Welcome, reader! According to Antony Hegarty in this second decade of the new century our future is determined. What will it be? Stays all the same and do we sink away in the mud or is something new coming up? In this blog I try to follow new cultural developments.

Welkom, lezer! Volgens Antony Hegarty leven we in bijzondere tijden. In dit tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de lijnen uitgezet naar de toekomst. Wat wordt het? Blijft alles zoals het is en zakken we langzaam weg in het moeras van zelfgenoegzaamheid of gloort er ergens iets nieuws aan de horizon? In dit blog volg ik de ontwikkelingen op de voet. Als u op de hoogte wilt blijven, kunt u zich ook aanmelden als volger. Schrijven is een avontuur en bloggen is dat zeker. Met vriendelijke groet, Rein Swart.

Laat ik zeggen dat literaire kritiek voor mij geen kritiek is, zolang zij geen kritiek is op het leven zelf. Rudy Cornets de Groot.

Do not go gentle into that good night, Old age should burn and rage at close of day; Rage, rage against the dying of the light. Dylan Thomas.

Het is juist de roman die laat zien dat het leven geen roman is. Bas Heijne.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Johannes.



maandag 20 februari 2017

Marja Pruis over Genoeg nu over mij, VPRO Boeken, 19 februari 2017


Schrijven begint met het overwinnen van schaamte

Marja Pruis, een graag geziene gast in VPRO Boeken, praatte een jaar geleden nog met Wim Brands over haar roman Zachte riten, dat ik betitelde als een eerlijk gesprek over de onnodigheid om bang te zijn. Het gesprek met Jeroen van Kan over schaamte kan als een vervolg daarop gezien worden. Als we de titel Genoeg nu over mij mogen geloven, zijn we voor de laatste keer getuige van ontboezemingen van de altijd sympathiek ogende Pruis, een verademing in een wereld waarin iedereen altijd maar beter moet zijn dan zichzelf.

Van Kan zegt dat er veel onderwerpen in het boek besproken worden, zoals het hostess syndroom en de grappigheid van vrouwen, dus dat ze veel kunnen kiezen, maar dat het onderwerp van het boek een Flexa-waaier is van schaamtesoorten.
Pruis vindt deze typering fraai gevonden. Nog eenmaal laat ze de schaamte zien die ze bij zichzelf en anderen waarneemt en daarna houdt ze erover op. Ze begrijpt dat Van Kan de titel ironisch opvatte want de ondertitel Confessies van een ervaren schamer werkt dat in de hand. Ze zegt dat ze zowel zichzelf kan laten zien als zichzelf verstoppen, ook achter de vele namen die in het boek genoemd worden. Op de vraag van Van Kan of ze deze omweg nodig heeft, antwoordt ze dat die weer veel gedachten oplevert. Ze houdt er namelijk van om denkend te schrijven.

Van Kan merkt op dat ze met haar klassieke manier van essayeren ook eerdere stellingnamen kan terugnemen.
Pruis antwoordt dat ze altijd dacht dat haar mening in boekrecensies absoluut was, maar kwam erachter dat dit niet het geval is. Vroeger geloofde ze ook heilig in het feminisme, maar tegenwoordig niet meer, hetgeen ook een verlies aan zekerheid is. Ze haalt een anekdote aan waarin ze gevraagd werd een debat te leiden over een feministisch tijdschrift dat helemaal niet bestond, hetgeen zij niet door had. Ze zegt dat ze altijd bang was om te zien wat er niet was, maar ze vraagt zich nog steeds af hoe een vrouw zich staande houdt in een wereld die niet de hare is.

Van Kan zegt dat het boek een spiegel voorhoudt.
Pruis wil altijd graag weten hoe anderen het doen. Schaamte heeft altijd te maken met de blik van de ander, die men zichzelf eigen maakt. Ze vroeg zich af wat Harry Mulisch zag als hij in de spiegel keek en denkt dat hij een groot schrijver zag, iets dat haar zelf niet gauw zal overkomen. Een vrouw is wijzer wat dat betreft. De frictie tussen de schrijvende en de waarlijke ik vormt volgens haar een belangrijke inspiratiebron in de literatuur. Zelfrelativering kan gemakkelijk tot schaamte leiden die dan weer overwonnen moet worden.

Van Kan vraagt naar de grappigheid van vrouwen.
Pruis ziet zichzelf niet als een meningenmachine. Ze denkt niet dat ze schaamteloos over haar dementerende moeder schreef, want die vond eerdere verhalen over hun familie ook niet storend.

Hier mijn verslag van het gesprek van Wim Brands met Marja Pruis over Zachte riten, hier dat over Als je weg bent, een boek over Patricia de Martelaere, die in 2009 overleed. Hier mijn recensie over Zachte riten.

zondag 19 februari 2017

Filmrecensie: Out of love (2016), Paloma Aguilera Valdebenito


Sterk spel op basis van een mooie tekst over een moeilijke liefde

Out of love is het grote mensen debuut van regisseuse Paloma Aguilera Valdebenito die eerder aan de weg timmerde met de One night stand Entre nosotros (2011). Het liefdesdrama tussen de van oorsprong jonge Griekse Varya en de Russiche kok Nikolaj in Amsterdam is tevens het filmdebuut van Naomi Velissariou die te zien was in televisieseries maar vooral op het toneel, onder andere in de geweldige solo The truth about Kate.

Het liefdesdrama tussen Varya en Nikolaj begint heftig. Na een eerste korte kennismaking in de bar waar Nikolaj kookt en Varya lonkende blikken op hem werpt, die hij goed verstaat, rent hij haar achterna om haar telefoonnummer te bemachtigen, maar ook zonder dat nummer belandt hij in de volgende scène met haar in bed. De grote aantrekkingskracht van hun lichamen gaat echter niet gepaard met geestelijke gelijkgestemdheid. Het weinig gestructureerde leven dat Nikolaj leidt, werkt een evenwicht tegen en daarbij speelt ook nog wederzijdse jaloezie, al is die niet heel sterk. 

Een klein meningsverschil, bijvoorbeeld over de schoonheid van een kunstwerk met felle kleuren, kan al tot een verwijdering leiden, maar die wordt in het begin weer afgezoend tot daarmee een soort van patroon ontstaat die wellicht in relaties vaker de spanning erin houdt. Op een avond, die zomaar de avond van Valentijnsdag zou kunnen zijn - al speelt de gang der seizoenen nauwelijks een rol in het drama - pompt Varya alvast ballonnen met rode harten op, maar tot haar teleurstelling gaat Nicolaj niet met haar mee naar huis, maar nog met vrienden naar een andere bar. De volgende dag is hij zelfs boos dat ze in de bar zo achter hem aan zat, maar ook dit komt weer goed.

Op een terras praat het stel over hun grootste angst. Die van Nikolaj gaat over alcoholmisbruik dat ook zijn vader parten heeft gespeeld, de angst van Varya gaat over het verdwijnen als persoon, bijvoorbeeld als ze in een café zit en na een bezoek aan de wc zich bij terugkomst niet meer kan verplaatsen in de persoon die ze was. Beide angsten krijgen worden reëel. Nikolaj durft vanwege dronkenschap niet terug naar Varya en blijft bij een vriend slapen, waardoor hij ongerustheid bij Varya opwekt, Varya gaat op het eind als het stel samen op een terras zit, naar de wc en vreest bij terugkomst eerst dat Niklolaj verdwenen is, terwijl die op een andere plaats was gaan zitten. Enige identiteitsverwarring was boeiend geweest, maar misschien werd die al opgelost toen Varya in de toiletruimte in de spiegel keek.

Het eind van de film is het mooist, maar wellicht hadden we het relatie gedoe nodig om daar te komen. Eerder al zag Nikolaj in dat hun relatie buiten het seksuele geen basis had. De foto op de poster geeft aan dat de twee elkaar zo goed als bedekken maar elkaar daarmee onvoldoende voeding kunnen geven. Varya zegt zelfs letterlijk dat ze te dik wordt van het voedsel dat Nikolaj haar - vooral in de nacht - voorzet. In een recalcitrante bui strooit ze parmesaanse kaas over een schotel met vis en pasta, maar gelukkig wordt ze daar niet van. 

De oude mevrouw die Varya helpt, is een aardig contrapunt in de heetgebakerde omgang tussen de jongelieden. Vooral Velissariou acteert knap weet en de verschillende emoties goed uit te beelden. De tekst van Paloma helpt hierbij maar ongetwijfeld kregen de spelers de vrije hand gegeven om zich op natuurlijke wijze te laten gaan.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van Entre nosotros, hier mijn bespreking van The truth about Kate.

zaterdag 18 februari 2017

Fillmrecensie: Seven beauties (1975), Lina Wertmüller


Esthetisch en ethisch meesterwerk uit de Italiaanse cinema

Met Seven beauties uit 1975 omvatte de geroutineerde filmmaakster Lina Wertmüller (Rome, 1928) het rijke spectrum van de Italiaanse cinema. De film biedt voor ieder wat wils op het gebied van maatschappijkritiek, slapstick, spanning en emotie waardoor een groot palet ontstaat waarmee een groot schilderij in prachtige kleuren gemaakt werd over een warmbloedige Napolitaan die het in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog opneemt voor zijn zus die door een pooier voor prostitutie ingezet wordt. De moord op de pooier die niet eens zo bewust gepland is, leidt tot een proces waarin zijn advocaat hem als ontoerekeningsvatbaar verklaart waardoor hij als hulpje op een psychiatrische afdeling belandt. Een hele mooie scène speelt zich af in een kamer waar een rondborstige vrouw in een dwangbuis gelegd is, een geschenk in de hemel voor hoofdpersoon Pasqualino die al een tijd zijn liefje heeft moeten missen. Hij komt hem, niet eens als straf, op een elektroshocktherapie te staan, een experiment in die dagen, waarna de directrice hem naar het leger stuurt , dat in de pas begonnen oorlog kanonnenvoer goed kan gebruiken.

De film begint op het punt waar Pasqualino en zijn maat Francesco deserteren en in Duitsland ronddolen. Een standrechtelijke executie leidt tot een flashback naar de moord op de pooier en laat ook zien wat er aan vooraf ging in de matrassenfabriek van zijn familie. Pasqualino gedroeg zich daar als een macho die met zijn hand langs de achterwerken van de werksters gaat. Wertmüller knipt het verhaal in mootjes en voegt daarmee spanning toe. Slapstickachtig is de scène waarin Pasqualino het lijk van de pooier tevergeefs naar beneden probeert te krijgen en het in koffers stopt die hij naar beneden laat zakken. Een mooi detail daarbii is een blinde geleide hond die zich bijna aan de inhoud te goed doet, maar Pasqualino kan de koffers net nog in een koets zwaaien die naar verschillende steden gestuurd worden. Net zo mooi is een volgende scène waarin Pasqualino aan de carabinieri probeert te ontsnappen door zich aan witte lakens van het ene huis naar het andere te begeven. Op het moment dat hij overmoedig tegen de agenten zegt dat ze hem toch niet kunnen pakken, staan er twee overheidsdienaren achter hem. Vaak wordt de spanning opgevoerd door een tegenstelling te creëren. Pasqualino wil eerst niet weten van het plan van zijn advocaat om zich ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren, maar gaat er later graag in mee. Fraai zijn diens verdrietige ogen waarmee hij in de rechtszaal naar zijn zeven zussen en naar zijn moeder kijkt. De familiebanden gaan boven alles. In de cel spreekt hij met een socialist die principieel is en achtentwintig jaar moet zitten, terwijl de opportunistische Pasqualino niet eens tegen de Duce is en liever in leven blijft.

Een zeer boeiende scène speelt zich af in het strafkamp dat in zwartwitbeelden gefilmd is. Hoewel de van oorsprong Oostenrijkse psycholoog Bruno Bettelheim (1903-1990) kritiek had op de manier waarop de bewaking in beeld gebracht wordt, is de relatie die Pasqualino met de kampcommandante onderhoudt een lust voor het oog (zie foto). Het dikke mens, dat in haar gezicht heel erg lijkt op Donald Trump, gebruikt een zweepje om Pasqualino aan te sporen tot bevrediging van haar lust, waarmee de nauwe relatie tussen masochisme en sadisme fraai in beeld gebracht wordt. Helaas moet Pasqualino, die door haar als kapo wordt aangesteld, zes personen selecteren die moeten boeten voor een diefstal in een barak. De anarchist Pedro (gespeeld door Fernando Rey, die in de jaren zeventig niet van het bioscoopscherm af te slaan was) is vol overtuigd van de opstanding van een nieuwe mens maar wil, het kampleven zat, vrijwillig de dood tegemoet. Hij springt in een latrine en Francesco, de voormalige maat van Pasqualino, vraagt hem om een genadeschot dat Pasqualino met heel veel moeite bereid is te geven.

Na de bevrijding hoort Pasqualino van zijn liefje dat zij en zijn zussen zich door prostitutie in leven hebben gehouden. Pasqualino wil zo snel mogelijk trouwen en zoveel mogelijk kinderen krijgen om een later en groter noodlot te voorkomen, waarmee Wertmüller haar tijd vooruit is. Dat geldt ook voor haar openingssequentie waarin ze beelden van nazi Duitsland koppelt aan een toespraak die erg lijkt op de toespraak van Trump tijdens zijn inauguratie. In het Engels heet dat the Italians the greatest he- men on earth zijn. 
   
Hier de trailer, hier de tekst van de openingssequentie op Wikipedia in het Engels.


vrijdag 17 februari 2017

Theaterrecensie: Een vorig leven, Theater aan het Spui, Toneelschuur 16 februari 2017


Perfecte verbeelding van novelle over het leven in een stadje in de jaren vijftig

De zomerse voorstellingen van de Parade brengen veel goeds voort. Als de dagen kouder worden trekt men het theater in om het publiek in een warme zaal te vermaken met de kunstigheden die men eerder in een tent toonde. Dette Glashouwer liet de vorige week in de voorstelling Casino Royale 2.0 iets zien van een act die zij op de Parade deed en de intieme voorstellingen van Steef de Jong gedijden daar ook goed. De voorstelling Een vorig leven van Thomas, Sacha en Jos, gebaseerd op de gelijknamige novelle van Toon Tellegen (zie omslag), haakt aan bij de sfeer die De Jong creëert. Ook zij hanteren een vertelwijze waarbij tussendoor veel uitgebeeld wordt. Anders dan De Jong, die meer afhankelijk is van zijn materiaal en ook een video gebruikt, hebben de jonge honden van Theater aan het Spui elkaar.

Voorafgaande aan de voorstelling die enigszins vertraagd werd door de late binnenkomst van een toeschouwer die bij een gezelschap hoorde, staan de jongens al te popelen om te beginnen. Hun eendere donkere pantalons, vastgehouden door bretels (zie foto’s), drukken de sfeer uit van de jaren vijftig, de jeugdjaren van Toon Tellegen, die in de oorlog geboren werd en in Een vorig leven zijn jeugd in Den Briel beschrijft. De maquette die vooraan op het podium staat, geeft het stadje weer dat in de novelle en in de voorstelling aangeduid wordt met N. Net als in elk stadje of dorp bestaat de gemeenschap voor een deel uit zonderlingen die door Tellegen scherp geportretteerd worden, te beginnen met Jacob Laagwater, vader van zijn vriendje, arbeider in de kalkfabriek maar vooral een godvrezend mens die door zijn uitzonderlijke verhalen een grote invloed op de kleine Toon had. De titel van de novelle is ontleend aan een uitspraak van Laagwater over het bestaande leven dat volgens hem, in het licht van wat komen gaat, een vorig leven moet zijn. Als Toon op zijn twaalfde het stadje verlaat, begint voor hem een nieuw leven dat, zoals hij zelf schrijft, tussen het vorige en het volgende in ligt.

Thomas, Sacha en Jos verbeelden de novelle, die speciaal voor hen geschreven werd, op een perfecte wijze. De schaarse middelen die ze gebruiken, zorgen ervoor dat het effect des te groter is. Dat is al meteen te zien aan de zaklamp die de vuurtoren verbeeldt, de gelere lamp die de zonsopgang toont en de papiertjes die vanuit zee aanvliegende meeuwen voorstellen die zich nestelen op de klokkentoren van de kerk tot die hen met een harde slag verdrijft, waarna het ochtendlijke leven en ook het verhaal een aanvang neemt. De jongemannen houden de vaart hoog. Ze vertellen het verhaal en spelen het tegelijkertijd in steeds wisselende formaties waarbij zijzelf inwisselbaar zijn. Humor ligt altijd om de hoek. Als dat niet door hun illustratie komt, dan zit het wel in het verhaal waarin Russen door het paradijs banjeren of in de taal: de ouders van Toon noemen de weinig geliefde meneer Kreupel een querulant, hetgeen hun zoon doet denken aan de vogel. Toon vindt het dan ook spijtig dat hij Kreupel bij zijn dood nog nooit heeft horen queruleren.

Door het gebruik van verschillende technieken waaronder een spel met silhouetten achter een doek op de achtergrond dat eerst van hout leek te zijn, worden gebeurtenissen met een naargeestig karakter weergegeven, zoals de woede die de altijd boze Leen op een stadsgenoot probeerde te koelen. Heel fraai is de scène waarin Toon met zijn moeder op rouwbezoek gaat bij de hoofdonderwijzer die zijn vrouw net verloren heeft. De moeder spoort haar zoon aan om een kijkje te nemen in de kist die in de achterkamer staat. Omdat Toon niets kan zien, gaat hij op een krukje staan en valt daarbij in de kist, met zijn wangen tegen de ijskoude wangen van de dode, hetgeen door Theater aan het Spui prachtig wordt verbeeld.

Veelal is een boek beter dan een verfilming ervan omdat de verbeelding van de lezer sterker is dan filmbeelden kunnen oproepen, maar Thomas, Sacha en Jos vormen hierop een uitzondering en geven het verhaal van Tellegen nog meer allure. Dat ik graag nog zou willen uitweiden over allerlei beelden op mijn netvlies, zoals de bommen die per ongeluk door de Engelsen afgeworpen werden, het roosteren van de slang uit het paradijs of de afdruk van de doodgesprongen onderwijzer Centje in het zand, zegt genoeg over de kwaliteit van de voorstelling.
i

Hier foto’s van de show van Thomas, Sacha en Jos, hier mijn bespreking van Casino Royale 2.0.

Bashar al-Assad – The master of chaos (2016), documentaire van Antoine Vitkine


De grootste oorlogsmisdadiger uit de recente geschiedenis gedijt door mondiale belangentegenstellingen

De Franse schrijver en journalist Antoine Vitkine (1977) maakte een boeiend portret van de Syrische president Bashar al-Assad (1965) die zijn land alweer jaren geleden een burgeroorlog in sleepte en nog steeds aan de macht is. Hoewel de Amerikanen en Fransen al in het begin van de burgeroorlog genoeg van hem hadden, zit hij door een wrange speling van het lot nog steeds op zijn stoel, vaster dan een paar jaar geleden. Zijn ondoorgrondelijkheid zal voer vormen voor latere historici. Vitkine ondervraagt veel diplomaten en houdt het erop dat Bashar chaos veroorzaakt om maar aan de macht te kunnen blijven.

Bijzonder is een reportage aan het begin van Bashar al-Assad – The master of chaos. Een Franse filmploeg volgde Bashar en zijn Britse vrouw Asma, dochter van een Brits-Syrische cardioloog, in 2009 op weg naar de opera. Bashar doet zich voor als een westers georiënteerde, weldenkende kunstliefhebber en is niet bang om met een eigen auto door de stad te rijden. De situatie in zijn land is veilig zegt hij, waarmee hij bedoelt dat hij de zaak onder controle heeft. Net als zijn vader onderdrukt hij elke vorm van oppositie. Dat geldt zeker voor de massale opstand die na het uitbreken van de Arabische Lente in Syrië uitbrak. De broos ogende Bashar, die in 2000 aan de macht komt na plotseling overlijden van zijn vader, lijkt eerst een politiek van hervorming te gaan voeren, maar dat blijkt toch vooral om de goodwill van het Westen te winnen. Bashar ziet in dat hervormingen hem wel eens de kop zouden kunnen en hakt er flink op los. De moord op de Libanese oud premier Hariri in 2005 leidt tot een breuk met het Westen. Assad wendt zich tot Iran en Rusland voor steun. In 2008 probeert de Franse president Sarkozy de breuk te lijmen. Assad is als een jongetje zo blij dat hij weer mocht meespelen, maar de Arabische Lente gooit vanaf begin 2011 roet in het eten. De Amerikanen en de Fransen willen korte metten maken met Bashar maar vindt Rusland op hun weg, dat een basis heeft in Syrië en niet happig is op verdere democratisering in de regio. De bevolking wordt de dupe van de strijd en lijdt onder vatbommen. Verdere bombardementen met chemische wapens leiden bijna tot een ingrijpen van het Westen maar tegelijkertijd vreest men een escalatie en de opkomst van IS. In 2014 put Assad hoop op behoud van macht en laat jihadisten uit de gevangenis los om de chaos te vergroten. Een van de diplomaten in de documentaire zegt dat Bashar tegenstrijdige zaken tegelijk kan uitvoeren, hetgeen hem erg grillig maakt. Hij krijgt de steun van Poetin om zijn geslonken grondgebied te heroveren, met het drama in Aleppo tot gevolg en een tandeloze Obama langs de zijlijn. In 2016 krijgt hij bezoek van de inmiddels alweer afgetreden Amerikaanse veiligheidsadviseur Michael Flynn, die hem alle steun geeft in de bestrijding van IS. De burgeroorlog heeft inmiddels 300.000 doden, drie miljoen vluchtelingen en tienduizenden gemartelden in gevangenissen opgeleverd, zoals in de Saydnaya gevangenis bij Damascus die eerder in Tegenlicht getoond was en onlangs in het nieuws weer was vanwege de gruwelijkheden die zich daar afspelen en een eind is verdrietig genoeg nog niet in zicht.

Hier meer informatie op de site van de VPRO, waaronder een filmpje over de strijdende partijen en een lange lijst van in de documentaire optredende personen, hier mijn verslag van een informatiebijeenkomst over Syrië, eind 2012, hier mijn verslag van de Tegenlichtuitzending Digitale burgerdetectives met daaronder een link naar de reconstructie van de Saydnaya gevangenis.

donderdag 16 februari 2017

Particle fever (2013), documentaire van Mark A. Levinson



Speelterrein voor jonge briljante honden

Hannie en Jan van den Berg maakten in 2012 een documentaire over het Higgs deeltje, waarbij ze vooral aandacht hadden voor de bedenker van dit deeltje en de gang van zaken in het onderzoekscentrum Cern in Zwitserland waar men het bestaan hiervan probeerde aan te tonen. Mark Levinson gaat in op de ideeën van vooral jonge vooraanstaande medewerkers tijdens de zoektocht. Hij gebruikt fraaie animaties, begint in 2007 toen de grootste machine ter wereld in werking werd gesteld en gaat door tot en met 2012 wanneer het bestaan van het Higgsdeeltje wereldkundig wordt gemaakt. Tijdens de persconferentie zegt theoretisch fysicus David Kaplan op een vraag van een econoom naar het nut van dit soort onderzoek dat het geen nut heeft, maar daarom misschien, net als de ontdekking van radiogolven, juist wel heel belangrijk is voor de mensheid. Met zijn antwoord krijgt hij de handen op elkaar.

De Amerikaan Kaplan zien we vaak koortsachtig bezig voor een schoolbord waarop hij in sneltreinvaart formules noteert. Het lijkt erop of hij dat voor zichzelf doet, of dit zijn manier van denken is. Deze ene gebeurtenis waaraan ze werken, het laten botsen van protonen, gaat volgens hem de toekomst van de natuurkunde bepalen. Hij is een van de jonge honden die bevlogen met het project bezig zijn en niet eens de eerste onder zijn gelijken. Dat is Nima Arkani Hamed die door Kaplan als de ster van de ploeg wordt beschouwd. Als Higgs niet wordt gevonden is er iets heel erg mis, zegt hij. Een ander is de sportieve postdoctoraal studente Monica Dunford die voor het Atlas project werkt, een van de vier onderdelen van het onderzoek. Ze was begeesterd toen ze voor het eerst bij Cern aankwam en de enorme ondergrondse constructie zag als was het een Zwitsers horloge van vijf verdiepingen. De Italiaanse onderzoeksleidster Fabiola Gianotti was in het begin bang om te verdwalen in het enorme gangenstelstel en citeert uit de Divina Commedia van Dante over het belang van het onderzoek.

Monica hoort bij de experimentalisten die volgens haar tegenover de theoretici staan, hoewel ze niet zonder elkaar kunnen. Ze legt uit dat ze, als de magneten schoongemaakt zijn, eerst een straal door het buizenstelsel zullen sturen, de First Beam, en daarna botsingen zullen uitlokken. Het is niet de eerste botsing die de uitslag zal bepalen, het gaat om miljoenen botsingen waarvan de data geanalyseerd moeten worden.

Nima zegt tijdens een vergadering met gelijkgestemden dat hij twee antwoorden heeft aangaande het belang van dit kernonderzoek. Aan buitenstaanders vertelt hij dat het gaat om het nabootsen van de oerknal, voor collega’s gaat het om het begrijpen van fundamentele natuurkundige verschijnselen. Beide antwoorden zijn overigens goed. Nima is een leerling van Savas Dimopoulos, die op Stanford theoretische wiskunde studeert. Deze al wat oudere sympathieke man, die als kind bang was voor bijbelverhalen over de eeuwigheid, is zeer geïnteresseerd in de wetenschappelijke vorderingen van Nima. Hij verschilt met hem over een belangrijk gezichtspunt, dat de verdere toekomst van de natuurkunde zal gaan bepalen en dat ik in eenvoudige taal probeer samen te vatten. De vraag is of het in de richting gaat van supersymetrie, waarbij elementen met elkaar corresponderen of van een multiversum, waarin ons eigen universum, anders dan het intelligent design wil geloven, een toevallige conglomeratie is te midden van vele andere. De zwaarte van het Higgsdeeltje moet hierover uitsluitsel geven. Voor de uitslag bekend wordt gemaakt praat Savas met een collega over de mogelijke nutteloosheid van het werk dat ze hun hele leven hebben uitgevoerd. Al is dat met een kwinkslag, want Savas weet beter. Mislukking is de sleutel tot succes.

Op 3 juli 2012 wordt het resultaat in aanwezigheid van de geëmotioneerde Peter Higgs bekend gemaakt. De zwaarte van het Higgs deeltje, een element dat alles bijeen houdt maar ook alles kan vernietigen, zit tussen de aannemelijkheid van de theorieën van supersymetrie en multiversum in. De groep gaat verder met nieuw onderzoek met nog krachtiger botsingen. Ik ben benieuwd.

Hier de trailer, hier mijn bespreking van de documentaire van Hannie en Jan van den Berg Higgs - naar het hart van de verbeelding uit 2012

Filmrecensie: Ventoux (2015), Nicole van Kilsdonk


Luchtig vakantieverhaal krijgt enige diepte door relatieverwarring

Nicole van Kilsdonk was er snel bij om de besteller van Bert Wagendorp te verfilmen. Het tragikomische verhaal over een vriendenkring die dertig jaar na dato nog eens een poging doet om de Mont Ventoux te beklimmen, leent zich dan ook uitstekend om in beelden te vatten. Het feit dat er ook nog een knap meisje tussendoor loopt, maar de intrige alleen maar boeiender.

Voor de gelegenheid heeft Van Kilsdonk een schaduwpartij jonge vrienden opgetrommeld, die de dertig jaar oudere leden in hun jeugd vertegenwoordigen. Het zijn allemaal jongens uit de Achterhoek, vlak voor hun eindexamen, met goede zin in de toekomst en het plan om eerst eens de Ventoux te gaan beklimmen. Een van hen, Peter, declameert alvast een gedicht van Jan Kal over de oppergod van de racefietsers. De jongens zijn helemaal vereerd als er een nieuw meisje in hun omgeving verschijnt, dat met hen mee wil. Deze Laura valt meteen op Peter.

De film begint evenwel in 2012. De jarige misdaadjournalist Bart krijgt van zijn dochter een fietshelm cadeau. Meteen ziet hij een mailtje van Laura die laat weten dat ze die zomer in Avignon is voor de uitvoering van een toneelstuk en of ze elkaar daar misschien zullen zien. Bart wijst zijn dochter op een foto die zij dertig jaar daarvoor hebben genomen op de Ventoux, met Laura in het midden. André heeft vanwege drugshandel in de gevangenis gezeten, Joost werd natuurwetenschapper, David begon een reisbureau en Peter is helaas niet meer. Die is dertig jaar geleden op de terugweg van de berg verongelukt.

Het gezelschap ontmoet elkaar tijdens de uitreiking van de Spinozaprijs 2015 aan Joost vanwege zijn onderzoek naar de snaartheorie. Het is meteen weer oude jongens krentenbrood en het idee om samen nog eens de Ventoux op te gaan is gauw geboren. Alleen de zwaarlijvige David moet nog wel overgehaald worden, maar slaagt, zoals we later zien, met verve in zijn missie. De voorbereidingen op de tocht naar de berg met de witte vuurtoren, die af toe tussen het gebladerte te zien is, zijn van een klassiek gehalte.

Het clichématige verhaal wordt gelukkig opgehaald door een onvermoede gebeurtenis.
Verrassend in de film is de aantrekkingskracht die Laura dertig jaar daarvoor op Bart uitoefende. Meteen al kijkt hij broeierig naar haar omhelzingen van Peter. Op een warme dag krijgt hij de kans om zijn gevoelens voor haar in daden om te zetten, maar dertig jaar later hoort hij dat er opzet in het spel was. Peter ging niet voor niets die dag met André fietsen. Het zorgt dertig jaar later voor de nodige spanning in de groep, die ook al te maken krijgt met de sores van Joost die fraude zou hebben gepleegd en de plotse verschijning van de zoon van Laura.

De overvloedige muziek uit de jaren tachtig, beginnende met The Cure, geeft veel sfeer aan de film, maar moet net als de wat populaire toon tussen de mannen, enige leegte verbergen. Diepgang kent de film nauwelijks. Het doet denken aan De passievrucht van Karel Glastra van Loon, een roman uit 1999 met een sterke plot die vier jaar later verfilmd werd, maar vermakelijk is het allemaal wel, zeker door het mooie spel van Kasper van Kooten en Leopold Witte.

Hier de trailer.

woensdag 15 februari 2017

Schaliecowboys, Tegenlicht, 12 februari 2017


Schaliegas zet de Verenigde Staten op de kaart, maar vergiftigt het milieu

Regisseur Nordin Lasfar ging op bezoek bij producenten van schaliegas en – olie in Texas, het oude hart van de Amerikaanse olie industrie, dat inmiddels door de schalierevolutie een nieuw verfje heeft gekregen. Het is opmerkelijk hoe weinig kritiek Lasfar heeft op de cowboys die zich op een nieuwe manier willen verrijken met de producten van de aarde. Eerder in 2010 was Josh Fox met zijn documentaire Gasland heel kritisch en strijdbaard over de vervuiling van de aarde door schaliegas. Het kan zijn dat de technieken om schaliegas te winnen in zes jaar verbeterd zijn, maar eerder denk ik dat de productie van schaliegas het ontwikkelen van duurzame energiebronnen zal remmen, het CO 2 gehalte zal doen toenemen, net als de ongelijkheid in de wereld, zeker in een tijdperk waarin Trump met de botte bijl regeert. Lasfar had kortom wel duidelijker mogen maken dat hij zich als een vos in lamskleren gedroeg tijdens zijn gesprekken met allerlei lieden die hoog opgeven over de winning van fossiele brandstoffen uit schalie.

Geoloog Dan Steward werkte voor Mitchell Energy, die in Texas de eerste boringen deed naar schaliegas en wel in het Barnett- veld, dat momenteel het grootste gasveld van de Verenigde Staten is. Een andere geoloog, Kent Bowker, ontdekte dat gesteente dat in een boorput naar boven gehaald werd, veel gas bevatte. Nick Steinsberger ontwikkelde slick water fracking, het splijten van het gesteente en het omhoog halen van het gas, waarmee veel geld te verdienen viel. Het betekende dat de Verenigde Staten minder afhankelijk werd van anderen voor hun gigantische energiebehoefte. De zorg om die op peil te houden leidde tot de nodige interventies zoals in Irak. Energieonderzoeker Daniel Yergin oogt minder als een cowboy maar plaatst ook weinig kritische kanttekeningen in zijn verhaal over de ontsluiering van het geheim van schaliegaswinning en een verspreiding van deze techniek over de wereld, eerst in Canada, straks mogelijk in Pennsylvania en daarna ook in Europa.

De exploitatie van schaliegas en –olie kreeg een stimulans door de strijd met de OPEC over de productie van olie. De prijzen werden door de olieproducerende landen verlaagd om de schaliegaswinning uit de markt te prijzen, maar door een verbeterde technologie konden de Amerikanen de concurrentieslag aan. Door lagere productieprijzen en een snelle schuldensanering door herstructurering van oude oliebedrijven, kon men de dominante positie van de veertien traditionele olieproducerende landen breken. In de Golf van Mexico werden installaties bedoeld voor de import van olie en gas inmiddels omgevormd om die te exporteren, ook naar Koeweit, het land dat in 1948 voor het eerst olie leverde aan de VS. Volgens Yergin is er daarmee meer variëteit op de energiemarkt gekomen en daarmee is het geopolitieke landschap veranderd. Hij denkt dat schaliegas vooral de steenkool verdringt en daarom een factor speelt in een duurzamer wereld.

Yergin zegt tegen Lasfar dat ook Europa baat zou kunnen hebben van het schaliegas. Het zou zich daarmee minder afhankelijk maken van Rusland. Commentator Chris Kijne zegt daarop dat bij ons de weerstand groot is tegen schaliegas en dat de plannen daarvoor daarom in de kast zijn gelegd (zie foto). Dat is heel wat anders dan in Groot Brittannië dat, ondanks protesten van de bevolking in Nottinghamshire, de cowboys juist heeft uitgenodigd om hun expertise rond de ontwikkeling van schaliegas in te brengen. Gelukkig ziet Bowker in dat schaliegas alleen een overgangsstadium naar duurzame energie kan vormen. Dat is er dan wel een waarin een stel cowboys de wereld nog een keer over de knie legt.

Hier meer informatie op de site van Tegenlicht, hier mijn bespreking van Gasland.

dinsdag 14 februari 2017

Filmrecensie: Entre nosotros (2011), Paloma Aguilera Valdebenito


Twisten in familie van Chileense achtergrond teveel voor een one night stand

Regisseuse Paloma Aguilera Valdebonito (1982) is van Chileense afkomst, werd geboren in Nederland en ging op haar achttiende naar Parijs om door een filmopleiding te volgen. In 2005 keerde ze terug naar Nederland om haar studie als schrijver-regisseur af te maken aan de Nederlandse Filmacademie. Entre nosotros is een van haar eerste films en heeft de problematiek van Chileense vluchtelingen als onderwerp. Deze vluchtten in de tijd van Pinochet naar Europa om daar het einde van de dictatuur af te wachten. Pablo (Gabriel Aguilera), de hoofdrolspeler in de film, is in Nederland getrouwd met Iris (Dette Glashouwer) en heeft een dochter Lili (Caya Slooff), die al bijna op eigen benen kan staan. Aangezien Pablo weg wil bij Iris komt Lili voor de keuze te staan om te kiezen voor een leven bij haar moeder of haar vader. Op de dag dat de film speelt is Diego, de broer van Pablo juist een maand met zijn zoontje Sebas in Nederland op bezoek geweest. De verhouding tussen de twee broers vlot niet erg. Ze hebben verschillende politieke inzichten over de situatie die zich op dat moment in Chili afspeelt met een weliswaar gekozen president maar ook iemand die de kool en de geit wil sparen. Naast al deze spanningen is ook de relatie tussen Iris en haar moeder Ria erg moeizaam. Het wordt kortom voor Paloma Aguilera Valdebenito een hele toer om al die verschillende lijnen binnen een uur tot een bevredigend einde te brengen.

Dat lukt ook niet, maar tegelijk levert ze wel een sfeervol portret af van het afscheidsfeestje dat in de flat van Pablo en Iris georganiseerd wordt voor de vertrekkende Diego en Sebas. Men is druk bezig met het bereiden van empanadas, de wijn vloeit rijkelijk en de gitaarmuziek zorgt voor een vrolijke sfeer waarin de gasten die vooral van Zuid Amerikaanse oorsprong zijn, zich goed kunnen vinden. De spanning rond de twee broers ontwikkelt zich pas later. Pablo zit eerst alleen wat te katten over de ongezonde frisdrank die de kinderen drinken. Hij en Diego halen herinneringen op aan vroeger toen ze samen een vlieger maakten en Diego ervoor gestraft werd dat hij daarvoor een laken van zijn tante gebruikte. Diego zegt dat Pablo altijd de dans ontsprong. De spanning rond Iris en haar moeder komt duidelijker op de voorgrond. De oude vrouw (Annemarie Prins) drinkt graag een wijntje en rookt al wil ze daar mee stoppen. Haar dochter keurt ze met geen oog waardig, al helpt Iris haar om haar ogen te druppelen. Iris probeert Pablo tot een liefdevoller opstelling te krijgen. Als hij bij haar in de keuken staat kijkt ze hem aan en strijkt haren uit zijn gezicht, maar Pablo laat zich niet vermurven. Zelf wordt Iris geliefd door vriend Juan die zelfs een gedicht aan haar opdraagt waarin hij bekent dat het liefst de schat tussen haar benen zou bezitten.

Pas aan het eind van het feest, als de taxi al bijna beneden staat, bespreekt Pablo zijn ongenoegen met zijn broer. Dat gaat vooral om de opvoeding van Sebas die volgens hem veel te vrij is. De jongen vindt in ieder geval steun bij zijn nichtje Lili, die tegen hem zegt dat ze, hoewel haar vader niet de gemakkelijkste is, toch bij hem gaat wonen om de band met haar Chileense familie te behouden. Iris zet haar moeder met de dreiging van een bejaardentehuis, onder druk om zich anders te gedragen en hoort daarna dat zij de breuk in het huwelijk tussen Pablo en Iris heeft aangegrepen om tegen haar dochter te zwijgen. Entre nosotros is te kort om alle lijnen uit te werken. Paloma heeft zich daarmee vertilt, maar gelukkig biedt het leven meer dan een one night stand en volgen er hopelijk nog vele gelukkige verbintenissen.     

Hier meer op de site van One night stand.

maandag 13 februari 2017

Recensie: En ik herinner me Titus Broederland (2016), Auke Hulst


Boeiend relaas over tweelingbroers loopt verloren in zwaarte

Auke Hulst schreef in 2012 de roman Kinderen van het Ruige Land, een autobiografische roman over een gezin dat aan de bosrand in Groningen woont en verloedert als de vader overlijdt. En ik herinner me Titus Broederland lijkt een variatie op dit thema, zij het dat de moeder dit keer afwezig is. Ze liet het leven nadat ze de tweeling op aarde had gezet. De ik-verteller is de helft van deze tweeling en denkt dat hun vader het hem en zijn broer Titus kwalijk neemt dat hij zonder zijn vrouw moet voortleven. Desondanks is de vader geen agressieveling, maar een godvrezend en mild mens. Hij heeft een baan in de oliewinning en, als compensatie voor dat smerige werk, werkt in zijn moestuin maar veel producten verkoopt hij niet. Het nogal excentrieke gezin ligt niet goed in de dorpsgemeenschap. De ik figuur en Titus worden gezien als duivelskinderen en moeten altijd op hun hoede zijn als ze zich in de buurt van het dorp vertonen.

De spanning neemt toe als de bodem bij hen in de buurt wegzakt. De roman heeft daarmee grote actualiteitswaarde, ook al is in Groningen de gaswinning oorzaak van de problemen en niet de oliewinning. De jongens proberen hun vader over te halen te vluchten, maar die is te zeer verknocht aan zijn grond om weg te kunnen gaan. Op het moment dat de aarde heet onder hun voeten begint te worden, blijkt de oude man dood in zijn bed te liggen en wordt door zijn zoons het zinkgat ingegooid, waarop de vlucht begint, die me heel erg deed denken aan de film The road (2009) van John Hillcoat die ik rond dezelfde tijd zag. Daarin vlucht een vader en een zoon, net als de tweeling, ook naar de kust na een ramp van jewelste.

De band tussen de twee jongens is speciaal. De tweeling heeft een eigen taal, de tweetaal, ontwikkeld om met elkaar te communiceren maar ze hebben ook een haat liefde verhouding met elkaar. Verder op in de roman komen we middels een brief van Titus aan zijn broer te weten dat hij op jonge leeftijd door zijn vader naar een pleeggezin gebracht is, waar hij erg geslagen werd. Het trauma dat Titus daardoor opliep speelt mee in zijn moeilijke contact met anderen. Hij ziet in zijn broer, die zich van de hele geschiedenis niet meer kan herinneren, ook het lievelingetje van zijn vader. Op hun vlucht nemen ze, behalve een pistool, een gitaar mee, waarmee ze hun gevoelens enigszins kunnen verklanken, al geldt dit meer voor de ik figuur dan voor Titus. Het is een voorbeeld voor de romantische saus die over het verhaal ligt, net als het liefdesverlangen van de ik-figuur voor een sproetenmeisje uit zijn dorp. Dat Titus de b’s als kersenpitten uit zijn mond spuugt is trouwens mooi gezegd.

De sfeer is ouderwets en herinnert aan de periode toen de eerste auto’s op de weg kwamen. De vader leest de Edicten, een variatie op de bijbel en ziet in zijn zoons een soort Kain en Abel ofwel in diens schrift Joha en Torf, al bleef Joha zondeloos in de baarmoeder. Een mooie dag heet een mooidag en een borrel een Fladderak. De aardolie wordt steeds als aardbloed aangeduid waardoor het verhaal een lugubere sfeer over zich krijgt. Helaas brengt het verloop van de vlucht weinig verrassing met zich mee. De jongensboekenachtige sfeer wordt, naarmate het eind in zicht komt, steeds somberder. Weinig blijft de tweeling bespaard, zelfs een breuk niet. Gelukkig weten we al door verwijzingen van de ik figuur, dat hij goed terecht is gekomen, maar anderzijds is zijn geschiedenis wel erg droevig. Ik moest, misschien ook door de paarden waarop de jongens een groot deel van hun tocht rijden, denken aan de Duitse avonturenserie Silas, gebaseerd op een kinderboek van de Deen Cecil Bødker, waarin de odysee van hoofdpersoon Silas toch net wat meer variatie kent. Hopelijk gaat Hulst verder op een lichtere toon.

Hier mijn bespreking van Kinderen van het Ruige Land, hier mijn bespreking van The road.

Filmrecensie: The road (2009), John Hillcoat


Weinig aansprekend drama in een totaal verwoeste wereld

In het begin van de trailer is het getal 2929 zichtbaar. Volgens John Hillcoat die zich weer baseerde op de gelijknamige roman uit 2006 van de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy, duurt het nog wel even voor de wereld de apocalyptische gedaante aanneemt die in The Road getoond wordt. Om de ernst aan te geven van de verwoesting zijn de filmbeelden in zwart wit gemaakt. De enkele flashbacks naar het gewone leven voor de totale verwoesting komen daarmee over als een verademing, die echter nooit lang duurt.

De gelukkige dagen van het Amerikaanse stel duren helaas niet lang. Op een nacht wordt de man, gespeeld door Viggo Mortensen, wakker en kijkt naar buiten. We zien niet wat hij ziet maar weten dat het goed mis is. De latere beelden van een totale ontbladerde wereld doet denken aan Vietnam na de gifbombardementen door de Amerikanen, maar kunnen ook door een kernramp veroorzaakt zijn. De vader wordt wakker met een zware baard in een bladerbed met naast hem zijn tienjarige zoon. In korte flashbacks zien we dat de moeder van de jongen het niet getrokken heeft en, net als veel anderen, het bos in gelopen is om zelfmoord te plegen. Daarvoor was nog onenigheid wie de zoon zou meenemen, maar tenslotte won de vader het pleit.

De tocht die vader en zoon met een boodschappenkarretje zuidwaarts naar zee maken is somber en redelijk voorspelbaar. De mensheid heeft in de loop van haar ontwikkeling weinig vooruitgang geboekt. Het tweetal wordt bedreigd door kou, voedselgebrek en door bendes die zelfs mensen opeten. De vader mompelt af en toe dat zijn zoon de reden van zijn bestaan is, de jongen wil liever terug naar zijn moeder, zelfs al moet hij daarvoor ook zelfmoord plegen. Ze hebben in ieder geval twee pistolen bij zich. De vader heeft de jongen geïnstrueerd hoe hij de loop in zijn mond moet steken en de trekker overhalen als er gevaar dreigt.

De gevaren komen van alle kanten maar vooral van bendes die het land afstropen. Luguber is een kelder waar mensen naakt worden opgesloten voordat ze de pan in gaan. Een andere keer vinden ze veel voedsel in een schuilkelder en kunnen hun geluk niet op, ook al is dat tijdelijk. Een keer zet de vader het pistool al op het voorhoofd van zijn zoon om de trekker over te halen. Gelukkig weten zij elke keer weer aan de gevaren te ontsnappen, al wordt eerst de zoon gewond bij een schermutseling en later de vader getroffen door een pijl. Hij kan die nog wel uit zijn been trekken maar de schade is te groot om in leven te blijven. Gelukkig hebben ze dan al de zee bereikt, al biedt die niet de verlossing die in het vooruitzicht werd gesteld.

De film ontwikkelt zich traag en moet het hebben van de spanning, die de verschillende gevaarlijke situaties waarin ze terechtkomen, teweegbrengen. Bomen vallen om, de ontsnappingen zijn altijd op het nippertje en de boeventronies van de bendeleden nabij. Veel ontwikkeling zit er niet in. Wellicht kan men beter het boek lezen en daarbij zelf beelden invullen. De voorgekookte beelden die Hillcoat aanbiedt spreken helaas niet tot de verbeelding en evenmin tot het hart. De film blijft daarmee een wangedrocht, de mooie muziek van Nick Cave ten spijt

Hier de trailer.

zondag 12 februari 2017

Theaterrecensie: Casino Royale 2.0, Suver Nuver, Toneelschuur, 11 februari 2017


Ontwikkeling theatergroep toont maatschappelijk onrecht aan

Halverwege de voorstelling Casino Royale 2.0 zegt Peer van den Berg nogal plompverloren dat ze na acht jaar weer samen op het podium staan. Deze mededeling die hij tijdens een scène uit de voorstelling Risk (1995) doet en ook nog eens herhaalt, klinkt wrang tegen de achtergrond van de reden van samenkomst. Het is de crisis die maakt dat ze noodgedwongen hun oude stiel oppakten.

Het thema wordt prachtig verbeeld door de drie acteurs die, na een optreden van technicus Joop van Brakel als arme straatmuzikant en een boeiende inleiding van Dette Glashouwer over pensioenzaken, in pampers uit grote dozen komen. Henk en Peer liggen naast elkaar en hijsen zich op aan hun respectievelijke wandelstokken en looprek. Nadat Peer ook Dette heeft wakker gemaakt met een tik van zijn stok op haar doos, doen ze een fraaie act samen, waarbij Dette opvallend vaak met haar neus in de luiers van de mannen terecht komt.

De boventiteling geeft aan waar het allemaal om gaat. Na de liberalisering in de jaren negentig is, op een kleine bovenlaag na, iedereen er armer op is geworden. Suver Nuver werd zelf getroffen door de intrekking van de subsidie en laten in Casino Royale 2.0 nog eens zien hoe de ontwikkeling van hun gezelschap geweest is. Ze begonnen als mimespelers in een repetitieruimte in de Bijlmer en traden op met behoud van uitkering. Over geldzaken maakten ze zich nooit zorgen. De overheid was nog een betrouwbare vader die zijn kinderen niet in de steek zou laten.

Dat werd anders in de jaren toen de trio Van Agt, Reagan en Thatcher op het toneel verschenen, gevolgd door hun opvolgers, fraai verbeeld door foto’s van deze negen politici voor hun gezicht te houden. De deregulering zorgde er niet voor dat mensen vrijer werden, maar gaf, net zoals Trump nu weer doet, alle ruimte aan het kapitaal om hun gang te gaan, met het idee dat daarmee het geluk van de mensheid ook wel gediend zou zijn. Suver Nuver hield zich, net als de Russen na de afschaffing van het communisme, vooral bezig met orgiastische feesten en kon niet vermoeden dat ze, zoals prachtig verbeeld door Henk, later als ex- subsidie slurpers tentoon werden gesteld.

De sketches zijn als vanouds, met een acrobatische plasseksscène uit de voorstelling Popla (2000) als hoogtepunt. Helaas is de sleutelscène waarin de groep op een ouderwetse manier fulmineert tegen uitbuiting en armoede de minste. Het zingen van de Internationale roept geen ontroering meer op, de protestsongs van Bob Dylan en anderen wekken niet meer op tot verzet. Het blijft daarmee, ondanks de aandoenlijke manier waarop Suver Nuver de knuppel in het hoenderhok gooit, de vraag hoe het systeem te veranderen waarin we, zoals Glashouwer in haar latere praatje schetste, met zijn allen tot onze nek in vastzitten.

Wellicht zorgt het door Suver Nuver geschetste toekomstbeeld in 2041 waarin de mensheid eindelijk wat wijzer en vreedzamer is geworden, ervoor dat we de investering in elkaar als richtlijn kunnen gebruiken. De energie van Suver Nuver zorgt er in ieder geval voor dat we het, met hun troostrijke boodschap in ons achterhoofd, weer even uithouden, maar het liefst zie ik ze jaarlijks terugkomen om de boodschap 2.0 te vernieuwen.   

Hier meer informatie over Casino Royale 2.0 in de eindregie van Moniek Merkx op de site van Dette Glashouwer, hier de trailer.