Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 3 december 2012

Ben Lerner over Vertrek van station Atocha, VPRO-Boeken, 2 december 2012


Buitenlandse student op zoek naar zichzelf

De debuutroman Vertrek van station Atocha van de Amerikaan Ben Lerner gaat over de jonge labiele dichter Adam Gordon die zijn studiebeurs in Madrid verspilt als gevolg van dadeloosheid en innerlijke verwarring. Gordon is op zoek naar zichzelf.

Vorig jaar werd de roman luid bejubeld door schrijver Jonathan Frantzen en criticus James Wood, zegt Wim Brands. Voordat hij naar het boek gaat, vraagt hij Lerner het gedicht I did it for the children voor te lezen dat in 2003 in de Paris Review stond. Lerner speelt daarin met idioom, met cliché’s die uit hun context gehaald worden, zoals de uitspraak van Britney Spears: Oops, I did it again. 

Hoe komt een dichter tot een roman?
Lerner verzette zich lang tegen het idee om een roman te schrijven, maar dit boek drong zich op, hij kon er niet omheen.

Jij kreeg ook een Fullbrightbeurs net als Gordon.
Lerner bestudeerde in Madrid literatuur uit de Spaanse burgeroorlog en studeerde Spaans. Gordon heeft een hekel aan zichzelf, zegt hij, maar is eerlijk in zijn oneerlijkheid over zijn schrijverschap.

Brands toont een fragment van Kruisafneming van de schilder Rogier van der Weyden, dat in het Prado hangt.
Gordon is verontrust dat men overweldigd kan worden door kunst. Zelf had Lerner diepe kunstzinnige ervaringen, maar hij kent ook het gevoel van Gordon dat de vervoering bij anderen niet echt is. Zelfs tranen zeggen niet veel. Amerikaanse evangelisten storten niet- gemeende tranen uit voor hun gemeente. Zelf houdt Lerner net als Adam Gordon van de dichter John Ashberry (1927) die kan vervoeren en kan laten verlangen om vervoerd te worden, want de grens daartussen is niet altijd duidelijk.

Brands haalt James Woods aan die in een essay over de roman stelde dat de roman over identiteit gaat.
Adam Gordon is nog maar een kind, zegt Lerner. Hij kan zichzelf nog uitvinden en doet dat ook in Madrid, bijvoorbeeld door te vertellen dat zijn moeder overleden is. Met als oogmerk om te ervaren hoe dat in werkelijkheid zou zijn. Om zich zo’n verlies voor te stellen.

Brands noemt Gordon een anti-held.
Dat klopt, zegt Lerner. Zo iemand is belangrijk in de literatuur. Hij vertolkt de waarheid over de tegenstrijdigheid in het bestaan tussen innerlijke beleving en sociale rol.

Brands vraagt hem of hij ook onderwerpen kent waarover hij niet wil schrijven.
Lerner kan niet ongestraft schrijven zonder de feiten te falsificeren. Zijn vrouw Ottie komt niet voor in zijn boek, dat als een soort uitvergroting van zijn angst moet worden gezien. Zijn vrouw is zo dichtbij dat hij niet over haar kan schrijven. Anderzijds is hij zich ervan bewust dat alles waar hij bewust niet over schrijft toch doordringt bij de lezer.     

Hier het gedicht I did it for the children in de Paris Review nr. 166 van zomer 2003.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen