Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



zaterdag 27 mei 2017

Margot Vanderstraeten over Mazzel tov, VPRO Boeken, 30 april 2017


Over de spagaat tussen het moderne leven en de orthodox joodse wetten

De sympathieke schrijfster en journaliste Margot Vanderstraeten werkte in haar studententijd als onderwijshulp bij het orthodox joodse gezin Schneider met vier kinderen in Antwerpen. Ze gaf hen zes jaar lang bijles en kwam dagelijks en op zondagochtend bij hen over de vloer. In haar boek Mazzel tov toont ze, vijfentwintig jaar na dato, een kijkje achter de voordeur van zo’n orthodox joods gezin dat weer anders is dan het chassidische milieu dat de Canadese Maxime Giroux verfilmde in Félix et Meira (2014).

Carolina Lo Galbo begint meteen over de achterdocht die er wederzijds was, maar vooral bij de familie Schneider.
Vanderstraeten zegt dat ze in die tijd samenwoonde met een Iraanse man en dat dit een probleem was voor de ouders. Omdat andere kandidaten afhaakten kwam ze toch weer in beeld. Haar aangeboren journalistieke nieuwsgierigheid en de noodzaak om wat geld verdienen, maakten dat ze het bijbaantje aannam.

Lo Galbo vraagt wat haar fascineerde aan die joodse wereld.
Vanderstraeten antwoordt dat de joodse wijk vlak bij haar in de buurt was, maar erg afgesloten was. Het leven speelde zich daar af in een kleine cirkel omdat de joodse wetten dat voorschrijven. Ze leerde een en ander daarover van de kinderen, die ouderwetse kleding droegen terwijl zij in minirok en blote armen binnenhuppelde.
Omdat ze op een katholieke kostschool had gezeten, dacht ze het beter te weten, maar daardoor kwam ze in botsing met zoon Jakov, onder andere over het samenwonen en homoseksualteit. In zijn milieu werd een huwelijk voorgesteld. Een man vrouw strijd volgde. Later verloor ze haar ontwapenende houding, maar in die tijd speelde die geen rol. Door het geringe zelfvertrouwen van Elzira bouwde Vanderstraeten een vertrouwensband op met haar op. Ze zat in een spreidstand tussen de moderne tijd en de orthodoxe gebruiken. Vanderstraeten voerde veel persoonlijke gesprekken met haar en leerde haar fietsen al was dat wel buiten het blikveld van de joodse gemeenschap.

Lo Galbo vraagt hoe het voor haar was om te zien dat Elzira werd achtergesteld.
Vanderstraeten antwoordt dat het meisje ook veel zelf deed en zich ontwikkelde tot een sterke vrouw.

Lo Galbo vond het interessant te lezen over de orthodoxe gebruiken. Ze vraagt zich af of het niet ingewikkeld is een orthodoxe jood te zijn in de huidige tijd.
Vanderstraeten beaamt dit. Zelf stak ze wel haar hand uit maar besefte dat die best onrein kon zijn. De orthodoxie heeft overigens meerdere kanten, de verschillen binnen dat milieu kunnen groot zijn. De kleur van keppeltjes vertegenwoordigt een bepaalde code, net als die van de sokken. Die hebben ook een politieke connotatie.

Lo Galbo brengt het hete hangijzer Israël ter sprake. Elzira ging daar naar toe.
Vanderstraeten antwoordt dat ze wat dat betreft zelf in een spreidstand verkeerde. Ze voelde zich hypocriet omdat ze geen discussie voerde over de Palestijnen en de bezette gebieden. De vriendschap hield stand. Elzira woont tegenwoordig met haar gezin in New York. Vanderstraeten bezocht haar toen haar kinderen op zomerkamp waren. Ze was bang om te vertellen over Mazzel tov, maar kreeg haar steun, wellicht ook omdat Elzira de artistieke kwaliteit van Vanderstraeten wel kan waarderen.

Hier de mooie site van Margot Vanderstraeten met meer informatie over Mazzel tov en de schrijfster zelf, een schenkster van opinies, zegt ze in haar bio, hier mijn bespreking van Félix et Meira.

vrijdag 26 mei 2017

Filmrecensie: La pirogue (2012), Moussa Touré


Odyssee van bootvluchtelingen sterk in beeld gebracht

La pirogue, dat in het Engels The pirogue en in het Nederlands De prauw betekent slaat op een vaartuig waarmee aardig wat mensen vervoerd kunnen worden. In de film zitten er dertig personen in het open ruim en zijn vanaf de buitenkant onzichtbaar. Volgens de informatie na afloop vluchtten tussen 2005 en 2010 30.000 Afrikanen met dit soort vaartuigen naar de Canarische Eilanden om vandaar verder Europa in te trekken. Een zesde van hen liet daarbij het leven. De krantenberichten over aangespoelde lijken op de eilanden zijn daarvan het trieste gevolg. De Senegalese filmmaker Moussa Touré (1958) zag in dit onderwerp een film. Volgens de informatie maakte hij die in een paar maanden tijd. De acteerkwaliteiten zijn misschien niet heel sterk, maar juist de naturelle stijl maakt de film aangrijpend.

Moussa begint met beelden van een imposante worstelwedstrijd in een kuststadje in Senegal, die met veel rituelen en hysterie omgeven is. De twee jonge mannen Baye Laye en Kaba bekijken de strijd en praten tegelijk over hun deelname aan een boottocht naar de Canarische Eilanden. Baye Laye is gevraagd om kapitein te worden, maar weet niet of hij zijn vrouw en zoon wel in de steek moet laten, Kaba wil graag een voetbalcarrière in Europa beginnen. De vrouw van Baye Laye wil liever niet dat hij haar verlaat. Ze zegt dat hij beter naar China kan gaan omdat Europa in crisis verkeert, maar tenslotte besluit hij toch het verzoek aan te nemen. Het geld kan hij goed gebruiken. Hij neemt Kaba als zijn tweede stuurman aan. Amadou, een muzikale jongen bij hem in de buurt die juist werkeloos is geworden, staat erop om met hem mee te gaan. De tocht duurt maar zeven dagen en en Senegal valt voor hem niet te bereiken.

Twee andere groepen, elk bestaande uit tien mannen, komen van elders en worden met busjes aangevoerd. Ieder heeft zijn eigen reisdoel. De leider van de groep uit Guinee draagt een fez, heeft zijn zinnen erop gezet om in Andalusië in de landbouw te gaan werken en wil organisator Lansana niet meteen het geld geven maar eerst weten wie de kapitein is. Lansana wil graag meteen het geld en wijst op Kaba die buiten met de motor bezig is. De fez vindt hem erg jong, maar Lansana verzekert hem dat hij heel handig is op een prauw en dat zij bij hem in goede handen zijn. Ze moeten alleen nog wachten tot de weersomstandigheden gunstig zijn. Het afscheid van Baye Laye van zijn vrouw Kiné is smartelijk en mooi in beeld gebracht. Ze wil dat hij een shirt voor zijn zoon Bouda meeneemt.

De reis zelf is een odyssee waarbij de vluchtelingen geen ellende bespaard blijft. Aan boord bevinden zich twee flessen met een drankje dat alleen in tijden van nood geopend mag worden. Lansana ontdekt meteen al een verstekelinge. Ze heet Nafy en wil naar Parijs omdat ze daar aan het werk kan. Omdat ze geen geld heeft moet ze voor de anderen koken. Deelnemer Yaya heeft het te kwaad in het ruim. Hij wil terug maar wordt vastgebonden en de mond gesnoerd. Dramatisch is de ontmoeting met een andere prauw die stilgevallen is en ronddobbert. Als steeds meer mensen vanuit die prauw naar hen toe zwemmen maakt Baye Laye zich uit de voeten. Hij is trots dat hij een tweede motor aan de praat krijgt als de eerst het begeven heeft. Na een zware storm, die de nodige mensenlevens kost en waarbij Kaba over boord slaat, komt ook de tweede motor tot stilstand. Lansana raakt zwaar over zijn toeren. Yaya overlijdt, terwijl anderen een slok van de vloeistof krijgen toegediend. Gelukkig gaat voor hen het spreekwoord op dat wanneer de nood het hoogst is, de redding nabij is. 

De gepassioneerde zang die af en toe te horen is geeft nog meer urgentie aan de film en vormt een mooi contrast met het eentonige dreunen van de motor, al moet die de deelnemers ook als muziek in de oren geklonken hebben. De kijker blijft achter met een gevoel van smart over de velen die omgekomen zijn in een poging enig geluk in Europa te vinden. De oproep tot een rechtvaardiger wereldorde kan niet heftiger verwoord worden.

Hier de trailer.

No Rio e no mar (2016), documentaire van Jan Willem den Bok



Milieuracisme goedgekeurd door de staat

Na de opwekkende documentaire Good morning South Sudan (2015) - waarin Jan Willem den Bok een portret schetst van een bevlogen radiomaker die de nieuwe staat Zuid Soedan een hart onder de riem wil steken, hetgeen helaas niet het gewenste effect heeft gehad zoals we inmiddels weten - reisde de documentairemaker naar een Braziliaans eilandje in de Allerheiligenbaai in de buurt van de stad Salvador, waar de bevolking bestaande uit vissers het moeilijk heeft door vervuiling door de olie- en gasindustrie. Omdat de Braziliaanse staat daar belangen in heeft, wordt de bevolking aan zijn lot overgelaten. Een tweetal vrouwen richt samen de advocaat van de vissersbond een actiecomité op om hun eisen voor een schoon milieu kracht bij te zetten. In No Rio e no mar, hetgeen lijkt op geen vlees en geen vis, maar in het Portugees staat voor ‘op de rivier en op de zee’, geeft Den Bok een fraai beeld van de moeilijke levensomstandigheden van de vissersgemeenschap. Zij vormt een van de vele schrijnende voorbeelden van de onderschikking van mensen in een kapitalistische maatschappij, waarin winst boven geluk en gezondheid gaat. 

Den Bok laat ons eerst kennismaken met de twee vrouwen uit het actiecomité. Eliete Paraguaca houdt van vissen, omdat ze eigen baas is, maar maakt zich grote zorgen over de verontreiniging van het water door de industriële activiteiten van Petrobas dat zich als een reus boven het eiland verheft. Marizella Carlos Lopes toont beelden van het monster zonder hart, dat ze op twaalfjarige leeftijd voor het eerst aanschouwde. Het was 1960 toen Petrobas met zijn activiteiten een net om het eiland Ilha de Maré spande. Na een explosie kwam naftaleen vrij die zorgde voor jeuk als men in contact kwam met het water.

Petrobas heeft weinig op met de bevolking. Oude leidingen in hun achtertuin worden niet gerepareerd en veroorzaken soms een gaslucht. Inkomsten vloeien in de staatskas en het bevolking heeft het nakijken. Onderwijsvoorzieningen bestaan niet en gezondheidszorg wordt niet geleverd. De vader van Marizella zingt strijdliederen en zou het liefst terugkeren naar Afrika waar zij ooit als slaven weg werden gehaald. Racisme is hier nog nooit weggeweest en verschijnt nu als milieuracisme.

De universiteit van Bahia heeft de kinderen op het eiland onderzocht en geconstateerd dat die veel te veel lood in het bloed hadden, hetgeen een negatieve invloed op het zenuwstelstel en schoolprestaties heeft. Kanker komt ook veel voor. Een hoogleraar zet zich in voor de belangen van de vissersgemeenschap. Hij zegt dat de locatie van de haven en de nabijheid van een elektriciteitsbedrijf ongeschikt is in de Allerheiligenbaai, de kraamkamer voor veel vis. De natuurbescherming die in reclamefilmpjes van de overheid wordt getoond, is maar schijn.

Jurist Marcos Brando spreekt demonstranten toe tijdens een protestbijeenkomst in Salvador. Hij haalt de bewijzen van de universiteit over de vervuiling aan. Marizella spreekt zich uit tegen de uitbreiding van de haven. Na een explosie op een naburig eiland gaat Eliete een kijkje nemen. De communicatie tussen Petrobas en de bevolking is bedroevend slecht. Mensen zijn ten einde raad. Helaas hebben protesten weinig effect. Niet alleen omdat de regering actievoerders gevangen dreigt te nemen, maar ook omdat de media in handen zijn van een paar rijke families, die aan de touwtjes trekken. Tijdens een herdenking van doden op zee, is er toch nog de nodige strijdbaarheid te horen. De mensen staan dan ook met de rug tegen de muur. Eliete vist weer en droomt van een toestand van vrede en gezondheid. Dat haar droom leidraad mag zijn voor milieuactivisten die zich overal ter wereld inzetten voor een schoon milieu. De strijd in Brazilië wordt vandaag de dag weer hard gevoerd. De huidige president Temer zette daarbij zelfs het leger in maar werd weer teruggefloten. 

Hier de trailer, die begint met beelden van een klein vissersbootje tegen de achtergrond van een enorm zeeschip, waarmee de strijd tussen David en Goliath aardig verbeeld wordt, hier mijn bespreking van Good morning South Sudan.

donderdag 25 mei 2017

De jacht op mijn vader (2017), documentaire van Gülsah Dogan


Schrijfster zet integriteit boven de persoonlijke relatie

Schrijfster Karin Amatmoekrim (Parimaribo, 1971) besluit na vijf romans, waaronder Het gym, een boek te schrijven over haar vader Eric Lie, die ze pas op haar 22 ste leerde kennen. Het is de vraag of de inmiddels 71 jarige man daarop zal reageren. Hij staat in Suriname bekend als een vrouwenversierder, een jager op dieren en is een bekend Taekwondo leraar. Amatmoekrim gaat met de tekstfragmenten, die ze al geschreven heeft, naar hem toe om zijn mening erover te horen. Het is spannend te zien wat dat oplevert. Gülsah Dogan, die eerder tekende voor Naziha’s lente (2014), registreert met de camera de kwetsbare relatie tussen vader en dochter.

Eric Lie blijkt in ieder geval niet de macho, die de kijker in zijn hoofd heeft na het lezen van de persoonsbeschrijving. De man luistert aandachtig naar de fragmenten die zijn dochter hem voorleest en troost haar als ze het te kwaad krijgt. Bijvoorbeeld bij passages over haar stiefvader die aan de drank was. Haar moeder Marie nam haar al snel mee naar Nederland omdat ze voorvoelde dat zij in Suriname niet de aandacht zouden krijgen die zij verdienden. Lie had relaties en kinderen bij andere vrouwen en nam daar weinig verantwoordelijkheid voor. Lie zegt dat hij niet bang is voor het boek omdat hij niet het idee heeft dat hij iets misdaan heeft.

 In een radio interview zegt Amatmoekrim dat haar boek geen afrekening met haar vader is, maar ook geen eerbetoon. Ze hoopt op waardering voor haar lef, maar vreest een conflict. Haar boek vindt ze belangrijker dan een goede verhouding met haar vader. Eerlijkheid gaat boven een goede verstandhouding. Ze weet niet of ze wel van hem houdt. Het feit dat ze nooit iets van hem hoorde zal daarmee te maken hebben. Ze bekijkt oude foto’s van Lie en ziet dat hij ooit in Rotterdam is geweest en toen niet de moeite heeft genomen om contact op te nemen. De ontmoeting tussen hen is een toevalstreffer.

De eerste scheuren in de verhouding dienen zich aan als Lie zich niet herkent in het beeld van de vrouwenversierder. Hij zegt juist dat hij altijd respect had voor vrouwen. Over het feit dat hij vroeger manager van een hoerentent was en gratis seks kreeg, kan hij lachen. Over een ander fragment, waarin hij zelf ook de hoer speelde voor een oudere vrouw, haalt hij, ondanks de omzichtigheid waarmee zijn dochter het onderwerp behandelt, zijn schouders op. Amatmoekrim is daarover opgelucht. Lie vertelt dat hij verdrietig was over het vertrek van Marie en Karin. Nadat hij zijn dochtertje nog had vastgehouden waren ze de volgende dag opeens vertrokken.

Amatmoekrim stelt in een fragment de narcistische levenswijze van haar vader aan de orde, waardoor haar moeder nooit meer onbevangen naar een man kon kijken. Als het boek eenmaal verschenen is onder de titel Tenzij de vader (2016) neemt Lie aanstoot aan het feit dat zijn levenswijze schaamteloos wordt genoemd. De onbewuste angst om te ontdekken hoe zijn dochter werkelijk over hem denkt, weerhield hem om het boek helemaal te lezen. Tijdens een bijeenkomst over het boek in Suriname zegt hij dat hij van haar houdt. Amatmoekrim is daarvan niet zo zeker, maar is wel geraakt door het verdriet van haar vader over haar oordeel over hem. Wellicht lijkt ze op hem in onverbeterlijkheid en genadeloosheid.  

Hier de trailer op vimeo, hier het gesprek van Wim Brands met Karin Amatmoekrim over Het gym (2011), hier mijn bespreking van Naziha’s lente.

Filmrecensie: Besieged (1998), Bernardo Bertolucci


Fraaie beeldtaal in verhouding tussen Italiaanse componist en Afrikaanse werkster

De Italiaanse filmmaker Bernardo Bertolucci heeft een lange staat van dienst. Zijn naam op de filmrol stond garant voor grote kwaliteit. Films als Last tango in Paris (1972) en Novecento (1976) spraken tot de verbeelding. Daarna leek zijn grootheid af te nemen. The Dreamers (2003) was van mindere kwaliteit, maar met Besieged, de Engelse vertaling van L’assedio, die hij vijf jaar eerder opnam, toont Bertolucci toch weer zijn kunnen.

Bertolucci begint in Afrika waar een man op een snaarinstrument speelt en daarbij zingt over Afrika. De toestand in zin land is niet best getuige beelden van politie die de bevolking in bedwang houdt, een opstandige onderwijzer wordt afgevoerd en instellingen voor mensen, waaronder veel jongeren, die gehandicapt geraakt zijn. Ook komt er een jonge vrouw in voor die op zoek gaat naar haar man die in de militaire gevangenis zit opgesloten. Op haar fiets maakt ze geen schijn van kans tegen de soldaten die in hun jeeps over de weg scheuren. Machteloos zakt ze op de grond. De muzikant passeert haar al zingende.

In een volgend fragment zien we de vrouw, die Shandurai heet, terug in het appartement in Rome. Ze woont in een kelder van een statig woonhuis van een componist en maakt schoon als ze niet studeert. De componist Jason Kinsky houdt haar in de gaten als ze vanaf de straat de metro in schiet. Het is meteen al duidelijk dat hij een oogje op haar heeft. Hij legt een bloem in haar kast als ze afwezig is, hetgeen door Shandurai niet op prijs wordt gesteld. Ze heeft ook weinig met de barokmuziek die Kinsky zelf speelt en aan zijn leerlingen probeert over te dragen.

Als ze een ring vindt, die van de tante van Kinsky geweest is, van wie hij het huis erfde, en die terug wil geven, vertelt Kinsky dat hij van haar houdt. Als dat echt zo is, zegt Shandurai, help me dan mijn man uit de gevangenis te bevrijden. Zonder dat dit met veel woorden gezegd wordt zet Kinsky zich daarvoor in. Shandurai ziet ook dat er steeds meer huisraad uit de woning verdwijnt, tot de vleugel aan toe. Ze deelt Kinsky mee dat haar man inderdaad vrijkomt en vraagt of hij in zijn huis kan logeren. De grootmoedige Kinsky geeft daaraan toe, waarop Shandurai hem zeer erkentelijk is, tot lichamelijk dankbaarheid aan toe.

De toenadering tussen Kinsky en Shandurai wordt op een beeldende manier gefilmd, waarbij de taal van ondergeschikte betekenis is en de lieflijke pianomuziek de rol daarvan overneemt. De kleuren zijn zacht en de details mooi. Zoals van de laatste ochtend in de stad Rome als de man van Shandurai met een taxi naar de woning van zijn vrouw rijdt, het stofdoekje dat langs de wenteltrappen neerdaalt op het hoofd van Kinsky, of de overgang van het schuim op het bier dat Shandurai met een medestudent in een café drinkt in het sop waarmee ze de stenen vloer in het huis dweilt.

Daarmee toont Bertolucci zich tot weer de filmmaker die met sterke beeldende details, omgeven door veel rust, een bijzondere wereld weet op te roepen en neer te zetten. De hoofdrol van de innemende Britse Thandie Newton als Shandurai helpt daar, net als het verhaal van James Lasdun, ook aan mee.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van The dreamers.

woensdag 24 mei 2017

Filmrecensie: Un héros très discret (1996), Jacques Audiard


Franse jongen verzint een spannend leven

De films van Jacques Audiard zijn ware kunstwerken, zoals ook weer uit zijn laatste film Deephan (2015) bleek, waarin hij de raciale moeilijkheden in beeld brengt waarmee een Tamil gezin in een Parijse voorstad mee te maken krijgt. Zijn talent bleek al in zijn eerdere films uit de jaren negentig. In Un héros très discret, die in het Engels A self made hero heet, vertelt hij het verhaal van Albert Dehousse, een Franse jongen met veel fantasie die zich bombardeert tot verzetsheld en lang de schijn kan ophouden.

Un héros très discret begint met de oudere Albert die terugkijkt op zijn leven en een anekdote vertelt waarin hij zich zelf herkent. Die gaat over een stel Wehrmachtsoldaten die jaren na de Tweede Wereldoorlog in een bunker in Frankrijk gevonden werden, zich totaal onbewust dat de oorlog allang afgelopen was. Na hun ontdekking sterven ze al gauw, omdat het gewone leven voor hen ondraaglijk was. Zelf had Albert een enorme fascinatie om zich voor te doen als een held zoals we al zien in zijn jeugd als hij spannende boeken leest en zich helemaal inleeft in de situatie. Zijn huiselijke omstandigheden helpen hem zijn verlangen achterna te gaan. Zijn in de oorlog overleden vader was helemaal niet zo’n dappere soldaat als zijn moeder voorstelt.

Albert is 22 jaar oud als de Duitsers opnieuw binnenvallen. Tijdens  bombardementen ontmoet hij de knappe Yvette, die onder de indruk is van zijn schrijftalent. De fragmenten die hij haar voorleest heeft hij echter overgeschreven uit een boek. Ze trouwen en beleven hun eerste liefdesnacht. Het beroep van schrijver is te gevaarlijk tijdens de bezetting en daarom wordt Albert een vertegenwoordiger in babyartikelen. Na de bevrijding ziet Albert dat zijn moeder wordt kaalgeschoren, omdat ze, zonder dat hij het wist, heeft geheuld met de vijand. Reden genoeg voor Albert om zich los te maken uit het dorp en naar Parijs te gaan, waar hij als portier moeizaam aan de kost komt en van een ander hoort wat hij moet doen om meer fooien te krijgen, onder andere door te glimlachen. Dat is een van de bouwstenen om een verzetsheld te worden.

Contacten met anderen brengen hem steeds dichter bij mensen die in het verzet gezeten hebben. Albert vormt zich een zo goed mogelijk beeld van de situatie toen in Engeland en doet het later voorkomen dat hij daar ook zijn bijdrage aan geleverd heeft. Het brengt hem, vanwege zijn ongekreukte verleden, tot luitenant kolonel en zelfs tot adviseur op het ministerie. Tot hij zelf, in bed met de lieve jonge soldate Servane, beseft dat hij niet onder de leugen uit kan en eerst tegen haar en later ook publiekelijk bekend dat hij niet de persoon is die hij voorwendde. Zijn zaak wordt discreet afgehandeld en hij wordt veroordeeld voor bigamie omdat hij trouwde met Servane terwijl Yvette nog steeds zijn wettige echtgenote was.

De film is opgebouwd als een documentaire waarin verschillende mensen zich over Albert uitspreken. Dat geeft een mooie gelaagdheid aan het verhaal. Volgens de informatie die we vervolgens aangereikt krijgen, bleef Albert in zijn latere leven niet vrij van de ondeugd die hem zo fascineerde. Een verzonnen leven is veel leuker dan een bestaand leven. Vandaar de aantrekkingskracht die daarvan uitgaat voor schrijvers.
Un héros très discret is gemaakt naar de gelijknamige roman uit 1989 van de Franse politicus Jean Francois Deniau, die de spanning rond het fictieve bestaan van Albert op een mooie manier doseert. Matthieu Kassovitz speelt zeer overtuigend de hoofdrol.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Deephan.

Recensie: Nachtschrijver (2017), Jannie Regnerus


Poëzie in de vorm van proza

De aankondiging van een nieuw boek van Jannie Regnerus deed me meteen opveren. Haar eerdere boeken Het geluid van vallende sneeuw (2006), waarin haar impressie van Japan evenals Het lam (2013), door Wim Brands het beste boek van 2013 genoemd, waren juweeltjes van taal en dat geldt nog sterker voor het onlangs verschenen boek met de wat prozaïsche titel Nachtschrijver.

Nachtschrijver gaat over een zekere Hannah die als restauratrice in het Rijksmuseum werkt en in de ban is van de blinde dichter Tsjebbe Hettinga, door haar Blindman genoemd. Ze zag een documentaire over hem, waarin verteld werd dat hij in zijn jeugd blind werd door een oogziekte, las zijn gedichten en sindsdien laat hij haar niet meer los. Het feit dat ze dezelfde Friese achtergrond met hem deelt, zal daar niet vreemd aan zijn, maar daarnaast is ook een grote zintuiglijke gevoeligheid een bron van overeenkomst tussen hen. Wat die zintuigen betreft probeert Hannah zich voor te stellen hoe het is om het gezichtsvermogen te missen. Ze gaat daarom samen met haar nieuwe vriend Ruben naar een geblindeerde kerk om daar te ervaren hoe het is om in het donker te leven, maar dat gaat haar niet zo gemakkelijk af. Ze beseft wat een voorrecht het is om te kunnen zien en leeft zich in in de blinde dichter die het, naast alle andere zintuiglijke gewaarwordingen, vooral zijn innerlijke zien moet hebben. Misschien is dat nog wel sterker omdat het niet vervuild wordt. Hannah is door de band, die ze met Hettinga voelt, nog meer gespitst op zintuiglijke gewaarwordingen. Op het eind van het boek als ze op een camping is waar Hettinga ook verblijft en ze in contact met hem komt, realiseert zij zich sterk hoe het ruikt in de natte tent, hoort ze hoe de regen op het tentzeil neerkomt en hoe de wind door de bomen blaast. Ze concludeert dat een blinde zo’n dag liever heeft dan een stille zonnige dag. 

Hannah, die zo heet omdat het tweede deel van de naam haar bestaan weer ongedaan lijkt te maken, is net als Hettinga, een boerenkind. Die zijn zintuiglijker, zegt ze. Ze hebben meer oog voor de vergankelijkheid en staan daar dichter bij. Dieren vormen een deel van hun leven. Futen nemen in het boek alvast een voorschot op de verbinding die met Ruben zal volgen en die heel tactiel beschreven wordt. Helaas mist Hannah de visie van een kunstenaar en daarom heeft ze maar een daarvan afgeleid beroep gekozen. Gefascineerd neemt ze met haar telescoop een zwerver waar, die eten en drinken uit een tas haalt en dat, zich onbespied wanend, in een speelplaatsje nuttigt. ‘Wanneer hij zijn boeltje bij elkaar raapt, kijkt hij om zich heen. Zijn ogen kruisen de telescoop, hij waant zich onbespied, zijn weerloze blik schroeit een gat in de lens.’

De ijle zinnen van Regnerus, zoals bovenstaande, vragen erom herlezen te worden. De beelden die ze gebruikt zijn authentiek, zoals de vergelijking van een schilderij zonder vernis met een rivierkiezel op een drooggevallen oever. Of het hoofd van Blindman dat als een nestkastje is, binnenin zingend van leven. Het paardenoog op de omslag refereert hier ook aan, want volgens Regnerus lijkt het meer op de binnenwereld dan op de buitenwereld gericht, altijd in gedachten verzonken. Ze roept een beeld opvan de Japanse architect Tadao Ando die een kerk maakte, The Church of light genoemd, waarin het licht als een kruis tussen de betonnen blokken naar binnen valt. De zelfmoord van de moeder van Blindman is in zijn poëzie een scherpe brok in de keel waar de woorden zich aan slijpen voor ze zijn mond verlaten, zoals ze dat noemt en zo kan ik verder gaan. Het is taal die bijblijft, aanhaakt. De proza in dit boek, dat een roman wordt genoemd, is zo fraai dat je hoopt dat Regnerus nog eens op een poëziefestival, bijvoorbeeld in Elswout, wordt uitgenodigd om eruit voor te lezen, net zoals Blindman daar eens met grote urgentie sprak.

Hier mijn bespreking van Het geluid van vallende sneeuw, hier het gesprek dat Wim Brands met Regnerus had over Het lam, hier mijn verslag van de documentaire In dat sykjen sunder finen (2006) van Pieter Verhoeff, die, in ieder geval voor mij, bekendheid kreeg omdat David van Reybrouck een fragment eruit liet zien in zijn Zomergasten uitzending op 24 augustus 2014, hier mijn bespreking van de documentaire over architect Tadao Ando.