Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 6 februari 2014

Boekrecensie: De republiek (2013), Joost de Vries



Het leven inhoudelijk slechts een verhaal, maar wel kostelijk

Net als in zijn romandebuut Clausewitz laat Joost de Vries in De republiek weer een zoektocht ondernemen, waarbij biografie en fictie zo innig verstrengeld zijn, dat echtheid en onechtheid moeilijk van elkaar te scheiden zijn. Was het de vorige keer de letterkundige Tim Modderman die een zoektocht ondernam naar zijn cultheld, in De republiek gaat de historicus Friso de Vos de strijd aan met een vroegere medeleerling van hun cultheld.  

In dit geval is dat de hoogleraar Josip Brik. Hij werd geboren in Belgrado, bleef daar niet hangen, maar trok als gevierd Hitler deskundige de wereld door. Hij woonde in de Verenigde Staten en heeft lesgegeven in Groningen, waar hij zowel Friso de Vos als Philip de Vries onder zijn hoede had. Zelf horen we hem niet meer. Aan het begin van het boek is hij in Amsterdam uit het raam van zijn hotelkamer gevallen en dood neergestort.

Friso de Vos, die een tijdschrift uitgeeft op het gebied van de Hitlerstudies, beschouwt zichzelf als de oogappel van Brik en zal tijdens een belangrijk congres van Hitlerianen in Wenen een paneldiscussie voeren met Philip de Vries, maar zover komt het niet. Delen daarvan worden al eerder uitgedacht door Friso, bijvoorbeeld als hij de kamer van Philip onderzoekt op de urn van Brik, die Philip meegekregen heeft. Grappig is de gedaanteverwisseling, waarbij Friso net doet of hij Philip is, met de bedoeling de laatste voor gek te zetten.

Het verhaal beweegt zich tussen een crimi rond het opsporen van een maquette van Speer - waarbij een cultuurverzamelaar met zijn gevolg een rol speelt die in dat wereldje past - en anderzijds een intellectuele exercitie. De academisch gevormde Friso krijgt te maken met de wereld van glamour, maar stijgt daar boven uit. ‘Wat was het toch heerlijk om een heerlijk om een intellectueel te zijn! Die ratio, dat je altijd dit metaniveau had, het was de vervolmaking van wat Brik me geleerd had, dat ja ook nee betekende, wit ook zwart, hier ook elders het leven ook fictie.’

Net als in de debuutroman is er stilistisch veel te genieten. Het verhaal wordt verteld met veel vaart en eruditie. De taal is prachtig met fantastische beeldspraken. De titel is weer wat duister. Enerzijds wordt gerefereerd aan het tijdperk na Brik, anderzijds denkt Friso dat de republiek gevormd wordt door zijn geliefde en hijzelf, al loopt hun relatie op hun einde. Eveneens zijn er weer uitstapjes naar de literatuur, zoals Heart of darkness. We zien zelfs foto's van katten die op Hitler lijken of shampoobussen.

Het moet voor een doorgewinterde recensent niet gemakkelijk zijn om onbevangen en origineel uit de hoek te komen. Regelmatig komt De Vries terecht op een metaniveau, bijvoorbeeld als Friso door de sneeuw in Wenen loopt: ‘De meest gesproken zin in films is altijd “Let’s get outta here”, het meest gebruikte sfeerbeeld in literatuur schijnt “Ergens in de verte blafte een hond’ te zijn, of iets dergelijks.” (…) Moet ik daar iets van maken? Zat iemand erop te wachten dat ik mijn eigen voetsporen metaforiseerde?’

De beelden zijn zoals gezegd prachtig. Schnitzels zijn als onontdekte continenten in overvloedige boter, onweer maakt het geluid van een rolkoffer, sneeuw roept een tijdloos gevoel op, een snor lijkt op een gestrand beest. Humoristisch is de beschrijving van de verschillende groepen Hilterianen die op het congres afkomen en allemaal vanuit een eigen invalshoek hun onderwerp beschouwen.

De verschillende delen sluiten helaas niet erg op elkaar aan. De onfortuinlijke reis van Friso naar Chili, zijn seksuele avontuur met de Vlaamse Nina in Wenen, de epiloog rond de familie van Pippa, het zouden allemaal aparte verhalen kunnen zijn. De roman krijgt daarmee een losse structuur. Het lijkt erop alsof het slechts om de verhalen gaat. Daarmee knipoogt De Vries naar het postmodernisme, maar het kan ook zijn dat hij dit ironisch bedoelt. Hij maakt het de lezer wat dat betreft niet gemakkelijk. Net als in Clausewitz mag die het zelf uitzoeken. Kostelijk is het wel.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen