Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



donderdag 29 september 2016

Recensie: Ga heen, zet een wachter (2015), Harper Lee


Veranderingen gaan langzaam en vragen veel geduld

De onlangs overleden schrijfster Harper Lee is vooral bekend van haar roman To kill a mockingbird (1960) die ze schreef drie jaar na Go set a watchman. Dit laatste boek is pas vorig jaar gepubliceerd en in het Nederlands vertaald door Ko Kooman onder de titel Ga heen, zet een wachter, een zinsnede uit Jesaja 21:10. Over de laatste roman is veel te doen geweest, maar in de roman daarover geen spoor. Niets over de vader van hoofdpersoon Jean Louise die, net als in het leven van Harper Lee, een advocaat in Alabama is. In To kill a mockingbird is hij duidelijk tegen rassendiscriminatie maar in Go set a watchman neemt hij een heel wat minder positief standpunt in, hetgeen zijn dochter die uit New York op vakantie is in haar geboortestad in Alabama, in een zware crisis stort.

Prachtig is de intieme, persoonlijke sfeer waarmee Lee het karakter van Jean Louise Finch beschrijft. Ze presenteert haar zeer overtuigend aan de lezer, alsof het geen zestig jaar geleden is dat de roman geschreven werd. Opvallend is hoe de dialogen gescheiden zijn van stukjes informatie, hetgeen een beginnende schrijver een duidelijk voorbeeld geeft hoe men een tekst kan opbouwen. Jean Louise is opgegroeid zonder moeder, maar inmiddels een onafhankelijke en eigenzinnige jonge vrouw die in New York een baan gevonden heeft. Bij terugkeer in haar geboortestreek voor een paar weken schrikt zij van de starre opvattingen die men daar heeft over de zwarte bevolking. Nergens vindt ze gehoor voor haar eigen liberale opvattingen. Ook Henry Clinton, de vriend van haar overleden broer Jeremy, die graag met haar wil trouwen, blijkt besmet met het virus van discriminatie. Tenslotte vertelt de dwaze oom van Jean Louise hoe rechtlijnig ze is, dat ze zich dient los te maken van haar opvattingen over haar vader en haar eigen positie in de strijd om gelijke burgerrechten in te nemen.

De haat liefde verhouding met Henry, die met een litteken uit de oorlog gekomen is en haar komt ophalen van het station omdat haar vader veel last heeft van reuma, wordt mooi verbeeld. Ze vertelt hem al gauw hoe zij over relaties denkt, namelijk zoals ze die New York waargenomen heeft:
Het begint met de vrouwen die zich doodvervelen omdat hun mannen zo moe zijn van het geld verdienen dat ze geen aandacht meer voor hen hebben. Maar als die vrouwen een keel opzetten, gaan de mannen, in plaats van zich af te vragen waarom, op zoek naar een meevoelende schouder om op uit te huilen. En als ze het dan beu worden om over zichzelf te praten, gaan ze terug naar hun eigen vrouw.’
Tot weer hetzelfde gebeurt. Een vermoeiende cirkelgang. Net zo erg als de starre manier waarop blank en zwart in het Zuiden met elkaar omgaan.

De desillusie die zij in haar geboorteplaats beleeft, wordt afgewisseld door boeiende flashbacks naar spelletjes die zij als kind met haar broer en Henry speelde, zoals een dienst nadoen met een preek door een dominee in de baptistische traditie die te onderscheiden was van de methodisten en de presbyteranen. Een andere mooie anekdote gaat over de borstvulling die Jean Louise droeg tijdens het eindexamenfeest van haar broer. De vulling zakte van zijn plaats, werd door Henry verwijderd maar door de rector gevonden, hetgeen de hele schoolpopulatie de volgende dag op een reprimande kwam te staan. Ontroerend is een fragment waarin Jean Louise, die slecht is voorgelicht, denkt dat ze een baby in haar buik draagt en van een silo wil springen op de dag voordat ze denkt dat het geboren wordt.

Een diepe kloof met haar omgeving ontstaat als Jean Louise een racistisch pamflet ziet, dat door haar vader gelezen is. Ze gaat in het geheim naar de bespreking die daarin genoemd wordt en schrikt van het feit dat Henry en haar vader een actie goedkeuren om de rechten van zwarten te beknotten. Ze wil het liefst spoorslags naar het Noorden maar wordt terechtgewezen door haar oom die haar een zeloot ter grootte van een knolraap noemt. Hij vindt dat ze haar hooghartige houding moet laten varen en met twee benen op de grond moet gaan staan om, net als de wachtpost die in Jesaja wordt genoemd, mee te werken aan het veranderen van de publieke opinie.

Het is opmerkelijk dat Lee daar halverwege de roman al op preludeert, namelijk als Jean Louise terug van de verbijsterende bespreking in de logeerkamer meteen in slaap valt:
Was ze in staat geweest na te denken, dan had Jean Louise misschien de komende gebeurtenissen kunnen voorkomen door de gebeurtenissen van die dag te zien als een zich altijd weer herhalend verhaal dat zo oud was als de wereld: het hoofdstuk waarbij zij betrokken was begon tweehonderd jaar geleden en speelde zich toen af in een trotse samenleving die tegen de bloedigste oorlog en de hardste vrede in de moderne geschiedenis bestand bleek. Nu speelde het zich af op privéterrein en in de avondschemering van een beschaving die door geen oorlog of vrede kon worden gered.
Had ze het inzicht gehad, had ze de muren van haar uiterst selectieve, geïsoleerde wereldje kunnen doorbreken, dan had ze kunnen ontdekken dat ze haar hele leven had geleden aan een visueel gebrek dat door haarzelf en haar naaste omgeving onopgemerkt was gebleven: ze was van nature kleurenblind. 

Aan het eind van de roman komt die kleurenblindheid terug als de verklaring die haar oom aan Jean Louise geeft voor haar idealistische opvattingen, die gemakkelijk te denken zijn maar in het Zuiden moeilijk te leven. De oom zegt dat men vrienden het hardst nodig heeft als men ongelijk heeft. Dat gaat dan over opvattingen dat het nooit goed kan gaan als zwarten dezelfde rechten als blanken krijgen.

Lee refereert in het citaat aan de oorlog die tussen 1775 en 1783 tegen de Engelsen werd gevoerd en uitmondde in de Verklaring van Onafhankelijkheid, waarin de rechten van de zwarte Amerikanen niet duidelijk vastgelegd waren. De Amerikaanse burgeroorlog die van 1861 tot 1865 duurde leidde tot afschaffing van de slavernij, maar nog steeds kampt het land met het rassenprobleem zoals een reeks van incidenten laten zien, waarbij het recente politiegeweld in Charlotte. Ook zestig jaar later blijkt dat de tijd in sommige opzichten nog steeds langzaam gaat.    

Hier het eerste hoofdstuk, dat meteen de persoonlijke stijl van Lee volop toont.




woensdag 28 september 2016

K. Michel over Te voet is het heelal drie dagen ver, VPRO Boeken, 25 september 2016


Een gedicht moet overtuigen, dat is het enige

Dichter K. Michel (1985) heeft zijn nieuwe bundel de verrukkelijke titel Te voet is het heelal drie dagen ver meegegeven. Het is al zes jaar geleden is dat de vorige publicatie met de net zo mooie titel Bij eb is je eiland groter verscheen, die bekroond werd met de Guido Gezelle - en de Awater Poëzieprijs. Tussendoor brengt Michel ook nog wel het nodige uit. Hij vertelt tegen Jeroen van Kan dat hij heel precies is en dat een publicatie tijd vraagt. Over de verzamelbundel die ook nog uitkomt is hij heel tevreden. De gedichten hebben door zijn noeste arbeid de tand des tijd doorstaan. Hij geeft zelf les in poëzie schrijven en raadt zijn studenten aan om niet te jakkeren om iets gepubliceerd te krijgen. Dat werkt later tegen. Een onvoldoende doorgewerkte tekst kan als een huis in elkaar storten. Een gammele constructie is niet te verbeteren.

Van Kan vraagt wanneer men weet of een gedicht af is.
Michel zegt dat dit een lastig te zeggen is en dat dit niet alleen een kwestie van verstand is. Er moet ook een lichamelijke klik zijn, het gevoel dat de appel rijp is om van de boom te vallen. Hij luistert naar een gedicht als naar een brandkast die open klikt als men de juiste code ingetoetst heeft. Door het gedicht steeds te herschrijven raakt het steeds meer af. Hij herkent een tunnelvisie, die vaak optreedt bij details, die de bedding vormen van de kern, de basis, de constructie en weet die dan in een volgende versie op te sporen en weg te halen. De basis is soms een flauwe grap, die hem bijvoorbeeld verteld werd aan de telefoon door een neefje. Die grap wringt dan in een serieuze context. Vergeleken met de grote wereld staat er voor hem niets op het spel, al zou hij graag een gedicht schrijven dat de wereldvrede zou bevorderen of zelfs bewerkstelligen. Dat zou dan een kernwoord bevatten met een magische betekenis dat alles verandert, zeker in contact met publiek, dat toch al bevredigend voor hem is. De rationele kant is van minder belang in zijn werk dan de beelden, die hij oproept.

Van Kan vraagt hem naar een gedicht met zo’n kern maar die zit in elk gedicht.
Michel leest het gedicht Worry en zegt daarbij dat hij zich net als iedereen zorgen maakt. Het werkwoord to worry stamt uit de middeleeuwen en heeft de betekenis van een jachthond die zijn prooi doodschudt, hetgeen men tegenwoordig bij zichzelf doet. Het einde waarin hij oproept zichzelf niet te wurgen, is teder bedoeld. 

Van Kan vraagt vervolgens of poëzie ergens toe kan aansporen.
Michel antwoordt dat dit wisselt en dat het open is wat men ermee moet. Hij zegt vervolgens dat het pas interessant zou zijn om mensen in een dictatuur aan te sporen om de ketenen te verbreken, maar tegelijk denk ik dat we hier in het westen genoeg heilige huisjes hebben die we ook kunnen afbreken. Michel vindt in ieder geval wel dat de wereld in zijn werk resoneert. Omdat hij nieuwsgierig is en begaan met zijn familieleden en vrienden, zijn er altijd wel onderwerpen waarover iets te schrijven valt. Daarnaast is hij ook geïnteresseerd in taalvormen. Dat leidt tot verschillende opzetten van zijn gedichten. De combinatie van de twee leidt tot diversiteit. Niet alles kan in zijn gedichten geuit worden. Hij schrijft het zo op dat het klinkt. Hij haalt Wim Brands aan die zei dat het vreemd was dat mensen in een vrij gebied als de poëzie grenzen willen aanbrengen. Voor Michel moet een gedicht overtuigen. Dat is de enige grens.  

Hier de site van de uitgever met daarop een link naar een pdf, waarop de eerste vijftien pagina’s staan afgedrukt, waaronder het fraaie gedicht Worry.

dinsdag 27 september 2016

Filmrecensie: Blue Jasmine (2013), Woody Allen


Het verhaal van het dubbeltje en het kwartje

Met Blue Jasmine zet Woody Allen de reeks mindere films voort, hoewel dat zeker niet aan hoofdrolspeelster Cate Blanchett ligt. In Blue Jasmine speelt ze een soort Annie Hall, net zo onzeker maar minder zacht, meer geteisterd door het verleden en daardoor aangetast.

Jasmine, zoals ze zichzelf genoemd heeft omdat de naam Jeanette te weinig uitstraling had, vliegt in het begin van de film van New York naar San Francisco waar haar gescheiden zus Ginger met haar twee zoontjes woont. Jasmine heeft een lange relatie achter de rug met de malafide zakenman Hal en is van de grootst mogelijke rijkdom in bittere armoede gevallen. Zie daar maar eens mee om te gaan. De vrouw die naast haar op het vliegtuig zat, heeft toeterende oren van de verhalen die Jasmine bleef afsteken. Afscheid nemen van haar oude luxe is des te moeilijker voor Jasmine omdat Ginger juist zuinigheid predikt en wel drie keer nadenkt voor ze ergens haar geld aan uitgeeft. Het eerste wat Jasmine doet als ze eenmaal in haar huis is, is een flinke slok drank nemen.

Fraai zijn de flashbacks naar de tijd dat Ginger en haar man op bezoek kwamen in New York in een periode dat de bomen voor Jasmine en Hal nog tot de hemel reikten, al waren er al scheuren vanwege het vele vreemdgaan van Hal dat echter door Jasmine zoveel mogelijk verdrongen werd. Het is Ginger die haar erop opmerkzaam maakt en dus eigenlijk de neergang in werking zet.

Blue Jasmine kan gezien worden als een sociaal experiment waarin getoond wordt hoe verschillend twee aangenomen kinderen van dezelfde ouders in het leven staan. Ginger weet dat ze nooit een kwartje zal worden en heeft daarom ook weinig stress, Jasmine - die al de nodige meerwaarde heeft zo vertelt ons Ginger - heeft zich door haar huwelijk tot kwartje opgewerkt en wil die waarde hoe dan ook behouden. Fraai zijn de scènes waarin Jasmine ondervraagd wordt door de zoontjes van Ginger, die zich afvragen hoe hun tante in godsnaam met haar leven omgaat.  

Jasmine heeft grote ambities, wil interieurarchitecte worden en aanvaard daardoor een baantje als receptioniste in een tandartsenpraktijk en doet tegelijk een computercursus, want ze wil de opleiding tot binnenhuisarchitecte online doen. Door de stress waarmee ze uit New York gekomen is, heeft ze het erg zwaar met deze bezigheden en als haar baas dan ook nog seksuele avances maakt heeft ze het helemaal gehad. Ze vertelt een collega op de cursus van haar ellende en die nodigt haar uit voor een feest waarop ze wellicht een man kan opduiken. Jasmine gaat met Ginger naar het feest en beiden doen daar iemand op die bij hen lijkt te passen.  

Ginger krijgt Al achter zich aan die meteen een nummertje met haar op de achterbank van zijn auto maakt, Jasmine ontmoet de vermogende en veelbelovende politicus Dwight. Ze liegt over haar verleden en verklaart zich bereid om het interieur van zijn nieuwe villa aan de kust te ontwerpen. Als ze in de stad dure spullen uitzoeken, komen ze de vroegere man van Ginger tegen die nog een appeltje te schillen heeft met Hal die zijn geld verkeerd belegd heeft. Hij doet een boekje open over het verleden van Jasmine, met als gevolg dat Dwight de relatie verbreekt. Ginger heeft inmiddels begrepen dat Al getrouwd is en houdt het daarom maar bij haar oude vriendje die dolblij is dat de toestand weer genormaliseerd is. Jasmine daarentegen vervalt in haar wanen. Wat wil men liever: een blinkend dubbeltje zijn of een aangetast kwartje?

Hier de trailer van Blue Jasmine, hier mijn bespreking van Annie Hall.

What makes you click, Tegenlicht, 25 september 2016


Verleiding van online klanten gaat veel verder dan George Orwell voor mogelijk zou hebben gehouden

Tegenlicht besteedt onder regie van Martijn Kieft aandacht aan de verachtelijke wijze waarop bedrijven on line informatie van klanten proberen te vergaren. Door te onderzoeken hoe de klant reageert op online informatie leert men hoe men ons kan beïnvloeden op een manier die George Orwell niet voor mogelijk zou hebben gehouden. Mijn eerste reactie was dan ook om mijn tablet in een hoek te gooien, in ieder geval om niet meer aan te kloppen bij organismen, zoals Facebook, YouTube of Google door computerwetenschapper Tristan Harris genoemd werden. Laat de woede hierover komende woensdagavond in Pakhuis de Zwijger tot ver in de omgeving te horen zijn.

Hoofdgast in de uitzending is Bart Schutz, een Nederlandse gedragswetenschapper die congressen afloopt om bedrijven en organisaties, die druk bezig zijn met onderzoek naar slimme manieren om geld uit de zak van de klant te kloppen, uit te leggen hoe het brein van de online consument werkt. Mensen zijn volgens hem gemakkelijk te beïnvloeden. Hij legt uit wat de conversie ratio inhoudt: het percentage mensen dat iets koopt na het zien van beeld A of B van een product. De verkoper toont een van de twee beelden en kan na afloop bepalen welk beeld het meest effectief is geweest. Het gevaar daarbij is dat Schutz de verleiders, zoals de personen achter de onderzoeken genoemd worden, nog meer inzicht geeft in strategieën om klanten aan zich te binden. Anderzijds waarschuwt hij hen ook voor de ethische gevaren aan hun werk en wijst hij hen op hun verantwoordelijkheid. Als ik de mensen zie die op een congres in Las Vegas aanwezig zijn, dan heb ik niet het idee dat ze zich van dat laatste veel zullen aantrekken. De dollartekens glimmen in hun ogen. Verleiding wordt helemaal niet als negatief gezien.
Booking. com in Amsterdam is een van de bedrijven die deze werkwijze hanteert. Door online testen groeide men fors. De consument ziet zelf niet dat men een website voorgeschoteld krijgt die verschilt met die van een ander. Een goede koop maakt loyaal.

Gelukkig zijn er ook wetenschapper die tegen de gevaarlijke tendens in gaan. De genoemde Harris werkte vijf jaar bij Google, maar onderzoekt nu hoe technologische vormgeving ons het beste kan beschermen tegen voortdurend afgeleid zijn. Hij heeft gezien dat zijn vroegere bedrijf, net als Facebook, naar mogelijkheden zoekt om de consument langer aan zich te binden. De zucht naar aandacht wordt gerealiseerd door in te spelen op het psychologische instinct van mensen. Hij richtte de beweging Time well spent op, die beoogt dat we online kunnen zijn zonder ergens ingezogen te worden waar ze niet in willen zitten.

Wisselend succes werkt verslavend, weet de sympathieke antropologe Natasha Schüll die onderzoek heeft gedaan naar het gokken. Winst is geen doel. Men wil zolang mogelijk in een roes blijven, die af te lezen is aan de glazige ogen wanneer men aan het gokken is. Internet is ten prooi aan gamificatie. De aandacht van mensen wordt met loops aan het scherm gebonden.

James Williams heeft ook bij Google gewerkt maar is daarna ethiek gaan studeren. Hij stelt dat onze levensdoelen heel anders zijn dan de doelen van de technologie. Hij ziet de laatste het liefst als een navigatie systeem dat de gebruiker naar zijn eigen doelen leidt en wil voorkomen dat straks een nieuwe interface ontstaat waarbij kunstmatige intelligentie beslissingen voor ons neemt.

Ook de politiek onderzoekt hoe de kiezer verleid kan worden zijn stem aan een bepaalde kandidaat te geven. De Amerikaans Nederlandse Timothy Prescott is data analist en werkte mee aan de campagne van Barack Obama. De technieken die men gebruikte werden eerder in de medische industrie gebruikt en hadden te maken met inzicht verwerven hoe het brein beslissingen neemt. Men kan daarvan leren hoe men mensen tot andere meningen kan verleiden. Prescott begrijpt dat preventie nodig is om zoiets niet te laten ontsporen, maar ik denk dat Trump genoeg medewerkers heeft die zich dagelijks bezig houden met de effecten van diens uitspraken op het kiezerspubliek en alvast voorrekenen welke uitspraak de meeste stemmen trekt.

Hier meer informatie op de site van Tegenlicht, hier een portret van Timothy Prescott. In mijn artikel heb ik ook gebruik gemaakt van informatie uit de andere portretten van personen die in de uitzending aan het woord kwamen.

maandag 26 september 2016

Recensie: Moederziel (2015), Krijn Peter Hesselink


Groteske fantasieën van getraumatiseerde hoofdpersoon slaan elk medeleven plat

Dichter en vertaler Krijn Peter Hesselink waagde zich op het pad van de fictie met zijn debuutroman Moederziel. Daarin portretteert hij het leven van Jonathan die een moeilijke jeugd beleefde en daar later weer mee geconfronteerd wordt. Het aardige idee pakt helaas in de roman niet bijster goed uit. De stijl zwabbert nogal en de hoofdpersoon heeft fantasieën in zijn hoofd die voor hem zeer te verklaren zijn, maar voor de lezer minder interessant. Omdat de afloop een wezenlijk element in de roman is die bijna met een anekdote is samen te vatten, zal ik daar in ieder geval niets over verklappen.

Hesselink wisselt episoden uit de jeugd van Jonathan af met fragmenten waarin hij met zijn vriendin Mariëlle op vakantie is bij zijn vader die een vakantiewoning in Drenthe heeft. Op een ochtend komt hij in het dorp zijn moeder tegen, die hij al heel lang niet gezien heeft. Jonathan die slechts gekleed in een witte linnen broek naar de apotheek is gehold om de morning after pil te halen, wordt door de apotheker gezien als een man van de wereld maar daar blijkt weinig van. Hij heeft die nacht niet stiekem een meisje bezwangerd en rent uit schuldgevoel naar de apotheek om de gevolgen van zijn daad ongedaan te maken, maar is daar naar toe gegaan na een staand nummertje in de donkere tuin van de vakantiewoning met zijn vriendin Marielle die de gewone pil vergeten was, hoewel het ook wel weer spannend is dat de vader hen vanuit zijn slaapkamer begluurde.

De stukken die over de eenzame jeugd van Jonathan gaan, spreken dan meer aan.
Jonathan trof het niet met een moeder die enorme driftbuien had en een vader die zich als een kamergeleerde in zijn studeerkamer terugtrok. Later komt er een nieuw gezin met dochter Fleur naast hen wonen, maar het contact met haar wordt verbroken als zijn vader een verhouding krijgt met de buurvrouw, hetgeen voor de moeder reden is om terug te gaan naar haar familie dan wel naar een verpleeginrichting, dat blijft in het midden.

Hesselink schrijft korte zinnen die soms niet afgemaakt worden, hetgeen een warrige indruk maakt. De fantasieën van Jonathan zijn ronduit flauw en soms ook vreemd. Een voorbeeld van het eerste is een fantasie over de tuin van de nieuwe buren waar eerst een tuinkabouter had gestaan die verdwenen is. Hesselink merkt daar uit hoofde van Jonathan over op dat hij vast zijn baasjes achterna was gegaan. ‘ Misschien had hij al zijn spullen in een knapzak gestopt, als hij al spullen had, en was hij in het bos gaan wonen, net als Paulus de Boskabouter.’
Een voorbeeld van de vreemde gedachtewereld van Jonathan blijkt als hij na het eindexamen een eerste nacht naast Mariëlle beleeft. Jonathan is al vroeg wakker en vreest een schrikreactie van het zestienjarige meisje als ze wakker wordt: ‘Mariëlle zou zich doodschrikken als ze in haar bed op een ander lichaam stuitte. Een indringer.’
De relatie wordt nooit een succes. Vanaf het begin houden de twee vol dat er geen liefde in het spel is, maar dat is geen reden om toch met elkaar door te gaan.

De voorbeelden maken de sfeer in de roman bij voorbaat lauw. Jonathan zegt zelf dat hij na die eerste nacht met Mariëlle zijn rol bleef vervullen. Ook het laatste gesprek tussen de twee in de roman is psychologisch pover. Gedachten worden niet afgemaakt om toch vooral maar de status quo in stand te houden. Het is te hopen dat Hesselink in een nieuwe roman met dit, zoals hij zelf zegt, laffe personage afrekent, ook al is Jonathan zelf niets kwalijk te nemen. Dat een onmogelijk stel ouders het leven van een kind kan verprutsen is de enige conclusie die uit dit debuut te trekken is.   

Peter Terrin over Yucca, VPRO Boeken, 25 september 2016


Bekende hoofdpersonen in nieuwe roman

Peter Terrin heeft een nieuwe roman geschreven waarin de hoofdpersonen al voorkwamen in twee eerdere romans. In Blanco maakten we kennis met Viktor, een celbioloog die zijn vrouw verliest bij een ontvoering, schuld heeft aan de dood van zijn zoon en in de gevangenis belandt waar hij na elf jaar net weer uit ontslagen is. In Post mortem wordt het verhaal verteld van Renée, die op jonge leeftijd ernstig verlamd raakt. In Yucca worden hun latere levens afwisselend beschreven. Terrin zegt dat Yucca ook zelfstandig te lezen is. Viktor was hem heel dierbaar. Hij had te doen met de man die zoveel tragiek in zijn leven kende. In Yucca wilde hij Viktor helemaal opnieuw laten beginnen. Dat blijkt ook uit het feit dat hij alle tastbare herinneringen aan de gevangenis van zich af werpt. Ook Renée begint opnieuw. Ze vertelt haar zoontje over haar vroegere leven. Terrin wilde in Yucca het denken voor blijven door snel te schrijven. De personen namen hem bij de hand. Dus ook voor hem was het een nieuw begin.

Jeroen van Kan vraagt of het tot een zelfportret heeft geleid.
Terrin zegt dat het niet bewust zo bedacht is, maar dat Van Kan dat zo kan noemen. Hij begon niet vanuit thema’s maar met de personen. Post Mortem handelt over het trauma van Renée vanuit het standpunt van de vader. Dit keer krijgen we het standpunt van Renée te horen door het verhaal dat aan haar zoontje vertelt. Haar motorische beperking is minder erg dan haar dwangstoornis. Tellen geeft haar een gevoel van magische kracht, waarmee ze alles onder controle wil houden. Omdat ze blijft spelen, wordt ze kunstenares. Terrin zegt dat hij probeerde met deze schets het ziekteverleden van zijn dochter te verwerken.

Van Kan merkt op de werkelijkheid en fictie hierdoor erg door elkaar lopen.
Terrin antwoordt dat iedere ouder nadenkt over de toekomst van zijn of haar kind. Omdat Renée kwetsbaar is, houdt haar toekomst hem nog meer bezig. Hij heeft geen schroom om haar leven alvast in te vullen. Op dit moment is Renée een 29 jarige kunstenares met een zoontje, die zich bedreigd voelt en haar zoontje over haar moeilijke verleden vertelt.

Van Kan waarschuwt voor de dag dat de echte Renée het boek zal lezen.
Terrin zegt dat dit pas met haar zestiende zal zijn. Dan zal hij het oordeel van haar horen over zijn weergave van haar toekomst.

Van Kan wil weten waarom Terrin terugkomt op Viktor.
Terrin vroeg zich af hoe het hem na zijn gevangenschap zou vergaan. De verhalen over de twee hoofdpersonen gaan thematisch over dezelfde onderwerpen. Die van het loslaten van het verleden en meer op het eigen instinct vertrouwen. Viktor laat zich meedrijven naar het onbekende en ontmoet een helper die een wederdienst van hem verlangt, waarbij onduidelijk is wanneer dat moment gekomen is. Het enige dat hij kan doen is het denken hierover los te laten en zich te richten op het hoger ofwel instinctief weten. Op het eind van de roman wordt het moment beschreven, waar Renée met haar getallenmanie bij betrokken is.

Van Kan vraagt of Terrin Viktor hierna nog eens zal opvoeren.
Terrin heeft bewust een open einde aangehouden. Hij is nog niet klaar met de man en mist hem nu al. Viktor is dichterbij gekomen. Terrin heeft compassie met de zoekende man , die via anderen probeert te achterhalen wie hij is.  

Hier mijn bespreking van Post mortem.

zondag 25 september 2016

Theaterrecensie: Het moet wel leuk blijven, Golden Palace, Toneelschuur 24 september 2016


Slapstick overheerst de ontroering in hilarische voorstelling

Toneelgroep Golden Palace pakt boeiende onderwerpen aan. Na de voorstelling Seksbom van afgelopen herfst, die over de sterke seksualisering van jonge meisjes ging, staat nu de treurige toestand van de maatschappij centraal. Via een grappige invalshoek wordt het verval van ons sociale leven aan de kaak gesteld. De vier spelers, die zich voordoen als leden van de amateurtoneelgroep De Toekomst, hebben ieder hun eigen opvattingen over de wantoestand, hetgeen veel hilarische momenten oplevert, waardoor echter de ernst enigszins verloren gaat.

De toon is meteen goed getroffen. De spelers stellen zich kort voor aan een lange tafel en onder een groot doek met wolkenpartijen dat verder niet in de voorstelling gebruikt wordt. John wil terug naar een meer sociale, wellicht zelfs communistische maatschappij, Linda houdt een vurig pleidooi voor meer onderlinge betrokkenheid, Menno voert actie tegen de vervuiling door plastic en Victor is vooral geïnteresseerd in politieke verandering, onder andere door korter werken en een basisinkomen.

Vervolgens krijgt ieder de tijd de eigen ideeën nader toe te lichten. John (David Eeles, rechts op de omslag) vertelt dat hij als kok in een verzorgingstehuis werkt en daar veel ellende ziet. Hij deed daarvoor de catering voor communitytheater in Berlijn, dat Die Mutter van Bertold Brecht speelde en laat een lied van Eisler horen waarin een daklozenkoor het refrein zingt. Zijn performance is heel sterk en dat geldt ook voor die van Linda (Monique Kuijpers. midden) die met net zoveel strijdlust haar standpunt over verbinding probeert uit te leggen. Als je iemand uitsluit, zegt ze, sluit je een deel van jezelf uit. Ze kiest daarom voor zachtheid en laat dit zien aan de hand van een gesluierde dans. John ziet daarin mogelijkheden voor een combinatie met Brecht, hetgeen tot een hilarische scène leidt.

Dan is het de beurt aan Menno (Titus Boonstra, boven) die in een kringloopwinkel werkt en clownerie als middel ziet om zijn bedoelingen over te brengen. Hij doet dit dan ook in een kolderieke sketch, waarin het plastic bestek de anderen om de oren vliegt. Victor (Chiron Holwijn, links) tenslotte werkt in een elektronicabedrijf en brengt zijn verbeterpunten in een amateuristische rap.

Zwakheden worden opgevangen door de dubbele bodem die de constructie van een amateurvoorstelling biedt, waardoor ze als sneeuw voor de zon verdwijnen. Na een scène waarin men verschillende maatschappelijke typen op straat uitbeeldt waarbij een oud vrouwtje de dupe wordt van een gefrustreerde kerel, zegt Linda dat ze nog op zoek zijn om een manier om het publiek te bereiken, om het helemaal voor hun opvattingen te winnen. John raakt teleurgesteld als hij merkt dat het publiek niet meedoet met hun uitbeelding van recente rampen in een bewegend tableau. Victor wil het probleem op systeemniveau op te lossen, maar Linda kiest voor een directe oplossing. Ze ziet het publiek het liefst naakt op het podium, samen en nooit meer alleen.

Een grappige improvisatie van clowns op zoek naar een betere wereld leidt tot een aankomst op een onbewoond eiland, waar ze volgens Victor meteen kunnen beginnen om zijn vijfpunten programma tot uitvoering te brengen. Linda trekt haar broek en shirt uit om meteen de vrijheid te kunnen voelen, maar John, die de lachers vaak op zijn hand heeft, relativeert de boel door te stellen dat hij niet weet of de brandweer het goed vindt als iedereen maar het toneel op komt, waarna men afsluit met een toepasselijk lied dat Mijn utopie heet.

De gekozen invalshoek biedt veel mogelijkheden om de behoefte aan maatschappelijke verandering voor het voetlicht te brengen, maar leidt tegelijk ook af van de ernstige bedoelingen van de sympathieke spelers. Slapstick overheerst boven de ontroering over hun haast wanhopige pogingen om iets aan de maatschappelijke wanorde te doen. Wellicht kan regisseuse Ingrid Kuijpers het evenwicht tussen die twee nog herstellen voordat de perspremière in Amersfoort plaatsvindt. Dat zou de voorstelling kunnen doen uitgroeien tot een nog groter succes dan het al is.

Hier mijn bespreking van Seksbom.