Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 23 augustus 2017

Toots (2009), documentaire van Pierre Barré en Thierry Loreau


Sympathieke en bevlogen jazzmuzikant bleef de eenvoud zelve

Het is alweer een jaar en een dag geleden dat de legendarische jazzmuzikant Jean Baptiste (‘Toots’) Thielemans (1922 – 2016) overleed. In 2009 maakten Pierre Barré en Thierry Loreau onder de titel Toots Thielmans, l’incroyable destin d’un ketje de Bruxelles een mooi portret van hem, waarin hij zelf veelvuldig aan het woord komt en vertelt over zijn lange loopbaan, die niet altijd gemakkelijk verliep, maar, aan de beelden van een optreden in 2008 in het Concertgebouw te zien, glorieus eindigde. Toots wist de harten van het publiek te veroveren door zijn bescheidenheid en zijn grote liefde voor de muziek.

 Pierre Barré en Thierry Loreau lopen met Toots rond in de wijk Les Marolles in Brusse, waar hij geboren werd. Hij speelt spontaan op zijn mondharmonica mee met een accordeonist op straat. Vanaf zijn derde speelde hij al accordeon. Nog steeds voelt hij zich een Marolien, zegt hij. Op de radio hoorde hij Josephine Baker en hij kocht platen van Django Reinhardt. Tijdens de oorlog kreeg hij van de eigenaresse van een platenwinkel muziek van Louis Armstrong. In die tijd kocht hij een mondharmonica, die toen nog gezien werd als speelgoed. Gitaar spelen kon hij ook al.

Na de oorlog vertrok hij met een kleine koffer en twee duizend dollar naar de Verenigde Staten, waar hij ontdekt werd en met een orkest van George Shearing door het land toerde, al waren de verdiensten niet groot voor een getrouwde man, die ook nog eens bloot stond aan de verleidingen van het uitgaansleven. Een oordeel over drugsgebruik heeft Toots niet. Zelf bleef hij door zijn astma een braaf menneke. Tijdens een tournee door Europa kreeg hij weinig aandacht in België maar des te meer in Zweden, volgens hem omdat zijn melancholische melodieën goed pasten bij de Zweedse levenssfeer. In Malmö voelde hij zich thuis en genoot hij van het contact met het publiek. Inmiddels is hij 86 jaar oud en nog net zo bezield als vroeger, maar met iets minder stress voor de concerten en bijgestaan door manager Dirk Godts die zich in zijn schaduw ophoudt.

De archiefbeelden uit Brussel passen mooi in de sfeer van de documentaire. Daarin is ook zijn vrouw te zien die al zijn kritieken bewaarde maar zelf niet zo erg van jazzmuziek hield. Toots vertelt over zijn nieuwe voornaam die in het orkest beter bij hem paste dan zijn echte. Eens stond de microfoon open terwijl hij een nummer op gitaar meefloot, hetgeen een nieuwe dimensie aan zijn werk toevoegde. Het leidde tot zijn grootste hit Bluesette, volgens Toots een samentrekking van blues en musette. Hij schreef ook een nummer voor Herb Albert die daarmee de hitlijsten beklom. Hoewel hij als componist met een cent kreeg voor elk verkocht plaatje, kon hij er toch een huis van kopen in Montauk op Long Island.

Toots toerde in Europa maar toch vooral in de Verenigde Staten waar hij samenwerkte met muzikanten als Paul Simon, Billy Joel, Jaco Partorius, Charlie Parker, Stevie Wonder Ella Fitzgerald en Ray Charles. Hij vertelt dat de blue note die uit Afrika afkomstig was, voor hem essentieel was. Zijn boodschap zou nooit hetzelfde zijn geweest zonder dit symbool van culturele vermenging. In de New Yorkse Blue Note Jazz Club voelde hij zich als een vis in het water. De mengeling van glimlach en traan paste hem wel. Hij voelde zich ook thuis in Brazilië, het land van de salsa, die ook uit de blue note geboren werd. Hij maakte daar in 1972 een album met Elis Regina.

Toots was een geliefd mens binnen als buiten de jazzwereld. Zijn bescheidenheid en zijn sterke band met het publiek speelden daarin mee. Toots bleef steeds zichzelf vernieuwen en waardeerde dat ook bij zijn medewerkers. Volgens hem stond hij later dichtbij de moderne jazz en zat hij nog steeds wel in het peloton. Door zijn directe manier waarop hij het publiek wist te raken, laat hij een onuitwisbare indruk achter.   

Hier Bluesette tijdens Night of the Proms 2009.

Filmrecensie: L’enfer (1994), Claude Chabrol


Wantrouwen en achterdocht verzieken liefdesrelatie

De psychologische thriller L’enfer van Claude Chabrol werpt een blik op de negatieve kanten van een liefdesrelatie. Daarin raakt hotelier Paul Prieur verstrikt in zijn jaloezie over zijn knappe jonge vrouw Nelly. Hoewel hij probeert zijn verstand te laten overheersen is zijn gevoel zo sterk dat hun relatie volledig ontspoord.

In het begin is alles nog koek en ei. Met grote stappen gaat Chabrol door de romance die begint met de kennismaking van de vriendinnen Nelly en Marilyn met Paul. Ze komen op een mooie dag aanfietsen bij het meer waar Paul bezig is om zijn nieuw aangekochte Hotel du Lac gereed te maken voor hotelgasten. In een volgend shot vieren Paul en Nelly hun bruiloft en maken ze een rondje in een waterfiets over het meer, de keer daarop is er al een kindje dat de seks in de weg zit. A snel is duidelijk dat Paul een negatieve instelling heeft. Hij slikt volgens de dokter teveel pillen en is bij het minste of geringste bang dat een hotelgast zijn geliefde van hem afpakt. Hij verdenkt Nelly ervan dat zij dit in de hand werkt. Er zijn knappe mannen genoeg in haar buurt, zoals de vrienden van Marilyn die als receptioniste werkt. Of anders is er wel een hotelbediende die haar graag in bed heeft.

Nelly is zich van geen kwaad bewust. Ze komt al vrij snel aan de weet wat Paul zich allemaal in zijn hoofd haalt en probeert dat eruit te praten, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Elke keer is er wel weer een aanleiding om een verdenking op haar te laden. Of ze met hotelgast Duhamel naar de stad gaat om inkopen te doen, in de kelder de stoppen controleert of op de zolder naar de kat zoekt. Vooral de toenadering tot de jonge Martineau is Paul een doorn in het oog. Hij vindt het verschrikkelijk dat de twee zoveel plezier beleven aan een dagje waterskiën en wordt helemaal laaiend als hij op een home video, die Duhamel gemaakt heeft van de activiteiten van de hotelgasten, ziet dat de twee wel erg intiem met elkaar waren. Hij verdenkt Nelly ervan dat ze Martineau in de stad ontmoet.

Nelly ontkent de beschuldiging, biedt daarop aan om niet meer uit het hotel te gaan en ook Martineau te verbieden nog eens op bezoek te komen. Dat verandert echter weinig aan de jaloezie van Paul, die alleen nog maar grotere vormen aanneemt. Hij verdenkt zelfs Duhamel die twee glaasjes naast zijn bed heeft staan en maakt daarover ruzie. De gasten merken de spanningen op en sommigen verlaten daardoor het hotel. Nelly wordt er moedeloos van en krijgt ook lichamelijk geweld van Paul te verduren. Tussenkomst van de dokter leidt helaas niet tot een oplossing. De waanzin van Paul barst uit voordat Nelly naar een kliniek kan worden afgevoerd waar ze uit de handen van Paul is. 

Emmanuelle Béart draagt de film met haar prachtige, sensuele uitstraling die het mooist uitkomt als ze naar haar moeder in de stad gaat. Paul volgt zijn knappe heupwiegende vrouw in haar dun zomerjurkje door de straten, ziet hoe ze een ijsje eet en kledingrekken aanraakt en de kijker kijkt met hem mee. In 2005 speelde Béart mee in een film van Danis Tanovic met dezelfde naam, maar dan in een drama waarin drie zussen een traumatische ervaring delen.  

Claude Chabrol gebruikte het script van Henri-Georges Clouzot (1907-1977) die de film onder dezelfde titel al in 1964 uitbracht met Romy Schneider in de rol van vrouw van de hotelier. Negen jaar eerder maakte hij met Les diaboliques al een ander slecht eindigend drama over een moord op een schooldirecteur, zijn vrouw Christina en zijn maitresse Nicole.

Hier de Franse trailer, hier mijn bespreking van Les diaboliques.

dinsdag 22 augustus 2017

Frans de Waal, Zomergasten, 20 augustus 2017


Een bioloog die van het observeren zijn levenswerk maakte

Primatoloog Frans de Waal (1948) heeft in de Verenigde Staten een belangwekkende carrière opgebouwd over onderzoek naar apen en kan daar op een boeiende manier over vertellen. Het is nog interessanter dat Janine Abbring er deze zondagavond vol in gaat. Ze wil alles weten over de onderwerpen die De Waal inbrengt, bijvoorbeeld over de richtingenstrijd in de biologie tussen het behaviourisme en de ethologie, die volgens De Waal tegenwoordig wordt overstegen door onderzoek naar mentale processen bij dieren. Abbring hakkelt tijdens het stellen van vragen, maar neemt geen blad voor de mond. Vooral op het gebied van seks toont ze zich een nieuwsgierig toehoorster. Ze zegt spontaan dat ze op een vragenlijst, die daar over zou gaan, zou invullen dat ze het vaker zou doen dan ze doet.

Die vragenlijsten zijn niet aan De Waal besteed. Hij is een man die liever kijkt en noteert wat hij ziet. Dat was vroeger al zo toen hij er met een schepnet op uit ging en stekelbaarsjes bestudeerde in zijn aquarium, maar ook later toen hij heel wat duzenden uren naar de chimpansees in Burgers Zoo keek, die daar door de gebroeders Van Hooff de vrijheid kregen om op een eiland hun eigen gang te gaan. Abbring verbaast zich na drie uur over het feit dat De Waal toch ongedurig tegenover haar zat. Daarop antwoordt hij dat hij vooral tegenover dieren heel geconcentreerd kan zijn. Hij is een goede leerling van Niko Tinbergen, een van de voorlopers van de diergedragskunde ofwel de ethologie, die lang in een tentje in Engeland zat om het gedrag van kokmeeuwen te observeren.

De meeste fragmenten gaan natuurlijk over apen, waarbij de verschillen tussen de chimpansees en de Bonobo’s opvallend zijn. Terwijl de eersten vooral bezig zijn met het veroveren van macht, zoekt de tweede soort vooral liefde en vrede. Seksualiteit is een belangrijk middel om die te waarborgen. De Waal toont een filmpje waarin overeenkomsten te zien zijn tussen De tuin der lusten van Jeroen Bosch en het gedrag van festivalgangers tijdens Woodstock. Het is niet zo dat chimpansees brute machtswellustelingen zijn. De alfaman is, als hij eenmaal zeker is van zijn machtspositie, gericht op het verzoenen en het bemiddelen. Dat brengt De Waal op Trump die dit in het geheel niet doet en zich daarom een slechte leider toont. Zijn handdrukken zijn daar een mooi voorbeeld van. De Waal denkt dan ook dat Trump het niet lang volhoudt.  

Het was een genoegen te kijken naar de fragmenten die langer duurden dan de vorige keren. Bert Haanstra was na De Waal in 1984 in Burgers Zoo toen de machtsstrijd net over was, maar kon toch nog aardig laten zien hoe het er bij de chimpansees aan toe gaat. Het gedrag dat De Waal beschreef in Chimpansee-politiek (1982) met als ondertitel Macht en seks bij mensapen bestaat uit het zoeken naar bondgenootschappen en het belonen van elkaar. Samenwerking blijkt belangrijk in de dierenwereld zoals we zagen in een fragment met twee olifanten uit 2012. Het is eigenlijk vreemd dat De Waal niet meer oog heeft voor samenwerking in de mensenmaatschappij, maar ongetwijfeld heeft de Amerikaanse samenleving - waar men er wel komt als men goede ideeën heeft en hard wil werken - hem tot zijn welwillende oordeel gebracht. Daar kon hij ook beter zijn eigen weg vinden dan in de hokjesgeest die in Nederland heerste. Hij moest in ieder geval niets hebben van de manier waarop Wouter Buikhuisen eind jaren zeventig door VN columnist Hugo Brandt Corstius bejegend werd. In een aandoenlijk interview door Cherry Duyns en Roelof Kiers uit 1978 zegt Buitenhuisen dat hij Vrij Nederland heeft opgezegd maar dat zijn vrouw er een genomen heeft.

Naar Nederland zal De Waal niet meer terugkeren. Hij heeft zijn hart verpand aan de stad Atlanta, een moderne metropool in het zwarte Zuiden, en eindigt met Ray Charles, die een ode aan de staat Georgia brengt. Daarmee kwam een eind aan een prachtige uitzending met scherpte en gevoel. De Waal toonde zich een tegenstander van de bio industrie, die volgens hem heel wat schadelijker is dan de dierentuin en toonde een bijzonder fragment van Mama, de moeder aap die in Burgers Zoo woonde en voor haar sterven een ontroerend contact had met Jan Van Hooff. Helaas hoorden we te weinig over de rechten van chimpansees, zoals in beeld gebracht in de documentaire Unlocking the cage (2016) van Chris Hegedius en D.A. Pennebacker, waarin jurist Steen Wise het opneemt voor een goede oude dag van chimpansees die een beroerd leven gehad hebben. De strijd tegen de bio industrie en de achterstelling van dieren is een taaie en had geholpen kunnen worden met een duidelijk pleidooi voor meer erkenning van dierenrechten, temeer omdat De Waal opmerkte dat de mens genetisch maar anderhalf procent anders is dan de aap en met dat kleine verschil weinig gedaan heeft. 

Hier mijn bespreking van Unlocking the cage.

The road (2015), documentaire van Zhang Zanbo


Het bouwen van een snelweg is als het voeren van een oorlog

De Chinese filmmaker Zhang Zanbo volgde drie jaar lang de bouw van een snelweg in de provincie Hunan, waar Mao werd geboren. Geheel in zijn geest werd de aanleg inclusief bruggen met voortvarendheid ter hand genomen en succesvol afgesloten, maar dat kostte wel de nodige bloed, zweet en tranen. Zanbo heeft de documentaire opgesplitst in een viertal hoofdstukken waarin we verschillende partijen die bij de aanleg betrokken zijn, in beeld worden gebracht. Meneer Meng van het bouwbedrijf vormt de verbindende schakel tussen deze partijen.

De bewoners hebben veel last van de aanleg omdat daartoe met springstof rotspartijen worden opgeblazen. Een explosie treft het huis van de oude mevrouw Ou, dat dicht bij de aan te leggen weg ligt, en slaat een gat in het dak. Meng komt langs op verzoek van de zoon van Ou en zegt dat hij er zestien dollar voor wil geven. Hij heeft al eerder laten weten dat hij vond dat Ou moest verhuizen. Zelf wil de zoon een oude boom behouden, die goede energie zou uitstralen. Hij vindt het schandalig dat men de boom al aan het uitgraven is terwijl hij nog niet eens weet wat de schadevergoeding is. Een partijman wijst hem er fijntjes op dat de snelweg ten goede komt aan de bewoners van de provincie, dus ook aan henzelf. De radio bericht over het partijcongres waar de economische ontwikkeling met grote woorden aangeprezen wordt.

De arbeiders graven veertien meter diepe putten om zand op te graven waarmee cement kan worden gemaakt. Meng zegt dat er een graf dicht in de buurt ligt, dat  moet worden verhuisd, maar de nabestaanden hebben daar weinig trek in. De arbeiders gaan door in regen en sneeuw en ontsnappen aan de dood als een put instort. Ze vinden het schandalig dat het management geen enkele reactie geeft. Daarnaast zijn er aan het eind van de werkperiode ook problemen met de uitbetaling. Men krijgt slechts 200 in plaats van de beloofde 3000 dollar. Een partijman voorziet dat het project wellicht stil moet worden gelegd als de problemen rond de betaling niet worden opgelost. Een arbeider legt zich neer bij de situatie en wil alleen nog heelhuids thuiskomen. 

De vechters zijn gangsters die door de plaatselijke overheid worden ingehuurd om het bouwbedrijf onder druk te zetten. De plaatselijke wegenautoriteiten klagen namelijk over de kwaliteit van het afgeleverde werk. Men wil de vergunningen zien en anders volgen boetes. Meng probeert eronder te komen door te zeggen dat hij daar later wel over wil praten maar dat hij nu geen tijd heeft omdat het cement anders hard wordt. Een maand later wil het bouwbedrijf de opgelegde boete niet betalen. De overheid laat gangsters inhakken op arbeiders die gewond in het ziekenhuis komen. Meng gaat bij hen op bezoek en belooft een schadevergoeding, maar daar moeten ze heel erg lang op wachten. Een bedrijfsleider probeert een gedupeerde met een grote bek de mond te snoeren, anderen houden een zitdemonstratie achter de wielen van een vrachtwagen (zie foto). Na dertien maanden krijgen ze tenslotte hun schadevergoeding.

De zangers van een bedrijfskoor brengen hulde aan het project als dat eenmaal af is. Eerst worden de brugdelen gecontroleerd. Als er fouten gemaakt zijn moet het bouwbedrijf dokken. Meng zegt dat het project net een gouden appel is waar allerlei instanties van willen mee eten. Opzichters worden omgekocht door ze een rode envelop met inhoud te geven of een fles dure drank. Een medewerker van het bouwbedrijf stelt dat de communistische partij corrupt is.  Desondanks wordt de weg met veel ideologisch gezang op 30 december 2013 geopend. Tijdens de zang wordt een tekst op het scherm geprojecteerd dat er sinds 2007 37 bruggen zijn ingestort. Oma Ou woont in een ander huis en de boom staat nog niet in de aarde.   

Hier de site van The road met prachtige beelden van de wegenaanleg ondersteund met orgelmuziek en een samenvatting.

maandag 21 augustus 2017

Filmrecensie: Tussen 10 en 12 (2014), Peter Hoogendoorn


Reacties op slecht nieuws met veel aandacht in beeld gebracht

Tussen tien uur en twaalf uur in de ochtend kan veel gebeuren, ook al speelt zich dat allemaal in het kleine, namelijk de familiekring, af. Het debuut van Peter Hoogendoorn laat dit zien aandacht voor stil spel en met mooie details. Helaas ontbreekt een twist op het eind, waardoor al het moois toch de nek wordt omgedraaid.

Tussen 10 en 12 begint heel fraai met een scène tussen twee agenten in een politieauto. De man (Nasrdin Dchar) schilt een mandarijntje en vraagt de vrouw aan het stuur of ze een partje wil. Daaruit spreekt een open Hollandse sfeer en vooral rust die nieuwsgierig maakt naar het vervolg. Ze gaan er niet opeens na een oproep door met gierende banden, maar, zo zien we later, bellen aan bij het huis van Gerard en Irina die zelf niet thuis zijn, maar wel hun zoon Mike en diens vriendin Katja om de dood van Merel ,de zus van Mike te komen melden. Mike reageert agressief en Katja probeert de schade zoveel mogelijk te beperken.

Daarop gaan ze met z’n vieren naar de vader van Merel, die monteur is bij een busbedrijf. De scène waarin hij geïntroduceerd wordt is net zo mooi als de eerdere introductie van Mike en Katja. Gerard draait mopperend een stoel aan voor een chauffeur en belt met zijn vrouw die bij de kapper zit. Hij luncht met een collega die een Turkse achtergrond lijkt te hebben als de politiewagen arriveert om hem het slechte nieuws te brengen. Zijn zoon Mike is degene die zijn vader inlicht in een rustig magazijn. Alweer wordt duidelijk in beeld gebracht hoe iemand reageert op een akelige boodschap.

Daarna volgt de reis naar de moeder. Katja biedt zich aan om de kapsalon in te gaan. Ze kijkt rond maar vindt Irina niet en is niet zo assertief om te zeggen waar ze voor komt. Pas op het eind hoort ze dat Irina weggeroepen is naar haar werk bij een postorderbedrijf.

Daar gaat de auto weer. Ditmaal gaat Gerard zelf de hal in waar Irina werkt. Hij omarmt haar en fluistert het slechte nieuws in haar oor, maar Irina werpt totaal overstuur de pakketten naar haar man toe. Ze neemt wat later plaats in de auto en kalmeert als de mannelijke agent haar vertelt dat het lichaam van haar dochter nog in het ziekenhuis in Charleroi is en nog niet vrijgegeven. Tijdens een rit door een tunnel zien we het gezin in het halfdonker. Eenmaal bij hun woning gekomen worden handen geschud en verdwijnt iedereen. Katja blijft achter en loopt naar de bushalte, waar ze neer zit en huilt. De gitaarmuziek neemt de stilte over en daarmee zijn we aan het einde van deze episode gekomen.

De korte film Tussen 10 en 12 is ondanks het teleurstellende einde een veelbelovend debuut. Vooral de durf om stiltes te laten vallen en de karakteristieke details zoals het mandarijntje in de politieauto maken benieuwd naar het volgende project van Van Hoogendoorn. 

Hier de trailer.

Transit Havana (2016), documentaire van Daniel Abma


Hindernissen voor transgenders in een socialistisch land.

De Duitse documentairemaker Daniel Abma schetst in Transit Havana een scherp beeld van de problemen waarmee transgenders in Cuba te maken krijgen. In het socialistische land vormen het katholicisme en de macho mentaliteit een hindernis voor transgenders om het leven te leiden dat ze zelf zouden willen, ook al is er een minister in de persoon van Mariela Castro Espin die het goed met hen voor heeft en komen er jaarlijks een Nederlandse en een Belgische arts langs om operaties te verrichten en Cubaanse collega’s op te leiden. Abma toont de problemen van transgenders aan de hand van drie hoofdpersonen, Odette, Juani en Malú.

Odette zet een kopje koffie voor haar grootmoeder neer en spreekt meteen een gebed uit. Ze is erg godsdienstig maar wil wel een geslachtsoperatie omdat ze zich in het lichaam van een man niet prettig vindt. Eerder was ze tankbestuurder in het leger en ze denkt eraan hoe haar collega’s zullen schrikken als ze haar terug zouden zien. Ze is blij met de toenadering tussen Cuba en de Verenigde Staten, omdat hierdoor de persoonlijke vrijheid kan toenemen. Dit is van belang voor haar omdat haar moeder niets ziet in een operatie. Hierdoor wilde Odette eerder een eind aan haar leven maken. Ze zegt dat anderen haar niet kunnen accepteren zoals ze is. Eerder had ze daar zelf ook moeite mee. Pas toen iemand vertelde hoe ze in elkaar zat, viel het kwartje. Ze zit alleen maar haar lage stem. Haar baas maakt het niet uit hoe ze is als ze maar gelooft. Odette dreigt de banden met haar familie te verbreken als ze dwars blijven liggen. Haar moeder gaat mee naar de kliniek om haar bezwaren duidelijk te maken. Ze krijgt steun van de katholieke kerk. De dorpspastoor keurt de operatie ook niet goed. Odette is wanhopig en gaat het liefst meteen naar de hemel.

Juani dient zichzelf testosteron toe, die hij eerder niet kon krijgen. Hij toont een foto waarop te zien is dat hij als dertienjarige al eens behandeld was. Samen met zijn broer luistert hij naar een toespraak van Mariela op televisie, tot de stroom het begeeft. Hij gaat naar het ziekenhuis en vertelt de doctoren over de werking van de penis, door hem Pancho genoemd, die hij gekregen heeft en hoort dat ze die nog beter zullen maken.
Juani woont bij zijn broer die een bedrijfje in matrassen heeft. Breed hebben ze het niet maar Juani heeft ook nog een pensioen waardoor ze het uit kunnen zingen. Hij zou het liefst een vrouw vinden en met haar in een eigen huis gaan wonen. Hij heeft een boeiend telefonisch contact met een vrouw en hoopt dat ze terugbelt.

Malú gaat samen met een vriend, die ook een transgender is, naar het strand. In de auto praten ze over het insnoeren van hun ballen met tape. Malú gaat heel vrouwelijk in bikini de zee in. Haar operatie wordt door een commissie bepaald. Ze gaat net als Juani naar een nationaal congres voor transgenders in Santiago waar Mariela hen toespreekt. Ze scheert zich voor een ontmoeting met een nog onbekende man. Haar vriend Willy zit in de gevangenis. Ze verdient geld bij met seksuele contacten. Het leven is niet slecht maar ze hoopt dat ze in de komende jaren toch nog een kans krijgt op een operatie.   

Daniel Abma is onder andere bekend van de documentaire Nach Wriezen, waarin hij drie jongeren volgt op hun weg in de maatschappij na drie jaar gevangenschap.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Nach Wriezen.

zondag 20 augustus 2017

Recensie: De glazen stolp (1997), Sylvia Plath


Bevlogen jonge vrouw zit gevangen onder stolp

De Amerikaanse dichter en schrijfster Sylvia Plath (1932 – 1963) maakte furore met haar huwelijk met de Engelse dichter Ted Hughes, dat een stormachtige ontwikkeling kende en niet goed afliep. In 1963 pleegde Plath, die leed aan een bipolaire stoornis, zelfmoord en liet Hughes achter in Engeland met de zorg van hun twee kinderen. Over de relatie zijn boeken volgeschreven, onder andere door Connie Palmen in Jij zegt het (2015). Laatst nog refereerde Max Porter zijdelings aan het stel in zijn boek over rouw, Verdriet is een ding met veren (2016).

De roman die vlak voor haar dood gepubliceerd werd heette The bell jar, in het Nederlands vertaald als De glazen stolp. Daarin beschrijft Plath de wijze waarop haar alter ego Esther Greenwood in haar jeugd van het rechte spoor afraakte. In het eerste deel is er nog weinig aan de hand. Ze zit op een College in Boston en neemt deel aan een gastredactieprogramma voor een twaalftal getalenteerde leerlingen, dat georganiseerd wordt door het damesblad Ladies Day hartje zomer in New York. In het hotel waar de meisjes verblijven en van waaruit het ene na het andere uitstapje georganiseerd wordt, mogen geen mannen komen, maar dat neemt niet weg dat hun contact wel gezocht wordt door  Esther en de eigenzinnige Doreen. Ze gaan een avondje uit met een beroemde radiopresentator en zijn vriend. Helaas verloopt het samenzijn niet zoals de bedoeling was waarop Esther besluit zich te conformeren aan de meerderheid. De sfeer in het eerste deel is meisjesboekenachtig, maar dat verandert als de vaderloze Esther na de zomer in New York in een gat blijkt te vallen.

Tegenspeler in de roman is Buddy Willard, zoon van een kerkelijke dame die al eerder graag wilde dat hij met Esther trouwt. Buddy zit op het voornamere Harvard en wil dokter wil worden. Esther is vereerd dat hij haar op bezoek vraagt, maar te beschaamd over haar gebrek aan seksuele ervaring om een relatie aan te gaan. Tijdens een skivakantie breekt ze door toedoen van Buddy op twee plaatsen haar been en later loopt Buddy tbc op en komt in een kliniek terecht.

Het feit dat Esther na het gastprogramma wordt afgewezen voor een schrijfopleiding haalt haar uit haar evenwicht. Ze blijft thuis, vereenzaamd en valt niet meer in slaap, waardoor haar mentale gezondheid hard achteruit gaat. Ze wil zelf gaan schrijven maar beseft dat ze daarvoor de levenservaring mist. Haar moeder stuurt haar naar de dokter die haar verwijst naar een psychiater en vandaar ontkomt ze niet meer aan een inrichting waar men brute elektroshocks op de patiënten toepast. Gelukkig wordt Esther door een gerenommeerd schrijfster gered en naar een kliniek gestuurd waar men een humane behandeling voorstaat. Op het eind ontmoet Esther de vroegere vriendin van Buddy, die wel in staat is om de zelfmoord te plegen die Esther eerder op verschillende manieren van plan was. Zij moet maar afwachten of de medische staf haar laat gaan. Zelf heeft ze daar weinig vertrouwen in. Ze vreest dat ze na ontslag weer in de glazen stolp komt waarin ze zich eerder gevangen voelde. ‘Hoe wist ik dat niet op een dag – op College, in Europa, ergens, waar dan ook – de stolp, met zijn verstikkende vertekeningen, weer over me zou neerdalen?’ De roman eindigt open, net voor aanvang van het gesprek met de doctoren over een mogelijk ontslag.   

De glazen stolp is het hilarische maar vooral droevige relaas over een bevlogen jonge vrouw die niet uit de glazen stolp kan komen waarin ze gevangen gehouden wordt. Nog tragischer dan het levenslot van Esther Greenwood is dat van Sylvia Plath zelf.  

Hier mijn bespreking van Verdriet is een ding met veren, hier mijn verslag van het gesprek van Wim Brands met Connie Palmen over Jij zegt het.