Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



woensdag 29 maart 2017

Sushi in Kabul, Tegenlicht, 26 maart 2017


Het hoofd boven water houden in een onveilig Kabul

De Iraans Nederlanse filmmaker en VN medewerker Shoresh Kalantari geeft in Sushi in Kabul een fraai of tegelijk onthutsend inkijkje in het dagelijks leven van hulpverleners in de hoofdstad van Afghanistan, die uitvoering proberen te geven aan het internationale mandaat van de VN om de veiligheid en de sociaal economische omstandigheden te verbeteren, maar te maken hebben met de situatie die steeds onveiliger wordt. Door aanslagen van de Taliban zit men de meeste tijd opgesloten in de compound. Na de inval van de Verenigde Staten in 2001 leek het leven rooskleuriger te worden, maar dat is in zijn tegendeel omgeslagen Kalantari spreekt vier inwoners die nog niet vertrokken zijn en met drie anderen die de voedselvoorziening in de compound verzorgen.

Medewerker Reza is al vanaf 2005 in de compound en reisde veel rond. Hij werkte mee aan het verbeteren van de grensovergangen en het internetbankieren, maar de laatste tijd zit hij gevangen in zijn container op de compound. Na aankomst was hij hoopvol over de ontwikkeling van Afghanistan, maar inmiddels heeft de Taliban veel terrein en goodwill onder de bevolking teruggewonnen. Vooral aan het eind van de dag voelt hij zich alleen zonder zijn gezin. Hij vreest wel eens dat hij nooit meer een normaal leven zal kunnen leiden. Hij denkt niet dat de toestand snel zal veranderen. De radicalisering neemt door IS alleen maar toe. Hoewel veel jongeren het land uit gevlucht zijn, is er ook nieuwe aanwas op de universiteit.

De Engelse Abigail (zie foto) werkte eerder als mensenrechtendeskundige in Afghanistan en is terug omdat het onderzoek naar schendingen van de mensenrechten haar zeer goed beviel. Ze ging terug naar Engeland vanwege een zwangerschap en heeft man en kind daar achtergelaten. Ze mist echter het wereldje waar ze vroeger zo van hield. Eerder kreeg ze huwelijksaanzoeken van Afghanen, maar ze ging daar toch maar niet op in. Ze heeft last van vliegangst na een vroeger incident.

Danaë is een Francaise van Griekse afkomst en werkt sinds 2009 als coördinator. Ze vertelt dat er twee soorten medewerkers zijn: zij die kort blijven en zij die niet weg te slaan zijn, zoals zij zelf, al voelt ze zich ingeperkt en opgesloten. De energie is anders dan vroeger. Ze probeert er echter het beste van te maken.

De Amerikaan Ardeshir werkt als psycholoog die stress van medewerkers behandelt. Hij toont zijn krappe kantoor waar hij zitting houdt en vertelt dat hier net als in een klein dorp veel geroddeld wordt. Zelf doet hij aan wandelmeditatie om daarin niet meegesleept te worden. Hij geeft veiligheidstrainingen zodat medewerkers voorbereid zijn op invallen. Zelf is hij dat in ieder geval wel. Hij doet fitness oefeningen en skypt met zijn vrouw en dochters in Spanje, maar mist het lichamelijk contact. Hij voelt zich een passagier op de Titanic en heeft daarom een baan geaccepteerd als psycholoog voor vluchtelingen in Noorwegen.

Assef levert groente en fruit aan de compound. Hij verkoopt dat tegenwoordig elke dag waardoor zijn studie in het gedrang komt. Hij stapt vanaf de markt over in een andere auto omdat dat veiliger is. 

De Japanse Hiromi is naast journaliste ook sushi chef en getrouwd met een Afghaan. Tegenwoordig komt nauwelijks iemand meer naar haar restaurant, zodat ze zelf met haar sushi’s naar de compound gaat. Ze vindt de toestand zorgelijk na ontvoering van een Duitse vrouw, maar is blij dat zij tenminste nog een Japans paspoort heeft.

Koffiejongen Zolfaqar studeert net als Assef aan de universiteit en is vaak bang op straat. Vertrekken wil hij echter niet. Hij heeft weinig verwachtingen en hoopt dat het leven beter wordt.

Hier meer informatie op de site van Tegenlicht, waaronder portretten van de vier medewerkers. Vanavond napraten in Pakhuis de Zwijger, onder andere met Shoresh Kalantari.

dinsdag 28 maart 2017

Wessel te Gussinklo over De weergekeerde bloem, VPRO Boeken, 26 maart 2017


Het raadsel van het bestaan kiert tussen het alledaagse door

Wie schrijft, die blijft. Nog niet zo lang geleden had Wim Brands een gesprek met Wessel te Gussinklo over zijn roman Zeer helder licht (2014), inmiddels ligt er een nieuw dik boek op tafel bij Carolina Lo Galbo met de titel De weergekeerde bloem. Te Gussinklo praat erover op zijn eigen gedreven en euforische wijze.

Lo Galbo leidt het gesprek in door de hoofdlijn van het boek te schetsen, waarin Hajé en Marcel, twee beginnende schrijvers met een tegengesteld temperament een vampiristische vriendschap ontwikkelen, zoals zij dat noemt. Ze vraagt of ze daarmee niet te veel verklapt, maar dat is volgens Te Gussinklo niet het geval. Het einde ligt voor de hand maar wie dat niet weet, heeft nog een Aha Erlebnis te goed.

Lo Galbo wil weten wat een symbiotische vriendschap inhoudt.
Te Gussinklo heeft die meegemaakt in zijn puberteit en ook nog eens later. Dat soort boezemvriendschappen komt niet vaak voor. In het boek gaat de verhouding zijn eigen gang, net als Mulisch over zijn verhouding met Donner in De ontdekking van de hemel. Een ander boek waarin een symbiotische vriendschap beschreven staat is Boven het dal van Nescio: twee vrienden zijn aan de wandel en kunnen maar geen afscheid van elkaar nemen. Ook Hampton Court van Menno ter Braak valt in deze categorie. In De eeuwige echtgenoot van Dostojevski is sprake van een parasitaire verhouding. In De weergekeerde bloem heeft Hajé veel te vertellen hetgeen door Marcel dankbaar wordt opgezogen. De laatste zegt niets terug maar is wel de eerste die publiceert. Hij maakt gebruik van de mogelijkheden en heeft ambitie en talent.

Lo Galbo vraagt of Te Gussinklo zelf graag in de voetsporen van Marcel was getreden.
Te Gussinklo zou dat op dit moment niet meer willen, maar vroeger wel, al lukte het hem toen niet zijn gedachten op papier te krijgen. Hij praatte er meer over dan erover te schrijven. Hij stelde zichzelf te hoge eisen waardoor hij niets op papier kreeg. Hij las de grote meesters zoals Dostojevski, Stendhal en Sartre. Nederlandse schrijvers halen dat niveau niet, al is Mulisch daarop een uitzondering, maar de meesters verhinderden hem niet om zelf ook een poging te wagen. Ondanks zijn onzekerheid was er de wil om zichzelf uit te drukken en, net als de bovengenoemde meesters, het raadsel van het bestaan te ontsluieren. In De weergekeerde bloem wordt dat door de kieren van het alledaagse zichtbaar.

Lo Galbo vraagt hoe dit geheim te ontrafelen is.
Te Gussinklo antwoordt dat je het niet echt kunt zien, maar dat het wel mogelijk is de intensiteit ervan zichtbaar te maken. Hij maakt de vergelijking met het zicht op de sterrenhemel, die ook door Beethoven als groots werd ervaren. Zelf komt hij in zijn roman af en toe tot een passage die de moeite waard is.  

Lo Galbo blijft op aarde en merkt op dat er weinig gepsychologiseerd wordt door in de roman, maar dat we elke gedachte van Hendrik Johannes volgen.
Te Gussinklo verbindt aan deze opmerking zijn stelling dat ieder mens een huichelaar is, ook in de literaire wereld en dat er een hele wereld achter het hypocriete gedrag zit, dat zichtbaar gemaakt kan worden. De vriendschap tussen Hajé en Marcel kan nooit wat worden, omdat men graag zelf met de eer wil gaan strijken.

Volgens Lo Galbo zit er ook veel humor in de roman.

Hier een uitgebreid leesfragment op de site van Athenaeum Boekhandel, hier mijn verslag van het gesprek van Wim Brands met Te Gussinklo over Zeer helder licht.

maandag 27 maart 2017

Robbert Welagen over Nachtwandeling, VPRO Boeken, 26 maart 2017


Ambitieuze schrijver en door de wol geverfde rechercheur strijden om het geluk

Robbert Welagen (Dordrecht, 1981) schrijft al zo’n tien jaar. Zijn zevende roman Nachtwandeling gaat over de fictieve schrijver Jacob van Herwijnen die de Libris literatuurprijs wint maar daarna in de Amstel verdrinkt. Inspecteur Mudde buigt zich over de zaak en komt veel te weten over het literaire wereldje.

Carolina Lo Galbo roemt het idee om een schrijver als uitgangspunt te nemen en vraagt hoe Welagen daar zo op gekomen is.
Welagen zegt dat hij op het idee kwam toen hij zelf genomineerd werd voor zijn roman Het verdwijnen van Robbert (2013). De setting in het Amstel Hotel met schrijvers, uitgevers en andere belangstellenden bood een mooie gelegenheid voor een satire over de literaire wereld. De moordzaak kwam daar pas later bij.

Lo Galbo vraagt waarom hij er een politieroman van gemaakt heeft.
Welagen antwoordt dat hij van het genre houdt. Hij keek vroeger thuis al met zijn ouders naar bepaalde detective series die niet voortgedreven werden door adrenaline maar waarin het landschap een rol speelde en gewone mensen misdaden begingen.

Lo Galbo merkt op dat in die romans spanning vaak met een truc wordt opgebouwd.
Welagen verwoordt dit standpunt ook in zijn boek aan de hand van een uitspraak van een schrijver die door Mudde verhoord wordt, maar is het daar zelf niet mee eens. Hij meent dat het literaire genre en de detective naast elkaar kunnen bestaan. De detective is meer dichtgetimmerd met een uitgedacht plot en een duidelijk kader waar men mee kan spelen, terwijl in de literaire roman de mogelijkheden onbegrensd zijn. In zijn eerste drie romans was de sfeer dromerig en verstild, pas in de vijfde roman Het verdwijnen van Robbert, een alternatieve geschiedenis van zijn eigen leven, kon hij zijn zelfcensuur loslaten en zonder taboes schrijven wat hij wilde.

Lo Galbo vraagt of Nachtwandeling een vervolg is van Het verdwijnen van Robbert.
Welagen ontkent dit, hoewel het eerste boek ook een detective element kende en beide boeken over een schrijver gaan. Dit keer gaat het echter over iemand van wie de identiteit samenvalt met zijn schrijverschap. Welagen vindt het verleidelijk dat zelf ook te gaan doen, maar doorziet de valkuil waarin men dan stapt. De inspecteur die, anders dan Van Herwijnen, door schade en schande wijs is geworden, kan zijn vak reliativeren en heeft thuis in de buurt van ’t Twiske nog een ander leven.

Op de vraag van Lo Galbo op wie hij zelf het meest lijkt, antwoordt Welagen dat hij beiden in zich heeft. Hij kijkt als schrijver met de nodige zelfspot naar zichzelf. Hij is wel benieuwd of hij zich tot een ambitieus schrijver zal ontwikkelen dan wel dit idee los zal kunnen laten, maar gaat mee met de mening van Lo Galbo dat het ook alle twee kan. Toen hij achttien jaar oud was, hoorde hij van een meisje dat hij veel relativeringsvermogen had, dus snel zal hij niet in een tunnelvisie terechtkomen.

Lo Galbo merkt op dat Mudde graag wil weten waarom schrijvers prijzen willen winnen.
Welagen zegt dat schrijvers in dat opzicht vrienden en vijanden van elkaar zijn en niet eens zo verschillen met andere beroepsgroepen. Het was fijn om zijn eigen biotoop te beschrijven en had daar veel plezier in.

Lo Galbo merkt op dat Mudde heel wat gelukkiger is dan de schrijver.  
Welalgen betwijfelt of een grote ambitie inderdaad wel zo gelukkig maakt.


zondag 26 maart 2017

Theaterrecensie: Home, Conny Janssen danst, Toneelschuur, 25 maart 2017


Thuis mag iedereen zijn wie men is

De nieuwe voorstelling Home van het Rotterdamse dansgezelschap Conny Janssen danst, dat vijfentwintig jaar bestaat, gaat over het thema thuis, geen gewone zaak in een wereld waarin velen op drift zijn en een nieuw thuis moeten zien te vinden. Tijdens een discussie afgelopen vrijdagavond tussen de filosofen Slavoj Zizek en Marli Huijer ging het over de vraag of nieuwkomers zich hebben te houden aan normen die in het nieuwe land gelden of dat men met elkaar in gesprek gaat om uit te vinden wat de beste manier is om samen te leven. Huijer is voorstander van dat laatste en wil middels een dialoog nader tot elkaar te komen. De problemen die mensen zonder emigratieachtergrond met nieuwkomers ervaren doen zich net zo goed voor in situaties waarin de migratie achtergrond helemaal geen rol speelt. Huijer stelde dat men zelfs in een intieme relatie de ander wel eens als een vreemde kan ervaren en dat men dan met elkaar in gesprek moet. Haar standpunt wordt in dansvorm uitgedragen door het collectief van Conny Janssen danst, dat verschillende etnische achtergronden verenigt en samen een weg baant door het leven en daarmee een richting aangeeft voor de toekomst.

Bijzonder in het toneelbeeld, dat aan een repetitieruimte doet denken waar de zweetgeur hangt - waarschijnlijk ook door de vochtplekken die rond het armetierige fonteintje liggen - , is het bed op de voorgrond met daarin een ontwortelde boom. Die moet te maken hebben met het motto van de voorstelling: ‘als je mijn wortels ontkent, dan ontken je mij.’ De boom staat voor een ontwortelde en ligt in het ziekenhuis waar het alle rust krijgt om weer op krachten te komen. Op het bed zit een vrouw met een paardenstaart klaar die de voorstelling opent met een brief op de muur. Zo te zien schrijft ze in het Arabisch en ongetwijfeld zal haar boodschap met liefde te maken hebben want een man diagonaal tegenover haar in de ruimte houdt haar aandachtig in de gaten. Tot een ontmoeting komt het nog niet, want later zien we de vrouw op dezelfde plaats heftig hunkeren, maar tenslotte vinden ze elkaar en vindt een rituele dans plaats (zie foto), die door andere stellen wordt overgenomen.

Volgens de informatie van Conny Janssen, die in het programmaboekje inspirerende woorden spreekt over de kunst die troost en moed geeft in een sterk veranderende wereld, wisselen kleine scènes met onderlinge ontmoetingen elkaar af met collectieve scènes waarin men beschutting bij elkaar kan vinden. Dat eerste geldt heel sterk voor een Aziatisch stel dat een geheel eigen lichaamstaal heeft of voor de flitsende, simultane bewegingen van twee vrienden in bij elkaar passende grijsbruine kleding, het laatste geldt zeker voor de briefschrijfster die door de groep wordt opgenomen en op handen gedragen wordt meegevoerd. In beide gevallen is sprake van zeer afwisselende, dynamische en vooral originele uitdrukkingsvormen, die soms onderbroken worden door een kort moment van donker waarna nieuwe formaties een eigen invulling aan hun gevoelens kunnen geven. Aftasten, terugdeinzen, ergens in op gaan, een eigen weg kiezen, het is er allemaal en wordt ook af en toe nog eens herhaald, waardoor de kracht ervan nog groter wordt. Vooral als de groep als eenheid op een rij naast elkaar zich tot de zaal wendt, uitreikt, in het hart sluit, een klein maar mooi emotioneel gebaar.

Van grote betekenis in de voorstelling is de muziek die in een hoge nis wordt gespeeld of afgespeeld. De viool kan alle klankkleuren tevoorschijn toveren, van krakende en fluitende tonen tijdens het schrijven van de brief tot een aanzwellende kracht tijdens collectieve manifestaties van de groep. In de nis hangt nog een vogelkooitje dat zowel gevangenschap kan symboliseren, dan wel de veiligheid die ook van zo’n constructie kan uitgaan. Het mooie van dans is dat men het aangebodene op een eigen manier kan interpreteren. Daarmee opent men een deur van vrijheid waarin alles wat er is aan kracht en kwetsbaarheid, samenzijn en afzondering, een plaats kan krijgen en gezien mag worden. Thuis mag iedereen zijn wie men is. Een man die omstandig zijn handen staat te wassen uit schroom om mee te doen, krijgt steun van een vrouw die het kraantje dichtdraait en hem uitnodigt om haar te volgen. De uitdrukking Home is where my heart is krijgt vleugels in de voorstelling.

Hier de site van Conny Janssen danst, hier mijn bespreking van de lezing van Zizek en de discussie daarna met Marli Huijer. De foto is van Leo van Velzen.

Filmrecensie: Le voleur (1967), Louis Malle


Kritiek op bourgeoisie en clerus door een meesterdief

Louis Malle (1932-1995) werd geboren in een rijk, Frans, katholiek milieu. Hoe hij daarover dacht, is te zien in Le voleur die in het Engels bekend is als The thief of Paris. In de openingsbeelden zien we een keurige heer met bolhoed een inbraak plegen in een leegstaande villa. Hij gooit zijn inbrekerstas over de muur, zwaait een touw met haak erachteraan en klimt zonder veel moeite naar boven om zich vervolgens met een koevoet toegang tot de villa te verschaffen en daar een nachtje rustig rond te neuzen naar zaken van waarde. Later bekent deze meesterdief, die naar de naam Georges Randal (Jean Paul Belmondo) luistert, aan zijn nichtje Charlotte dat hij niet zonder kan. Stelen is zijn leven. De spanning heeft hij nodig om niet in lethargie te vervallen.

De film vervolgt met een scène waarin we een man zien die met twee kinderen op een begraafplaats rondloopt. De man is de oom van wees Georges en de vader van Charlotte. Veertien jaar later komt Georges na een verblijf in de cel vanwege subversieve activiteiten, terug bij zijn oom om zijn erfdeel op te halen. De oom heeft echter de erfenis laten verdampen door verkeerd te speculeren en het restant Panama aandelen is weinig meer waard. Charlotte is ook al vergeven aan een zoon van een rijke familie. Om haar voor zich te behouden besteelt Georges deze familie, waarop de oom het huwelijk afgelast. Charlotte kiest er echter niet voor met Georges mee te gaan.

In de trein op weg naar Brussel komt George pastoor La Margelle weer tegen, een vriend van zijn oom, die ook op het feest was waar het huwelijk van Charlotte werd aangekondigd. La Margelle probeerde daar geld binnen te krijgen om kerken in China te bouwen. De twee raken aan de praat met een Belgische industrieel die hen meeneemt naar zijn huis en pocht over zijn rijkdom in een kluis in een afgesloten kamer. Terwijl hij tekeningen van zijn fabriek uit die kamer haalt, maakt La Margelle snel de sleutel na. Een opzienbarende handeling voor een priester, ziet de kijker Georges denken.

George berooft in de nacht de kluis van de industrieel samen met handlanger Roger Voisin die in de gauwigheid een nieuwe sleutel heeft gemaakt. De twee kunnen het goed met elkaar vinden en reizen naar Londen waar een zus van Voisin juist uit huis wordt gezet omdat ze haar huur niet kon betalen. De mannen betalen de schuld en richten vervolgens een groot diner aan, waarbij ook de Parijse hoedenmaakster Ida aanwezig is die ook weer connecties met de onderwereld heeft. Georges reist met haar terug naar Parijs en komt daar in contact met Renée, die een derde van de buit opeist in ruil van het verstrekken van adressen van rijkelui die afwezig zijn.

Zoals opgemaakt kan worden op grond van bovenstaande, vertelt de film een rijke geschiedenis van de meesterdief die steeds ook weer vrouwen op zijn pad treft. Fraai is een scène waarbij Georges in een kamer bij een kluis is en daar de echtgenote aantreft, die ook al haar man wilde beroven. George biedt aan haar te knevelen, zodat ze vrijuit gaat, maar zij wil met hem mee. Hij wil dat echter niet en geeft haar geld om bij haar man weg te gaan. Deze Geneviève probeert hem later bij La Margelle nog te compromitteren, maar weet dan ook niet dat La Margelle met Georges onder één hoedje speelt.   

Le voleur is gebaseerd op de gelijknamige roman van Georges Darien (1862-1921) uit 1897. Darien had een anarchistische achtergrond, zoals ook in de film duidelijk te merken is. Stelen van de rijken is een daad van verzet en een goedmakertje voor de armen.

Hier de trailer.

zaterdag 25 maart 2017

Slavoj Zizek over The courage of the hopelessness, Westerkerk, 24 maart 2017


Enkel fatalisme voert naar een oplossing

In het kader van de G10, een schaduwtop van de G7, waarin denkbeelden over economie en filosofie worden uitgewisseld, sprak de Sloveense filosoof Slavoj Zizek gisteravond in een afgeladen Westerkerk in Amsterdam over zijn nieuwe boek The courage of the hopelessness. Ik zal proberen zijn betoog zo goed mogelijk samen te vatten, maar zijn steenkolen Engels maakte dat niet altijd gemakkelijk. In geval van onduidelijkheid of misinterpretatie is er altijd nog het boek dat in mei a.s. verschijnt.

Zizek begint met kritiek op de linkse intelligentsia die wel verandering prediken maar daar liever niet aan willen. Hij maakt een vergelijking met een roker die zegt dat hij elke dag kan stoppen maar inmiddels verslaafd blijft aan zijn oude gewoonte. Zizek stelt in zijn bekende provocerende stijl dat men eerst moet wanhopen om tot verandering te komen. Vandaar ook de titel van zijn boek: de moed van de hopeloosheid.

Daarna gaat hij in op ecologische bedreigingen die geen reden zijn om het kapitalistisch systeem te veranderen, maar slechts leiden tot maatregelen om de ergste gevolgen binnen de perken te houden. Hij noemt bijvoorbeeld de enorme luchtvervuiling in China die ertoe leidt dat inwoners naar andere gebieden kunnen verhuizen waar de lucht schoner is. Men is verrast dat in Groenland groenten worden verbouwd, maar over de oorzaken daarvan sluit men de ogen. Dichtbij ligt het voorbeeld van de Joegoslavië oorlog in de jaren negentig. Niemand kon vermoeden dat burgers die vreedzaam samen hadden geleefd opeens de wapens tegen elkaar zouden opnemen. Ook in de politiek zien we mechanismen van normalisatie. Eerst was het niet te geloven dat Trump aan de macht kon komen, daarna treedt alweer een aanpassing op.

Zizek gaat in op manieren om op de bedreigingen te reageren. Men kan heel onverschillig blijven en denken dat de tijd wel zal leren hoe het uitpakt, men kan geloven dat de techniek ons wel redt, maar ook zelf heel actief aan de gang gaan, bijvoorbeeld met afvalscheiding. Zizek haalt Sloterdijk aan met wie hij deze avond nog in debat was gegaan als die niet na een ongeluk in de bergen in Frankrijk in een ziekenhuis zou liggen. Sloterdijk meent dat we het tijdperk van het antropoceen ingaan, waarin de mens de natuur naar zijn hand kan zetten. Het internet der dingen is in staat om beslissingen te nemen die beter zijn dan de mens ooit zou kunnen doen. Verkiezingen zouden niet eens meer nodig zijn. De technologie zou in ieder geval de valse retoriek van Geert Wilders naar de prullenbak verwijzen.

Zelf denkt Zizek dat we op een ruimteschip leven en een andere relatie met de aarde moeten opbouwen om niet ten onder te gaan. Zizek noemt het schrijnend dat de kapitalistische economie de schade die het aanbrengt aan de aarde niet in rekening brengt. Anders dan Sloterdijk die communistische opvattingen omarmt, kiest Zizek voor een liberale toekomst waarin de mens een stempel op het leven drukt. Zizek maakt een grap over de noodzaak om een geldsysteem in de vroegere Sovjet Unie in te voeren. Stalin besliste het meningsverschil tussen voor- en tegenstanders door te zeggen dat er geld zou zijn en geen geld. Op de vraag van zijn gehoor hoe dat zat, zei hij dat sommigen geld zouden hebben en anderen niet. Zizek steunt linkse verzetsbewegingen zoals DIEM 25 van Varoufakis, die een andere politiek voorstaan dan door de linkse elite op dit moment wordt uitgevoerd.

Op de vraag wat te doen, die door Lenin al werd gesteld, antwoordt Zizek dat we ons niet te zeer door rationale keuzes moeten laten leiden en dat we risico’s moeten nemen, want de bedreiging van de liberale democratie door het nieuwe fascisme zijn groot. We dienen ons daar scherp bewust van te zijn. Het besef van ons noodlot brengt ons naar een oplossing. De Europese Unie is hard aan hervorming toe. Zolang we denken dat de huidige systeem levensvatbaar is, worden we straks ingehaald door Le Pen en anderen, die 2017 het jaar van het ontwaken noemen. Zizek noemt het paradoxaal dat juist de gebrekkige Europese democratie heeft voorkomen dat de rechtse bevolking haar zin heeft gekregen en de deur dicht heeft geslagen voor vluchtelingen. Net zoals Trump een symptoom is, zijn ook de vluchtelingen niet het probleem. Dat is het kapitalistisch systeem waarin we leven.

In het debat met filosofe Marli Huijer die de plaats van Sloterdijk had ingenomen, ging het over respect. Er ontstond een boeiende discussie over de vraag of vluchtelingen zich dienen te conformeren aan opvattingen die in Europa gelden. Anders dan Zizek, die vindt dat men bepaalde normen dient over te nemen, wil Huijer op basis van een gesprek tot overeenstemming komen. Huijer wees erop dat ook bekenden van elkaar af en toe vreemden van elkaar kunnen zijn en dat er niet zo’n groot onderscheid is tussen onszelf en de ander. Vanavond wordt dit thema door Conny Janssen danst opgepakt in de voorstelling Home. Daarover morgen meer.

Hier meer informatie op de site van de G10, hier een artikel van Zizek in de Newstatesman van 2015 waarin hij onder dezelfde titel als zijn nieuwe boek ingaat op het politieke conflict tussen Europa en Griekenland.

The black flag (2015), documentaire van Majed Neisi


Dappere documentairemaker filmt de strijd tegen IS

The black flag is een hele levendige documentaire over de strijd die sjiitische vrijwilligers eind oktober 2014 tegen Islamitische Staat voeren. Filmmaker Majed Neisi (1981) gaat met een groep mee en tekent uit de eerste hand de oorlogshandelingen op, maar laat ook het eten en de zang van de strijders zien. De spanning voor de strijd om het centrum van Jord al-Sakhar, een strategische plaats ten zuiden van Bagdad, is van de gezichten af te lezen. De strijd zelf deed me denken aan het rauwe verslag van de Britse acteur Ross Kemp uit Afghanistan, alweer tien jaar geleden.

Neisi rijdt met commandant Seyyed Ahmad mee naar het front en filmt vanuit de achteruitkijkspiegel de omgeving die ze achter zich laten. Ze komen een pickup tegen met veel strijders in de laadbak. Ahmad laat hen voor gaan naar de nieuwe loopgraaf waar ze zich zullen voorbereiden op de strijd die komen gaat. Ze worden daar meteen door een scherpschutter beschoten vanuit een huis met een IS vlag erop, maar laten dat maar even. Eerst wordt er gekookt voor de groep en er wordt ook gezongen en gedanst. Twee mannen geven telefonisch bestellingen voor munitie en wapens door. Een student besloot zich, net als andere mannen, aan te sluiten bij het verzet na de fatwa die volgde op de val van Mosul in 2014.

Ahmad vertelt dat IS vanuit twee kanten in de tang zal worden genomen. Behalve zijn eigen groep zijn er nog andere milities van het Vrije Syrische Leger actief. Men loopt door het gebied dat door IS verlaten is. Leden van de lokale bevolking werd geëxecuteerd en in de rivier de Tigris gegooid die vlakbij loopt. Een dokter reikt de nodige pillen uit. In de verte is de strijdkreet Allah Akbar van IS strijders te horen, een nogal surreëel geluid. Een lid van de VSL roept dat ze eraan komen en dat de wraak niet misselijk zal zijn.

Een man draagt een in de loopgraaf geschreven gedicht voor dat moed moet geven voor de strijd. Daarna begint het schieten over en weer. Opzwepende muziek draagt bij aan het moreel. De strijdende partijen bevinden zich vlak tegenover elkaar. Mortiergranaten gaan rakelings over de groep heen. Men komt uit de loopgraaf en steekt over naar een huis, terwijl gewaarschuwd wordt voor mijnen die zich daar binnen kunnen bevinden. Neisi merkt dat de dood slechts een paar stappen van hem verwijderd is. Hij wordt goed begeleid door de strijders die zelfs nog grappen kunnen maken.

Neisi is bang in een palmbos waar de tegenstander onzichtbaar is en men op goed geluk in het riet vuurt. Een strijder graaft met zijn handen een landmijn uit zodat de tank er door kan. Abu Mustafa sterft omdat hij geen kogelvrijvest droeg en wordt als een martelaar afgevoerd. Hoewel daar ook niet genoeg van waren had hij gezegd dat hij dat niet nodig had. Abu Abdullah bukte nooit voor geweervuur, droeg zelfs geen wapen en raakt daardoor gewond, maar dat neemt niet weg dat het centrum van Jord al-Sakhar na een paar dagen wordt ingenomen. De overgrote meerderheid van de strijders heeft de strijd overleefd en de tegenstander is verdreven. De vlag van IS wordt meegenomen, maar niet vertrapt omdat de naam Allah erop staat.

Op het eind zien we beelden van Neisi die zijn legeruitrusting uittrekt en zegt dat hij nog veel te doen heeft, waarmee hij ongetwijfeld het monteren van de beelden bedoelt. Het getuigt van dapperheid om de Westerse kijker van dichtbij te laten kijken naar de strijd van Syrische burgers tegen IS. Het overtuiging is groot, het moreel is hoog, net als de broederschap onder de mannen.

Hier de trailer van The black flag, hier mijn bespreking van Ross Kemp in Afghanistan.