Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 27 juni 2017

Filmrecensie: Guess who is coming to dinner (1967), Stanley Kramer


Grappige en boeiend verwikkelingen rond een interraciaal huwelijksvoornemen

De samenwerking van Katherine Hepburn en Spencer Tracey levert altijd vuurwerk af, ook in de laatste film Guess who is coming to dinner die Tracey mocht maken. In de documentaire The great Kate (2013) van Rieke Brendel en Andrew Davies wordt uitgelegd hoe dat in elkaar zat. In Guess who is coming to dinner is te zien dat de twee een bijzondere hartverbondenheid hadden. Aan het eind van de film toont de liberale krantenmagnaat Matt Drayton uit San Francisco zich een man met een hart, niet in de laatste plaats voor zijn vrouw Christina. Het openingslied Glory of love zet de toon.

De kwestie waarover het gaat is de plotselinge verkering van hun 23-jarige dochter Joey met de vijftien jaar oudere, zwarte intellectueel John Prentice (Sidney Poitier), opgeleid in de medische wetenschap en inmiddels bouwend aan een internationale carrière. John en Joey hebben elkaar op Hawaii ontmoet en waren meteen verliefd op elkaar. Binnen twintig minuten zegt Joey tegen Christina, die dat nog lang vindt want de tijd dat zij en Matt gek op elkaar werden, was korter.

Christina is dan ook de eerste die een huwelijk tussen haar dochter en de ontspannen en galante zwarte man goedkeurt. Na de eerste schrik is ze om. Haar man Matt, die eerst denkt dat er iets ergs is gebeurd met een dokter in huis, heeft er langer voor nodig. Hij voorziet vooral de negatieve reacties uit de omgeving en wil zijn dochter dit leed besparen. Joey zelf is daar helemaal niet mee bezig. Ze wil zo snel mogelijk trouwen en vraagt daarom de toestemming van haar ouders. John is behoedzamer. Hij is zelfs bereid van een verdere relatie met Joey af te zeggen als de ouders zijn aanwezigheid niet op prijs stellen. In dit het krachtenveld moet men tot een oplossing zien te komen, al werd het mij niet duidelijk waarom het huwelijk zich zo snel moest voltrekken.  

De kennismaking tussen John en de ouders van Joey wordt mooi uitgespeeld. Daarna volgt nog een andere krachtmeting, namelijk met de ouders van John die op de maatschappelijke ladder een heel stuk lager staan, maar een groot zelfbewustzijn hebben. Ze weten nog helemaal niet dat hun zoon een jong blank meisje aan de haak heeft geslagen en moeten, na de uitnodiging van Joey om meteen bij haar ouders te komen dineren, even bijkomen van de schok. Daarnaast zijn er boeiende bijrollen van een zeer liberale blanke geestelijke en een nijdige zwarte huishoudster. De laatste kan het niet zetten dat iemand van haar eigen ras zich zomaar op gelijke hoogte plaatst met haar blanke werkgevers. Het is daarbij wel vreemd dat ze haar dochter Dorothy niet verbiedt om uit te gaan met een kruideniersjongen.

In de vijftig jaar oude film naar de gelijknamige roman van William Rose klinkt het woord negro waarmee de zwarte wordt aangeduid als een scheldwoord. Daaraan is te zien dat de maatschappij zich in een halve eeuw sterk ontwikkeld heeft. Wellicht komt dit ook door een film als Guess who is coming to dinner. De onderonsjes tussen de vaders maar vooral die tussen de moeders en die tussen Matt en de moeder van John maken veel duidelijk over principiële kanten van de rassenkwestie. Matt staat zwaar te peinzen na het gesprek met de moeder van John, nadat hij er eerder al door de geestelijke opgewezen is dat zijn liberale denkbeelden, verwoord in The Guardian, niet alleen een aardig concept zijn om mee te schermen maar dat hij daar ook mee moet leven.   

Hier de trailer, hier mijn verslag van The great Kate.

maandag 26 juni 2017

De neven van Eus (2017), vijfdelige reisserie met Özcan Akyol


Nederturk begeeft zich in wespennest

Schrijver Özcan Akyol (Deventer,1984), onder andere bekend van de autobiografische roman Eus (2012), reist naar Turkije om zijn neven en nichten te spreken en ons te informeren over het geboorteland van zijn ouders. Turkije is sterk in beweging en speelt een belangrijke rol in de wereld van vandaag, zegt hij in zijn inleiding. Zelf zit hij in een spagaat tussen zijn Turkse wortels en zijn westerse leefstijl en denkbeelden. Zijn moeder, die verder niet in beeld komt, vindt Erdogan een knappe man. Het zou boeiend zijn om meer te weten te komen over de motieven van de meerderheid om te kiezen voor het starre beleid van Erdogan, maar Özcan brandt zich liever niet teveel aan deze kwestie, al komt die in de gesprekken met zijn neven en nichten steeds vaker aan de orde.

De eerste aflevering begint in Sivas, provinciehoofdstad in Centraal Anatoliê, bakermat van zijn alevitische familie en ook die van de huidige republiek Turkije. Özcan bezoekt een museum waar oprichter Atatürk wordt vereerd. Daarna reist hij met een gids naar het bergdorp Yesilalan waar ze ouders woonden en waar hij familieleden ontmoet. De ontvangst is hartelijk. De omstandigheden waarin de mensen leven zijn pover. Een achterneef en zijn vrouw wonen boven een stinkende stal, maar anders is er niet. Dorpshoofd oom Mehmet legt uit dat de Turkse regering weinig op heeft met de alevitische minderheid en de soennieten bevoordeelt. Die krijgen asfalt, Yesilalan niet. Hun diensten houden ze in het dorpshuis. Als zij vertrekken houdt het dorp op met bestaan. Özcan doolt rond op de plek waar vroeger het ouderlijk huis stond en bezoekt het kerkhof waar veel familieleden liggen. Omdat hij de grafsteen van zijn veertig dagen oud geworden broer niet vinden, laat hij een nieuwe maken.
Özcan is ook in Ulas waar zijn ouders hun vakanties vierden. Dat waren lange en saaie weken. Hij vertelt over het lammetje dat hij als vierjarige als huisdier had en dat in een abattoir werd geslacht in verband met het feest van hun besnijdenis. Zijn vader reageerde onverschillig op zijn verontwaardiging en Özcan at daarop tien jaar geen vlees. In Ulas woont oom Ibrahim die na een carrière als ambtenaar tegen betaling voor andere plaatsgenoten brieven aan instanties schrijft. Hij vertelt dat onder druk van de conservatieven de raki uit de winkels is gehaald, maar dat slechts twintig procent van de tachtig miljoen Turken belijdend moslim is en dat niemand voor de sharia wetten is waarbij een man vier vrouwen kan trouwen. Veranderingen zijn niet blijvend, zegt Ibrahim. Turkije zal een seculiere staat blijven, zoals Atatürk gewild heeft.

Vijf jaar geleden was Özcan voor het laatst in Ankara. Een taxichauffeur zegt dat mensen niet snel veranderen, maar Özcan wil dat wel eens peilen bij zijn familie die in de hoofdstad woont. Hij gaat naar een ontmoetingscentrum waar juist het vrouwelijke deel een goudgeefdag houdt. Om beurten krijgt men na een etentje geld van elkaar. De gelukkige nicht van die dag gaat er een cadeautje voor kopen voor de uitzet van haar dochter. Over Erdogan zijn ze kritisch, een van hen wil zelfs uit het land weg. Özcan is onder de indruk van het sterke familiegevoel en de troost die ze bij elkaar vinden.
Elders is dat anders. In een Erdogan gezinde krant leest hij dat tegenstanders van het regime worden gevraagd zichzelf aan te geven en ook ziet hij een tekstbalk boven een taxibedrijf waarop Nederland wordt uitgemaakt voor fascistisch. Als Özcan doorvraagt blijkt dat men geen haat koestert tegen Europeanen maar enkel het eigen land verdedigt dat door Europa verzwakt wordt.
Özcan zoekt een schoenmaker met dezelfde naam als de president, maar krijgt alleen zijn broer te spreken die zich onthoudt van politieke uitspraken en alleen oog heeft voor hun bedrijf in deze onzekere periode.
Met achterneef Ali bezoekt hij het mausoleum van Atatürk, die vond dat man en vrouw gelijkwaardig waren. In de huidige maatschappij is echter sprake van achterstelling van vrouwen. De alevieten gedijen bij de scheiding van kerk en staat, maar zijn tegelijk bang dat de seculiere staat straks de nek wordt omgedraaid. Ali vreest zelfs voor een burgeroorlog.
Nicht Gulcin heeft een schoonheidssalon waar de meningen over de politiek van Erdogan vrijuit besproken worden, alleen komen er minder vrouwen uit angst voor bomaanslagen. Neef Dogan is café eigenaar en kampt met hetzelfde probleem, maar hij vanwege de prijsstijgingen van bier en de verscherpte controle door de conservatieven.
Schrijnend is het verhaal van achterneef Cetin die chirurg is in het ziekenhuis, dat stond te trillen tijdens het bombardement na de aanslag op het parlement ten tijde van de coupe. Hij opereerde de gewonden waaronder een burger die kogels in zijn hoofd had gekregen. Als kind was hij zonder ouders, omdat zijn vader in Duitsland werkte en zijn moeder vroeg overleed. Als Aleviet kan hij geen promotie maken.
Tenslotte kijkt Özcan met het mannelijk deel van zijn familie uit Ankara naar de voetbalwedstrijd van de Turken tegen Finland. Aangeschoten maar blij met de verbroedering verlaat hij de stad.

De afgelopen vier jaar ging Özcan in de vakantie met zijn vriendin naar Antalya. Hij vraagt zich af wat er over is van de mooie kustplaats. Het centrum is uitgestorven, misschien niet alleen vanwege de regen. Achterneef Cengiz werkt in de toeristenindustrie en toont de stilliggende toerboten in de haven. Geïnvesteerd wordt er volgens hem niet meer. Het geluids- en alcoholverbod houden toeristen weg en anders wel door de gescheiden baden voor mannen en vrouwen. Özcan merkt gelaten op dat daar in deze verlatenheid niets van te merken is. Hij gaat met Cengiz naar een plaats verderop, waar hij een pension zou huren. Op weg ernaartoe rijden ze in een agrarisch gebied langs lege kassen omdat er geen afzet is. De manager van het pension, die het pension voor tien jaar gehuurd heeft, heeft twee moeilijke jaren achter de rug en klaagt over de economische stilstand. Tijdens een boottochtje laat Cengiz zien dat de bezetting van de grote hotels aan het strand matig is. Het conflict met Duitsland en Rusland heeft de toeristen weggejaagd. De burgeroorlog in het Zuid Oosten doet de klandizie ook geen goed. Men is bang voor aanslagen. De gevolgen zijn schulden, faillissementen en
werkeloosheid. Er komen alleen nog Arabieren die benieuwd zijn naar de Westerse vrijheid in Turkije.
Achterneef Murat bevoorraadt kleine supermarkten. Özcan helpt hem met sjouwen, maar veel spullen raakt hij niet kwijt. De concurrentie is groot. Murat is gelukkiger in Antalya dan in Sivas waar hij vandaan komt. Özcan prijst zijn moed om een plaats in de handel te verwerven. Hij heeft in ieder geval niet, zoals zijn vrouw die in het onderwijs werkt, te maken met een grote druk door de overheid.
Özcan denkt erover een huis te kopen, maar heeft zijn twijfels en praat daarover met een makelaar. Deze laat hem een mooi huis in een nieuw deel van Antalya zien, waar hij zelf niet zou willen wonen. De sinaasappelbomen die zo heerlijk ruiken, zullen spoedig door nieuwe huizen vervangen worden. Uiteindelijk voelt Özcan zich niet veilig genoeg om daar met zijn gezin te gaan wonen, zelfs al biedt de makelaar aan dat hij zijn geld terugkrijgt als de regering onverhoeds vanwege kritiek op het bewind zijn huis in beslag zou nemen.
Een muzikale achterneef, Ersin, vertelt over het gevaar een eigen mening te uiten. Hij en zijn vrouw, die zingt, hebben daardoor veel vrienden verloren. Tijdens optredens houden zij rekening met de achtergrond van zijn gasten, maar zij willen wel graag de Alevitische cultuur in stand houden. Özcan bezoekt een optreden in een restaurant en zingt zelf ook mee. Hij vraagt zich af of hoe liberaal de sfeer inclusief alcohol op zijn nieuwe bestemming zal zijn.

Kayseri is een industrieel centrum in het midden van Turkije en een conservatief bolwerk terwijl de familie van Özcan helemaal niet zo behoudend is. Dat dit botst blijkt meteen uit een ontmoeting met nicht Gükshir. Ze werkt als staatslotenverkoper op een plein en Özcan wordt daar lastig gevallen door Turken, die net uit het vrijdagmiddaggebed komen. De onrust heeft te maken met de ophef over de deelname aan het Turkse referendum in Nederland, dat Erdogan meer macht moet geven. Özcan wordt van het plein verjaagd en verbijt zijn teleurstelling achter een kop thee. Zijn nicht is nogal laconiek over haar fanatieke stadsgenoten. Ze heeft erger zaken aan haar hoofd. Eerder vertelde ze dat ze leed aan darmkanker, diabetes en hoge bloeddruk.
Achterneef Nusret zit in de handel van witgoed en moet alles weten over de economische toestand. Die is vanwege de politieke situatie minder dan vorig jaar, zegt hij. Hij leidt Özcan rond door de stad. De mensen zijn materialistisch ingesteld. Hoewel de stad modern oogt zit er een conservatief patroon onder waardoor men in sociaal cultureel opzicht achterblijft. Hij is te bang om daar meer over te vertellen. Hij toont Özcan een enorm bedrijventerrein en maakt een opmerking over fabrieken van Gülen aanhangers die door de staat zijn overgenomen. Een buurman van Nusret is van de AK partij en bouwondernemer. Hij toont Özcan een flat in het nieuw gedeelte van de stad met saaie hoogbouw, maar is daar zelf trots over.
Terug in het centrum blijft Özcan ver weg van het plein, waar hij in de problemen kwam. Hij praat met een schoenenpoetser die het zwaar heeft omdat de huren en studiekosten voor zijn kinderen omhoog zijn gegaan terwijl hij niet meer geld kan rekenen voor een poetsbeurt. Turken zijn onderhandelaars, zegt hij.
Achterneef Onur zit met zijn vrienden in het park. Ze zingen, begeleid door gitaar, liefdesliedjes. Onur wil het liefst naar het vrijzinniger Istanbul om daar te studeren en de problemen van de mensen te verlichten. In Kayseri was een boek met uitspraken van Atatürk tijdens het referendum verboden en tijdens onlusten wordt Wikipedia geblokkeerd.

Veel familieleden van Özcan trokken vanuit Sivas naar Istanbul, de meest westerse en liberale stad van het land. Özcan vertelt dat twintig jaar geleden links hier aan de macht was en ook de mensen onderdrukte. Hij vraagt zich af hoe men in een verdeelde stad met zowel een Aziatisch en een Europees deel met elkaar leeft.
De neven Mahsuni en Erdogan kwamen als boeren uit Sivas en begonnen met het geld van hun bruiloft in de textiel. Ze hebben een naaiatelier waar vijftien personen werken, waaronder hun vrouwen. Na de boycot van de Russen in 2004 kregen ze het zwaar. Ze maken zo weinig winst dat Mahsuni zijn kinderen afraadt om het werk in deze branche over te nemen.
Achternicht Zöhre is getrouwd met een man die in het onderwijs werkte maar een jaar voor zijn pensioen om politieke redenen naar huis is gestuurd. Daarnaast is ook hun zoon ontslagen. Zöhre maakt zich grote zorgen over zijn toekomst.
Özcan viert op 23 april de dag van het kind mee, die nog door Atatürk is ingesteld. De gouverneur refereert tijdens zijn toespraak aan kinderen die tijdens de coupe gedood zijn en daarmee martelaren zijn van het nieuwe Turkije.
Tante Hasim woont in bij een neef in en vertelt over hun verdriet toen haar jongste zus met haar man naar Nederland ging. Zelf ging ze toen naar Istanbul waar veel meer verkeer was dan in Sivas, hetgeen ze gevaarlijk vond. Ze zou gezien de onzekere toekomst haar kinderen niet tegenhouden om naar het buitenland te gaan. Het gesprek grijpt Özcan aan. De neef wil graag naar een andere wijk verhuizen waar de sfeer beter en minder gepolariseerd is maar de huizen zijn daar duurder.
Tot zijn genoegen constateert Özcan dat in een andere volkswijk de seculiere CHP de buurtbewoners bedankt voor hun steun tijdens het referendum. Hij is blij dat hij daar rustig in een café een satirisch krantje kan lezen en een biertje drinken.
Nicht Berfin studeert rechten en demonstreerde eerder mee voor behoud van het Gezi park. Ze stelt dat strijd nodig is, onder andere op het gebied van vrouwenrechten.

Hoewel Özcan niet zo’n begenadigd spreker is, maakte zijn oprechte houding veel goed. Zijn slotconclusie dat het nog wel goed kan komen met Turkije lijkt me te kort door de bocht.   

Hier meer informatie op de site van de NTR, hier het gesprek van Wim Brands met Özcan Akyol over Eus.

De schijn tegen (2016), documentaire van Simone de Vries


Moordenaar of slachtoffer van een justitiële dwaling, dat is de vraag

Documentairemaker Simone de Vries (1963), onder andere bekend van Beer is cheaper than therapy (2011), een documentaire over de waanzin die oorlog heet, heeft in De schijn tegen een andere vorm van waanzin gefilmd, alleen is onduidelijk of die van de kant van de vermeende moordenaar Reinier Smit of van justitie komt. Daarover zijn de meningen verdeeld. Geert-Jan Knoops die ingeschakeld werd om een herzieningszaak te starten, legt zich niet bij het oordeel van justitie neer en vecht door om Reinier Smit, die nog twee van de twaalf jaar gevangenisstraf te gaan heeft, vrij te krijgen. Smit is inmiddels murw van alle ge-jojo na de moord op zijn vrouw in december 1996.

De Vries spreekt door de telefoon met De Vries, die in de gevangenis zit. Hij vraagt haar of ze gelooft of hij onschuldig is. Zij stelt hem allerlei vragen, ook later gedurende de documentaire, waarin iedereen zijn en haar eigen mening over deze zaak heeft, ook de inwoners van het Groningse dorp waar zich het drama heeft plaatsgevonden. Smit stelt dat hij toch echt niet met gevaar voor eigen leven zijn kinderen uit het brandende huis heeft gehaald, als hij die zelf zou hebben aangestoken om te verdoezelen dat hij zijn vrouw Gonda had vermoord.   

Zij was kapster, hij een vertegenwoordiger in haarproducten. Hoewel het huwelijk op zich al bijzonder was omdat ze er beiden een buitenechtelijke relatie op na hielden en Reinier gokverslaafd was, vertelt Reinier dat hij op de dag van de moord een ruzie probeerde te sussen tussen zijn vrouw en een andere medewerker in de kapperszaak , die veertig kilometer verderop woonde. Op het moment dat hij thuis kwam, nogal laat omdat de medewerker niet thuis was geweest, hij lang op hem had gewacht en ook nog eens twee keer voor een opgehaalde brug had gestaan, ontdekte hij de brand en haalde zijn kinderen uit huis. De lezing van de politie was anders. Hij zou de brand zelf aangestoken hebben nadat hij al het geld dat in de kluis lag, eruit gehaald had om te vergokken en zijn vrouw vermoord dat hem dat wilde beletten.

Omdat men het bewijs nooit rond kreeg werd Reinier steeds weer op vrije voeten gesteld, maar tenslotte op grond van een flinterdunne getuigenverklaring toch voor twaalf jaar vastgezet. In de tijd daarna is er het nodige onderzoek verricht, onder andere door studenten van de VU onder leiding van rechtspsycholoog Van Koppen. Hij vond de zaak prachtig studiemateriaal voor zijn studenten. De resultaten van het project Met gerede twijfel werden vastgelegd in het boekje De Hoogezandse brand (zie foto). Ook Peter R. de Vries hield zich al met de zaak bezig. Hij probeerde op een weinig fatsoenlijke manier Reinier met een verborgen camera erin te luizen. Naar aanleiding van de knagende onvrede van de ouders van Gonda, boog zich in 2003 nog eens een cold case team over de zaak. De veronderstelling dat Reinier zijn vrouw al had vermoord voordat hij met de auto vertrok, wordt gelogenstraft door de dochter die vertelde dat haar moeder haar weer naar bed bracht nadat ze beneden was geweest.

Geert-Jan Knoops kan een herziening van het vonnis aanvragen als hij een nieuw feit aandraagt. Knoops komt na onderzoek zelfs met drie nieuwe feiten. Ten eerste kunnen de passagetijden van het scheepsverkeer langs de brug kloppen, zoals door studenten van de VU nog eens werd nagerekend, ten tweede kwam de getuige die eerder had verteld dat Reinier hem had ingelicht over de moord, op zijn bekentenis terug, ten derde bleek uit nader onderzoek dat de brand al begonnen moest zijn voordat Reinier thuis kwam. De rechter acht de nieuwe feiten echter niet sterk genoeg om een nieuw onderzoek te starten. Knoops vecht door. Het zou mooi zijn als hij, net als in eerdere herzieningszaken, de waarheid boven water kan krijgen. De Vries kan haar documentaire, die op enkele gereconstrueerde elementen na op waarheid berust, dan nog eens updaten.  

Hier de trailer van De schijn tegen, hier mijn bespreking van Beer is cheaper than therapy.

zondag 25 juni 2017

Filmrecensie: Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1975)


Heerlijke terugblik naar Nederlandse acteurs uit de jaren zeventig

De verhalenbundel Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1973, zie foto) vormde, net als ander werk van Heere Heeresma (1932-2011), een inspiratiebron voor filmmakers. Vier van de vijf verhalen uit de bundel werden door verschillende regisseurs verfilmd. Het verhaal Maar de wielrenner treft geen blaam kreeg de titel Zeeman tussen wal en schip en Anna, verslaafd aan peppillen en lijdend aan straatvrees, mocht niet meedoen. Het was een genot een groot aantal acteurs terug te zien, op de eerste plaats Lex Goudsmit die in het verhaal De smalle, oude man op onvergetelijke wijze een verschopte opa verbeeldt. Alle verhalen spelen zich, zoals de titel aangeeft, af in een sfeer van weemoed en onvervuldheid, misschien wel kenmerkend voor de jaren zeventig.

Bas van de Lecq nam Meneer Frits op zich op basis van een scenario dat door Guus Luyters werd geschreven. In de bundel heet het verhaal Mijnheer Frits en juffirouw Lenie dat uitdrukt waar het verhaal over gaat, namelijk de genegenheid die een kantoormeisje (Pleunie Touw) en haar baas (Hugo Metsers) voor elkaar voelen. De film begint op kantoor waar Frits Lenie op een fout wijst. Lenie haalt echter de instructies erbij om te laten zien dat zij de factuur geheel volgens de aanwijzingen heeft opgemaakt. Voordat Frits aan het eind van de dag aan Lenie bekent dat hijzelf de fout heeft gemaakt, speelt zich een vermakelijk rendez-vous af bij de ouders van Lenie in de Jordaan. Frits die duidelijk op zoek is naar vrouwelijk gezelschap, heeft ’s avonds op straat per ongeluk de weg gevraagd aan Lenie die boodschappen voor haar ouders heeft gedaan en nog in een etalage staat te kijken. De situatie is nogal genant, maar Lenie redt die door Frits de weg te vragen naar de dichtstbijzijnde tram, die haar naar huis brengt. De moeder van Lenie nodigt Frits uit voor een kopje koffie, waarbij de puzzelende vader van Lenie (Sacco van der Made) elk woord opvangt dat de twee met elkaar in de voorkamer wisselen. Voordat deze laatste scène is heel vermakelijk.

De smalle, oude man werd geregisseerd door Guido Pieters op basis van een scenario van Ton Ruys. Zoals gezegd speelt Lex Goudsmit hierin een onvergetelijke rol als een opa die door velen veracht wordt en niets wil weten van anderen, die het goed met hem voor hebben, zoals leden van het wijkcomité in Amsterdam Oost die hem aan het eind van het jaar een kerstpakket komen brengen maar geen geld daarvoor willen. De koppige opa stopt daarom een geeltje in de bus van het Leger des Heils, al vraagt de heilssoldate die daarbij staat hem of hij dat wel zou doen, zo’n groot bedrag. Opa heeft wel een goede verstandhouding met zijn kat, al net zo onafhankelijk als hijzelf. Dat wil niet zeggen dat hij geen behoefte heeft aan een vrouw. Hij spelt op zijn armoedige kamertje de kranten op contactadvertenties, maar dat valt niet mee. Tenslotte kruipt hij naast de kat in bed met aan de muur een krantenknipsel met de titel Oude man dood in gang.

Zeeman tussen wal en schip werd opnieuw bewerkt door Guus Luyters en geregisseerd door Ernie Damen. Het verhaal gaat over een zeebonk, mooi gepersonificeerd door Jon Bluming, die een moeilijke relatie heeft met een klarinettiste (Carry Tefsen) die in een nachtclubachtig café speelt met de naam Acapulco, schuin tegenover de bovenwoning van het stel. De zeeman voelt zich onbehaaglijk over de aandacht die zijn vriendin van andere mannen krijgt en slaat daarom de boel in Acapulco plat. Veel aansluiting heeft hij verder ook niet. In de fabriek waar hij werkt is hij een buitenbeentje en in een café dat hij vaak bezoekt kan hij ook geen rust vinden. Een zogenaamde collega wil hem op zijn schip introduceren als de zeeman nog eens zijn kunstje laat zien, namelijk de houten stang die voor de bar langs loopt, met zijn hoofd kapot slaan. Dat wordt ook geen succes. Eenmaal weer thuis gaat zijn vriendin weer naar de club en verwenst de zeeman haar in stilte dat ze dood mag vallen.

Een winkelier keert niet weerom werd geregisseerd door Nouschka van Brakel op basis van een scenario van Chiem van Houweninge. Het duo Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooyer speelt scènes tussen een ruziënde winkelier en een postbode mooi uit. De winkelier doet in porselein maar heeft besloten een dagje te gaan roeien. Vanwege de regen schuilt hij onder een bruggetje om een sigaret aan te steken. Hij verspeelt zijn laatste lucifer en vraagt aan een persoon op de brug of die misschien een vuurtje heeft. Omdat het met een aansteker door een opening tussen de planken niet lukt, vraagt de postbode of de man niet onder de brug vandaan kan komen. De winkelier heeft echter verkleumde vingers en kan de knoop niet loskrijgen waarmee zijn roeibootje vastligt. Daarop laat de postbode een mes naar beneden zakken dat een dierbare herinnering voor hem heeft. Omdat er ijzerdraad in het touw zit, maakt de winkelier het mes kapot waarna een strijd ontstaat over de vergoeding van de schade. Tenslotte kent het verhaal een surreëel einde.     

Hier de pdf van De smalle, oude man.

zaterdag 24 juni 2017

ALS Anneke (2017), documentaire van Jade en Mirthe van Doornik


De laatste zomer van een patiënte met een agressieve vorm van ALS

Anneke Bakker is tweeënzestig jaar oud als ze te horen krijgt dat ze aan een agressieve vorm van ALS lijdt. Ze was altijd een levenslustige, ondernemende vrouw maar stort in korte tijd volledig in elkaar. Ze vraagt haar nichtjes Jade en Mirthe van Doornik om een film over haar levenseinde te maken. In de auto, met Jade achter het stuur en Anneke naast haar (zie foto), bespreken ze de beweegredenen van Anneke. Hoewel die, ook door de spraakproblemen van Anneke, niet helemaal duidelijk worden, zetten de nichtjes zich voor honderd procent in om het verval en de interventies van een hele batterij aan hulpverleners aan de kijkers te tonen.

Op een tijdlijn geven ze aan hoe hard de achteruitgang van hun tante gaat. Ze beginnen haar laatste zomer in het begin van augustus. Anneke tikt woorden op haar tablet omdat ze niet goed meer kan praten en moet kwijlen als ze drinkt omdat ze niet goed kan slikken. Het frustreert haar dat ze zich niet goed kan uiten, maar is blij dat ze nog niet in een karretje hoeft te zitten. Die komt er snelller dan verwacht, zoals haar hele ziekteproces sneller gaat dan gedacht.

Half augustus valt ze naast het karretje, maar wordt erin geholpen door de filmmakers. Ze had ooit een woonboot en houdt van de geur van het water en maakt daarom met haar al 33 jaar geliefde partner Lidia een boottochtje door de Rotterdamse haven. Lidia vreest dat ze straks Anneke niet meer in bed kan helpen als het fysiek slechter met haar gaat. Anneke verafschuwt de voedingssonde temeer omdat ze vroeger ook als kok gewerkt heeft en de meest exquise gerechten maakte.

Begin september kan Anneke niet veel meer dan zwaaien naar de camera. Ze doet dit vanuit bed nadat Jade en Lidia haar daar na een val in teruggelegd hebben. Zelf zegt ze dat ze minder stoer is dan ze zelf gedacht had. Ze verafschuwt het slechte nieuws dat ze keer op keer in het ziekenhuis te horen krijgt. Ze is opstandig omdat ze zelf de regie wil houden. Ze wil rust en denkt aan euthanasie. Lidia krijgt te maken met de onrustige nachten van Anneke, die absoluut niet alleen gelaten wil worden. De relaxfauteuil die Jade in de kamer zetten, geeft ze het cijfer drie.

Half september wordt de datum van de euthanasie vastgesteld. Lidia vertelt hoe ze zich dat voorstelt en heeft het er moeilijk mee. Anneke denkt niet dat ze haar geliefden aan gene zijde zal terugzien, maar dat ze wel met andere zielen zal samenkomen. Jade danst op de avond voor het zelfgekozen einde in het appartement. Ze zegt dat haar tante al niet meer leeft. Het enige dat ze kunnen doen is naar elkaar zwaaien. Met erbarmen wordt de volgende dag ingezoomd op de hand van Anneke waar de huisarts een infuus ingebracht heeft.
  
De documentaire worden beelden van het voortschrijdende ziekteproces van Anneke afgewisseld met zonnige beelden van haar huis in Frankrijk. De nichten waren daar ook vaak en hielpen een de oude woning leefbaar te maken, een project van jaren, dat in tegenstelling stond met het razendsnelle proces van verval van hun tante. Anneke laat zien dat een mens zelf niet zoveel in de melk te brokkelen heeft. De nichtjes tonen deemoed.

Hier nog enige informatie over de makers op de site van het AV festival 2017:
Jade en Mirthe groeiden op in Rotterdam waar ze allebei de vrije school en later de school voor de journalistiek doorliepen. Jade (1986) is journalist/ redacteur bij de NOS en samensteller, verslaggever en nieuwspresentator bij omroep West. Mirthe (1982) is journalist en schrijver. In september 2017 verschijnt haar debuutroman Moeders van Anderen bij uitgeverij Prometheus.

Hier de trailer op vimeo, hier de site van Jade van Doornik, hier die van het AV festival.

Eleanor Roosevelt, first lady of the world (2016), documentaire van Patrick Jeudy


Gekwetste vrouw laat niet met zich sollen

Eleanor Roosevelt (1864-1962) was de echtgenote van president Franklin D. Roosevelt die van 1933 tot 1945 leiding gaf aan de Verenigde Staten. De Franse documentairemaker Patrick Jeudy valt meteen met de deur in huis door op te merken dat haar man op het moment van overlijden van zijn maitresse was en dat Eleanor in de lange tijd dat de rouwstoet naar Washington kwam, alleen was met haar gedachten, Ze behield haar waardigheid behield maar wilde daarna alleen nog maar zichzelf zijn.

Vervolgens gaat Jeudy terug naar de vraag wat Eleanor Roosevelt voor vrouw was. In ieder geval was ze een nichtje van de eerdere president Theodore Roosevelt. Ze trouwde met haar neef in de tweede graad die in 1921 getroffen werd door polio, hetgeen nog niet het einde betekende van zijn politieke carrière. Franklin werd in 1928 gouverneur van New York en stelde zich in 1932 beschikbaar voor het presidentschap terwijl Eleanor hun vijf kinderen opvoedde en haar gehandicapte man bijstond. Sinds ze ontdekt had dat haar man er een liefje op na hield sliep ze niet meer bij hem.

Na de verkiezing tot president hield Franklin een rede waarin hij Eleanor niet eens noemde. Het Witte Huis beleefde ze als een keurslijf. Al gauw betrok ze een woning in de buurt waar ze met vriendinnen woonde. Adviseur Louis Howe stelde haar voor zelf ook een aandeel in de politiek op zich te nemen. Eleanor verkondigde haar feministische meningen, bezocht plaatsen in de V.S. om de resultaten van de New Deal in ogenschouw te nemen en zorgde ervoor dat Frances Perkins minister van Sociale Zaken werd en onder andere het recht voor vrouwen op een minimumloon invoerde.

De ontmoeting met journaliste Lorena Hickok leidde tot een intieme verhouding die in de pers breeduit gemeten werd en niet door iedereen werd gewaardeerd. De vrouwen maakten veel reizen samen, onder andere naar Porto Rico waar ze de armoede bestudeerden. Het zorgde ervoor dat Eleanor strijd voerde voor sociale rechtvaardigheid. In haar toespraken legde ze de nadruk op de waarden in het gezin en tegelijk sloot ze een overeenkomst met de eigenaar van een kledingzaak in New York waardoor ze een garderobe opbouwde. Met haar schoonmoeder kon ze slecht opschieten. Daarom was ze veel van huis.

Een dagelijkse column in de krant vanaf 1935 maakte haar heel populair. Ze gaf daarin ook adviezen. De dood van Howe betekende een grote aderlating voor haar. Edgar Hoover, hoofd van de FBI, kreeg meer invloed en hield haar dertig jaar lang scherp in de gaten omdat hij de macht van vrouwen als een bedreiging ervaarde. Eleanor zette zich in tegen het racisme en organiseerde een concert van de zwarte zangeres Marian Anderson voor het Lincoln Monument. Franklin wilde echter niet te veel concessies doen uit angst katholieke stemmers te verliezen.

In oorlogstijd begon Franklin aan zijn derde ambtstermijn. Eleanor was zo populair dat men een toespraak van haar wilde maar zij hield zich doof. Na de aanval op Pearl Harbor mengden de V.S. zich in de strijd. Eleanor ging in 1942 naar Londen om de Amerikaanse soldaten moed in te spreken. Omdat ze door Franklin niet meer werd gehoord, nam ze niet deel aan de verkiezingscampagne in 1944. Ze was jaloers op haar oudste dochter die haar vader naar Jalta begeleidde waar de wereldleiders over de toekomst van Europa beslisten. Na de verkiezing van Truman richtte Eleanor zich zeven jaar lang op de Verenigde Naties. Ze stond aan de basis van de Verklaring van de rechten van de mens in 1948 en de uitreiking van de Four Freedom Awards. Ze ontmoette Chroetsjov en bezocht China. In november 1962 werd ze begraven naast haar man.

Jeudy sluit af met de opmerking dat er nog veel onbekend is over haar leven. Zijn documentaire laat in ieder zien dat er in het verleden andere visies op de Amerikaanse maatschappij waren, die in een tijd met Trump haast ondenkbaar lijken.    oYiYor 

Hier de site van CPB films met daarop een synopsis en een teaser, hier mijn bespreking van de uitreiking van de Four Freedom Awards in 2014 in Middelburg.

Filmrecensie: Like father, like son (2013), Hirokazu Koreeda


Dilemma rond verwisseling baby’s

Net als in de laatste film I wish van de intrigerende Japanse filmregisseur, waarin het gaat om twee broertjes die elkaar terugvinden, draait het ook in Like father, like son om twee jongetjes. In dit geval zijn ze na de bevalling in het ziekenhuis verwisseld en in twee heel verschillende milieus terechtgekomen. Keita woont bij een welgesteld stel (links op de poster), dat verder geen kinderen kon krijgen, Ryusei is terechtgekomen in het gezin van een ambachtsman met een elektriciteitszaak (rechts op de poster) en heeft daarnaast nog een broertje en zusje gekregen. De hamvraag is wat er moet gebeuren als de verwisseling na zes jaar ontdekt wordt. Ryota, die tot dan toe dacht dat hij de biologische vader van Keita was, wil het liefst beide jongens hebben, maar daar verzetten de ouders van Ryusei zich sterk tegen. Een rechtszaak die door Ryota gewonnen wordt, leidt er wel toe dat de jongens omgewisseld worden. Ryota staat, anders dan zijn vrouw en de andere ouders, voor het behoud van de bloedband en dit heeft weer te maken met de moeilijke verhouding die hij zelf vroeger met zijn vader had.

Het feit dat het steeds alle kanten op kan gaan met de jongens, maakt de film heel boeiend. De ontdekking van de verwisseling van de jongens, die precies even oud zijn, speelt zich af vlak voor de intrede tot de basisschool en daarom zet de directeur van het ziekenhuis druk achter een snelle oplossing van de zaak. De ouders laten zich echter niet dwingen tot een beslissing en beginnen met logeerpartijtjes. Daarin is meteen al het verschil in opvoeding waar te nemen. Ryota en zin vrouw Midori zijn erg ambitieus, laten hun zoon met stokjes eten en willen dat hij zich ook op de piano sterk ontwikkelt, Yudai en zijn vrouw Yukari laten hun zoon vrij om te gamen. Yudai is tegelijkertijd veel meer met zijn kinderen bezig dan de streberige architect Ryota. Yudai gaat samen met zijn kinderen in bad en heeft fysiek contact met ze terwijl Ryota erg veel afstand houdt en op een intellectuele manier met zijn zoon omgaat. Hij spreekt van een missie die zijn zoon te volbrengen heeft als het gaat om het deelnemen aan de logeerpartijtjes en later om het verblijf bij de andere ouders voor onbepaalde tijd. Terwijl Yudai geld probeert te krijgen van het ziekenhuis, dat een ernstige fout zou hebben gemaakt, zet Ryota zijn geld en advocaat in om een regeling tot stand te brengen die hij zelf het beste vindt, over de bloedband zoals gezegd, ofwel nature boven nurture.

De ideeën van Ryota brengen hem in conflict met zijn vrouw Midori, die veel meer op de lijn van de andere ouders zit en ervan uit gaat dat het kind en zijn ouders in de opvoeding naar elkaar toe zullen groeien. Ze verwijt het haar man dat hij meteen na de ontdekking zei dat het hem duidelijk was wat er gebeurd was en dat hij haar de schuld gaf omdat ze de verwisseling niet had opgemerkt. Terwijl Midori de verschillen met haar man niet op de spits drijft en in haar gelijk bevestigd wordt door de verpleegkundige die de verwisseling eigenhandig had uitgevoerd, geven de beide jongens veel meer tegengas. Ryusei laat zich niet gemakkelijk kneden door Ryoka, die door zijn baas opgedragen krijgt zich meer met de opvoeding bezig te houden en echt zijn best doet om daar iets van te maken. Keita loopt zelfs weg als Ryoka met Ryusei terugkomt bij de elektriciteitswinkel.    

De pianomuziek draagt bij aan het stijlvolle karakter van de film. Meteen al in het begin horen we die onder beelden van beschilderde en opgeblazen plastic zakjes die door de groep waarin Keita zit in de gymzaal omhoog gehouden worden om als vliegers dienst te doen. Deze beelden volgen op het gesprek met Keita en zijn ouders over toelating tot een privéschool. Omdat Keita heeft gehoord dat dit bevorderd wordt als hij zegt dat zijn vader met hem kampeert en vliegert, liegt hij dat zijn vader dit soort  zaken met hem doet.    

Hier de trailer van Like father, like son, hier mijn bespreking van I wish.

vrijdag 23 juni 2017

War child (2016), docmentaire van Jamie Roberts


Schrijnende portretten van vluchtende kinderen die aan veel risico's blootstaan

De Britse filmmaker Jamie Roberts portretteert in War child - een nogal ongelukkige titel aangezien die gemakkelijk verward wordt met de hulporganisatie met dezelfde naam - drie kinderen die in het vluchtelingenkamp Idomeni aan de Grieks Macedonische grens verblijven en daar vast zitten omdat Europa de grenzen gesloten heeft na een deal met Turkije die de vluchtelingen zal terugnemen. Ondanks de gevaren die daaraan kleven zoals aanvallen door beren en honden, ontvoeringen, slavernij en geweld, worden er nog steeds pogingen ondernomen om Duitsland binnen te komen via Macedonië, Servië, Hongarije en Oostenrijk. Roberts filmt de pogingen waarbij de elfjarige Afghaanse Emran, zijn vriendje Hussein en de Syrische Rawan bij betrokken zijn. Het bijzondere is dat hij vanuit het standpunt van de kinderen filmt, met al hun spanning over de te maken reis en de ruzies die in het kamp gaande zijn, ook vanwege de onzekerheid vanwege een op handen zijnde sluiting.

Emran wil graag naar zijn broer in Duitsland. Zijn ouders zijn achtergebleven in Kabul. Zijn vriendje Hussein komt uit een andere stad in Afghanistan. De jongens hebben al het nodige meegemaakt voor ze in het kamp terecht kwamen. Hussein is zijn moeder kwijtgeraakt na een schietpartij van de politie aan de Iraans Turkse grens. Emran vertelt dat de Taliban kinderen doodde die op weg waren naar school. Hij mist zijn ouders. Rawan komt met haar familie uit Aleppo. Haar vader was daar autohandelaar. Zij is de oudste en zij heeft nog een broertje van drieëneenhalf. Ze vindt de sfeer in het kamp akelig.

Emran gaat met zijn oom en tante op weg. Hij is blij dat hij de gevechten met de Griekse politie die in het kamp zijn aangebroken, kan ontvluchten maar vreest ook de reis. Niet vertrekken betekent echter dat ze verloren zijn. Hij koopt nog een internationale sim-kaart om met zijn ouders te kunnen bellen, die hem moed inspreken. Hussein reist met een zus, haar man en hun zoontje. Emran schrikt als hij hoort dat Hussein in Macedonië vermist wordt. Hijzelf mag na een ondervraging met een bus door en bereikt tenslotte Duitsland waar hij zich verenigt met zijn broer. In afwachting tot de tijd dat hij bij hem kan gaan wonen, woont hij nog bij zijn oom en tante. Hij is blij dat het op school goed gaat. Hussein is toch ook nog in Duitsland aangekomen, maar onzeker of hij daar mag blijven.

Rawan weet met haar familie de grens met Macedonië over te steken, maar wordt daarbij wel drijfnat vanwege het onweer. De smokkelaar laat zich eerst niet horen, maar meldt dan dat ze vanuit het maisveld, waar ze zich verstopt hebben vanwege politiepatrouilles, naar de spoorlijn moeten komen. Rawan toont dagen later een filmpje van een locatie in de bossen waar ze worden vastgehouden in ruil voor losgeld van familie in Turkije. Als dat eenmaal aangekomen is mogen ze Servië in. Rawan is door haar ervaringen een stuk ouder en wijzer over de menselijke aard geworden. Om in Hongarije te komen moeten ze zich op een lijst laten zetten. Daar staan al honderdvijftig mensen op, terwijl er maar vijftien per dag worden binnengelaten. Het kamp waarin ze zitten is een verschrikking. Ze reizen vanuit Hongarije verder met de trein maar moeten wel uitkijken dat ze niet opgepakt worden en extra geld geven aan de conducteur. De grens met Oostenrijk komen ze niet zomaar over. Ze dienen zich te verstoppen. De opluchting dat ze in Duitsland zijn, is groot, heel groot.

In de aftiteling laat Roberts weten dat de laatste twee jaar veel kinderen alleen naar Europa zijn gereisd en dat er tienduizend worden vermist. Het is en blijft stuitend dat Europa na de deal met Turkije geen oplossing bood aan de vluchtelingen die in het voorjaar van 2016 tussen wal en schip raakten. Nog steeds kan Nederland dat goedmaken door extra vluchtelingen in de leegstaande asielzoekerscentra op te nemen, maar het afspringen van een regeerakkoord met Groen Links doet het ergste vermoeden. Sterk is het bezoek een dezer dagen van onze koning aan Palermo waar burgemeester Orlando, eerder geportretteerd door Tegenlicht in Siciliaanse lente, vluchtelingen als mensen ontvangt en daarmee een ander en heel wat frisser geluid laat horen dan we uit de mond van Nederlandse politici vernemen.

Hier de trailer op vimeo, hier mijn bespreking van Siciliaanse lente.

Filmrecensie: Her (2013), Spike Jonze


Voorspelbare ontwikkelingen rond een digitale liefdesverhouding

Spike Jonze, de maker van onder andere Being John Malkovich (1999), probeerde met Her een interessant eigentijds digitaal drama te schetsen, maar slaagde daar helaas niet in. Aan de stem van Scarlett Johansson als de digitale vriendin van hoofdrolspeler Theodore Twombly en het spel van flatbewoonster Amy Adams ligt dat niet. De film gaat vooral mank door weinig originele teksten, een gemiste filosofische diepte, ongeloofwaardigheid en voorspelbaarheid. Ik zou een heel cynisch stuk willen schrijven maar beperk me maar tot de inhoud.

Theodore Twombly woont in een glazen appartement ergens hoog in Los Angeles. Hij werkt voor een bedrijf dat brieven schrijft in opdracht en doet dat volgens zijn baas Paul erg goed. Theodore zelf is erg eenzaam na het vertrek van zijn vrouw Catherine. Thuis speelt hij videogames en praat met soortgenoten in een chatroom. Een bericht op de computer over een date via een nieuw besturingssysteem wekt zijn interesse. Hij komt aldus in contact met Samantha die meteen heel invoelend met hem praat en zijn eenzaamheid enigszins verlicht.

Hij spreekt de documentairemakers Amy en Charles die op zijn etage wonen over een date met een echte vrouw, die slecht afloopt. Samantha heeft met hem te doen. Ze kan hem niet alleen helpen met zijn administratie, maar meent dat ze zelf ook gevoelens heeft, al is ze bevreesd dat die geprogrammeerd zijn. Ze hebben zelfs enig subtiel tactiel contact, waarbij Theodore zelfs opgewonden werd. Hij rent met haar in zijn borstzak naar het strand en luistert daar naar een muziekstuk dat zij ter plekke gecomponeerd heeft.

Amy is sip omdat Charles de relatie verbroken heeft, in een klooster is gegaan en omdat het met haar documentaire ook niet erg opschiet. Theodore helpt haar en vertelt over zijn eigen geluk. Samantha vertelt later dat ze jaloers is op hun contact en wil graag naar Theodore kijken als hij slaapt. Daartoe zet hij de camera van zijn mobiele telefoon op zichzelf gericht op zijn nachtkastje.

Een wending krijgt de film tijdens de ontmoeting tussen Charles en Catherine over het tekenen van de scheidingspapieren. De gevoelige Catherine verwijt hem dat hij geen relatie kan krijgen met een echt mens en zijn toevlucht neemt tot een surrogaat. Haar verwijt zet hem aan het denken en maakt hem verdrietig. Samantha voelt dat Theodore een hart onder de riem nodig heeft en nodigt een collega van haar uit die wel een lichaam heeft, maar dat seksuele contact wil evenmin vlotten.

Er ontstaat zelfs onenigheid tussen Theodore en Samantha, waardoor Theodore voor troost naar Amy gaat die inmiddels zelf ook een digitale hulp heeft. Ze praten over het nut van een digitale relatie, waarbij Amy zegt dat het leven kort is en dat ze ook wel wat vreugde mag hebben. Daarop komt het toch weer goed tussen Theodore en Samantha.

Ze gaan zelfs op vakantie naar de sneeuw. Een onderhoud tussen Samantha en filosoof Alan Watts schiet Theodore in het verkeerde keelgat. Hij maakt een wandeling en ploetert door de sneeuw. Als hij hoort dat Samantha 8316 relaties tegelijk onderhoudt, waarvan 641 liefdesrelaties, is hij helemaal verstoord, maar toch is hij ongelukkig als hij hoort dat de digitale besturingssystemen ermee ophouden. Voor vertrek zegt Samantha nog dat hij haar maar eens moet komen opzoeken. Samen met Amy gaat Theodore het dak op om nog een laatste blik van hen op te vangen. De allerlaatste blik is voor elkaar.  

Hoofdrolspeler Joachim Phoenix speelde in hetzelfde haar samen met Marion Cottilard in The immigrant

Hier de trailer, hier mijn bespreking van The immigrant.

donderdag 22 juni 2017

Filmrecensie: Little black spiders (2012), Patrice Toye


De lotgevallen van ongewenst zwangere tienermeisjes prachtig verbeeld

Patrice Toye, bekend onder andere van de onvergetelijke film Rosie (1998) over een jong meisje dat geen ouders meer heeft en samenwoont met een 27 jarige vrouw, hetgeen tot de nodige verwikkelingen leidt, neemt in Little black spiders een ander weesmeisje tot hoofdpersoon. Het is de vier jaar oudere Katja Beersman, eigenlijk Catherina, die zwanger is geraakt van Gie, haar leraar klassieke talen en naar de zolder van een ziekenhuis in de bossen wordt gebracht waar tien ongewenst zwangere tienermeisjes de bevalling afwachten, het kind afstaan en daarna weer verder kunnen gaan met hun tienerleven.

De hoofdrol van Katja wordt geweldig gespeeld door Line Pillet. Ze heeft de juiste mengeling van doortastendheid en dromerigheid. Hoewel het eerst lijkt dat ze niet geaccepteerd wordt de groep, weet ze zich aardig te handhaven. Ook door de vriendschap met Roxanne (Charlotte de Bruyne). Een voorbeeld hiervan zien we als de groep een boekje afpakt dat Katja van haar geliefde docent heeft gekregen. Het betreft een Grieks treurspel waaruit door de anderen wordt voorgelezen, waarop Katja voorstelt het stuk met z’n allen te gaan spelen. Het is mooi te zien hoeveel energie er loskomt als de meisjes zich op sleeptouw laten nemen.

De groep in het ziekenhuis verveelt zich erg, zoals we uit de beelden zien. Vaak zitten ze loom samen in het bos na hun activiteiten in het naai atelier, uitgevoerd onder het oog van Cecilia, die ooit ook zwanger was en onder de hoede kwam van Simone, de feeks achtige directrice van de afdeling. Bij binnenkomst neemt ze Catherina meteen haar eigen naam af en geeft haar de gewonere naam Katja. Ook laat ze het meisje een formulier tekenen waarin ze, hoewel Katja zich dat niet bewust is, toestemming geeft om het kind te laten adopteren.

Met Roxanne praat Katja erover dat ze hun kind graag willen houden. Ze converseren met elkaar door een luikje dat is verborgen achter een schilderij met Jezus erop, die opeens lijkt te roken. Katja schrijft ook in haar dagboek aan haar geliefde leraar Gie, die maar niet komt. Als ze acht maanden zwanger is, besluit ze naar hem te gaan. In een treurige scène ziet ze dat Gie in de vroegte afscheid neemt van zijn vrouw om naar school te gaan. Hij stelt voor dat Katja met hem meerijdt. Dan kunnen ze praten. Katja die duidelijk nog steeds smoorverliefd op de classicus is, raakt zwaar teleurgesteld als Gie geen enkele verantwoordelijkheid voor haar kind op zich wil nemen. Haar verlangen naar het moederschap wordt geknakt.

Samen met Roxanne besluit ze weg te lopen uit het ziekenhuis over de grens waar ze naar toe zijn gebracht om te bevallen, omdat er in hun eigen ziekenhuis op zondag niet gewerkt wordt. Omdat Katja erop staat om met Roxanne mee te gaan die al weeën heeft, wordt bij haar de bevalling opgewekt. In de meest dramatische scène uit de film gaat Katja met haar baby naar Roxanne die zegt dat haar kindje het niet heeft overleefd. In de net zo dramatische afloop neemt Roxanne het kindje van Katja aan als haar eigen kind.

Little black spiders speelt in het jaar 1987. De beelden zijn van een hallucinerende aard. De punkmuziek uit het cassettedeck van Katja werkt vervreemdend in de stille atmosfeer van het ziekenhuis. De beginbeelden met gekrabbelde uitroepen van voorgangers op de muren geven al een desolaat beeld van de opvang van de meisjes. Dat de film gebaseerd is op werkelijke feiten, maakt het allemaal nog aangrijpender. 

Hier de site van Little black spiders met daarop een trailer en veel meer informatie.

woensdag 21 juni 2017

Recensie: Er is geen vorm waarin ik pas (2017), Erna Sassen


Jong volwassene leert met vallen en opstaan omgaan met verlies

Drie jaar geleden schreef Erna Sassen haar meesterwerk Kom niet dichterbij over Reva, een studente aan de Toneelschool, die tot leedwezen van haar zus Marjolijn ten gronde gaat aan een relatie met een docent. Inmiddels is een soortgelijk drama in de haarvaten van hoofdpersoon Tessel gekropen. Op hilarisch hysterische toon doet ze verslag van haar probleem om uit de klauwen van een verlieservaring te komen, eenzelfde ervaring als Reva haar gemoedsrust kostte, namelijk een verhouding met een leraar, dit maal met haar leraar Nederlands op de middelbare school. Het verlies kan ze toetsen aan een moeder die een dochter van haar leeftijd verloren heeft. Deze Evelien wijst haar de weg om door te gaan met haar studie en haar middelbare school af te maken. Met steun van haar broer kan Tessel aan het eind van het schooljaar beargumenteren dat een jongere dochter van Evelien niet met vriendinnen naar Berlijn moet gaan en zelfs levenslessen ten beste geven over het houden van een hond, al volgen daarop wel weer de onvermijdelijke ontkrachtende bijgedachten.

In het begin van het boek zit Tessel in de vierde van de middelbare school en moet ze een onderwerp kiezen voor een profielwerkstuk. Haar vader, een kunstenaar, heeft de wijk genomen naar Rome, hetgeen de stabiliteit van Tessel niet ten goede komt. Ze heeft een moeilijke relatie met haar moeder, zoals veel meisjes in die leeftijd zullen kennen. Ze maskeren daarmee de onzekerheid waaraan ze ten prooi zijn. Bij Tessel komt deze tot uiting in het contact met Evelien, de rouwende moeder van Sanne, die als kind al leukemie had, maar die terug is gekomen en waaraan ze overleden is. Het hart van Tessel is groot, maar omgaan met zo’n verdriet van een volwassene is geen eenvoudige zaak. Het is een mijlpaal als ze een keer ruzie met Evelien weet te maken. ‘Het was voor het eerst in mijn leven dat ik met iemand ruzie had gemaakt. Iemand anders dan mijn moeder, bedoel ik. Maar ruzie met je moeder, daar heb je geen heldenmoed voor nodig, dat is een fluitje van een cent. (…) Dit was een existentiële ruzie.’ En die loopt tot opluchting van Tessel goed af.

Dat kan niet gezegd worden voor haar omgang met haar leraar, die aangeduid wordt met P. Hij timmert naast zijn baan als leraar en regisseur van het onderbouwtoneel ook als cabaretier aan de weg en kan daarbij wel een assistente gebruiken die zijn invallen noteert. Tessel doet zelfs boodschappen voor P. en zijn vrouw omdat ze het zo druk hebben. Sluipenderwijs trekt P. zijn leerlinge naar zich toe om haar hard van zich af te stoten als hij haar niet meer nodig heeft, waarna zij met de gebakken peren zit. Een geheim plan om hem een hak te zetten, leidt uiteindelijk, zonder dat dit uitgevoerd heeft, tot een meer bevredigende toekomst.

Het verhaal van Tessel wordt met veel humor vertelt, dat is de hilarische kant van de hysterie die overal wel te horen is, tot in de kleine lettertjes aan toe. Zij maakt to do lijstjes om controle te houden over haar leven. Vaak moet men lachen om het extreem reflectieve karakter van Tessel, die het gevoel heeft dat ze iets moet met anderen, bijvoorbeeld als haar leraar aardrijkskunde weer terug is op school nadat een kind van hem aan wiegendood is overleden. Sassen legt daarbij een vinger op een grote wond in onze maatschappij, namelijk het onvermogen om verdriet een plaats te geven, ook al wordt die door vele knuffels en waxinelichtjes verdoezelt. Een adequate en collectieve rouwverwerking is daarmee nog niet gerealiseerd. Daarnaast is Er is geen vorm waarin ik pas een pleidooi voor een maatschappij waarin mensen, waaronder ik meteen ook maar de middelbare schoolleraren reken, eerlijk zeggen wat ze menen en niet vol zitten met dubbele boodschappen die een gevoelige geest alleen maar hoorndol maken. Het zou al heel wat zijn als jonge mensen niet hoeven te passen in de vorm die ze toegeschreven krijgen, maar een meer vloeibare identiteit kunnen aannemen.  

Sassen schrijft met overtuiging over de manier waarop Tessel in de netten van haar leraar verstrikt raakt. Zo’n naïeve geest in een kwetsbare leeftijd kan gemakkelijk misbruikt worden. Na de brute afwijzing door de leraar komt ze terecht in een wereld van schaamte waaruit het niet zo gemakkelijk te ontsnappen is. Net als in Kom niet dichterbij zijn de reflecties en de taal eigentijds (‘ ziek ingewikkeld’ of een koekje van eigen deeg dat past in de categorie prehistorische spreekwoorden.nl). Jongeren van die leeftijd maar ook hun ouders en andere volwassenen zullen zich zeer aangesproken voelen door de indringende hartenkreten van Tessel.

Hier mijn bespreking van Kom niet dichterbij.

De kinderen van juf Kiet (2016), documentaire van Petra Lataster-Czisch en Peter Lataster


Liefde van onderwijzeres helpt nieuwkomers zich thuis te voelen in Nederland

De gerespecteerde documentairemakers Petra Lataster-Czisch en Peter Lataster richten hun camera een schooljaar lang op het migrantenklasje van juf Kiet, werkzaam op de openbare basisschool Het palet in Hapert. Ze filmen daar vooral vier kinderen die allen uit Syrië afkomstig zijn, terwijl ze ingevoerd worden in de Nederlandse taal, het rekenen en leren over de manier waarop wij hier met elkaar omgaan.

De portretten van de kinderen zijn weergaloos, om te beginnen met dat van Haya, die meteen al huilt omdat haar roze broek vuil geworden is. De zeer geduldige Kiet biedt haar een andere broek aan, maar dat wil Haya niet. Ze polst andere leerlingen, die zich in het Nederlands beter verstaan kunnen maken, om tegen Kiet te zeggen dat ze haar moeder moet bellen, maar zover gaat de juf niet. Er zijn grenzen. De Latasters brengen vervolgens het gezicht van Haya langdurig en van dichtbij in beeld. In een andere scène hoort Kiet dat Haya op het schoolplein andere kinderen slaat. Kiet is er helemaal klaar mee. Dat moet maar afgelopen zijn.

Haya, die ondeugend uit haar ogen kan kijken, vindt een nieuw slachtoffer in de persoon van de zesjarige Leanne (zie poster) die bij hen in de klas komt. Ze wil graag het meisje met haar schoolwerk helpen, maar op een dominante wijze. Kiet heeft goed in de gaten wat er aan de hand is en zegt dat Haya naar het gezicht van Leanne moet kijken om te weten hoe het meisje zich voelt. Leanne werkt zoals duidelijk te zien is het liefst alleen. Kiet raadt Leanne aan om ‘Stop, hou op,’ te zeggen als de bemoeienis van anderen haar te veel wordt. Op de speelplaats staat ze ook wel alleen, bang voor het geluid van de voetballen van de jongens die als bommen tegen de muur geschoten worden.

Dat de kinderen veel achter de rug hebben wordt duidelijk in het portret van Jorj die met zijn broertje Maksem in de klas arriveert. Tijdens een klassegesprek gaat het  over zijn vermoeidheid. Jorj probeert, geholpen door de oudere Nour, uit te leggen dat hij door zijn broertje uit bed geduwd is. Later vertelt hij dat zijn vader in Syrië niet sliep uit angst voor bommen. Kiet zegt tegen Jorj dat hij hier in Nederland veilig is en moet proberen een goede nachtrust te krijgen. Het verzet van Jorj tegen het nieuwe bestaan is echter in alles voelbaar. In zijn weigering om zijn schoenen in de gymzaal uit te trekken, in zijn gedraal met het maken van sommen en zijn weigering om zichzelf te laten zien tijdens een les dramatische expressie.

Het mooie van de documentaire is dat de kinderen zich, ondanks de beperkte mogelijkheden van Kiet en haar pedagogisch niet altijd sterke beslissingen, in goede zin ontwikkelen. Haya die naast ondeugend ook verlegen van aard is, is trots op het diploma dat ze ontvangt omdat ze zich sociaal voorbeeldig ontwikkeld heeft, Leanne heeft grote vorderingen op taalgebied gemaakt, Jorj kent de tafel van vijf en doet aan het eind van het jaar enthousiast mee met de musical. Veel hebben ze te danken aan de grote inzet en de liefde van hun juf.  Het zou nog mooier zijn als er een goede onderwijsmethode zou zijn om nieuwkomers op te vangen. In de documentaire zijn aanzetten daartoe te zien die ontwikkeld worden door Kennisland.  

In het nagesprek met Daphne Bunskoek vertelt Petra Lataster-Czisch dat er iets moet gebeuren aan de nadelige gevolgen die de bestuurlijke decentralisatie voor het onderwijs in de regio heeft. Ik zou daar aan willen toevoegen dat het tijd wordt dat de klassen verkleind worden en dat het onderwijzend personeel uiteindelijk eens als volwaardig worden gezien en niet wordt lastig gevallen met bureaucratische rompslomp.  

Hier de trailer, hier de site van het programma met daarop ook een link naar het impact programma, bedoeld om het werken met nieuwkomers te ondersteunen, hier de site van Kennisland.

dinsdag 20 juni 2017

Recensie: De held van onze tijd (1994), Michail Lermontov


Verhaal dat aan de wieg staat van de Russische literatuur

De held van onze tijd, oorspronkelijk in 1840 verschenen, is een raamvertelling over de belevenissen van Petsjorin, een Russische legerofficier in de negentiende eeuw in de Kaukasus. De wijze waarop Lermontov hem voor het voetlicht brengt, getuigt van een grote geest. Vooral omdat hij zo menselijk schrijft. Alvorens we een blik krijgen in het dagboek van Petsjorin, wordt de officier geïntroduceerd aan de hand van een enkele bijzondere vertellingen. Daaraan vooraf nog weer gaat een soort voorwoord, dat volgens Lermontov gewoonlijk door de lezer wordt overgeslagen. Hij betreurt dat, zeker voor de jongere generatie die slecht opgevoed is en van sarcasme geen kaas gegeten heeft. ‘Ons publiek lijkt op een boertje dat een gesprek tussen twee diplomaten van vijandelijke mogendheden opvangt en ervan overtuigd is dat zij hun eigen regering verraden omwille van hun persoonlijke, innige vriendschap.’ Lermontov geeft verder aan dat zijn boek een portret is van de kwalen van zijn hele generatie en dat hij ook niet weet wat de remedie zou kunnen zijn.

De verhalen van Lermontov blinken uit door intriges. In Bela gaat het om een ontmoeting tussen de verteller en kapitein Maxim Maximytsj in de Kaukasus. Daar speelt zich het verhaal af dat Maxim aan Lermontov vertelt over zijn avontuur met de Rus Petsjorin. Ze bezoeken een bruiloft waar ze de knappe vorstendochter Bela ontmoeten die begeerd wordt door een groot aantal mannen waaronder Petsjorin. De laatste geeft zijn paard in aan de broer van Bela ruil voor zijn zus. Veel plezier heeft hij echter niet aan haar. De verteller merkt tussendoor over de bergachtige omgeving op: ‘Telkens sloeg het bloed naar mijn hoofd, maar al mijn aderen tintelden van pure vreugde en ik voelde me vrolijk omdat ik me zo hoog boven de wereld bevond. Een kinderlijk gevoel, dat zal ik niet loochenen. Zodra we ons van de maatschappelijke orde verwijderen en dichter bij de natuur komen, worden we immers weer kinderen, of we willen of niet. Alles wat we hebben aangeleerd valt van ons af en ons hart wordt weer net als het ooit geweest is en ooit, wie weet, weer worden zal.’   

In het tweede verhaal, dat de titel draagt Maxim, de reisgezel van Lermontov, krijgen we een portret te lezen van de fysieke gestalte van Petsjorin, waarbij Lermontov meteen zijn indrukken relativeert. ‘Het is mogelijk dat al deze dingen alleen maar bij me opkwamen omdat ik een aantal bijzonderheden van zijn leven kende, en op een ander zou zijn uiterlijk wellicht een heel andere indruk hebben gemaakt. Maar aangezien u alleen van mij en van niemand anders over hem te horen zult krijgen, moet u met deze portrettering genoegen nemen.’

Vervolgens vernemen we over de avonturen van Petsjorin vanuit zijn dagboek, dat Lermontov weer van Maxim ontvangen heeft. ‘Lezing van deze aantekeningen overtuigde me van de oprechtheid van de auteur, doordat hij zijn eigen zwakheden en gebreken zo meedogenloos uit de doeken doet.’
Lermontov schat hem hoger dan Rousseau die zijn bekentenissen voorlas aan zijn vrienden. De titel van het boek zegt genoeg over de eigen mening van Lermontov over Petsjorin. Of dat een kwestie van boze ironie is valt te bezien. Centraal in het dagboek staat de verhouding met een knappe Russische prinses Mary tijdens een reis door de Kaukasus. Op weg ernaartoe beleeft Petsjorin in Tamanj al een fantastisch avontuur. De overnachting bij een vreemd gezinnetje met een blinde zoon en een goedlachse achttienjarige dochter, raakt de lezer niet snel kwijt. Het vervolg dat zich afspeelt in kuuroord Pjatikgorsk wordt met data aangegeven, om te beginnen met 11 mei, een dag in het voorjaar waarin de gevoelens het heftigst zijn. Soldaat Groesjnitski, die Petsjorin al kende van het front, is verliefd op de prinses en Petsjorin pakt haar van hem af, niet omdat hij van haar houdt, maar om een schuld te vereffenen met zijn vrouw Vera, die inmiddels met een andere man getrouwd is. Net als in de eerste verhalen is de intrige behoorlijk complex. Eerzucht en machtsdrift bij Petsjorin spelen een belangrijke rol. Het draait uit op een duel met Groesjnitski die daarbij om het leven komt, terwijl Petsjorin zelf beseft dat hij zijn bestemming heeft gemist.

In een soort toegift, De fatalist geheten, horen we over een weddenschap tussen een luitenant en anderen ten aanzien van de voorbeschikkingsleer, waarbij Petsjorin aan het langste eind trekt, al is dit voor hem een schrale troost.

 Bijzonder is hoe Lermontov de lezer aan zich bindt, zelfs door in het eerste verhaal op te merken dat de lezer wel een paar bladzijden kan overslaan als die benieuwder is naar de afloop dan naar de natuuromschrijvingen en reisaantekeningen. De inhoudelijke gegevens komen overeen met feiten uit het leven van Lermontov die uiteindelijk zelf ook in een duel stierf.

Hans Boland wijst er in de Verantwoording op dat De held van onze tijd aan de wieg stond van de Russische literatuur en dat alle grote schrijvers uit de geestkracht van Lermontov geput hebben. Petjsjorin staat symbool voor de overtollige mens die later nog vaak beschreven wordt. Boland heeft voor een bepaald lidwoord in de titel gekozen op grond van drie redenen: de historische dimensie van het boek is alleen maar toegenomen, vanwege het sarcasme dat Lermontov eigen is en om het cliché te vermijden.