf voelt Lanzmann zich geen goed mens. De rouw duurde lang. De tijd stopte en zijn angst is hij niet kwijtgeraakt. Hij heeft de film vormgegeven maar de film heeft hem ook gevormd. Hij is niet optimistisch over de toekomst maar wil zelf nog niet dood.   

In de documentaire werd ongebruikt materiaal van Shoah verwerkt, de wondermooie muziek is van Joel Goodman.

Hier de trailer.

donderdag 13 april 2017

Het kaf en het koren (2016), documentaire René Roelofs


‘We weten niet wat we niet weten.’

De ondertitel De IND op zoek naar oorlogsmisdadigers geeft al aan waar Het kaf en het koren over gaat, namelijk de dienst in Den Haag, 1F genoemd, die zijn best doet om oorlogsmisdadigers tussen de asielzoekers op het spoor te komen. Dat dit in de praktijk een bijna onmogelijke opgave is blijkt uit de - nagespeelde - gevallen waarin wordt geprobeerd de waarheid boven water te krijgen. We weten niet wat we niet weten, verzucht senior medewerker Jos Fleuven, die verder niet emotioneel bij de zaken betrokken is, maar gewoon zijn werk doet.

Allereerst gaat het over een Syriër die zich in een asielzoekerscentrum vreemd gedraagt en tegenstrijdige verklaringen geeft. De dienst IF wordt getipt door een medewerkster van het azc met de vraag of zij meer informatie over deze persoon kunnen vinden. Hij blijkt foto’s op Facebook gezet te hebben waarin hij in een uniform te zien dat uit nadere informatie van de Republikeinse Garde blijkt te zijn, die ingeschakeld werd bij martelingen. De man ontkent echter buiten het zicht van de camera die hij niet bij het verhoor wil, zijn deelname aan de strijd. Over de foto’s zegt hij dat dit een ander is, waarop men gezichtsidentificatie za; toepassen. Een Zweedse collega hoort dat Syriërs toch al niet kunnen worden teruggestuurd en, niet als veel Afghanen die al langer in Nederland verblijven, bij gebrek aan een verblijfsvergunning in de illegaliteit verdwijnen.

Dan is er kanonnier uit Syrië die op grond van tegenstrijdige verklaringen over zijn deelname aan de strijd in Samarra in aanwezigheid van zijn advocaat en een tolk nader aan de tand wordt gevoeld (zie foto). Fleuven meent dat zijn gedetailleerde beschrijvingen nader onderzoek over zijn bediening van een kanon van Russische makelij mogelijk maken. Tijdens het verhoor wrijft de man zich uitgebreid in de handen. Toegeven doet hij niet, al is de informatie die hij geeft aantoonbaar onjuist. Hij heeft nooit iemand zien schieten vanaf de positie waar hij gelegerd was, laat staan zelf geschoten. Beelden van het totaal verwoeste Homs doen anders vermoeden. Aantonen dat de man geschoten heeft, kan men niet, dus mag hij blijven.

Een Koerd die les gaf aan minderjarigen over de ideologie van de PKK mag ook nog eens zijn verhaal vertellen. De IND beschikt over een rapport uit 2004 met onwelgevallige feite en wil weten of de Koerd daaraan een bijdrage heeft geleverd. De man krijgt een verblijfsvergunning. Een Iraniër die voor de elitetroepen van het regime heeft gewerkt is verdacht, maar in het overleg van het team blijkt dat men toch niet verder kan met deze zaak en dit dan ook maar laat zitten. Een Irakees die voor de veiligheidsdienst gewerkt heeft moet bijna wel gemarteld hebben. De man zegt ook dat men daardoor losgeld kon vragen van familieleden. Verder onderzoek is niet nodig.

De Afghaan Feda Amiri is eerder uitgebreid in het nieuws geweest, omdat hij, anders dan zijn gezinsleden het land diende te verlaten vanwege zijn werk bij de staatsveiligheidsdienst. Zijn dochter roept hem op de luchthaven dringend op om nog eens asiel aan te vragen, dit keer omdat hij zich tot het christendom bekeerd zou hebben. Fleuven wantrouwt deze informatie maar stelt dat het aan hogerhand is om een uitspraak te doen. Hij voert slechts het beleid uit zoals dat ontworpen is. De man wordt in Afghanistan op grond van zijn familieomstandigheden geweigerd en weer mee terug genomen maar na overleg met de Afghaanse regering toch weer naar Kabul gevlogen.

Een Syrische arts die in een ziekenhuis werkte doet het voorkomen dat hij niet wist dat de gewonden die door militairen binnen werden gebracht, gemarteld werden. Zelfs als ze eenmaal weer aan de betere hand door dezelfde militairen werden opgehaald. Zijn eerdere uitspraak dat ze meestal dood gingen, vindt hij zelf ook erg. Hij verschuilt zich achter de eed van Hippocrates om zieken te helpen. Met zijn handen op tafel wil hij zijn onschuld aantonen en hij krijgt ook zijn zin.

Een Nigeriaan weerspreekt een eerder verhoor waarbij hij vertelde dat hij geweld gebruikte bij de verkoop van grond. Dit keer zegt hij dat hij zijn mes alleen gebruikte om het gras te maaien. De IND stuurt een verdachte door naar de afdeling strafrecht, al weet men dat vaak niet meer te bewijzen is wat er precies is voorgevallen. De Nigeriaan krijgt in ieder geval geen verblijfsvergunning.

De documentaire sluit mooi aan bij het drieluik Land van aankomst dat Roelofs in 2013 maakte over de problemen rond integratie.

Hier meer informatie waaronder een reactie van de staatssecretaris en een nagesprek met de regisseur, hier mijn bespreking van Land van aankomst.

Filmrecensie: Dheepan (2015), Jacques Audiard


Tamils krijgen het nodige te verduren in criminele voorstad van Parijs

Net als in De rouille et d’os (2012) en in Un prophète (2009) probeert een man zich in Dheepan met kracht door het leven te knokken. In dit geval gaat het om Sivadhasan, een voormalig Tamiltijger die in Sri Lanka meedeed met een opstand tegen de regering. Deze werd echter neergeslagen, waardoor hij in een vluchtelingenkamp terechtkwam. Om daar uit te komen neemt hij het paspoort aan van de overleden, 35 jarige Dheepan. Zijn zogenaamde vrouw Yalini zoekt een negenjarig meisje in het kamp zonder ouders dat voor hun dochtertje kan uit gaan. De drie reizen naar Parijs om daar een nieuwe toekomst op te bouwen maar gemakkelijk is dat niet.

De angst voor de Parijse politie, waar Dheepan als straatverkoper aan het werk gaat, is groot en de omstandigheden zijn zwaar. Yalini vreest dat hun bedrog wordt doorzien wil meteen verder naar een nicht in Engeland, maar door een tolk, die bij een gehoor van de inlichtingendienst aanwezig is en gunstige informatie doorgeeft, worden ze gered. Dheepan krijgt een baan als conciërge voor een aantal flats in de Parijse voorstad Le pré, dat volgens het woordenboek weiland betekent, maar dat zo ongeveer het tegenovergestelde een rustige sappige weide is.

Het gezin wordt rondgeleid en Dheepan wordt meteen verteld wat de taken van een conciërge zijn. Dochter Illayaal spreekt een paar woorden Frans en vertaalt voor Dheepan de bezigheden. Die betreffen onder andere het sorteren en uitdelen van de post aan de flatbewoners. De eerste keer dat dit gebeurt, blijkt dat ze de post op voornaam gesorteerd hebben, maar de bewoners zijn behulpzaam om de fout te herstellen. Yalini acht het beter om in hun conciërge woning te blijven, terwijl Dheepan schoonmaakt en Illayaal naar een speciaal taalklasje op school gaat.

Al gauw wil Dheepan dat Yalini ook haar bijdrage in het inkomen levert door buitenshuis te gaan werken. Zijn wens wordt verhoord als Yalini de zorg op zich kan nemen voor de behoeftige Monsieur Habib, die bovenin een van de flats woont. Ze krijgt daarvoor vijfhonderd euro per maand, een groot bedrag waarmee gemaskeerd wordt dat de woning van Habib een plaats van samenkomst is van een drugsbende. Dheepan was ook al op een bende gestuit die ergens op een benedenverdieping samenschool. Op het moment dat hij daar wilde schoonmaken werd hij in de wacht gezet tot de transacties klaar waren.

In de woning van Habib laat zich ook Brahim zien, een drugshandelaar die net vrijgelaten is uit de gevangenis. Hij zoekt contact met de verlegen Yalini en geeft haar geld voor het eten dat hij voorgezet krijgt. Yalini ervaart enige vrijheid in het samenzijn met hem. Dat wordt sterker als Dheepan door een voorman van de Tamiltijgers wordt aangezet om geld te leveren om wapens te kopen voor de strijd. Dheepan wordt tegen zijn wil aangezet om mee te doen met de drugshandel. De vervreemding tussen Yalini en Dheepan neemt daardoor toe. Yalini wil zelfs een keer ontsnappen naar Engeland maar wordt op het perron tegengehouden door Dheepan die haar paspoort uit haar tas haalt en meeneemt.

Zoals te voorzien is loopt het drama niet goed af, al zorgt die er toch weer voor dat de drie een gelukkiger toekomst tegemoet gaan. De spanning in de film is groot, de dreiging met geweld is anderhalf uur aanwezig en culmineert tegen het einde inderdaad in een explosie, waarbij Dheepan zijn oude strijdmethoden mooi kan toepassen.  

Hier de trailer, hier mijn bespreking van De rouille et d’os, hier die van Un prophète.