Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 24 augustus 2016

Vandaag kopen we een vliegtuig (2015), documentaire van Robert Oey


Kronkelige wegen rond de vervanging van een bommenwerper

Robert Oey volgt de jarenlange voorbereidingen die leidden tot de koop van de JSF, het jachtvliegtuig dat de F-16 gaat vervangen. Door de jaren heen waren er vele discussies over de noodzaak van een nieuwe bommenwerper, zoals zo’n vliegtuig beter genoemd kan worden. Tegelijk kwam het besluit steeds naderbij. Dat werd naast het gelobby van de wapenindustrie mogelijk gemaakt door een compromis binnen de Partij van de Arbeid in 2002. Vanwege de steeds duurdere prijs werd de laatste jaren besloten minder toestellen af te nemen dan de geplande 37.

Twintig jaar heeft het geduurd tot men besloot de Joint Strike Fighter 35 Lightning Z, zoals de JSF voluit heet, te kopen. Het was het grootste en duurste internationale project dat Defensie ooit bij de hand had. Het begon allemaal met een plan uit 1995 van de Amerikaanse generaal Bogdan, die aan de voet stond van het project. Hij kwam zelfs een keer naar Nederland om zijn vrienden van de luchtmacht een medaille te geven voor hun trouwe samenwerking. Men was al eerder rijp gemaakt voor het idee tijdens  een etentje in de Amerikaanse ambassade. De generaal majoor van het ministerie van Defensie had wel oren naar het plan als noodzakelijke vervanging van de F-16 die een groot succes was geweest, te meer omdat de Duitsers afzagen van samenwerking.   

Oey vraagt zich daarna af of men toch niet een kat in de zak gekocht heeft. In de jaren na de val van de muur en de ineenstorting van het communisme leken vijanden ver weg. Het was de tijd van de vredesmissies en daar had men, zoals Pvda kamerlid Elske ter Veld stelde, geen dure bommenwerpers voor nodig. Er kwamen de bezuinigingen aan die ook aan Defensie niet voorbij gingen en daarnaast ging Fokker failliet dat tijdens de bouw van de F-16 belangrijke opdrachten had gekregen.

De hoogtijdagen van het militair industrieel complex waren achter de rug. Daarom ontwerpen de Amerikanen ook een wat goedkoper jachtvliegtuig en besteedden de bouw uit aan Lockheed Martin. Nederland, die de F 16 had ingezet in de oorlog in Joegoslavië en dat ook een belangrijke rol speelde bij de naleving van de Dayton akkoorden, ontdekte dat vliegtuigen een belangrijk instrument waren in de buitenlandse politiek. Daarom werd de daartoe opgerichte divisie van Fokker nieuw leven ingeblazen. Luchtvaartdeskundige Edward Foncken legt uit dat de investeringskosten lager blijven als men eerder aan het project deel neemt. 

Oey stelt de vraag hoe men vergelijkt welk vliegtuig het beste is. In die dagen was er namelijk ook sprake van een Europees project, waarvoor minister Brinkhorst warm liep. Een medewerker van Dassault zegt dat het nauwelijks mogelijk is de prijskaartjes met elkaar te vergelijken omdat daarbij heel veel variabelen daarbij een rol spelen.
In 2002 wilde het kabinet Kok tot de keuze van de JSF besluiten, maar dat werd afgezwakt door de PvdA, die niet verder wilde gaan dan meedoen met de ontwikkeling ervan. In 2013 werd het besluit tenslotte wel genomen, onder andere op grond van het veranderde internationale politieke toneel na de opkomst van IS en de ramp met de MH 17. Volgens PvdA voorzitter Ruud Koole speelden binnenlandse politieke redenen daarbij ook een belangrijke rol.   

De documentaire van Oey is nogal rommelig gemaakt en springt van de hak op de tak in de tijd. Wel weer mooi zijn de koppen van de politici die bij de keuze van de JSF betrokken waren. Vooral het belegen hoofd van Frans Timmermans is een wonderlijk gezicht. Naast de archiefbeelden worden betrokkenen, zoals de toenmalige staatssecretaris Jack de Vries, geïnterviewd in een lege ruimte, althans voor een kale achtergrond met een hol geluid, dat meer gewicht aan hun uitspraken geeft.

Inmiddels zijn de eerste proefvluchten boven Nederland gemaakt en kreeg het publiek de kans het toestel van dichtbij te bewonderen. Wat daarbij opvalt is dat men totaal geen idee heeft van de verwoesting die dit oorlogsmaterieel kan aanrichten. Men is slechts geïmponeerd door de techniek, net zoals dat gaat met een nieuwe auto en men vergeet het doel daarvoor dit soort wapens gemaakt zijn. 

Hier de trailer, die begint met een statement van Jack de Vries, hier meer informatie over het programma en de maker ervan op de site van Zeppers.

dinsdag 23 augustus 2016

Filmrecensie: Dagen zonder lief (2007), Felix van Groeningen


De tijd vreet aan de vriendschapsbanden

Een jaar voordat Felix van Groeningen De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst op magistrale wijze verfilmde, maakte hij Dagen zonder lief. In deze laatste film over de vervlogen vriendschap in een hechte groep jongeren is het boertige al ruimschoots aanwezig. Daarnaast kent de film een serieuzere ondertoon. Het teloorgaan van oude vriendschappen die door de loop van de tijd worden opgeslokt, is een pijnlijk gebeuren.

In Dagen zonder lief zien we de verbrokkelde vriendschap tussen een stel jongeren uit Sint Niklaas na het terugkeren van Zwarte Kelly (rechts op de poster) uit New York. Ze is daar drie jaar geweest om zich op het gebied van de mode te bekwamen en voegt zich niet zo gemakkelijk meer in in de groep. Iedereen is kwaad op me, zelf ze ergens. Dat komt omdat de tijd niet heeft stilgestaan maar de relaties tussen de groepsleden veranderd heeft.

Frederic die haar toevallig tegenkomt op de luchthaven en haar naar haar moeder brengt, heeft een nieuwe vriendin die op dat moment in Noorwegen aan het volleyballen is. Zijn eerdere vriend Kurt heeft een relatie met Blonde Kelly (links op de poster), met wie hij ook een kind heeft. Patrick is van een flat gesprongen, zoals Van Groeningen overduidelijk laat zien, maar caféhouder Niek is onveranderd een gezellige drinkeboer.

Omdat de moeder van Zwarte Kelly in Duitsland is, gaat ze zolang mee met Frederic, die heel openhartig is. Zwarte Kelly vertelt hem dat ze het betreurt dat ze een abortus van een kind van Kurt heeft ondergaan en hem daarover niets heeft laten weten. Na een douche trekt Zwarte Kelly kleren uit het rek van Ingrid en samen gaan ze naar Niek. Ze bellen naar de nogal ongelukkige Kurt of hij zin heeft om langs te komen, maar hij ziet daar van af. Blonde Kelly heeft daarentegen wel zin in een feestje en zakt de hele nacht door. Frederic is boos op Ingrid die jaloers is dat hij omgaat met Zwarte Kelly.

Samen met Frederic komt Blonde Kelly de volgende ochtend weer thuis omdat Kurt heeft afgesproken samen met Frederic een tuinhuis te schilderen. Vermakelijk is een scène waarin Frederic en Kurt in een bouwmarkt achter elkaar aan rennen. Wellicht probeert Frederic zijn depressieve en hypochondrische vriend op te vrolijken. Later in de film wordt de onvrede van Kurt alleen maar erger. Hij wil ook niets weten van Zwarte Kelly, tot er op het eind in de Auvergne, waar hij samen met Frederic en Niek op zoek gaat naar een meertje waar ze vroeger kampeerden, toch een soort katharsis ontstaat, ook bij Frederic die zich weer verzoent met Ingrid. Als de jongens verdwenen zijn, denkt ook Zwarte Kelly na over haar leven, zoals mooi in beeld gebracht in een supermarkt waar een klant die in dezelfde rij als Zwarte Kelly staat, een persoonlijk en existentieel telefoongesprek voert.

Van Groeningen wisselt de beelden van de huidige tijd, waaronder veel opnames van Sint Niklaas en de wegen daarom heen, af met beelden van eerder, de tijd dat Patrick nog leefde en dat Zwarte Kelly haar haren nog niet geblondeerd had. Het was een energiek stel dat veel malligheid uithaalde, zoals aan het begin van de trailer te zien is.

De titel is ontleend aan een uitspraak van Niek als de jongens op de terugweg zijn uit de Auvergne en nadenken over hun toekomst. Niek lijkt een leven als vrachtwagen ook niet zo veel, alle dagen zonder lief.  

Hier de trailer van Dagen zonder lief, hier mijn bespreking van De helaasheid der dingen.

maandag 22 augustus 2016

Griet op de Beeck, Zomergasten, 21 augustus 2016


Dienstbaarheid aan elkaar leidt tot een vlak gesprek

Dramaturge en journaliste Griet op de Beeck (Turnhout, 1973) is pas later in haar leven romanschrijfster geworden en boekt daarmee veel succes. Na haar debuut Vele hemels boven de zevende (2013) schreef ze Kom hier dat ik u kus (2014) en Gij nu (2016) en inmiddels is ze met haar vierde roman bezig. In het gesprek met Thomas Erdbrink gaat het daar helaas nauwelijks over. Het had de gastheer gesierd om dieper op haar werk in te gaan in plaats van steeds terug te komen op de succesvolle buitenkant ervan. Het eerste fragment over de Amerikaanse conceptuele kunstenaar John Baldessari weerspiegelde niet alleen de drukke, opgewonden toon die Op de Beeck drie uur lang volhield, maar ook het idee dat het succes de mens komt aanwaaien. Door het plakken van gekleurde ronde stickers op foto’s van menselijke gezichten kwam Baldessari in het MoMA, door zich te openen op papier kwam het succes voor Op de Beeck vanzelf.  

Op de Beeck kende een moeilijke jeugd met ouders die haar niet zagen. Haar vader was een wijnhandelaar, die niet voorbij zichzelf kon kijken, zoals ze mooi opmerkt. Hij raakte zijn eerste vrouw kwijt bij een auto-ongeluk dat door hem werd veroorzaakt en bleef achter met drie kinderen. Hij hertrouwde snel daarna. Griet was de oudste van de twee kinderen uit dit huwelijk en werd door haar zus het lievelingetje van haar vader genoemd, hetgeen zijzelf bevestigt. Na zijn dood worstelde ze met haar leven. Ze vond haar heil bij een therapeut en lijkt nog niet helemaal uit de roze wolk die haar gewonnen inzichten tot gevolg had.

Het is interessant te horen hoe Op de Beeck aan haar gekozen fragmenten kwam. Na haar uitverkiezing schreef ze spontaan een veertigtal herinneringen aan televisieprogramma’s op. Ze had moeite die terug te brengen tot dertien fragmenten. Het is daarbij vreemd dat ze zelf geen concrete herinneringen aan haar jeugd heeft. Van iemand met een sterk visueel vermogen zou je anders verwachten. Kunst werd voor haar een belangrijke uitweg in de moeilijke gezinsomstandigheden. Door haar bezoeken aan de Warande in Turnhout leerde ze anders naar dingen te kijken. Daarnaast was er een leraar Nederlands die haar kunstzinnige pad baande en maakte dat ze op vijftien jarige leeftijd het werk van Hugo Claus las.

Ze leeft mee met kinderen die de dupe worden van hun gezinsomstandigheden, zoals we zien in een aandoenlijk fragment over Danny die lelijk verbrand raakte en in een revalidatiecentrum herstelt. Het is nogal aanmatigend dat Op de Beeck zijn wens om ook verpleger te worden afkeurt en hem een ander, minder dienstbaar, beroep toewenst. Dat zal te maken hebben met haar eigen negatieve ervaringen rond dienstbaarheid. Ze heeft ook zeer te doen met Kevin die van de Golden Gate Bridge sprong, maar in de lucht bedacht dat hij verder wilde leven en op wonderbaarlijke manier door een zeehond werd gered. Op de Beeck wijst op onderzoeken waaruit blijkt dat negentig procent van de overlevers toch niet dood wil, maar uit de moeilijke omstandigheden verlost wil worden. Zelf vond zij eens op zo’n brug de weg terug doordat vrachtwagenchauffeurs naar haar seinden met hun lichten, al zegt ze erbij dat ze te laf was om zich zo het leven te benemen.

Een fragment uit de documentaire Walking back to happiness (2010) van Pascal Poissonnier over de treurige relatie tussen zijn ouders leidt tot vragen van Erdbrink over het gezin waaruit Op de Beeck afkomstig is. Volgens Op de Beeck zijn we meesters in het wegkijken en vegen we alles het liefst onder het tapijt. Deze aflevering van Zomergasten lijkt steeds meer een sessie te worden met een psychiater en diens patiënt. Het tekent de onmacht van Erdbrink om weerwoord te bieden aan het psychologische register van Op de Beeck. Zij toont een fragment uit een lezing van de Amerikaanse schrijver Jonathan Frantzen om duidelijk te maken dat haar werk, net zoals het zijne, niet autobiografisch is, maar wel het resultaat van een persoonlijke strijd. Net als Frantzen moest ze eerst de schaamte voorbij om tot schrijven te komen. Als ze daarover begint is ze niet meer te stoppen.

Een fragment uit de documentaire Me ne quitte pas (2014) van Niels van Coevorden en Sabine Lubbe Bakker leidt tot de vraag of haar vader ook zo eenzaam was als de twee mannen in de documentaire. Op de Beeck heeft hem daarover in het ziekenhuis nog gepolst, maar is het antwoord nooit te weten gekomen. Zelf leed ze aan anorexia, dat ze ziet als een gevolg van een destructief denksysteem en dat haar nog steeds wel eens parten speelt. Ze wordt daarover nog steeds lastig gevallen sinds ze dat probleem niet kon verzwijgen toen ze er ooit in een live radio-interview naar gevraagd werd.

Kortom, het gesprek kwam maar niet uit de groef van het persoonlijke lijden en de weldaad van de therapie die de durf heeft gebracht om te schrijven, dat vervolgens tot succes heeft geleid. Erdbrink stelde zich erg dienstbaar op tegenover een vrouw die van dienstbaarheid haar overlevingsstrategie maakte en bedankte haar op het eind zelfs met een handkus. Een beetje humor zou een verademing geweest zijn als tegenwicht tegen de serieuze toon met psychologische juichkreten die steeds meer doodsloegen. Ik wens Griet vandaag een mooie verjaardag toe en verder een goed jaar waarin ze wat meer tot rust mag komen.  

Hier mijn bespreking van Vele hemels boven de zevende, hier die van Walking back to happiness, hier die van Me ne quitte pas. De foto is van Merlijn Doomernik. 

Gerard Thoolen – Alles komt ergens van (2004), documentaire van Pieter Verhoeff


Acteur op zoek naar een sterke rug

Gerard Thoolen, die in 1996 op 53 jarige leeftijd aan aids overleed, had in zijn leven het idee om een theaterrestaurant naast zijn huis in Bergen aan Zee te beginnen, waar vrienden samen zouden kunnen eten en toneelspelen. Helaas werd het plan door zijn vroege dood nooit werkelijkheid. Regisseur Pieter Verhoeff, die Thoolen goed kende uit de film Het teken van het beest (1980), waarin Thoolen zijn eerste hoofdrol speelde, bedacht daarom om zijn vriendengroep alsnog uit te nodigen en tijdens het eten herinneren op te halen aan hun geliefde collega.

Thoolen had een moelijk leven, zo maakt Verhoeff meteen al duidelijk. Hij citeert vaker uit dagboeken van Thoolen, die het beste in zijn vel zit als hij een rol speelt, die hem ligt en dat hij een Stradivarius moet zijn, die de stem van zijn personage moet verklanken. Reizen is belangrijk om de grenzen binnen hemzelf te verleggen. Hij valt steeds weer terug op zichzelf al weet hij niet wat dat is. Net als andere acteurs is hij altijd kind gebleven.

Zijn broer Piet Thoolen vertelt dat Gerard een nakomertje was in een groot katholiek slagersgezin en dat hij zeer geschokt was door de dood van zijn vader, van wie hij zijn artistieke begaafdheid erfde. Behalve slager was zijn vader ook zanger. Na diens dood viel Gerard in een gat en kampte met zijn homoseksuele gevoelens. Het gevoel een buitenstaander te zijn, maakte hem geschikt voor het theater.

Shireen Strooker nodigde hem uit voor het Werktheater, omdat ze zijn talent meteen had opgemerkt. Ze zegt dat Gerard het beste speelde als hij zijn onzekerheid kwijt was en dat hij dicht sloeg als het gewichtig werd, zoals we zien tijdens een nabespreking van de leden van de groep.

Peter Faber toont een fragment uit de geregistreerde voorstelling Toestanden, waarin Gerard de rol van gek prachtig speelt. Dat kon hij omdat hij eerder in de Oosthoek in Limmen opgenomen was geweest. Het verlangen naar het onschuldige zat diep in hem. Tijdens het diner zingt hij de eerste strofe van Fear no more van Shakespeare.

Joop Admiraal zegt dat Gerard probeerde om zuiver te spelen en dat hij helemaal verdween in zijn rol. Joop was verliefd op hem maar Gerard hield meer van jonge jongens, zoals de Marokkaan met wie hij later samenwoonde. Desondanks woonden de twee een tijdje samen in de tijd dat Gerard depressief was. Joop ging in die tijd naar de AA en besprak daar vooral hoe hij met de depressie van Gerard moest omgaan. Die had te maken met de kloof tussen zijn homoseksualiteit en het katholicisme. Een manier waarop Gerard daarmee later om probeerde te gaan is door het inrichten van een kabinet van emoties in zijn huiskamer.  

Neef Jean Paul Franssens had een innige band met Gerard, die hem ook vaak opbelde als hij bevestiging nodig had, zelfs uit Noorwegen waar de film Pervola (Orlow Seunke, 1985) werd opgenomen. Franssens noemt Thoolen een losgeslagen man met een gigatisch talent, een manisch depressieve instelling en een groot minderwaardigheidscomplex. In diens ziekenhuiskamer hing hij een pas gemaakt schilderij op dat Gerard een geluksgevoel bezorgde. Tijdens het diner zingt hij Ich liebe dich van Beethoven.

Volgens Helmert Woudenberg was hij steeds op zoek naar zijn vader, naar de sterke rug van de man bij wie hij als kind achterop de brommer zat.

Olga Zuiderhoek maakte bandjes voor hem met muziek, zoals een opname van Misha Mengelberg met een papagaai die Gerard de lachstuipen bezorgde. Hij steunde haar als zij een rol moest spelen met een accent. Nog steeds heeft ze daar wat aan als ze dialect moet praten. Ze was tijdens de begrafenis blij voor Gerard dat zijn leven afgelopen was.

Admiraal was wel eens bang dat Gerard een eind aan zijn leven had gemaakt als hij het liet afweten en vond het verschrikkelijk om dan zijn huis binnen te gaan. Hij zegt dat Gerard van binnen een pijn had, die het onmogelijk maakte om naar buiten te treden. Door begrippen achter elkaar te zetten in zijn dagboekschrift zette hij zijn leven op een rijtje en kon hij weer verder.

Fraai is het fragment van Gerard als de Surinaamse mevrouw Emanuels uit Een zwoele zomeravond (1982). Verhoeff eindigt met Thoolen zelf die zich afvraagt hoe men op hem zal terugkijken, als een beest of als iemand die zuiverheid voorstond? Hij komt erop uit dat de zaken zijn gegaan zoals ze gegaan zijn en dat alles ergens van komt, zijn gevleugelde uitspraak in Het teken van het beest, als ik het goed heb.

Janneke Doolaard deed voor het eerst de productie van deze geconstrueerde documentaire die, zegt ze, een enorm project was, lijkend op een speelfilm.

Hier mijn bespreking van Toestanden.

zondag 21 augustus 2016

Penrose poëziefestival 2016, De roze tanker, Amsterdam–Noord, 20 augustus 2016



De derde editie van het kleinschalige Penrose poëziefestival - een initiatief van Are Meijer - speelt zich af in De roze tanker, aan voormalig benzinestation aan de Leeuwarderweg in Amsterdam-Noord. Een tankstation is op zich al een bijzondere locatie, een plaats waar mensen elkaar vluchtig ontmoeten, reisgenoten, op weg naar elders, maar dit station is helemaal buitengewoon omdat het werkeloos naast de verdiepte autoweg en en de inmiddels daarnaast aangelegde Noord Zuid Lijn ligt en uitzicht geeft op De gele pomp aan de andere kant van de weg. 


Are Meijer (links) opent de middag en zegt erbij dat hij meteen ook de IJ tunnel heeft stilgelegd zodat het lawaai van het verkeer minder is en de deur van het gebouwtje gewoon open kan blijven. Hij verbindt de verschillende bijdragen met grappige oneliners en op het eind met een langer gedicht over een ziek kind dat toch haar fantasie niet kwijt is.

De bijdragen  van de zeven optredende dichters en prozaïst Julien Ignacio, die volgend jaar zijn debuutroman Evoria bij Van Oorschot uitbrengt, worden omlijst door liedjes van singersongwriter Annemarie Brijder. Zij opent met een vrolijk lied, en wel over de crisis, waarin de regel maar ’s nachts blijft het licht aan terugkeert. Ze zingt vooral om helderheid te krijgen over zaken die ze niet begrijpt, zoals De vanzelfsprekendheid, een walsje dat over de schoonheid van het eindige gaat, maar het nummer Evenwicht, over haar verliefdheid op een andere vrouw, bracht geen soelaas. Aan het einde brengt ze op verzoek een Frans chanson ten gehore, waarvan de titel Les autres door het publiek uit volle borst meegezongen wordt.

Aurora Guds is regelmatig te horen in cafë Eijlders, die ook haar bundel Droomschoot uitbracht. Ze leest twee gedichten voor over haar vakantie, waaronder één gedicht over het niet al te gemakkelijke gezelschap van andere vrouwen, eindigend met de regel hier leeft slechts de dood. Hoewel ze gewoonlijk over vrouwen schrijft, leest ze ook twee gedichten over mannen. Ze vervolgt met Natte rook, dat over de ouderdom gaat die wel of geen wijsheid brengt en eindigt met De wandeling.  

Ruud Kruize maakt van de ouderdom een deugd en schrijft korte gedichten, waarvan de laatste regel moet blijven hangen. Er volgt een hele serie van dit genre op rijm, waarmee hij de lachers op zijn hand krijgt, om te beginnen over een grijs haartje in de ritssluiting van zijn skipak dat uit zijn baard dan wel uit zijn schaamhaar afkomstig is. Hij sluit af met het gedicht Een misverstand over een man in een restaurant graag kool wil maar gerechten krijgt voorgezet die van een heel wat hardere soort zijn.

 

Willemien Spook is naast dichter ook schrijfdocent en beeldend kunstenaar en geïnteresseerd in het verglijden van de tijd. Ze opent met het gedicht In de Waag vandaag, dat gaat over een kunstenaar die daar werkt en een patser die neerziet op zijn kunst, maar tot een ander inzicht komt. Ze gaat verder met een gedicht over een oude vriend die zijn hele leven gebukt ging over het feit dat hij zijn vader, die een illegale drukkerij had, riep toen de Duitsers aan de deur stonden om hem weg te halen. Een licht vers over de lelijke conifeer - de beschermheer van het grafbeheer - wordt gevolgd door een gedicht naar aanleiding van een notitie die een oude biologe met Alzheimer maakte over een begrip van de dichter P.N. van Eyck. Ze eindigt met Onder de veranda, waarin een ouder stel dat geheel op elkaar is ingesteld, bezig is met het ontbijt.

Willem Tjebbe Oostenbrink komt uit het Groningse Westerkwartier, staat in de Turing gedichtenbundel De toverhazelaar (2012) en debuteerde in 2013 met Opdreugde troanen. Hij begint in het Gronings met een gedicht over de tijd dat hij in Amsterdam-West woonde en op een dag een zieke houtduif onder een boom zag zitten.  
Daarna stapt hij over op het Nederlands en leest gezichten voor over de zee, waaronder Golven nemen geen afscheid. Grappig is zijn gedicht Exercities met een mes dat aan twee kanten snijdt maar nergens verkrijgbaar is. Lok gaat over de waarde van een oude haarlok. Zijn interesse in taal blijkt uit zijn laatste gedicht waarin de begrippen voor lief en prijs gelijk aan elkaar zijn zoals in het Engelse dear en het Franse chèr.

 

Cateleijne Beijst presenteert zelf poëzieavonden op haar boot aan de Javakade. Ze begint heel vilein met een gedicht over de politiek, maar stapt daarna over op meer verheven gedichten als Nachtvlinders, Gezondigd en Egeltje waarbij de humor nooit ontbreekt. Ze eindigt met het gedicht Het IJ dat ze uit haar hoofd doet en dat haar volgens Are Meijer het hardste applaus tot nog toe oplevert.

Marcel Kick sluit daarbij aan. Deze autochtone inwoner van Amsterdam Noord en buurtcoach in Nieuw West leest uit zijn bundel Het spleen van Amsterdam ook voor over het IJ, maar weet daarnaast ook van overlast door een studentenfeest en het verlangen van vluchtelingen naar zoete bloemen. Aan het eind van zijn bijdrage raadt hij de bundel Olijven moet je leren lezen (2016) van Ellen Deckwitz aan, die een goede hulp biedt om poëzie te verstaan. 




Alja Spaan is de laatste dichteres van de middag. Ze eindigde vorig jaar in de zesde editie van de Turing Gedichtenwedstrijd als derde, maar eigenlijk als tweede omdat de eerste plaats gedeeld werd. Ze draagt vol overgave een lang, gevoelig gedicht voor over zachtheid in de relatie tussen een moeder en een dochter. 

Hier meer informatie over het festival met een foto van De roze tanker, hier liedteksten van Are Meijer, hier de site van Willemien Spook, hier de blogspot van Willem Tjebbe Oostenbrink, hier die van Marcel Kick en tenslotte hier de site van Alja Spaan.    

Filmrecensie: The last Elvis (2012), Armando Bo


In de voetstappen van een beroemde rocker

De Argentijn Carlos Gutierrez werkt in een metaalfabriek maar heeft zijn leven gewijd aan Elvis Presley. Hij vereenzelvigt zodanig met de rocker dat hij zijn vrouw Alejandra Priscilla noemde en zijn dochter Lisa Marie. Tijdens concerten, waarin hij gekleed gaat als Elvis, zingt hij de liederen van zijn idool, in de auto heeft hij altijd een bandje van hem aan staan en thuis kijkt hij altijd diens video’s. Armando Bo schetst het jaar dat Elvis op 42 jarige leeftijd in Graceland stierf. Hoe reageert Gutierrez daarop?

Florissant is het leven van Gutierrez niet verlopen. Hij leeft gescheiden van zijn vrouw en heeft niet zoveel contact met zijn dochtertje Lisa. Zijn vrouw is slecht te spreken over de invulling van zijn vaderschap en wil hem dat dan ook ontnemen. Met zijn optredens verdient hij ook al niet veel en vaak moet hij ook zeuren om zijn geld. Gutierrez bijt wel van zich af. Hij dreigt de eigenaar van een club die hem niet uitbetaalt dat hij de tent in de fik zal steken, hetgeen hij later ook doet.

Bo begint heel mooi met beelden van de brede trap die naar een uitgaansgelegenheid leiden waar Gutierrez met zijn band optreedt. Zijn eigen huis oogt erg armoedig. Hij wil graag dat zijn dochter naar een optreden komt kijken wanneer hij Unchained melody zingt en geeft haar een merel in een kooitje die de naam Elvis kan zeggen. Alejandra is niet zo blij met de vogel, want zij verdient niet genoeg in de supermarkt om voedsel voor het beestje te kopen. Ze vindt het ook verkeerd dat haar vroegere echtgenoot Lisa in de richting van een muziekcarrière wil duwen. Ze merkt dat hij dikker is geworden, maar dat is juist ook de bedoeling van de look-a-like.

Gutierrez treedt met een gitaar op in het verzorgingstehuis waar zijn moeder woont. Hij vertelt haar dat hij tot iets groots in staat is. We zien beelden van zijn ontslag in de fabriek en nemen met hem een laatste blik in zijn fotoalbum. Wat hij van plan is, wordt niet duidelijk, want een auto ongeluk van Alejandra en Lisa stuurt zijn plannen in de war. Hij neemt de verzorging van Lisa op zich, waardoor de band tussen vader en dochter zich verstevigt en bezoekt Alejandra die in het ziekenhuis in coma ligt.

Gutierrez is geen sul die alles maar over zich heen laat gaan. Tijdens een optreden stapt hij boos van het podium omdat de microfoon niet goed werkt, maar gaat later weer verder omdat de show door moet gaan. Door zijn ergernis vergeet hij Lisa mee terug naar huis te nemen, maar hij realiseert zich net op tijd dat zij op hem staat te wachten.

Gelukkig gaat het beter met Alejandra. Gutteriez verkoopt de inboedel van zijn huis en zegt tegen zijn dochter dat hij op tournee gaat. Hij weet nog niet wanneer hij weer terug is. De band tussen vader en dochter is dan zo sterk dat Lisa zijn gemis betreurt. Voordat hij weg gaat zegt hij haar nog dat zij voor haar idealen moet leven. Mooi is het lied Unchained melody dat hij dan zingt.

The last Elvis laat duidelijk zien dat Armando Bo invloed heeft gehad op de vroegere films van Alejandro Inarritu. Bo produceerde de films 21 Grams (2004), Babel (2006) en Biutiful (2010) van Inarritu en schreef mee aan Biutiful. Het zijn stuk voor stuk kleine persoonlijke drama’s, waarin niet teveel wordt uitgelegd maar des te meer getoond.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Biutiful.

zaterdag 20 augustus 2016

Filmrecensie: Taking Woodstock (2009), Ang Lee


Fraaie schets van het belangrijkste popfestival ooit

Taking Woodstock is een fantastische film die gemaakt is op basis van de memoires van Elliot Tiberg. Deze interieurontwerper woonachtig in Greenwich Village, raakte geheel onverwachts betrokken bij de organisatie van het meest spraakmakende popfestival in de wereld, dat in de zomer van 1969 in de staat New York gehouden werd.
In een poging het familiebedrijf van zijn ouders te redden van de ondergang, kwam hij op het idee om de organisatie van het festival zijn steun toe te zeggen, nadat het naburige stadje had geweigerd om hippies te ontvangen. Hoewel het project Elliot en zijn ouders duidelijk boven het hoofd groeide, pasten ze zich aan aan de omstandigheden en zorgden ervoor dat drie dagen vrede en muziek tot stand kwamen.

Lee begint bij het begin en laat Elliot zien terwijl hij zijn best doet om de zomer op het vakantieverblijf tot een succes te maken. De toneelgroep die in de grote schuur een toneelstuk van Tsjechov repeteert zal daaraan financieel niet veel bijdragen, maar de goedige Elliot begrijpt dat ook zij recht hebben op een plaatsje onder de zon. Samen met zijn ouders zit hij bij de schuldeiser, die duidelijkheid wil over de inkomsten van het motel en de vakantiehuisjes, waarop de moeder van Elliot op gespannen toon begint over de moeilijke tijd die zij in de Sovjet Unie gekend had, terwijl de vader het niet veel uit maakt of het bedrijf ten onder gaat.

Een bericht in de krant over de mogelijke komst van een belangrijk muziekfestival naar hun buurt, zorgt ervoor dat Elliot naar de telefoon grijpt en een afspraak maakt met producer Michael Lang en andere mensen van de organisatie. Een kartonnetje chocolademelk dat hen door de moeder aangeboden wordt, leidt ertoe dat ze naar de boer gaan die de melk produceert en op een grote groene heuvel boert, waar zo’n festival heel goed gehouden kan worden. Eerst vraagt hij vijfduizend dollar voor de huur, maar later bedenkt hij zich en vraagt het vijftien dubbele. Geld is geen probleem voor de organisatie die al honderdduizend kaartjes verkocht heeft. Elliot, die de organisatie de ruimte van het vakantieverblijf aanbiedt, krijgt ook alvast een zak geld mee, waar zijn geldbeluste moeder grote ogen van krijgt.

Het is verbazingwekkend dat Ang Lee de onbevangen sfeer van die dagen zo goed weet te vangen, onder andere door de naakte mensen ruimschoots in beeld te brengen. De muziek die soms op de achtergrond te horen is, net als de helikopters die af en aan vliegen, voeren terug naar de dagen dat de wereld nog tot staat was tot liefde, al was niet iedereen daar zo blij mee. De cafégangers uit het stadje kijken Elliot weg en beunhazen proberen een graantje mee te pikken. De laatsten worden echter door de vader met een honkbalknuppel van het erf gejaagd. Fraai is de aankomst van travestiet Vilma die door Elliot als veiligheidsagent wordt aangesteld en het heel goed met de vader kan vinden die het maar druk heeft in de kantine. Een fraaie scène speelt zich af als Elliot in de kantine door een vrolijk dansende menigte wordt uitgedaagd en een homoseksuele medewerker kust.

Als het allemaal te druk wordt daar, wordt uitgeweken naar het land van de boer, maar dat kan niet voorkomen dat de toegangswegen verstopt raken. Elliot gaat er naar toe achterop de motor van een agent en valt in de armen van een zorgzaam hippie stel dat hem zijn eerste trip bezorgt. Als hij eenmaal weer thuis is, krijgt hij ruzie met zijn ouders die erg leunen op hun zoon, waarop hij besluit naar Californië te vertrekken als het festival afgelopen is. Dat gebeurt inderdaad en zonder zorgen, omdat de moeder het nodige geld heeft opgepot. De vader die na vier spacecakes weer ontnuchterd is, wenst zijn zoon het allerbeste en schenkt hem de vrijheid.

Demetri Martin speelt een prachtige rol van een lieve jongen, die het goed voor heeft met de wereld en ook zichzelf niet vergeet. Tijdens de aftiteling horen we het nummer Freedom van Ritchie Havens dat nog steeds door merg en been gaat.  

Hier de trailer, die begint met een introductie van Demetri Martin.