Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 15 augustus 2017

Penrose poëziefestival 2017, Vondelbunker, Amsterdam, 13 augustus 2017



Organisator, lied- en puntdichter (‘met kerst is het konijn het haasje’) Are Meijer is er opnieuw in geslaagd een fantastische locatie te vinden voor het vierde Penrose poëziefestival. De atoomschuilkelder uit 1947 in het Vondelpark voldoet uitstekend als gelegenheid waarin zeven uitgenodigde dichters hun werk naar voren kunnen brengen. Boven de hoofden van de dichters knarst de tram vol mensen die zich totaal niet bewust zijn wat zich onder hen afspeelt in de veiligheid die de schuilkelder biedt. 


De muziek is andermaal van Annemarie Brijder. Zij voegt net dat noodzakelijke ingrediënt toe dat zo’n drie uur durend spektakel nog levendiger maakt.Ze begint met een ode aan Nijmegen, de stad van een vroegere geliefde, brengt een tegenwicht tegen alle slecht nieuws op de televisie, zingt in het Frans voor haar nichtje Elise en is er tenslotte wel klaar mee. 

Dit maal heeft Meijer acht dichters uitgenodigd, die - op Gerda Posthumus uit Vlieland na - vanuit alle hoeken van het land, van Groningen tot Limburg, en zelfs uit Gent gekomen zijn. Omdat de laatste Erika de Stercke (Ninove, 1968) volgens Meijer sterk beïnvloed wordt door hetgeen ze om zich heen hoort, mag ze aftrappen en ze doet dit met veel elan met gedichten, die uit het dagelijks leven ontleend zijn, te beginnen met Wakker en daarna onder andere over de zeven vergeten groenten. Tussendoor vertelt ze een aantal Belgenmoppen, waarbij de mop over de vraag waarom een Belg een mes in de auto meeneemt al door de zaal beantwoord wordt, namelijk om de bochten af te snijden.

Eric Jansen (Culemborg, 1962) zet zijn bril op omdat hij zijn gedichten in het rode spotlicht nauwelijks kan zien, maar als er een foto gemaakt wordt zet hij hem gauw weer af. Hij laat weten dat veel van zijn voorgedragen werk in zijn vierde bundel Einde eiland staat, dat vooral verhalende observaties met een, naar ik beluisterde, vervreemdende werking bevat. Poëzie is voor hem een levensreddend medicijn en hij geniet ervan om dit te delen met lijders aan dezelfde ziekte. Hij begint met Openingszinnen over het woonwerkverkeer en eindigt met Voortbestaan: 's Nachts sta ik op / in mijn droom / pak pen en papier / en ga onder bruggen liggen / schrijven. Daartussen door leest hij Naderende vrijheid over een man die steeds meer gaat geloven in de kritiek die een vriend op zijn vrouw heeft, De mannen die niet meer terugkwamen over de groep die ooit een pakje sigaretten ging kopen, maar toch besloot om weer op te duiken, Serpent over een vervellende vrouw, en In de duinen (zie hieronder).

Robin Veen (Den Haag, 1953) vertelt dat hij zijn gedichten met een mooie regel begint en dat het einde ongewis is. Vandaag leest hij het verhalende gedicht Glas voor, dat twee delen bevat waarbij het eerste deel over een vrouw en het tweede deel over haar zoon gaat, die een moeilijke verhouding met elkaar hebben. Na de pauze leest hij nog vijf gedichten, te weten Illusies, De grens, Bruin café, Kom je ook?, Schizofreen en als toegift het sonnet Ooit.



Meliza de Vries is in Sri Lanka geboren en voelt zich duidelijk thuis op het podium. Ze timmert hard aan de weg, leest voor uit een dik aantekeningenboekje met intelligente en zelfbewuste poëzie. Ze schreef speciaal voor deze gelegenheid in de atoomschuilkelder het gedicht F5 toets (zie hieronder), leest vele andere gedichten voor zoals Spam, waarin ze zegt dat mensen het mooist zijn als ze ongewenst zijn, Eilandhoppen, hetgeen in haar geboorteland toch iets heel anders is dan op Vlieland, haar bekroonde bijdrage Liefste voor een liefdesbrievenwedstrijd en eindigt, omdat we in de buurt van Artis zijn, met Pinguïns over het meten met één maat.

Frans Terken (Heerlen, 1949) debuteerde in 1969 in de Dichtershoek van NRC en woont tegenwoordig in de omgeving van Leiden. In 1999 hervatte hij zijn poëtische werk in een fraaie gedragen stijl, onder andere tijdens de Haarlemse Dichtlijn. Hij begint met Zomerzinnen naar aanleiding van de tour van de Poëziebus, leest voor uit gedichten die hij in Eijlders voordroeg, zoals Waar ligt de grens? Na de pauze leest hij onder andere voor uit de bundel die hij met Joop Scholten maakte, zoals het gedicht In kamers gerommeld. 



Jan Kal (Haarlem, 1946) behoeft geen introductie, maar Meijer houdt toch diens bundel Praktijk hervat in de hoogte die hij op de middelbare school bij De Slegte in Groningen kocht. Kal leest eerst bekende sonnetten van hemzelf, zoals Mont Ventoux en Cruijff 50, daarna latere sonnetten zoals Bomaanslag Bologna waarin hij ternauwernood ontsnapt aan een terroristische aanslag in 1980, en tenslotte sonnetten uit de Europese traditie. Hij begint met het allereerste sonnet dat hij ooit schreef, Uitgeschreven geheten. Tegenwoordig maakt hij sonnetten op basis van zijn dromen hetgeen hallucinerende inhoud oplevert waarbij Janine Jansen moeiteloos overgaat in Daphne Schippers of, tijdens een stadswandeling met Max Pam, de Grote Markt in Haarlem steeds maar wijkt. Het Franse sonnet baseerde zich op Petrarca. De Franse hofdichter Pierre de Ronsard werkte Een hagelwitte hinde uit 1304 om tot Een hertenjong. Veel van zijn sonnetten gaan over de onbeantwoorde liefde met titels als Die gouden lokken of De verliefde dokter. Op zijn sterfbed dichtte hij Ik heb nog botten slechts en voor hij de laatste adem uitblies ’t Is klaar.  


Anneke Wasscher (Leek, 1946) viert haar tienjarig jubileum als dichter en schrijver van korte verhalen. Half oktober verschijnt haar eerste bundel met voornamelijk weemoedige gedichten bij uitgeverij Contrast. Wasscher leest gedichten voor over relaties zoals de uitweg (zie hieronder), Het sprak vanzelf over het gemis van een echtgenoot en Verboden liefdes over een liefde die nooit verwerkelijkt werd. Controle gaat over een borstonderzoek. Ze leest ook over ouderdom en sluit af met Symbool, dat over de stof van de Davidster gaat naar aanleiding van een bezoek aan Westerbork. 

Hier mijn verslag van het Penrose poëziefestival 2016,
hier de site van Are Meijer,
hier de site van Annemarie Brijder met daarop enkele nummers die ze zong,
hier een aantal deze middag niet voorgelezen gedichten van Erika de Stercke op de site van Leestafel,
hier In de duinen, een favoriet gedicht van Eric Jansen,
hier de site van Robin Veen,
hier de site van Meliza de Vries met daarop F5 toets en We zouden opnieuw kunnen beginnen (p.3), Liefste (p.13) en Eilandhoppen (p.29),
hier de blogspot van Frans Terken met daarop Waar ligt de grens?,
hier Mont Ventoux en Cruijff 50 op Gedichten.nl,
hier meer over Anneke Wasscher op Meander, hier haar gedicht de uitweg, hier Het symbool.

Met dank aan Onno Wijchers en Anneke Wasscher en haar man voor de foto’s.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen