Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zondag 27 augustus 2017

Recensie: Ode aan de liefde (2016), Alain Badiou


De liefde is een revolutionaire kracht die zich aan de status quo onttrekt

Na mijn verslag van de lezing van Joost de Bloois over Ode aan de liefde (2016) van Alain Badiou, nam ik de tekst zelf voor me. Het gaat om een dun boekje in een rode uitvoering en het bevat de weergave van een interview dat Nicolas Truong op 14 juli 2008 met Badiou had tijdens het theaterfestival in Avignon. Badiou zegt in de Inleiding dat hij te spreken was over het vraag- en antwoordspel, maar dat kan nauwelijks anders met iemand die naast filosoof ook de minnaar van Badiou blijkt te zijn.

Het interview is in het boekje ingedeeld in zes hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk heeft als titel De bedreigde liefde. Daarin vraagt Truong aan Badiou waardoor de liefde volgens hem bedreigd wordt. Truong verklapt al dat moderne huwelijken net als vroeger gearrangeerd worden, maar laat Badiou verder praten over een reclamecampagne van de datingsite Meetic, waarin de liefde door coaching niet meer aan het toeval overgelaten wordt. Hierdoor is de persoonlijke veiligheid gewaarborgd is, maar tegelijkertijd is de liefde ook van alle belang ontzegd wordt. Het huwelijk houdt weinig meer in dan het comfort van het begrensde genot., terwijl het er juist om gaat het risico en het avontuur opnieuw uit te vinden. 

In Filosofen en de liefde wendt Badiou zich tot Kierkegaard, die in zijn leven zwaar kampte met de liefde voor zijn verloofde en drie stadia onderscheidt: de esthetische fase, waarin, zoals in Mozarts Don Giovanni, de liefdeservaring is een ervaring van ijdele verleiding en herhaling, terwijl in de ethische fase de liefde zichzelf serieus neemt en in de religieuze fase de absolute waarde van de verbintenis wordt gesanctioneerd door het huwelijk. Badiou ontleent aan Plato het idee van differentie die staat tegenover identiteit, waarin het eigenbelang voorop staat. Dat idee bracht Lacan ertoe om te stellen dat er geen seksuele - maar alleen een liefdesrelatie bestaat. Badiou onderscheidt drie opvattingen over de liefde, namelijk de romantische, die draait om de extase van de ontmoeting, de commerciële of juridische en de sceptische, maar vindt zelf dat de liefde vooral een constructie van waarheid is. Hij baseert zich daarbij op het begrip evenement dat niet te doorgronden is.

In De constructie van liefde verwerpt Badiou de romantische opvatting over liefde, net zoals de moralistische die hoort bij de sceptische opvatting. Liefde vraagt niet alleen een uitspraak maar ook een lichamelijk bewijs. ‘Maar je lichaam geven, je ontkleden, naakt voor de ander zijn, het loslaten van je schaamte, onvergetelijke handelingen, kreunen; dit hele toneel van het lichaam levert het bewijs van de overgave aan de liefde.’ 

In De waarheid van liefde wordt de vraag gesteld waarom de liefde een centraal onderwerp in films is. Dat komt volgens Badiou omdat we van de waarheid houden. Het toeval van de ontmoeting dient gefixeerd te worden en wel via trouw. De liefde verwerkelijkt zich immers door duur. De komst van een kind is volgens Badiou een punt, waarmee hij een bijzonder moment bedoeld waarop het evenement opnieuw van zich laat horen. Het is daarmee alsof het evenement verschoven en veranderd terugkomt.  

In Liefde en politiek wordt politiek opgevat als een collectieve denkpraktijk. Politiek en staatsmacht staan tegenover elkaar net zoals liefde en familie. De rivaal bestaat in de politiek maar niet in de liefde. Jaloezie valt, anders dan Proust veronderstelde, onder de sceptische opvatting. Het liefdesdrama is een ervaring van het conflict tussen identiteit en differentie. In het Hooglied wordt zij verbeeld, maar van de knielende liefde in de kerk moet Badiou niets hebben. Het communisme kan wel een nieuwe mogelijkheid bieden om de liefde te begrijpen.

In Liefde en kunst stelt Badiou dat kunst het denken van het evenement is. Hij verwijst naar Samuel Beckett die aandacht besteedde aan de noodzaak van volharding in de liefde. Het theater verbindt taal en lichaam met elkaar. Daarin heerst ook het collectief boven het eigenbelang.

In Tot besluit gaat het over de reactionaire politiek van de Franse president Sarkozy. Volgens Badiou is die kant er ook altijd geweest in de Franse politiek. De logica van de identiteit bedreigt de liefde. Badiou waardeert de films van Godard, maar moet weinig hebben van zijn melancholieke kant. Hij stelt zelf de liefde boven de politiek. Zelfs het persoonlijk leed van Sarkozy gaat boven zijn politieke standpunten uit. In dit laatste hoofdstuk stelt de interviewer zich onderdanig op en vind ik Badiou niet helemaal helder. Wellicht is het een kwestie van de inhoud steeds weer laten binnenkomen. Het boek Badiou dat Joost de Bloois in 2013 schreef, kan daarbij helpen.

Tenslotte is er nog een nawoord van Joost de Bloois, maar veel daarvan staat al in het verslag dat ik eerder maakte van diens lezing in Perdu. Ik besef dat dit artikel meer een samenvatting dan een recensie is, maar aan een kritische bespreking ben ik duidelijk niet toe, al moet ik zeggen dat de termen van Lacan me vaak erg zweverig in de oren klinken.

Hier mijn verslag van een lezing van Joost de Bloois over Ode aan de liefde in Perdu.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen