Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 7 juni 2017

Koen Peeters over De mensengenezer, Nooit meer slapen, 1 juni 2017


Peeters brengt de betoverde wereld opnieuw dichterbij

De nieuwe roman De mensengenezer van Koen Peeters loopt in de pas met zijn fascinerende roman Duizend heuvels uit 2012. Terwijl dat laatste boek over Rwanda ging, richt Peeters zich in zijn nieuwe werk op Congo, dat in non-fictie al terdege besproken werd door in Congo, een geschiedenis (2010) van David van Reybrouck. Peeters werkte vier jaar aan De mensengenezer dat vertelt over het leven van Remi Devisch, een boerenzoon die de boerderij van zijn ouders verliet om jezuïet te worden en later naar Congo ging om de samenleving aldaar te bestuderen. Peeters zelf studeerde later bij Devisch die inmiddels professor was geworden. Later vertelde Devisch, die zelf ook veel publiceerde, hem over zijn persoonlijk leven. Pieter van der Wielen praat met Peeters over zijn boek.

Van der Wielen begint over de Westhoek, de streek waar Devisch opgroeide, geteisterd tijdens de Eerste Wereldoorlog, met een hoog zelfmoordcijfer en een hoge trappist consumptie.
Peeters kent alle clichés. Hij raadt de luisteraar aan in 2018, als alle herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog voorbij zijn, er een kijkje te gaan nemen. Dan ziet men geësthetiseerde kerkhoven te midden van boerenvelden. Remi ontsnapte aan het boerenbedrijf door jezuïet en aldus een man van de wetenschap te worden.

Van der Wielen maakt een overstap naar de jeugd van Peeters zelf in de Kempen, toch ook een agrarische streek.
Peeters antwoordt dat de landbouw overal op zijn retour is. Zijn opa handelde al in boter en eieren op de markt in Antwerpen. Zijn vader was een politicus die in 1986 zo hard door een fanatieke nationalist werd aangepakt dat hij naar een ziekenhuis toe moest. De vier andere zoons werden ondergebracht bij boeren. Peeters heeft dit beschreven in De bloemen (2009). Bij gebrek aan werk begon hij als reclameman voor een mengvoederbedrijf. Nonkel Louis gaf hem later de papieren van de proces verbalen van het accident van zijn vader hetgeen de woede van Peeters wekte.

Van der Wielen herinnert zich dat ook in Duizend heuvels veel gezwegen wordt.
Peeters zegt dat alle zoons zwijgzaam waren. Een geheim maakt medeplichtig. Op familiefeestjes werd het accident van zijn vader echter altijd wel even aangeraakt waardoor het werd onderhouden en doorgegeven.

Van der Wielen brengt nog een trauma ter sprake, namelijk de dood van het zusje van Peeters’ vader.
Peeters legt uit dat zijn vader zijn zusje riep net op het moment dat ze onder een draaiende molen stond en door een wiek geraakt werd. Omdat zijn vader er op dertien- of veertienjarige leeftijd met een priester over praatte, kon hij zich eroverheen zetten. Heiligenlevens werden vroeger vaak gelezen. Men leerde daarvan dat men in het leven een verschil kon maken. Zijn vader ging in de politiek om de wereld te verbeteren.

Van der Wielen zegt dat de Kempen vroeger een gelovige streek was.
Peeters heeft veel brieven gelezen die zijn grootmoeder naar zijn vader en oom op het klein seminarie in Hoogstraten stuurde. Dat werd een pastoorsfabriekske genoemd. Hij tikte de brieven over en verwerkte ze in De bloemen.  

Van der Wielen begint over de documentair-achtige stijl van werken van Peeters.
Peeters zegt dat hij geen fantasie heeft en eerder een metselwerker is, die allerlei informatie bijeen sprokkelt en samenvoegt. Zo heeft hij voor De mensengenezer twintig jezuïeten geïnterviewd. Ouderen kunnen volgens hem goed over hun leven vertellen.

Van der Wielen las dat Peeters de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel intens beleefde.
Peeters zegt dat er toen een vooruitgangsgeloof heerste waarin de gedachte heerste dat de wereld in dertig jaar volmaakt zou zijn. Dit positieve kosmopolitisme strekte zich uit naar Congo. Hij gaat in op de mandjes op het dressoir in zijn ouderlijk huis, die hij ook in Duizend heuvels noemt. De mandjes betoverden hem zo dat hij op zondagochtend, in plaats van naar de kerk te gaan, op de rommelmarkt in Turnhout oude boeken over Congo op de kop tikte. Krachtvoorwerpen zoals deze boeken kunnen veel betekenen en de bezitter ervan sturen. Zelf bezit hij ook een fetisj maar die heeft hij goed opgeborgen.

Van der Wielen zegt dat de betoverde wereld om ons heen is.
Peeters antwoordt dat het kwaad bestaat, onder andere in pestpartijen op het werk. Devisch stelde dat men op een bepaalde leeftijd kan zeggen dat iemand een kwaadaardig persoon is.

 Van der Wielen begint over de valkuilen die een schrijver over Congo moet zien te ontlopen. Hij vergelijkt het met de stille kracht in de Indonesische samenleving.
Peeters kan ermee omgaan omdat hij niet oordeelt. Als men tijdens vraaggesprekken gaat discussiëren leert men weinig, zegt hij. Het is beter vragen te stellen en de ander aan het woord te laten. Het goede, ware en schone hoeven niet samen te vallen.

Van der Wielen zegt dat de mensengenezer binnen zijn eigen kader werkt.
Peeters antwoordt dat men daardoor weer verder kan met leven. Ook zijn eigen roman is niet vrijblijvend. Het is een onderzoek dat hij samen met de lezer onderneemt. Peeters verwijst naar de daimon van Plato om aan te geven dat er boodschappers in de wereld zijn die de mens op een bepaald spoor zetten. Hij vertelt zijn dromen aan zijn vrouw om meer inzicht te krijgen in zijn eigen onbewuste proces en gelooft in de magie van ontmoetingen. De vijf zoons van zijn ouders zijn allemaal verschillend door uiteenlopende ontmoetingen. Als antropoloog bestudeert Devisch het boerenbestaan in Congo. Aan het eind keert hij weer terug naar de Westhoek, waar zijn vader vrede heeft met het beëindigen van het boerenbedrijf.

Van der Wielen brengt de gespletenheid van Peeters ter sprake ten aanzien van Congo en Rwanda. Er is sprake van bewondering en ergernis.
Peeters was twee jaar geleden in Congo en had daar een dubbel gevoel van weemoed en frustratie over de armoede. De slachting in Rwanda was pijnlijk voor de Belgische staat. Volgens Peeters heeft Nederland het koloniale verleden beter verwerkt dan zijn eigen land. Veel wordt verzwegen. Hij is betrokken bij het nieuwe Afrika museum in Tervuren en denkt dat er geen afdoende antwoord is op het verleden.

Van der Wielen wil tenslotte weten wat Devisch van De mensengenezer vond.
Peeters antwoordt dat de professor trots op zijn vroegere leerling was, met name over aspecten van hemzelf die nooit voor het voetlicht kwamen.

Hier mijn bespreking van Duizend heuvels, hier een pdf van het begin van De mensengenezer in de Westhoek, hier mijn bespreking van Congo, een geschiedenis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen