Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 23 augustus 2017

Toots (2009), documentaire van Pierre Barré en Thierry Loreau


Sympathieke en bevlogen jazzmuzikant bleef de eenvoud zelve

Het is alweer een jaar en een dag geleden dat de legendarische jazzmuzikant Jean Baptiste (‘Toots’) Thielemans (1922 – 2016) overleed. In 2009 maakten Pierre Barré en Thierry Loreau onder de titel Toots Thielmans, l’incroyable destin d’un ketje de Bruxelles een mooi portret van hem, waarin hij zelf veelvuldig aan het woord komt en vertelt over zijn lange loopbaan, die niet altijd gemakkelijk verliep, maar, aan de beelden van een optreden in 2008 in het Concertgebouw te zien, glorieus eindigde. Toots wist de harten van het publiek te veroveren door zijn bescheidenheid en zijn grote liefde voor de muziek.

 Pierre Barré en Thierry Loreau lopen met Toots rond in de wijk Les Marolles in Brusse, waar hij geboren werd. Hij speelt spontaan op zijn mondharmonica mee met een accordeonist op straat. Vanaf zijn derde speelde hij al accordeon. Nog steeds voelt hij zich een Marolien, zegt hij. Op de radio hoorde hij Josephine Baker en hij kocht platen van Django Reinhardt. Tijdens de oorlog kreeg hij van de eigenaresse van een platenwinkel muziek van Louis Armstrong. In die tijd kocht hij een mondharmonica, die toen nog gezien werd als speelgoed. Gitaar spelen kon hij ook al.

Na de oorlog vertrok hij met een kleine koffer en twee duizend dollar naar de Verenigde Staten, waar hij ontdekt werd en met een orkest van George Shearing door het land toerde, al waren de verdiensten niet groot voor een getrouwde man, die ook nog eens bloot stond aan de verleidingen van het uitgaansleven. Een oordeel over drugsgebruik heeft Toots niet. Zelf bleef hij door zijn astma een braaf menneke. Tijdens een tournee door Europa kreeg hij weinig aandacht in België maar des te meer in Zweden, volgens hem omdat zijn melancholische melodieën goed pasten bij de Zweedse levenssfeer. In Malmö voelde hij zich thuis en genoot hij van het contact met het publiek. Inmiddels is hij 86 jaar oud en nog net zo bezield als vroeger, maar met iets minder stress voor de concerten en bijgestaan door manager Dirk Godts die zich in zijn schaduw ophoudt.

De archiefbeelden uit Brussel passen mooi in de sfeer van de documentaire. Daarin is ook zijn vrouw te zien die al zijn kritieken bewaarde maar zelf niet zo erg van jazzmuziek hield. Toots vertelt over zijn nieuwe voornaam die in het orkest beter bij hem paste dan zijn echte. Eens stond de microfoon open terwijl hij een nummer op gitaar meefloot, hetgeen een nieuwe dimensie aan zijn werk toevoegde. Het leidde tot zijn grootste hit Bluesette, volgens Toots een samentrekking van blues en musette. Hij schreef ook een nummer voor Herb Albert die daarmee de hitlijsten beklom. Hoewel hij als componist met een cent kreeg voor elk verkocht plaatje, kon hij er toch een huis van kopen in Montauk op Long Island.

Toots toerde in Europa maar toch vooral in de Verenigde Staten waar hij samenwerkte met muzikanten als Paul Simon, Billy Joel, Jaco Partorius, Charlie Parker, Stevie Wonder Ella Fitzgerald en Ray Charles. Hij vertelt dat de blue note die uit Afrika afkomstig was, voor hem essentieel was. Zijn boodschap zou nooit hetzelfde zijn geweest zonder dit symbool van culturele vermenging. In de New Yorkse Blue Note Jazz Club voelde hij zich als een vis in het water. De mengeling van glimlach en traan paste hem wel. Hij voelde zich ook thuis in Brazilië, het land van de salsa, die ook uit de blue note geboren werd. Hij maakte daar in 1972 een album met Elis Regina.

Toots was een geliefd mens binnen als buiten de jazzwereld. Zijn bescheidenheid en zijn sterke band met het publiek speelden daarin mee. Toots bleef steeds zichzelf vernieuwen en waardeerde dat ook bij zijn medewerkers. Volgens hem stond hij later dichtbij de moderne jazz en zat hij nog steeds wel in het peloton. Door zijn directe manier waarop hij het publiek wist te raken, laat hij een onuitwisbare indruk achter.   

Hier Bluesette tijdens Night of the Proms 2009.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen