Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



dinsdag 22 augustus 2017

Frans de Waal, Zomergasten, 20 augustus 2017


Een bioloog die van het observeren zijn levenswerk maakte

Primatoloog Frans de Waal (1948) heeft in de Verenigde Staten een belangwekkende carrière opgebouwd over onderzoek naar apen en kan daar op een boeiende manier over vertellen. Het is nog interessanter dat Janine Abbring er deze zondagavond vol in gaat. Ze wil alles weten over de onderwerpen die De Waal inbrengt, bijvoorbeeld over de richtingenstrijd in de biologie tussen het behaviourisme en de ethologie, die volgens De Waal tegenwoordig wordt overstegen door onderzoek naar mentale processen bij dieren. Abbring hakkelt tijdens het stellen van vragen, maar neemt geen blad voor de mond. Vooral op het gebied van seks toont ze zich een nieuwsgierig toehoorster. Ze zegt spontaan dat ze op een vragenlijst, die daar over zou gaan, zou invullen dat ze het vaker zou doen dan ze doet.

Die vragenlijsten zijn niet aan De Waal besteed. Hij is een man die liever kijkt en noteert wat hij ziet. Dat was vroeger al zo toen hij er met een schepnet op uit ging en stekelbaarsjes bestudeerde in zijn aquarium, maar ook later toen hij heel wat duzenden uren naar de chimpansees in Burgers Zoo keek, die daar door de gebroeders Van Hooff de vrijheid kregen om op een eiland hun eigen gang te gaan. Abbring verbaast zich na drie uur over het feit dat De Waal toch ongedurig tegenover haar zat. Daarop antwoordt hij dat hij vooral tegenover dieren heel geconcentreerd kan zijn. Hij is een goede leerling van Niko Tinbergen, een van de voorlopers van de diergedragskunde ofwel de ethologie, die lang in een tentje in Engeland zat om het gedrag van kokmeeuwen te observeren.

De meeste fragmenten gaan natuurlijk over apen, waarbij de verschillen tussen de chimpansees en de Bonobo’s opvallend zijn. Terwijl de eersten vooral bezig zijn met het veroveren van macht, zoekt de tweede soort vooral liefde en vrede. Seksualiteit is een belangrijk middel om die te waarborgen. De Waal toont een filmpje waarin overeenkomsten te zien zijn tussen De tuin der lusten van Jeroen Bosch en het gedrag van festivalgangers tijdens Woodstock. Het is niet zo dat chimpansees brute machtswellustelingen zijn. De alfaman is, als hij eenmaal zeker is van zijn machtspositie, gericht op het verzoenen en het bemiddelen. Dat brengt De Waal op Trump die dit in het geheel niet doet en zich daarom een slechte leider toont. Zijn handdrukken zijn daar een mooi voorbeeld van. De Waal denkt dan ook dat Trump het niet lang volhoudt.  

Het was een genoegen te kijken naar de fragmenten die langer duurden dan de vorige keren. Bert Haanstra was na De Waal in 1984 in Burgers Zoo toen de machtsstrijd net over was, maar kon toch nog aardig laten zien hoe het er bij de chimpansees aan toe gaat. Het gedrag dat De Waal beschreef in Chimpansee-politiek (1982) met als ondertitel Macht en seks bij mensapen bestaat uit het zoeken naar bondgenootschappen en het belonen van elkaar. Samenwerking blijkt belangrijk in de dierenwereld zoals we zagen in een fragment met twee olifanten uit 2012. Het is eigenlijk vreemd dat De Waal niet meer oog heeft voor samenwerking in de mensenmaatschappij, maar ongetwijfeld heeft de Amerikaanse samenleving - waar men er wel komt als men goede ideeën heeft en hard wil werken - hem tot zijn welwillende oordeel gebracht. Daar kon hij ook beter zijn eigen weg vinden dan in de hokjesgeest die in Nederland heerste. Hij moest in ieder geval niets hebben van de manier waarop Wouter Buikhuisen eind jaren zeventig door VN columnist Hugo Brandt Corstius bejegend werd. In een aandoenlijk interview door Cherry Duyns en Roelof Kiers uit 1978 zegt Buitenhuisen dat hij Vrij Nederland heeft opgezegd maar dat zijn vrouw er een genomen heeft.

Naar Nederland zal De Waal niet meer terugkeren. Hij heeft zijn hart verpand aan de stad Atlanta, een moderne metropool in het zwarte Zuiden, en eindigt met Ray Charles, die een ode aan de staat Georgia brengt. Daarmee kwam een eind aan een prachtige uitzending met scherpte en gevoel. De Waal toonde zich een tegenstander van de bio industrie, die volgens hem heel wat schadelijker is dan de dierentuin en toonde een bijzonder fragment van Mama, de moeder aap die in Burgers Zoo woonde en voor haar sterven een ontroerend contact had met Jan Van Hooff. Helaas hoorden we te weinig over de rechten van chimpansees, zoals in beeld gebracht in de documentaire Unlocking the cage (2016) van Chris Hegedius en D.A. Pennebacker, waarin jurist Steen Wise het opneemt voor een goede oude dag van chimpansees die een beroerd leven gehad hebben. De strijd tegen de bio industrie en de achterstelling van dieren is een taaie en had geholpen kunnen worden met een duidelijk pleidooi voor meer erkenning van dierenrechten, temeer omdat De Waal opmerkte dat de mens genetisch maar anderhalf procent anders is dan de aap en met dat kleine verschil weinig gedaan heeft. 

Hier mijn bespreking van Unlocking the cage.

The road (2015), documentaire van Zhang Zanbo


Het bouwen van een snelweg is als het voeren van een oorlog

De Chinese filmmaker Zhang Zanbo volgde drie jaar lang de bouw van een snelweg in de provincie Hunan, waar Mao werd geboren. Geheel in zijn geest werd de aanleg inclusief bruggen met voortvarendheid ter hand genomen en succesvol afgesloten, maar dat kostte wel de nodige bloed, zweet en tranen. Zanbo heeft de documentaire opgesplitst in een viertal hoofdstukken waarin we verschillende partijen die bij de aanleg betrokken zijn, in beeld worden gebracht. Meneer Meng van het bouwbedrijf vormt de verbindende schakel tussen deze partijen.

De bewoners hebben veel last van de aanleg omdat daartoe met springstof rotspartijen worden opgeblazen. Een explosie treft het huis van de oude mevrouw Ou, dat dicht bij de aan te leggen weg ligt, en slaat een gat in het dak. Meng komt langs op verzoek van de zoon van Ou en zegt dat hij er zestien dollar voor wil geven. Hij heeft al eerder laten weten dat hij vond dat Ou moest verhuizen. Zelf wil de zoon een oude boom behouden, die goede energie zou uitstralen. Hij vindt het schandalig dat men de boom al aan het uitgraven is terwijl hij nog niet eens weet wat de schadevergoeding is. Een partijman wijst hem er fijntjes op dat de snelweg ten goede komt aan de bewoners van de provincie, dus ook aan henzelf. De radio bericht over het partijcongres waar de economische ontwikkeling met grote woorden aangeprezen wordt.

De arbeiders graven veertien meter diepe putten om zand op te graven waarmee cement kan worden gemaakt. Meng zegt dat er een graf dicht in de buurt ligt, dat  moet worden verhuisd, maar de nabestaanden hebben daar weinig trek in. De arbeiders gaan door in regen en sneeuw en ontsnappen aan de dood als een put instort. Ze vinden het schandalig dat het management geen enkele reactie geeft. Daarnaast zijn er aan het eind van de werkperiode ook problemen met de uitbetaling. Men krijgt slechts 200 in plaats van de beloofde 3000 dollar. Een partijman voorziet dat het project wellicht stil moet worden gelegd als de problemen rond de betaling niet worden opgelost. Een arbeider legt zich neer bij de situatie en wil alleen nog heelhuids thuiskomen. 

De vechters zijn gangsters die door de plaatselijke overheid worden ingehuurd om het bouwbedrijf onder druk te zetten. De plaatselijke wegenautoriteiten klagen namelijk over de kwaliteit van het afgeleverde werk. Men wil de vergunningen zien en anders volgen boetes. Meng probeert eronder te komen door te zeggen dat hij daar later wel over wil praten maar dat hij nu geen tijd heeft omdat het cement anders hard wordt. Een maand later wil het bouwbedrijf de opgelegde boete niet betalen. De overheid laat gangsters inhakken op arbeiders die gewond in het ziekenhuis komen. Meng gaat bij hen op bezoek en belooft een schadevergoeding, maar daar moeten ze heel erg lang op wachten. Een bedrijfsleider probeert een gedupeerde met een grote bek de mond te snoeren, anderen houden een zitdemonstratie achter de wielen van een vrachtwagen (zie foto). Na dertien maanden krijgen ze tenslotte hun schadevergoeding.

De zangers van een bedrijfskoor brengen hulde aan het project als dat eenmaal af is. Eerst worden de brugdelen gecontroleerd. Als er fouten gemaakt zijn moet het bouwbedrijf dokken. Meng zegt dat het project net een gouden appel is waar allerlei instanties van willen mee eten. Opzichters worden omgekocht door ze een rode envelop met inhoud te geven of een fles dure drank. Een medewerker van het bouwbedrijf stelt dat de communistische partij corrupt is.  Desondanks wordt de weg met veel ideologisch gezang op 30 december 2013 geopend. Tijdens de zang wordt een tekst op het scherm geprojecteerd dat er sinds 2007 37 bruggen zijn ingestort. Oma Ou woont in een ander huis en de boom staat nog niet in de aarde.   

Hier de site van The road met prachtige beelden van de wegenaanleg ondersteund met orgelmuziek en een samenvatting.

maandag 21 augustus 2017

Filmrecensie: Tussen 10 en 12 (2014), Peter Hoogendoorn


Reacties op slecht nieuws met veel aandacht in beeld gebracht

Tussen tien uur en twaalf uur in de ochtend kan veel gebeuren, ook al speelt zich dat allemaal in het kleine, namelijk de familiekring, af. Het debuut van Peter Hoogendoorn laat dit zien aandacht voor stil spel en met mooie details. Helaas ontbreekt een twist op het eind, waardoor al het moois toch de nek wordt omgedraaid.

Tussen 10 en 12 begint heel fraai met een scène tussen twee agenten in een politieauto. De man (Nasrdin Dchar) schilt een mandarijntje en vraagt de vrouw aan het stuur of ze een partje wil. Daaruit spreekt een open Hollandse sfeer en vooral rust die nieuwsgierig maakt naar het vervolg. Ze gaan er niet opeens na een oproep door met gierende banden, maar, zo zien we later, bellen aan bij het huis van Gerard en Irina die zelf niet thuis zijn, maar wel hun zoon Mike en diens vriendin Katja om de dood van Merel ,de zus van Mike te komen melden. Mike reageert agressief en Katja probeert de schade zoveel mogelijk te beperken.

Daarop gaan ze met z’n vieren naar de vader van Merel, die monteur is bij een busbedrijf. De scène waarin hij geïntroduceerd wordt is net zo mooi als de eerdere introductie van Mike en Katja. Gerard draait mopperend een stoel aan voor een chauffeur en belt met zijn vrouw die bij de kapper zit. Hij luncht met een collega die een Turkse achtergrond lijkt te hebben als de politiewagen arriveert om hem het slechte nieuws te brengen. Zijn zoon Mike is degene die zijn vader inlicht in een rustig magazijn. Alweer wordt duidelijk in beeld gebracht hoe iemand reageert op een akelige boodschap.

Daarna volgt de reis naar de moeder. Katja biedt zich aan om de kapsalon in te gaan. Ze kijkt rond maar vindt Irina niet en is niet zo assertief om te zeggen waar ze voor komt. Pas op het eind hoort ze dat Irina weggeroepen is naar haar werk bij een postorderbedrijf.

Daar gaat de auto weer. Ditmaal gaat Gerard zelf de hal in waar Irina werkt. Hij omarmt haar en fluistert het slechte nieuws in haar oor, maar Irina werpt totaal overstuur de pakketten naar haar man toe. Ze neemt wat later plaats in de auto en kalmeert als de mannelijke agent haar vertelt dat het lichaam van haar dochter nog in het ziekenhuis in Charleroi is en nog niet vrijgegeven. Tijdens een rit door een tunnel zien we het gezin in het halfdonker. Eenmaal bij hun woning gekomen worden handen geschud en verdwijnt iedereen. Katja blijft achter en loopt naar de bushalte, waar ze neer zit en huilt. De gitaarmuziek neemt de stilte over en daarmee zijn we aan het einde van deze episode gekomen.

De korte film Tussen 10 en 12 is ondanks het teleurstellende einde een veelbelovend debuut. Vooral de durf om stiltes te laten vallen en de karakteristieke details zoals het mandarijntje in de politieauto maken benieuwd naar het volgende project van Van Hoogendoorn. 

Hier de trailer.

Transit Havana (2016), documentaire van Daniel Abma


Hindernissen voor transgenders in een socialistisch land.

De Duitse documentairemaker Daniel Abma schetst in Transit Havana een scherp beeld van de problemen waarmee transgenders in Cuba te maken krijgen. In het socialistische land vormen het katholicisme en de macho mentaliteit een hindernis voor transgenders om het leven te leiden dat ze zelf zouden willen, ook al is er een minister in de persoon van Mariela Castro Espin die het goed met hen voor heeft en komen er jaarlijks een Nederlandse en een Belgische arts langs om operaties te verrichten en Cubaanse collega’s op te leiden. Abma toont de problemen van transgenders aan de hand van drie hoofdpersonen, Odette, Juani en Malú.

Odette zet een kopje koffie voor haar grootmoeder neer en spreekt meteen een gebed uit. Ze is erg godsdienstig maar wil wel een geslachtsoperatie omdat ze zich in het lichaam van een man niet prettig vindt. Eerder was ze tankbestuurder in het leger en ze denkt eraan hoe haar collega’s zullen schrikken als ze haar terug zouden zien. Ze is blij met de toenadering tussen Cuba en de Verenigde Staten, omdat hierdoor de persoonlijke vrijheid kan toenemen. Dit is van belang voor haar omdat haar moeder niets ziet in een operatie. Hierdoor wilde Odette eerder een eind aan haar leven maken. Ze zegt dat anderen haar niet kunnen accepteren zoals ze is. Eerder had ze daar zelf ook moeite mee. Pas toen iemand vertelde hoe ze in elkaar zat, viel het kwartje. Ze zit alleen maar haar lage stem. Haar baas maakt het niet uit hoe ze is als ze maar gelooft. Odette dreigt de banden met haar familie te verbreken als ze dwars blijven liggen. Haar moeder gaat mee naar de kliniek om haar bezwaren duidelijk te maken. Ze krijgt steun van de katholieke kerk. De dorpspastoor keurt de operatie ook niet goed. Odette is wanhopig en gaat het liefst meteen naar de hemel.

Juani dient zichzelf testosteron toe, die hij eerder niet kon krijgen. Hij toont een foto waarop te zien is dat hij als dertienjarige al eens behandeld was. Samen met zijn broer luistert hij naar een toespraak van Mariela op televisie, tot de stroom het begeeft. Hij gaat naar het ziekenhuis en vertelt de doctoren over de werking van de penis, door hem Pancho genoemd, die hij gekregen heeft en hoort dat ze die nog beter zullen maken.
Juani woont bij zijn broer die een bedrijfje in matrassen heeft. Breed hebben ze het niet maar Juani heeft ook nog een pensioen waardoor ze het uit kunnen zingen. Hij zou het liefst een vrouw vinden en met haar in een eigen huis gaan wonen. Hij heeft een boeiend telefonisch contact met een vrouw en hoopt dat ze terugbelt.

Malú gaat samen met een vriend, die ook een transgender is, naar het strand. In de auto praten ze over het insnoeren van hun ballen met tape. Malú gaat heel vrouwelijk in bikini de zee in. Haar operatie wordt door een commissie bepaald. Ze gaat net als Juani naar een nationaal congres voor transgenders in Santiago waar Mariela hen toespreekt. Ze scheert zich voor een ontmoeting met een nog onbekende man. Haar vriend Willy zit in de gevangenis. Ze verdient geld bij met seksuele contacten. Het leven is niet slecht maar ze hoopt dat ze in de komende jaren toch nog een kans krijgt op een operatie.   

Daniel Abma is onder andere bekend van de documentaire Nach Wriezen, waarin hij drie jongeren volgt op hun weg in de maatschappij na drie jaar gevangenschap.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Nach Wriezen.

zondag 20 augustus 2017

Recensie: De glazen stolp (1997), Sylvia Plath


Bevlogen jonge vrouw zit gevangen onder stolp

De Amerikaanse dichter en schrijfster Sylvia Plath (1932 – 1963) maakte furore met haar huwelijk met de Engelse dichter Ted Hughes, dat een stormachtige ontwikkeling kende en niet goed afliep. In 1963 pleegde Plath, die leed aan een bipolaire stoornis, zelfmoord en liet Hughes achter in Engeland met de zorg van hun twee kinderen. Over de relatie zijn boeken volgeschreven, onder andere door Connie Palmen in Jij zegt het (2015). Laatst nog refereerde Max Porter zijdelings aan het stel in zijn boek over rouw, Verdriet is een ding met veren (2016).

De roman die vlak voor haar dood gepubliceerd werd heette The bell jar, in het Nederlands vertaald als De glazen stolp. Daarin beschrijft Plath de wijze waarop haar alter ego Esther Greenwood in haar jeugd van het rechte spoor afraakte. In het eerste deel is er nog weinig aan de hand. Ze zit op een College in Boston en neemt deel aan een gastredactieprogramma voor een twaalftal getalenteerde leerlingen, dat georganiseerd wordt door het damesblad Ladies Day hartje zomer in New York. In het hotel waar de meisjes verblijven en van waaruit het ene na het andere uitstapje georganiseerd wordt, mogen geen mannen komen, maar dat neemt niet weg dat hun contact wel gezocht wordt door  Esther en de eigenzinnige Doreen. Ze gaan een avondje uit met een beroemde radiopresentator en zijn vriend. Helaas verloopt het samenzijn niet zoals de bedoeling was waarop Esther besluit zich te conformeren aan de meerderheid. De sfeer in het eerste deel is meisjesboekenachtig, maar dat verandert als de vaderloze Esther na de zomer in New York in een gat blijkt te vallen.

Tegenspeler in de roman is Buddy Willard, zoon van een kerkelijke dame die al eerder graag wilde dat hij met Esther trouwt. Buddy zit op het voornamere Harvard en wil dokter wil worden. Esther is vereerd dat hij haar op bezoek vraagt, maar te beschaamd over haar gebrek aan seksuele ervaring om een relatie aan te gaan. Tijdens een skivakantie breekt ze door toedoen van Buddy op twee plaatsen haar been en later loopt Buddy tbc op en komt in een kliniek terecht.

Het feit dat Esther na het gastprogramma wordt afgewezen voor een schrijfopleiding haalt haar uit haar evenwicht. Ze blijft thuis, vereenzaamd en valt niet meer in slaap, waardoor haar mentale gezondheid hard achteruit gaat. Ze wil zelf gaan schrijven maar beseft dat ze daarvoor de levenservaring mist. Haar moeder stuurt haar naar de dokter die haar verwijst naar een psychiater en vandaar ontkomt ze niet meer aan een inrichting waar men brute elektroshocks op de patiënten toepast. Gelukkig wordt Esther door een gerenommeerd schrijfster gered en naar een kliniek gestuurd waar men een humane behandeling voorstaat. Op het eind ontmoet Esther de vroegere vriendin van Buddy, die wel in staat is om de zelfmoord te plegen die Esther eerder op verschillende manieren van plan was. Zij moet maar afwachten of de medische staf haar laat gaan. Zelf heeft ze daar weinig vertrouwen in. Ze vreest dat ze na ontslag weer in de glazen stolp komt waarin ze zich eerder gevangen voelde. ‘Hoe wist ik dat niet op een dag – op College, in Europa, ergens, waar dan ook – de stolp, met zijn verstikkende vertekeningen, weer over me zou neerdalen?’ De roman eindigt open, net voor aanvang van het gesprek met de doctoren over een mogelijk ontslag.   

De glazen stolp is het hilarische maar vooral droevige relaas over een bevlogen jonge vrouw die niet uit de glazen stolp kan komen waarin ze gevangen gehouden wordt. Nog tragischer dan het levenslot van Esther Greenwood is dat van Sylvia Plath zelf.  

Hier mijn bespreking van Verdriet is een ding met veren, hier mijn verslag van het gesprek van Wim Brands met Connie Palmen over Jij zegt het.

No man is an island (2015), documentaire van Tim de Keersmaecker


Vluchtelingen krijgen snel te maken met isolement

De Belgische documentairemaker Tim de Keersmaecker gebruikt een regel van de Engelse dichter John Donne uit 1624 voor de titel van zijn documentaire die dan ook over twee vluchtelingen gaat die zich niet zo erg thuis voelen op het Italiaanse eiland Lampedusa. Zoals Donne al zegt kunnen mensen niet verder groeien als ze niet verbonden zijn met anderen. De Keersmaecker maakt dit duidelijk in de portretten van de zestienjarige Adam uit Ghana en de eenentwintigjarige Omar uit Tunesië. De beide moslims hebben moeite om zich staande te houden in de christelijke Italiaanse cultuur, die in beeld wordt gebracht met een devote Maria processie.

De Keersmaecker begint met een beeld van een zeeschildpad die aan land komt om eieren te leggen. Deze komen na enige tijd uit, waarna de kleintjes het ruime sop kiezen, iets wat voor vluchtelingen door alle beperkingen niet mogelijk is, zoals gister weer te zien was in beelden van jonge Afrikanen die graag naar Groot Brittannië willen maar in Brussel vastlopen.

Adam werd na zijn boottocht opgevangen door hoteleigenaar Claudio, die in Panama geboren werd, in Colombia opgroeide en lange tijd in Napels woonde voordat hij naar Lampedusa kwam, eerst om een fitnesscentrum te beginnen. Hij hoorde dat Adam werk zocht en hij stelde hem aan in zijn hotel om de tuin te sproeien, in de keuken te helpen en andere voorkomende klusjes te doen. Mooie voorbeelden daarvan zijn dat Adam een teer boompje water geeft en dat hij het dak wit schildert tot hij nauwelijks plaats voor zijn voeten overhoudt. Hij geniet er erg van om met het thuisfront te bellen. Hij krijgt voor het schoolseizoen begint bijles van een oudere mevrouw en voetbalt met plaatselijke jongeren (zie foto) naast het terrein waar de kapotte boten liggen. Het is treurig om Adam in zijn voetbalkleren aan de kant te zien zitten omdat het partijtje die avond niet doorgaat. Later vertelt hij een van spelers niet met illegalen wilde spelen. Claudio is dan wel begaan met de vluchtelingen, maar anderzijds gedraagt hij niet veel anders dan een meester die van zijn ondergeschikten verwacht dat zij hun werk doen, terwijl hij zelf een siësta houdt. Soms wordt het Adam te veel, zoals blijkt uit chaotische beelden van Adam in een botsautootje die gemengd worden met beelden van een welkomstbord in de straat en een vuurtoren die voorspelbare lichtstralen uitzendt. Hij zou willen reizen en andere mensen leren kennen maar voelt vooralsnog gemis.

Omar werd opgevangen door een arts, dokter Bartolo, die hem onderdak gaf en hem zo goed mogelijk probeert te begeleiden. Omar spreekt een nieuwe groep vluchtelingen die net van de boot komen en met een bus naar een opvangcentrum vervoerd zijn, in het Arabisch toe. Omar vertelt hen dat ze zo dadelijk te eten zullen krijgen en een humane behandeling te wachten staat. Bartolo heeft veel aandacht voor zwangere vrouwen en kinderen onder de vluchtelingen. Hij zegt dat er meer Roemenen dan Afrikanen op het eiland zijn want de laatsten reizen meestal door. Omar wilde het liefst naar Rome en begreep pas later dat hij zich op een eiland bevond. Omdat hij last heeft van buikkrampen, stelt psychiater Nonna hem voor de actief wordt en een baantje als steward bij Ryanair probeert te krijgen, maar daarvoor moet hij eerst Engels spreken. Tijdens het gezamenlijk paaslunch vertelt Omar daarover aan zijn tafelgenoten, maar erg veel vertrouwen lijkt hij niet in zijn mogelijkheden te hebben. Hij wil nog steeds naar Rome omdat daar de vrienden zijn met wie hij samen vluchtte. Later hoort Bartolo dat hij met een bijna vijfenzestigjarige Brit vertrokken is. Hij keurt het niet goed, maar begrijpt dat de jongeman zich op het eiland benauwd voelde. Omar zegt daarover dat de oude man meer wilde dan alleen verzorgd worden en dat hij daarom naar Stockholm vluchtte waar zijn broer woont. Die wilde hem echter niet helpen. Hij denkt dat hij naar Rome wordt teruggestuurd omdat hij aan een infectie lijdt. Hij meest van alles wil hij een hechte liefdesrelatie.

Hier de trailer.

Filmrecensie: Le procès (1962), Orson Welles


Fascinerende film over fataal menselijk lot

Le procès is de Franse vertaling van Der Prozess dat Kafka in 1925 schreef. Orson Welles, eerder bekend van het radiohoorspel over de Marsmannetjes die de aarde aanvielen, regisseerde in 1941 Citizen Kane, zijn eerste lange speelfilm en beschouwd als de beste film aller tijden, maar Le procès mag er ook zijn. Het verhaal over kantoorklerk Joseph K., fraai gespeeld door Anthony Perkins, die schuldig wordt verklaard aan iets waarvan hij niet weet wat het is, heeft een sterke existentiële dimensie en wordt fraai ingekleed met allerlei vrouwen die K. willen helpen, al doen ze dat niet vanuit edele motieven.

De eerste vrouw die K. bijstaat is een huurster in het pension waar K. een kamer heeft betrokken. Deze mejuffrouw Bürstner (Jeanne Moreau) werkt als theatermeisje en komt altijd in de vroege ochtend thuis. Ze hoort over hetgeen K. vertelt over een aanklacht die tegen hem is ingediend door een drietal medewerkers van zijn kantoor en overgebracht door twee politiemensen met hoeden op. Bürstner vraagt hem of hij het niet gedroomd heeft en nodigt hem uit in haar kamer. Daar volgt een gesprek over schuldig zijn en zich schuldig voelen. ‘Helaas is er niemand rein,’ voegt zij hem toe, waarmee ze verwijst naar de oerschuld die de mens bij zijn geboorte op zich genomen heeft. Zelf dient ze algauw het pension te verlaten. Hoewel de beheerster Grubach nooit erg ingenomen was met haar verblijf in haar keurige pension, meent K. dat hij ook deel heeft aan haar vertrek, mooi uitgebeeld door een vriendin die een zware koffer meezeult tussen de flats.

Wat eerst nog een grap leek, blijkt steeds meer ernst. Als K. in het theater zit, krijgt hij een briefje aangereikt dat er iemand op hem wacht. Hij krijgt een plattegrond mee van de rechtszaal die bomvol zit met mensen. K. houdt zich groot en doet zijn beklag maar veel helpt het niet. Ook al kan hij gewoon zijn werk doen te midden een hal vol collega’s, de doem blijft boven zijn hoofd hangen. Oom Max komt poolshoogte nemen en gaat met hem naar een advocaat die goed staat aangeschreven. Helaas ligt deze Hastler (gespeeld door Orson Welles zelf) ziek in bed, maar diens assistente Lénie (Romy Schneider) neemt hem mee naar een zijkamertje vol paperassen waar ze hem verleidt en hem aanraadt om minder star te zijn. Op zijn weg naar de uitgang ziet K. een andere cliënt die in een kamertje zit te wachten. Later ziet hij dat die man, Bloch, aan het lijntje wordt gehouden, iets waar hij zelf voor past.

Een advocaat zal hem niet verder brengen, zo heeft hij inmiddels wel begrepen. Zelfs als hij met Hastler op goede voet zou staan, moet hij nog overeenstemming bereiken met een hele schare hogere advocaten. Het doolhof waarin K. zich bevindt, staat symbool voor de onmogelijke opgave die hij op te lossen heeft. Op zijn tocht door het gebouw komt hij langs een hele rij verdachten die op hun vonnis wachten. Hij belandt zelfs in een kathedraal waar hij vanaf de preekstoel hoort verkondigen dat men schuldig is zolang de onschuld niet bewezen is. Hastler komt hem nog achterna gelopen met een verhaal - dat al in het begin van Le procès in animatiebeelden werd vertoond - over een man die bij een poort komt maar niet wordt doorgelaten door een bewaker. Hij wacht jarenlang tot hij oud geworden vraagt hoe het komt dat er nooit een ander toegang heeft gevraagd, waarop de bewaker zegt dat de poort alleen voor hem bestemd is geweest maar dat hij die nu gaat sluiten. Het lot van K. is bezegeld. De wet is voor het individu niet toegankelijk. Beelden van eenvormige buitenwijken in Oost Europa waarin het individu tot niets gereduceerd is, maken dit duidelijk. Daar wordt de existentiële situatie van de mens nog het duidelijkst zichtbaar, maar ook elders dient men zich nergens op te verheugen.  

Hier de Engelse trailer.