Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



vrijdag 27 oktober 2017

Theaterrecensie: De huisbewaarder, Toneelschuurproducties, Toneelschuur, 26 oktober 2017


Gevolgen sociaal onrecht feilloos in beeld gebracht

Het is alweer een tijdje geleden dat Pinter in Nederland werd uitgevoerd, schrijft Hein Janssen vandaag in de Volkskrant. In 2014 zag ik twee stukken van hem in de Toneelschuur, in mei het stuk Ashes to ashes uit 1996, een paar maanden later gevolgd door Bedrog uit 1987. Dat zijn vroegere werk minstens zo sterk is, bewijst De huisbewaarder, een vertaling van The caretaker, geschreven in 1960. De huidige bewerking in de regie van Paul Knieriem en vertaald door Magne van de Berg leidt tot een weergaloze voorstelling waarin de bedoeling van het podium spat, niet alleen door het fraaie decor van Wikke van Houwelingen en Marloes van der Hoek of de beukende muziek die tussen de scènes door de levenspijn uitdrukt, maar zeker door het aanstekelijke spel van René van ’t Hof, die in de huid van ofHofHo de snoever Davies kruipt.

Davies wordt in het begin van de voorstelling door Aston meegenomen is naar zijn bouwvallige huis, nadat het in de kroeg bijna uit de hand was gelopen. Davies probeert zo goed en kwaad als het gaat controle te houden over zijn bestaan. Daartoe houdt hij de ander maar ook zichzelf voor de gek en van zwarten die daar in de buurt wonen, moet hij al helemaal niets hebben. Hij zegt dat hij naar de plaats Sidcup wil om zijn papieren op te halen, maar klaagt over zijn schoenen, die niet lekker lopen en weigert tegelijk de leren exemplaren aan te nemen die Aston in het huis voor opduikt (zie foto van Sanne Peper). Het zijn dit soort details waarover eindeloos gesoebat wordt, die de voorstelling zo levendig maken.

Ook Aston komt het geluk niet aanwaaien. Hij vertelt in de meest aangrijpende scène uit het stuk over hetgeen hem in zijn jeugd overkomen is. Vanwege hallucinaties kwam hij in een inrichting terecht waar de dokter iets met zijn hersenen wilde doen en daar toestemming voor kreeg van de inmiddels overleden moeder van Aston. Terwijl hij dat in de nacht vertelt tegen Davies, die ineen gerold in de tochtende kamer naast het fornuis ligt maar zeer aandachtig luistert, wordt achter hen de verwrongen massa aan buizen en kabels de hoogte in gehesen, hetgeen een mooie illustratie vormt van het droevige verhaal van Aston, die daarna nooit meer normaal heeft communiceren met een ander, maar wel het beste met die ander voorheeft, getuige het aandragen van de schoenen en het muntgeld dat hij meteen aan Aston geeft om een kop thee te kopen.

Dan is er nog Mick de broer van Aston, die de huisbaas is en iets in de bouw doet, althans een busje bezit. Hij stelt zich in het begin erg agressief op tegen Davies, maar lijkt bang dat de zwerver verandering zal brengen in de status quo, waarin hij de zorg heeft over zijn broer en hem in het huis aan het werk probeert te houden. Als hij merkt dat Davies niet uit zichzelf weg zal gaan en beschermd wordt door Aston, gooit hij het op een akkoordje met de zwerver. Hij stelt Davies voor om de huisbewaarder te worden, net zoals Aston al eerder deed, maar tenslotte leidt dat, ondanks de parmantige houding van Davies met pijp en smokingjasje, niet tot een bevredigende samenwerking, waarop de broers toch maar voor elkaar kiezen en door de illusies van Davies heen prikken.

De dreiging van het bestaan aan de onderkant van de maatschappelijke ladder wordt fantastisch uitgebeeld door Van ’t Hof, die dat op grond van zijn mime opleiding als geen ander kan. De manier waarop hij zich uitstrekt of beter gezegd ineenkrimpt op de harde brits met angst voor het fornuis zegt genoeg over de onzekerheid van zijn bestaan. Pinter legt duidelijk de gevolgen bloot van het sociale onrecht dat armoede heet, waardoor men niet meer in staat is tot enig medegevoel, maar steeds op de hoede moet zijn en bang om nog meer onderop te raken. Van ’t Hof weet dit gevoel, bijgestaan door Jan-Paul Buijs en Lowie van Oers als Aston en Mick, feilloos over te brengen.  
  
Hier mijn bespreking van Ashes to ashes, hier die van Bedrog.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten